Aandeel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Effecten

Effecten
Obligatie
Commercial paper
Hybride effecten
Aandeel

Derivaten
Warrant
Future
Optie
Exotische optie

Obligatie per coupon
Vastrentende obligatie
Variabelerentecoupon
Nulcouponobligatie
Inflation-indexed bond
Eeuwigdurende obligatie

Bijzondere obligaties
Covered bond
Collateralized debt obligation

Een aandeel is een waardepapier dat een aantal rechten met betrekking tot een vennootschap geeft. Alle aandeelhouders samen kunnen economisch gezien als eigenaren van de vennootschap worden beschouwd, hoewel ze dat strikt juridisch gezien niet zijn. Een aandeel geeft zeggenschap in de onderneming en men kan winstuitkeringen in de vorm van dividend ontvangen. Een aandeel kan verhandelbaar zijn op een effectenbeurs, maar dit is niet noodzakelijk.

Geschiedenis[bewerken]

Aandeel van de VOC

Reeds in de Romeinse tijd werden onderhands aandelen uitgegeven aan financiers. In de late middeleeuwen bestonden er aandelen in Italiaanse stadstaten en ook de Hollandse en Zeeuwse voorcompagnieën, de voorlopers van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), kenden aandelen.[1]

De eerste officiële uitgifte van verhandelbare aandelen vond plaats in 1606 in Amsterdam. De VOC gaf aandelen uit om haar kapitaalintensieve maritieme activiteiten te financieren. Met deze aandelenemissie ontstond de eerste effectenbeurs van de wereld. De eerste aandelen werden in de kantoren van de VOC zelf verhandeld. Van de allereerste aandelenuitgifte zijn nog maar weinig originele stukken bewaard gebleven. Tot voor kort gold een 'aandeel' van de VOC-kamer Amsterdam van 27 september 1606 als het oudste aandeel ter wereld. Dat document is in handen van een groep Duitse beleggers, die het voor een astronomisch bedrag te koop aanbieden. Hoe dit exemplaar in Duitsland terecht is gekomen, is overigens onduidelijk. Zeker is dat het omstreeks 1980 nog in het Stadsarchief Amsterdam berustte. Onlangs werd in het Westfries Archief te Hoorn een ‘aandeel’ ontdekt van 9 september 1606. Dat werd uitgegeven door de VOC-kamer Enkhuizen en staat op naam van ene Pieter Harmensz. Hij kreeg het aandeel als bewijs van zijn laatste termijnbetaling van zijn investering van 150 gulden. Deze werd bijgeschreven in het Grootboek van de VOC-kamer Enkhuizen. Deze oudste vorm van verhandelbare aandelen zijn eigenlijk een soort kwitanties.[2][3]

Kleine aandeelhouders haakten al snel af door de duur van het eerste succes.[bron?] Zo kwam de VOC snel in handen van enkele rijke families. Het allereerste dividend werd niet uitgekeerd in geld, maar in natura van de opbrengst. Deze eerste aandelen van de VOC zijn voor historici erg interessant omdat er relatief veel documentatie beschikbaar is over onder meer de regelgeving met betrekking tot onder meer financiële derivaten, short posities en de effectenhandel. De grootste VOC-aandeelhouder van het eerste uur was Pieter Lintgens met een investering van 105.000 gulden, die hij uiteindelijk niet op tafel kon leggen. Isaac le Maire had 97.000 gulden ingelegd.

Rendement op aandelen[bewerken]

Aandelen geven geen recht op een vaste uitkering zoals rente, zoals dit wel het geval is bij obligaties. Het rendement op aandelen bestaat uit twee onderdelen: eventuele waardestijging van het aandeel en het periodiek uit te keren deel van de winst van de onderneming, het dividend. De waardestijging van de aandelen door een oplopende aandelenprijs is onzeker en kan ook omslaan in verlies. Om het rendement van de waardestijging van de aandelen te realiseren moet men de aandelen eerst verkopen op de effectenbeurs. Het dividend is het bedrag dat een bedrijf aan zijn aandeelhouders uitkeert uit de in een jaar gerealiseerde winst. Het dividend is in de regel stabiel, maar niet gegarandeerd als de onderneming in moeilijke tijden terecht komt.

Hoewel aandelen geen vaste of nominale waarde hebben, kan men de oorspronkelijke waarde ervan op het document vermelden, doch dit heeft slechts een historische betekenis. Als deze waarde vermeld staat, vindt men deze terug in de rubriek "kapitaal" van de rekeningen van het bedrijf. Over het lange termijn rendement op aandelen gecorrigeerd voor inflatie bestaat veel debat. De Amerikaanse econoom Jeremy Siegel schat het gemiddelde historisch rendement op aandelen over de afgelopen 200 jaar op ongeveer 6,5 tot 7 procent na correctie van de inflatie.[4]

Handel in aandelen[bewerken]

De aandelen van één bedrijf kunnen op meerdere beurzen tegelijk verhandeld worden. Voorbeeld hiervan is de Belgisch-Franse bankverzekeringsgroep Dexia, genoteerd op Euronext Parijs en Brussel, de Nederlandse bankverzekeraar ING, genoteerd in Amsterdam en in New York, of het vroegere Petrofina, vroeger genoteerd te Brussel en te New York. Het aandeel Royal Dutch Shell is wel op 3 beurzen tegelijk verhandelbaar: Wallstreet, de Londense FTSE en de Amsterdamse AEX op Beursplein 5.
Om de handel tussen de beurzen te vereenvoudigen is mede door BINCK-Bank een handelsplatform opgericht om na te gaan op welke beurs de beste prijs voor een effectenorder kan worden verkregen.[5]

Besloten vennootschappen kenden tot 01-10-2012 een verplichte blokkeringsregeling. Een aandeelhouder mocht hierdoor niet zomaar zijn aandelen aan derden overdragen, en nieuwe aandelen mochten niet zomaar aan het publiek worden uitgegeven. Meestal hield de regeling in dat aandelen eerst aan medeaandeelhouders moesten worden aangeboden, of de bestaande aandeelhouders nieuwe aandeelhouders moesten goedkeuren.

Met de invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht (KS 31058) is het voor een besloten vennootschap niet langer verplicht een dergelijke blokkeringsregeling in de statuten op te nemen. Er is sprake van een krachtens de wet geldende aanbiedingsregeling, waarvan bij de statuten afgeweken kan worden. Met andere woorden: maken de statuten geen melding over het al dan niet gebruiken van een blokkeringsregeling, dan is de aandeelhouder alsnog verplicht zijn aandelen eerst aan de medeaandeelhouders aan te bieden.

Het zelf inkopen van aandelen door de vennootschap is meestal niet toegestaan of slechts toegestaan onder zeer stringente voorwaarden. Omdat dit zou betekenen dat het bestuur zelf in de AVA mag stemmen en invloed op eigen benoeming en ontslag kan uitoefenen, mag in zo'n geval meestal met zelf ingekochte aandelen niet worden gestemd.

Waarde van een aandeel[bewerken]

De waarde van een aandeel is in principe afhankelijk van de onderliggende onderneming. Uitgangspunt is in principe de nominale waarde van het aandeel, het bedrag waarvoor bij uitgifte voor het aandeel betaald moest worden, en dat in de statuten vermeld staat. De gezamenlijke nominale waarde van alle aandelen vormt het aandelenkapitaal, dat aanvankelijk ook de intrinsieke waarde en het eigen vermogen van de onderneming is. Wanneer de onderneming winst maakt neemt hiermee het eigen vermogen toe, en dus de waarde van de aandelen. Bovenop de nominale waarde ontstaat nu een agio. Behalve winsten die in de onderneming blijven, kan ook goodwill de waarde beïnvloeden. Negatieve invloed op de waarde hebben verliezen en dividenduitkeringen.

Wanneer het aandeel genoteerd is, zal regelmatig gehandeld worden in het aandeel, en zal de wet van vraag en aanbod gelden. De prijs van het aandeel, nu aangeduid als koers, is hierdoor vaak volatieler dan niet genoteerde aandelen. Gepubliceerde jaarcijfers, toekomstverwachtingen en berichtgeving over de onderneming (zowel positief als negatief) kunnen de koers (sterk) beïnvloeden. Het is zelfs mogelijk dat de waarde van het aandeel door een algeheel negatief sentiment worden beïnvloed, ook als de onderneming goed presteert.

Een hoge koers is in een beursonderneming in het belang van de directie, omdat ze hierop worden afgerekend. De beurs geeft hen als het ware publiekelijk een rapportcijfer voor hun functioneren. Bovendien krijgen zij meestal aandelenopties als een deel van hun beloning, die uiteraard pas waardevol zijn bij een hoge koers. Ook managers ontvangen vaak opties of aan de koers gerelateerde bonussen. Anderzijds is een lage koers gevaarlijk, omdat het een onderneming kwetsbaar maakt voor een overname. Meestal zal de overnemende partij bovendien het management zuiveren.

De uitgifte van aandelen[bewerken]

Wanneer er ideeën bestaan voor bedrijfsvoering, maar er is geen geld om het idee tot uitvoer te brengen, kan de eigenaar proberen naar een bank te stappen om daar geld te lenen. Voor zo'n lening wil een bank echter garanties, of een hogere dan de gangbare marktrente als vergoeding voor het risico. Alternatief kan het bedrijf aandelen uitgeven en zo proberen mensen die enthousiasme voor het idee delen, mee te laten betalen aan de uitvoering. Deze mensen zijn vaak bereid om enige tijd te wachten voordat ze een rendement op hun geld zien. Soms wordt er naar dit soort startgeld verwezen als durfkapitaal. Dit laatste is vooral het geval bij bedrijven die nog geen trackrecord hebben; dat wil zeggen dat ze nog geen aantoonbare rendementen hebben gerealiseerd, zodat het risico veel hoger ligt dan bij een gevestigd en bekend bedrijf. In een nog vroeger stadium, wanneer het gaat om de financiering van een idee, waarmee een bedrijf als zodanig nog in een opstartfase is, spreek men over 'seed-kapitaal'. De risicograad hiervan is beduidend hoger dan in het voorgaande geval.

Meestal kleven aan de uitgifte van (nieuwe) aandelen wel een aantal formaliteiten. De meeste jurisdicties verlangen tussenkomst van de notaris, met name als het aandelenkapitaal verhoogd moet worden. Bij notering of publieke uitgifte wordt vaak een emissieprospectus geschreven, dat in veel gevallen eveneens aan effectenrechtelijke wetgeving en de regels van de effectenbeurs moet voldoen. Veel landen verlangen bovendien een kapitaalbelasting van enkele basispunten van het bijeengebrachte kapitaal. Bij miljoenenemissies kan dit fors oplopen.

Rechten verbonden aan aandelen[bewerken]

Aandelen geven recht op een dividend. Dit is een deel van de winst van de onderneming, hoewel ondernemingen ook dividend kunnen uitkeren uit de reserves als het bedrijf geen winst maakt. De dividenduitkering is geen verplichting en de hoogte wordt vastgesteld door de aandeelhouders, het bestuur, of beiden. Ondernemingen streven er doorgaans naar om het dividend stabiel of licht stijgend te houden. Uit onderzoek blijkt dat een groot deel van het rendement op aandelenbeleggingen door dividenduitkeringen behaald wordt.

Naast dividend heeft de aandeelhouder stemrecht op de Algemene vergadering van Aandeelhouders. Belangrijke keuzes van het bestuur van de onderneming, zoals fusies en overnames, moeten worden goedgekeurd door de aandeelhouders. Ook kunnen aandeelhouders bestuursleden wegstemmen of nieuwe onderwerpen op de agenda laten zetten.[6] Een bijzondere vorm van aandelen zijn certificaten van aandelen. Een certificaat staat voor een aandeel, maar de certificaathouder heeft geen stemrecht op de aandeelhoudersvergadering. Het stemrecht is dan in handen van een administratiekantoor. Deze constructie met certificaten is in het leven geroepen als bescherming tegen ongewenste overnames, en raakt steeds meer uit de gratie.

Het aandeel kan ook een inschrijvingsrecht genereren. Dit is een voorrang bij het uitgeven van nieuwe aandelen, wanneer deze worden uitgegeven. Dit recht kan opgeheven worden door de vergadering van de aandeelhouders. Wenst de aandeelhouder niet aan de kapitaalverhoging deel te nemen, kan zijn inschrijvingsrecht verkocht worden, zo dit in het prospectus is voorzien.

Misverstanden over aandelen[bewerken]

Een veelvoorkomend misverstand binnen niet juridische kringen dat derhalve zelfs in economische handboeken terugkomt, is de theorie dat aandeelhouders eigenaar van een onderneming zijn. Economisch zijn ze dat daar ze zeggenschap hebben en aan hen de risico's en winsten toekomen. Juridisch wordt een rechtspersoon echter gelijkgesteld met een natuurlijk persoon. Aangezien een persoon geen eigendom kan zijn van een andere persoon, kan een aandeelhouder juridisch dus geen eigenaar van aan rechtspersoon zijn, bovendien is de zeggenschap van een aandeelhouder niet volledig. Een bestuurder van een rechtspersoon dient dan ook het eigen belang voorop te stellen en daarna pas aan dat van de aandeelhouders te denken.

Een eveneens regelmatig gemaakte fout is de theorie dat een meerderheidsaandeelhouder volledige controle over de onderneming heeft. Indien men de meerderheid van de aandelen bezit heeft men wel veel invloed op het beleid, maar niet de volledige controle. Het bestuur van de onderneming dient namelijk de belangen van alle aandeelhouders na te streven. Indien een bestuur onder druk van een meerderheidsaandeelhouder deze bevoordeelt ten koste van andere aandeelhouders is er sprake van wanbeleid en strafbaar handelen. Wel kan in Nederland een meerderheidsaandeelhouder, bij een aandelenbelang van 95%, minderheidsaandeelhouders gedwongen uitkopen.

Verder mag een aandeelhouder de bestuurders geen instructies geven. Zij hebben bij de wet en vaak bij statuten bepaalde rechten, waaronder benoeming en ontslag van bestuurders. Diezelfde wet (en vaak ook de statuten) kennen de bestuurders echter op bepaalde terreinen beleidsvrijheid toe waarbij zij autonoom mogen handelen. Wanneer de aandeelhouders het niet eens zijn met dit beleid kunnen ze weliswaar het bestuur ontslaan, maar voorhand genomen besluiten blijven geldig en instructies mag het bestuur naast zich neer leggen. Wanneer dit de vennootschap benadeelt of strijdig is met het recht, moeten ze dat zelfs.

De AvA heeft echter wel het recht de bestuurders (en eventueel commissarissen) te allen tijde te ontslaan; indirect heeft de AvA daarmee toch de hoogste zeggenschap.

Categorieën van aandelen[bewerken]

  • Niet volgestorte aandelen: zijn aandelen waarop de volledige nominale waarde niet is gestort in de kas van het bedrijf. Deze aandelen zijn altijd Aandelen op naam. De verplichting tot volstorting blijft bestaan en dient in het aandeelhoudersregister te worden weergegeven. Tijdens de crisis van de jaren 1930 heeft dit ertoe geleid dat de overdracht van deze aandelen soms met toebetaling werd gedaan.
  • Aandelen aan toonder: zijn aandelen waarvan de bezitter van dat bewijsstuk ook de eigenaar is en derhalve de statutaire rechten ervan kan uitoefenen. Zij kunnen aan derden doorgegeven worden, met of zonder speciale administratieve procedures. Het bewijs van aandeelhouderschap is belichaamd in de drager, het papier. Dit maakt ze gevoelig voor diefstal en verlies. Tegenwoordig is het leeuwendeel van de aandelen aan toonder opgenomen in een zogenaamd geautomatiseerd systeem voor effectenverkeer. In Nederland is het bekende systeem het zogenaamde NECIGEF-systeem. De Wet giraal effectenverkeer reguleert deze materie. Het moge duidelijk zijn dat handel op de effectenbeurzen niet mogelijk zou zijn indien het aandeel telkens lichamelijk aanwezig zou moeten zijn om geleverd te kunnen worden. Een geautomatiseerd systeem is dan ook een voorwaarde voor moderne effectenhandel.
  • Aandelen op naam: in tegenstelling tot aandelen aan toonder is het aandeelhouderschap op naam niet afhankelijk van de lichamelijke drager. Gaat deze teniet, dan blijft de vennootschappelijke rechtsverhouding met de vennootschap intact. Aandelen op naam worden overgedragen via een schriftelijke overdracht (in geval van een naamloze vennootschap zonder blokkeringsregeling dient de vennootschap de nieuwe aandeelhouder zonder voorwaarden te accepteren). De overdracht dient in het aandeelhoudersregister van het bedrijf genoteerd te worden; zolang de overdracht niet aan de vennootschap is betekend, kunnen de aan het aandeel verbonden rechten niet worden uitgeoefend.
    In Nederland moet de overdracht van aandelen op naam altijd door een notaris worden vastgelegd in een notariële akte.
  • Aandelen met of zonder stemrecht: met stemrecht verlenen zij de aandeelhouder recht om deel te nemen aan de algemene vergadering aan de stemming en aan het bestuur. Zonder stemrecht geven zij alleen recht op een dividend, dat niet mag verschillen van het dividend van de stemgerechtigde aandelen. Het Nederlandse recht kent geen aandelen zonder stemrecht en ook meervoudig stemrecht is slechts beperkt toegestaan. Beoogt men het financiële recht van het zeggenschapsrecht af te scheiden, dan zal men zijn toevlucht moeten nemen tot zogenaamde certificering van aandelen. Hierbij wordt een stichting, meestal genoemd Stichting Administratiekantoor (Ak) tot enige aandeelhouder gemaakt, waarna het Ak certificaten uitgeeft. Op deze manier kan toch economisch een aandeel zonder stemrecht bereikt worden.
  • Preferente aandelen: geven vóór alle overige aandelen recht op een vast dividend. Het dividend is een vast percentage van de nominale waarde. Bij ontbinding van het bedrijf worden ze ook vóór de andere terugbetaald. Dit geldt voor de financieringsprefs. Een ander type, de beschermingsprefs, geeft geen vast recht op dividend, maar is bedoeld als wapen in de strijd tegen ongewenste overnames.
  • Cumulatief preferente aandelen: zijn gelijk aan preferente aandelen, geven recht op een vast jaarlijks dividend, maar mocht het bedrijf een aantal jaren slecht draaien en wordt er geen dividend uitgekeerd, dan blijft het recht op het vaste deel daarop bij deze aandelen bestaan. Draait het bedrijf weer goed dan dient met terugwerkende kracht het dividend bij voorrang uitbetaald te worden.
  • Winstdelende (cumulatief) preferente aandelen: zijn gelijk aan de (cumulatief) preferente aandelen, maar geven naast het vaste dividend ook recht op een winstafhankelijk dividend. Cumulatief geldt alleen voor het vaste deel van de winst.
  • Prioriteitsaandelen (soms ook genaamd 'GOUDEN' aandeel): de houders van prioriteitsaandelen hebben speciale rechten, welke in de statuten moeten zijn vastgelegd; meestal is dit het recht om een bindende voordracht te doen aan de aandeelhoudersvergadering voor de benoeming van de leden van de Raad van Bestuur en van de Raad van Commissarissen; maar ook bij statutenwijzigingen. Ook deze prioriteitsaandelen kunnen ondergebracht zijn in een stichting prioriteit.
  • Aandelen met STRIP-VVPR: (typisch Belgische constructie). VVPR staat voor verlaagde voorheffing/précompte reduit. Het betreft typisch Belgische aandelen die na 1 januari 1994 werden gecreëerd om het kapitaal te helpen in het land te blijven. De aandelen leveren een dividend dat slechts onderhevig is aan 21% roerende voorheffing in plaats van 25%. Vanwege de geringe verhandelbaarheid van deze nieuw uitgegeven aandelen, die noteerden naast hun reeds bestaande, oudere aandelen, werd naar een methode gezocht om deze aandelen gelijk te schakelen met de niet op deze wijze bevoordeelde aandelen. Uiteindelijk werd beslist het fiscaal voordeel te onthechten van het aandeel en apart verhandelbaar te maken. Wanneer de aandeelhouder een coupon voorlegt ter inning van een dividend en in het bezit is van de strips, kan hij dus genieten van de verminderde voorheffing. In het andere geval zal hij op zijn dividend 25% roerende voorheffing moeten betalen.
  • Aandelen die het kapitaal van de vennootschap niet vertegenwoordigen: Ook genoemd winstaandelen. Zij vertegenwoordigen niet het kapitaal van de onderneming en evenmin een materiële inbreng. Het betreft een niet-financiële inbreng, zoals de knowhow van een van de stichters, die deze kennis gewaardeerd wil zien door de overige aandeelhouders. Ze geven recht op een deel van de winst, maar beperken tegelijkertijd in mindere of meerdere mate het stemrecht. Dat stemrecht heeft de betrokken aandeelhouder via zijn (eventuele) gewone aandelen.
  • Genoteerde aandelen: Alle aandelen op naam en aan toonder worden toegelaten tot notering, met als enige voorwaarde dat het kapitaal volgestort is. De marktautoriteiten stellen wel de nodige eisen, zoals een minimumomvang van het kapitaal, publicatieplicht van financiële en koersgevoelige informatie onder strikte voorwaarden en op geregelde tijdstippen, regels inzake goed beheer en dergelijke meer.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Petram, Lodewijk O.; (2011) Treasury management: De Nederlandse wortels van de moderne aandelenhandel] In: MCA, nummer 6
  2. oudsteaandeel.nl
  3. worldsoldestshare.com
  4. Stocks for the Long Run, by Jeremy J. Siegel, McGraw-Hill Companies; 4nd edition (November 27, 2007, ISBN 978-0-07-149470-0)
  5. The Order Machine
  6. Alleen bij een groot belang van bijvoorbeeld 1 procent van de aandelen (in Nederland)