Beneluxtunnel
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Beneluxtunnel | |
|---|---|
| Algemene gegevens | |
| Locatie | Rotterdam |
| Lengte gesloten deel | 713m |
| Ingebruikname | 1967, 2002 |
| Weg | A4 |
| Verkeersintensiteit | 127.353 voertuigen per dag |
De Beneluxtunnel is een tunnel onder de Nieuwe Maas, tussen Vlaardingen en Hoogvliet. De weg door de Beneluxtunnel is de A4.
Vanaf de opening in 1967 tot eind 1980 was de Beneluxtunnel een toltunnel. Er was destijds een tolplein aan de zuidzijde van de tunnel. Per passage moesten automobilisten een gulden betalen; voor vrachtwagens moest een rijksdaalder worden betaald.
In de ‘ruit om Rotterdam’ ligt aan de westzijde de A4 met daarin opgenomen de Beneluxtunnels. De A4 is tevens een belangrijke verbinding tussen Amsterdam - Antwerpen en verder. In Nederland is dit weggedeelte de laatste jaren ook bekend als knelpunt bij de meldingen van de dagelijkse files.
In de jaren ’60 was de behoefte groot aan meer oeververbindingen dan de Maastunnel en de diverse pontveren. Om onder andere deze reden is de opzet van de “ruit om Rotterdam” tot stand gekomen. Aan de oostzijde verzorgt sinds 1964 de van Brienenoordbrug de gewenste noord-zuidverbinding, terwijl de eerste Beneluxtunnel sinds 1967 de westelijke zijde voor de rekening neemt.
[bewerk] 2e Beneluxtunnel
De toename van alle wegverkeer maakten de aanleg van een tweede Brienenoordbrug noodzakelijk. Uiteindelijk werd deze in 1989 vrijgegeven voor het wegverkeer. De files aan de oostzijde van Rotterdam was hiermee opgelost. De problemen aan de westzijde werden hiermee niet voldoende opgelost. In 1993 is daarom door het kabinet besloten tot aanleg van de 2e Beneluxtunnel. Om tot uitvoering over te kunnen gaan werden wel eisen gesteld aan de vormen van vervoer. Opdracht voor het project 2e Beneluxtunnel werd: fileoplossend en diverse vervoersvormen in één tunnel combineren, een snelle bouwtijd en de bestaande vervoersstromen zowel over het water (Nieuwe Maas) als de weg (A4) zo min mogelijk hinderen. Bij de aanpak van bovengenoemde opdracht is gekozen voor oplossingen waarmee zowel de economische ontwikkeling van de Rotterdamse haven als ook het milieu gediend zijn. Dat betekent het mogelijk maken van het scheiden van niet strikt noodzakelijk autoverkeer van het economisch belangrijke verkeer en uiteraard het bieden van goede vervoersalternatieven. Dit is bereikt door niet alleen extra rijstroken aan te leggen maar vooral ook de realisatie van een goede fietsverbinding, een betere metroverbinding voor deze regio. De nieuwe tunnel bestaat uit twee buizen voor het autoverkeer in noordelijke richting (buizen D en E), een servicetunnel (buis C), een fietstunnel en een metrotunnel. De oude tunnelbuizen A en B worden beiden gebruikt voor het autoverkeer in zuidelijke richting. Alle tunnelbuizen voor autoverkeer hebben twee rijstroken, bij de uitgang van tunnelbuis A komt er meteen een derde strook bij. De opening van de 2e Beneluxtunnel, inclusief metro, vond plaats op 2 november 2002.
De veerdienst voor voetgangers en fietsers tussen Vlaardingen en Pernis is na de opening van de nieuwe tunnel beëindigd omdat de metro en de fietstunnel een goed alternatief vormen.
|
Net als bij de Maastunnel is er een roltrap voor (brom)fietsers |

