Short gaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Short gaan of short selling is het verkopen van effecten die men niet in bezit heeft, om zo te kunnen profiteren van een daling van de beurskoers. Het kan gaan om effecten zoals aandelen en obligaties. Short gaan in afgeleide effecten zoals opties en futures wijkt hiervan af. Soms wordt het in bepaalde gevallen verboden omdat het destabiliserend kan werken, naar aanleiding van de crisis in 2009 waar de wereldeconomie nog steeds niet volledig van hersteld is.

Gedekt short gaan[bewerken]

De gebruikelijke en meest gangbare manier om short te gaan is om eerst de aandelen (of obligaties) te huren van een custodian bank. Deze bewaart de aandelen van langetermijnbeleggers zoals pensioenfondsen, die hun effecten uitlenen tegen een vergoeding, de leen-fee. De inlener van de aandelen kan bijvoorbeeld een hedgefonds of market maker zijn. Zij verkopen de geleende aandelen en kunnen profiteren van een mogelijke koersdaling. Vaak is hier veel geld aan te verdienen, met een groot risico vandien.

Het aangaan van een dergelijke short-positie kan verschillende redenen hebben:

  • Speculatie
Men kan speculeren op het dalen van de beurskoers. Dit kan los op een aandeel gebeuren, of in gecombineerde transacties als zogenoemde pair trade. Hierbij speculeert men op een relatieve daling van een aandeel ten opzichte van een ander aandeel (zoals short Unilever en "long" Nestlé).
  • Risicoafdekking
Optiehandelaren houden op hun optieposities soms short-aandelenposities aan om het risico van een koersdaling op te vangen indien ze per saldo putopties verkocht hebben (deltaneutraal).
  • Arbitrage
Sommige aandelen hebben een beursnotering op verschillende effectenbeurzen. Meestal is de prijs van het aandeel hetzelfde, maar soms kunnen er kleine verschillen optreden. Zo kunnen handelaren bijvoorbeeld prijsverschillen tussen de Nederlandse en Engelse aandelen van Unilever wegarbitreren. Hierbij moet men short kunnen gaan in het aandeel met de relatief te hoge prijs.

Zonder mogelijkheden om short te gaan in effecten is het nagenoeg onmogelijk om een efficiënte prijsvorming te bewerkstelligen van afgeleide effecten zoals opties, trackers, futures en turbo's. Ophef naar aanleiding van de kredietcrisis heeft alleen betrekking op ongedekt short gaan. Short gaan wordt ook gebruikt als omschrijving voor het speculeren op een koersdaling met opties of turbo's.

Naked short gaan[bewerken]

Het verkopen van aandelen zónder deze te kunnen leveren heet "ongedekt" of "naked" short gaan. Dit werd in 1609 voor het eerst gedaan met aandelen van de Vereenigde Oostindische Compagnie door de koopman Isaac le Maire[1]. Omtrent het short gaan zonder de aandelen te kunnen leveren ontstaat veel discussie en regelgeving om misbruik tegen te gaan. Voor particuliere beleggers is naked short gaan bij veel Nederlandse brokers of banken niet mogelijk. Buitenlandse brokers als Interactive Brokers bieden deze mogelijkheid wel. Voor intraday naked short gaan zijn er iets meer mogelijkheden, ook bij Nederlandse banken. De short-positie moet dan na het einde van de beursdag zijn afgebouwd.

Kritiek[bewerken]

Door sommige bedrijven en overheden wordt het aangaan van short posities gezien als iets negatiefs. Bedrijven waarvan de beurskoers onder druk staat wijzen vaak naar shortsellers als de schuldige. Ook beleggers zien de shortsellers als zondebok, meestal onterecht. In sommige landen is het aan strenge regelgeving gebonden. In het Verenigd Koninkrijk dient men short posities bekend te maken indien er een claimemissie van het desbetreffende aandeel gaande is[2]. In Nederland zorgt de Autoriteit Financiele Markten voor bekendmaking van alle grote (meer dan 0.5%) netto short posities in aandelen, ongeacht of er een emissie gaande is. Volgens de financiële theorie draagt de mogelijkheid tot het short gaan in effecten bij aan een efficiënte prijsvorming en liquiditeit op de markt.

Beperkingen door kredietcrisis[bewerken]

Ten tijde van de kredietcrisis is er een aantal maanden lang een verbod geweest op ongedekt short gaan in de volgende financiële fondsen:

Een short-positie hierin moet bij het bereiken, overschrijden of onderschrijden van de drempelwaarden 0,25 %, 0,35 %, 0,45 %, 0,55 %, enz. van de hele onderneming worden gemeld aan de AFM. Dit was een tijdelijke maatregel tot 1 januari 2010.

De reden is dat vanwege de aanhoudend bijzondere omstandigheden op de financiële markten waakzaamheid geboden blijft. De meldingsplicht biedt de AFM mogelijkheden om eventuele verbanden te zien tussen short-posities en manipulatieve strategieën en stelt de AFM ook in staat de gevolgen van het opheffen van het verbod op short selling waar te nemen.

Geschiedenis[bewerken]

Op 19 september 2008 besloten de Amerikaanse en Britse financiële toezichthouders de mogelijkheden van short selling tijdelijk te beperken, als een van de maatregelen om de kredietcrisis in te dammen. Zij werden hierin gevolgd door Duitsland en Frankrijk[3][4]. Nederland besloot aanvankelijk deze maatregel niet te volgen. Wel besloot de AFM samen met de Belgische financiële autoriteit onderzoek te doen naar mogelijke koersmanipulatie bij de Belgisch-Nederlandse bank Fortis[5]. Op 21 september werd alsnog bekend dat Wouter Bos voor de duur van drie maanden het ongedekt short gaan in aandelen in financiële ondernemingen verbiedt[6]. Vanaf 6 oktober werd het ook verboden om gedekt short-posities op te bouwen in de betreffende bedrijven, behalve voor market makers (Tijdelijke Regeling inzake Short Selling, uiteindelijk tot 1 juni 2009).[7] Het betreft de bovengenoemde aandelen.

Bovendien verzocht Bos partijen om short-posities van meer dan 0,25% van het kapitaal van één van deze ondernemingen aan de Autoriteit Financiële Markten te melden, en om deze aandelen niet meer uit te lenen.

De gedachte is dat door het short gaan van aandelen in financiële instellingen het vertrouwen in deze banken daalt door de wegzakkende beurskoers. Indien klanten door deze vrees hun tegoeden van de bank halen, kan deze ook serieus in de problemen raken. Dat er tijdens de kredietcrisis onregelmatige short sell-transacties hebben plaatsgevonden zonder dat er problemen zijn bij een bank is aannemelijk maar niet aangetoond.

Short gaan in derivaten[bewerken]

Transacties in financiële derivaten zoals opties en futures hebben dezelfde naam en vertonen andere overlap zoals een gelijke "negatieve" hoeveelheid in de positie. De praktijk van een short positie in derivaten is echter volledig anders. Derivaten zijn contracten tussen twee partijen, een koper en verkoper. Elke transactie mondt uit in een "long" en een "short" positie. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. De regelgeving voortvloeiend uit de kredietcrisis heeft dan ook niets te maken met short posities in derivaten zelf.

Gerelateerde termen[bewerken]

  • Short squeeze. De paniek die ontstaat als houders van short posities door oplopende verliezen, overnameperikelen of regelgeving gedwongen worden effecten in een stijgende markt terug te kopen en hiermee de stijging extra aanjagend.
  • Long gaan. Tegenhanger van short gaan, namelijk het gewone kopen van effecten.
Bronnen, noten en/of referenties