Romeinse villa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voorbeeld van een Romeinse villa.

Een Romeinse villa is een woningtype uit het Romeinse Rijk.

Oorsprong[bewerken]

Kort voor het begin van onze jaartelling brak een periode van vrede aan in het Romeinse Rijk, de zogenaamde Pax Romana. De Romeinen hielden hun legers alleen daar waar het echt nodig was, met hun legerplaatsen garandeerden ze rust en orde.

De Romeinse invloed liet zich zowel op economisch, politiek, sociaal als cultureel gebied gelden in de verschillende delen van het Rijk. Zo werden nieuwe producten geïntroduceerd en verspreidden de Romeinen hun kundigheid op technisch gebied. Overal in het Rijk nam de plaatselijke bevolking de Romeinse organisatievormen en gewoonten over, nieuwe steden werden gebouwd naar Romeins voorbeeld en op het platteland verrezen de Romeinse villa's.

Deze verspreiding van de Romeinse cultuur onder de (bovenlaag van de) plaatselijke bevolking noemen we romanisering. Toch waren de Romeinen niet in alles overheersend; beïnvloeding geschiedde over en weer en de beschaving die zich ontwikkelde was weliswaar in hoofdzaak Romeins, maar werd beïnvloed door elementen uit de bestaande culturen in de verschillende streken. Nog steeds komen uit de bodem resten van gebouwen, aardewerk, glas, munten en allerhande voorwerpen tevoorschijn. Door deze resten en de geschriften van oude schrijvers zorgvuldig en kritisch te bestuderen, kunnen we ons een beeld vormen van hoe bijvoorbeeld het leven en de woonomstandigheden er in die tijd moeten hebben uitgezien. Zo weten we dat de Romeinen, net als wij, veel verschillende soorten huizen kenden. De huizen waren aangepast aan de rijkdom van de eigenaar, de beschikbare ruimte, de behoeften van de bewoners en de functies die de huizen moesten vervullen. Wonen op het platteland verschilde van wonen in de stad.

Twee types[bewerken]

De Romeinse villa's die werden gebouwd op het platteland kunnen worden ingedeeld in twee verschillende typen: de villa urbana en de villa rustica.

  • De villa urbana diende als woonhuis voor een rijke stedeling. Dit type villa kwam overeen met wat men nu onder een villa verstaat; een luxueuze, vrijstaande woning. Ze was gelegen op maximum twee dagen reizen van een stad.
  • De villa rustica, was geen bungalow, maar een herenboerderij waaromheen land, voorraadschuren, het onderkomen voor het personeel en de stallen voor het vee lagen. In de villa rustica woonden permanent dienaren of slaven die werkten voor de eigenaar.

In Nederland en dan met name Zuid-Limburg, kwam alleen de villa rustica voor. Er is slechts een villa urbana opgegraven, namelijk die op de Kloosterberg te Mook: de Romeinse villa Plasmolen.

In België bevindt zich een archeologische site van een Gallo-Romeinse villa van het rusticatype te Treignes in de Waalse gemeente Viroinval. De grootste ontdekte villa in Wallonië is die van Basse-Wavre (Waver, Waals-Brabant). Ze had een voorgevel van 130 meter lang.

Plinius en de Romeinse villa[bewerken]

Brief 2.17: beschrijving van de villa in Laurentum[bewerken]

In deze brief probeert Plinius zijn vriend Gallus te overtuigen van de kwaliteiten van zijn villa in Laurentum, en van een villa in het algemeen. Plinius doet dit door middel van een virtuele rondleiding door zijn landgoed, te beginnen bij een beschrijving van de twee toegangswegen naar de villa. De nadruk ligt hier op de natuur en het landschap van Laurentum. Vervolgens wordt de villa uitgebreid beschreven, van de inkom tot de privé-vertrekken van Plinius zelf. Plinius hecht veel belang aan de configuratie van de villa, de lichtinval, het verwarmingssysteem en speciale ruimtelijke kwaliteiten van bepaalde ruimtes. Daarna volgt een paragraaf die volledig gewijd is aan een klein privé appartement van Plinius. Hij was zeer verslingerd aan dit deel van zijn villa. Verder beschrijft Plinius zeer uitgebreid de ligging van de villa en de landschappelijke kenmerken die daarmee gepaard gaan.

Brief 5.6: beschrijving van de villa in Toscane[bewerken]

Afbeelding van de reconstructie van de villa Tuscum.
Plan van de reconstructie van de villa Tuscum door Schinkel.

De brief is gericht aan Appolinaris en geeft een verslag van Plinius’ verblijf aan de Toscaanse kust, onder de Apennijnen. Over deze locatie schrijft hij vooral vanuit standpunt van de landbouw: de vruchtbaarheid van de gronden, de mogelijkheid om via de Tiber producten naar Rome uit te voeren, de fauna die er groeit, de invloed van de seizoenen op de omgeving, etc. De natuur krijgt opnieuw een prominente rol in de brief, hij beschrijft even uitvoerig de omgeving en haar relatie tot de villa. Plinius spreekt van een oogstrelende variëteit in het landschap, waarbij hij menselijke ingrepen, zoals een heg die de omheining aan het oog onttrekt en de wijngaarden op de flanken van de heuvels, en de natuurlijke schoonheid, bijvoorbeeld een langs de muur klimmende wijnstok, als in perfecte harmonie omschrijft. Plinius lijkt zich verder in de brief te verontschuldigen voor de tekortkomingen van zijn tekst:

Aanhalingsteken openen Het is niet de brief die haar omschrijft, maar de villa, waar hij over gaat, die buitenissig is.
— Plinius de jongere[1]
Aanhalingsteken sluiten

Het motieven van Plinius worden nu duidelijk: hij wil Appolinaris warm maken voor een bezoek aan zijn Villa Tuscum. Hij geeft nergens in een aanwijzing over de organisatie van de ruimtes ten opzichte van het geheel. Net door dit gebrek aan een duidelijke beschrijving van de algemene opbouw van de villa wordt het moeilijk een samenhangende reconstructie te maken, zo schreef Judith Wolin:

Aanhalingsteken openen So the partis had to be imposed, and yet not contradict the explicit statements of the letter. Pliny soon took on the persona of a demanding, cranky, self-indulgent client; each student struggling both to "please" him and to make a coherent project. We all began to doubt the reality of his villa and began to see his letters as a purely literary exercize.
— Judith Wolin[2]
Aanhalingsteken sluiten

De plinische villa als type[bewerken]

De villa werd door Plinius gezien als een manier om zich als stedeling te ontdoen van dagelijkse verplichtingen. Het gegeven van escapisme werd meermaals beschreven tijdens de oudheid (hier andere voorbeelden zoeken!) en was een wederkerend element in het leven van de welgestelde Romeinen. Invloedrijke figuren zoals Plinius werden in de stad vaak "lastiggevallen" door cliënteel of personen die uit opportunistische bewegingen toenadering zochten. Het platteland was zeer rustig en vormde dus een ideale setting om het chaotische bestaan van de stad even te vergeten. De villa was een autonome wereld waar de eigenaar zijn eigen wetten kon laten gelden, Die onbegrensde controle elimineerde alle mogelijke ongewenste verrassingen die in de stad op de loer lagen. Plinius kon dagen spenderen aan studeren waardoor geen enkel buitenverblijf ver genoeg kon zijn. Hoe verder hij van Rome verwijderd was hoe meer rust dit hem kon bieden. De villa was een veilige, beschuttende cocon. De Plinische villa's kunnen echter niet losgedacht worden van de stad. Het type onttrok zich dan wel fysiek aan het stedelijke weefsel, ideologisch echter bleef het eraan geketend. De la Ruffinière du Prey, architectuurhistoricus, zei hierover:

Aanhalingsteken openen The villa seeks isolation, yet it is a perfect product of civilizalion.
— de la Ruffinière Du Prey[3]
Aanhalingsteken sluiten

James Ackerman gaat zelfs nog een stap verder door te stellen dat het voorkomen van villa's door de geschiedenis heen gelieerd is aan de opkomst en de teloorgang van stedelijke culturen. De villa kan bijgevolg beschouwd worden als een extensie van het stedelijke leven. De ambigue positie die de villa innam in de tegenstelling stad-platteland, bepaalde net haar identiteit. Het type schiep mogelijkheden die het platteland, noch de stad boden. De Plinische villa's slaagden erin om hun eigenaar het beste te bieden uit twee werelden. De villa was de consensus tussen stad en platteland; een oord waar stedelijk comfort en landelijke rust hand in hand gingen. Het plaatsgebrek in de stad kon in de villa ruimschoots goedgemaakt worden. Op het platteland kon via de villa een platform gecreëerd worden waar men in een informele sfeer kon ontspannen, de tijd kon doorbrengen met vrienden of studeren. De villa was in het Oude Rome sterk verbonden met een hoge sociale status en vaak een manier om rijkdom te etaleren. Het platteland was de ideale plek voor wie het kon betalen, de negatieve kanten van het rurale bestaan werden tot een minimum teruggebracht door de voorzieningen van de villa. De Amerikaanse architectuurhistoricus James Ackerman stelde in 1986 dat de villa in de tijd van Plinius een soort fantasie was, een idylle waar men zich mentaal in kon terugtrekken. Meermaals verwijst Plinius naar zijn privé-appartementen als zijn 'lieveling':

Aanhalingsteken openen een klein appartement dat ik bezit is mijn genot. In werkelijkheid is het mijn maîtresse
— Plinius de jongere
Aanhalingsteken sluiten

Deze kleine privé-appartementen bestonden in elk van zijn villa's. De villa dient als een soort van paradijselijke setting om het stedelijke leven zo snel mogelijk te vergeten, er werd een schijnbaar ideale wereld gecreëerd. De villa fungeerde als een besloten koninkrijk met de eigenaar op de troon. Op sociaal vlak gold een (selectieve) discriminatie. De villa stelde de eigenaar in staat om zich te omringen met de mensen die hij zelf verlangde; ongewenste individuen werden moeiteloos geweerd. Het is net deze artificiële constructie, die allesomvattende grip op het verloop van de omstandigheden, die van de villa een beschermend orgaan maakte voor de eigenaar.

Navolging van Plinius in Literatuur en Architectuur.[bewerken]

Gedurende de geschiedenis werd Plinius’ ideologie van de villa door verschillende architecten geciteerd of gevolgd. Relaxatie door middel van studie, het houden van conversaties en discussies met intelligente vrienden, het belang van een rustige omgeving en de schoonheid van het landschap waartoe een villa is gericht, enzovoort. Deze principes krijgen navolging in de literatuur en architectuur. Zowat elke revival van de Romeinse villa architectuur refereert expliciet of impliciet met Romeinse schrijvers. De soms vage of dubbelzinnige beschrijvingen van de Romeinse auteurs stimuleerden een inventiviteit bij de traktaatschrijvers van de Renaissance en de publicatie van boeken over de villa lokten in Engeland een hele industrie van villa-architectuur. In Amerika maakten tijdschriften vanaf 1830 tot het midden van de twintigste eeuw villa-architectuur aantrekkelijk voor een breder publiek. Plinius zet in zijn brief met de beschrijving van de villa Tuscum de toon voor latere schrijvers, hij beëindigt de brief met een conclusie die de tegenstelling ruraal-stedelijk definieert:

Aanhalingsteken openen For besides the attractions which I have mentioned, the greatest is the relaxation and carefree luxury of the place - there is no need for a toga, the neighbours do not come to call, it is always quiet and peaceful - advantages as great as the healthful situation and limpid air. I always feel energetic and fit for anything at my Tuscan villa, both mentally and physically. I exercise my mind by study, my body by hunting. My household, too, flourishes better here than elsewhere: I have never lost a retainer [slave?], none of those I brought up with me.
— Plinius de jongere
Aanhalingsteken sluiten

Vanuit het perspectief van de architect beschrijft Palladio ongeveer 1600 jaar later:

Aanhalingsteken openen But the villa mansion is of no less utility and comfort [than the city house], since the rest of the time [the gentleman] passes there overseeing his possessions and in improving their potential with industry and with the skill of agriculture. There also, by means of the exercise that one can get in the villa on foot or horseback, the body may more actively be made to preserve its health and robustness, and there the spirit tired of the turmoil of the city may be greatly restored and consoled and may peacefully attend to the pursuit of letters and of contemplation. For this reason, the ancient sages used often to retire to such places, where they might be visited by their virtuous friends and relatives and where there were houses, gardens, fountains and similar relaxing places . . . so that they could easily pursue that blessed life so far as it may be achieved here below.
— Andrea Palladio[4]
Aanhalingsteken sluiten

Le Corbusier benadrukt in een brief aan een klant het belang van een landschappelijke setting:

Aanhalingsteken openen The inhabitants come here because this rustic landscape goes well with country life. They survey their whole domain from the height of their jardin suspendu or from the four aspects of their fenetres en longeur. Their domestic life is inserted into a Vergilian dream.
— Le Corbusier[5]
Aanhalingsteken sluiten

Het belang van Plinius' geschriften komt voort uit het feit dat de Renaissance-architecten geen fysieke voorbeelden hadden om zich op te baseren. Om een model te vinden waren ze volledig afhankelijk van de literatuur. Wat de architectuur van villa's betreft, hadden ze aan het architectuurtraktaat van Vitruvius geen hulp. Plinius was, hoewel zijn beschrijvingen zeer omvangrijk zijn, slechts een referentie naar zeer weelderige, luxueuze bouwwerken. Zo kon Raphael voor het ontwerp van de Villa Madama, waarover hij overigens een brief schreef gevuld met uitdrukkingen die impliciet verwijzen naar Plinius, op Plinius berusten.[6] Het feit dat de Epistulae eerder in de bibliotheek van de De'Medici-familie opgenomen waren dan De Architectura van Vitruvius, en dat de Medici streefden naar een leven volgens de grootsheid van de Romeinse staatsheren, zoals ze beschreven staan in de brieven van Plinius, kan erop wijzen dat Plinius - eerder dat Vitruvius - in de beginperiode van de Renaissance (in Firenze onder de De'Medici) de belangrijkste bron voor architecten - die de opdracht kregen te bouwen als de Antieken - vormde.

Externe link[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. "Plinius de jongere, ‘Boek V Brief VI. Aan Apollinaris.’"
  2. "Wolin, J., 'In the Canyon', JAE, Vol. 36, No. 1 (Autumn, 1982), pp. 10-13, Blackwell Publishing on behalf of the Association of Collegiate Schools of Architecture, Inc."
  3. "de la Ruffinière Du Prey, Pierre (1994). The villas of Pliny from antiquity to posterity (illustrated ed.). University of Chicago Press. p. 5."
  4. Palladio,A., I Quattro Libri dell' Architettura, 1570, Boek II, p. 45.
  5. W. Boesiger, H. Girsberger, eds., Le Corbusier, 1910-65, Zurich, 1967, p. 47.
  6. J. Ackerman, Perspecta, Vol. 22, Paradigms of Architecture (1986), pp. 10-31 Published by: The MIT Press on behalf of Perspecta.