Turbo (belegging)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een turbo (ook bekend als speeder of sprinter) is een beleggingsproduct dat beleggers de mogelijkheid geeft met een hefboom te beleggen in verschillende onderliggende waarden zoals aandelen, beursindices, valuta, obligaties, grondstoffen (commodities) en beleggingsfondsen. Turbo´s zijn ontwikkeld door de ABN AMRO bank die in Nederland de naam als handelsmerk heeft vastgelegd. Na de overname van ABN AMRO werd het turboproduct overgedragen aan de Royal Bank of Scotland. Sinds oktober 2010 biedt de nieuwe ABN AMRO (het door Fortis overgenomen deel van de oude ABN AMRO) opnieuw turbo's aan onder eigen naam, zodat er twee officiële aanbieders zijn die deze naam mogen gebruiken.[1] Daarom bieden andere banken in Nederland een soortgelijk product aan onder een andere naam: Sprinters worden uitgegeven door de ING en Speeders en Limited Speeders door de Amerikaanse bank Citi en de Duitse Commerzbank.

Werking van een turbo[bewerken]

Een turbo is gebaseerd op een onderliggende waarde. Dit kan een aandeel zijn maar ook grondstoffen, valuta, obligaties of indices. Men kan met een turbo speculeren op stijgingen en dalingen. Een turbo long stijgt als de onderliggende waarde stijgt; een turbo short stijgt in waarde als de onderliggende waarde daalt (en omgekeerd).

Bij aankoop van een turbo long koopt de bank doorgaans de onderliggende waarde aan. Een deel van de kosten voor de onderliggende waarde wordt gefinancierd door de bank; het overblijvende deel betaalt de belegger in de vorm van de waarde van de turbo long. Over het deel dat de bank financiert, betaalt de belegger rente. Dit maakt uitgeven van turbo's interessant voor de bank. Stijgt de onderliggende waarde dan zal de waarde van de turbo long sneller stijgen dan het aandeel; daalt de onderliggende waarde dan zal de waarde van de turbo long sneller dalen. Het kan dus ook zijn dat de investering van de bank in gevaar komt. Daarom heeft de bank in de turbo/speeder/sprinter een veiligheidsmaatregel ingebouwd. Dit heet de stoploss.

Een stoploss (voluit stoploss order) is een order om een belegging te verkopen (of kopen ingeval van een turbo short) op het moment dat de koers van de onderliggende waarde is gedaald (resp. gestegen) onder (resp. boven) een bepaalde prijs. Op het moment dat de belegging wordt verkocht gebeurt dat bestens ('wat de markt ervoor geeft'). Deze maatregel is ook in het voordeel van de belegger: immers de belegger kan door de stop loss nooit meer verliezen dan zijn investering. Als de koersbeweging van de onderliggende waarde dermate abrupt is, bijvoorbeeld bij een flink lagere opening door een winstwaarschuwing, worden de verliezen beneden het financieringsniveau door de bank genomen. De belegger krijgt dus nimmer te maken met een restschuld. Is de verkoop van een turbo long gerealiseerd tegen een prijs boven het financieringsniveau dan keert de bank na enkele dagen het restant aan de belegger uit (= restwaarde).

Voorbeeld[bewerken]

Een bank brengt een turbo long op de markt op een onderliggende waarde XYZ die €30 kost. Stel hiervan financiert de bank 25 euro. De belegger betaalt dus 5 euro. De verhouding tussen de koers van de onderliggende waarde en de koers van de turbo staat bekend als de hefboom van de turbo, in dit voorbeeld dus 6. Op de door de bank gefinancierde 25 euro betaalt de belegger op jaarbasis rente (ca. 11%). Stel dat de koers van XYZ stijgt tot €35. Een aandeelbezitter maakt 16,7% winst. Een turbobezitter heeft echter 5 euro geïnvesteerd en als hij de turbo verkoopt, krijgt hij €35 - €25 = €10 op een investering van 5 euro. Dat is een winst van 100%. (Let wel: de rendementen zijn berekend afgezien van aan- en verkoopkosten en spread en zonder rekening te houden met rentekosten.)

Het kan ook mis gaan. Stel dat de stoploss van de turbo bepaald is op €27,50. Daalt de koers van XYZ tot dat niveau dan zal de bank automatisch de turbo uit de markt nemen en de onderliggende waarde verkopen. De schade voor de bank blijft beperkt. De belegger krijgt €27,50 - €25 = €2,50 terug indien de bank de aandelen kan verkopen op €27,50. Op een deelname van €5 is dat een verlies van 50%. Een aandeelbezitter zou een verlies hebben gemaakt van 8,3%, maar maakt meer verlies als de koers verder daalt dan €27,50. De hefboom van 6 speelt een belangrijke rol. De winst óf het verlies is immers zes keer groter dan bij aanschaf van de onderliggende waarde. Als het aandeel door bijvoorbeeld een winstwaarschuwing op 20 euro opent dan verliest de belegger zijn inleg (5 euro), en de bank 5 euro.

Een ander voorbeeld:

Een bank brengt een turbo long op de markt op een onderliggende waarde XYZ die €100 kost. Stel hiervan financiert de bank 80 euro. De belegger betaalt dus 20 euro. Op de door de bank gefinancierde 80 euro betaalt de belegger op jaarbasis rente (ca. 2%). Stel dat de koers van XYZ in 1 jaar stijgt tot €110. Een aandeelbezitter maakt 10% winst. Een turbobezitter heeft echter 20 euro geïnvesteerd en als hij de turbo verkoopt krijgt hij €110 - €80 = €30 -> €30 - €1,60 (rente) = €28,40 op een investering van 20 euro = 42%.

De bank heeft een gegarandeerd rendement (in het voorbeeld is dat 2%). De belegger loopt een groter risico; hij vergroot zijn rendement alleen als het koersrendement groter is dan de rentekosten (in het voorbeeld dus meer dan 2% in een jaar).

Soorten turbo's[bewerken]

Een turbo is op de effectenbeurs genoteerd, maar ze worden uitgegeven door financiële instellingen. Afhankelijk van de uitgevende bank en het land worden turbo's ook aangeduid als speeders, mini-future calls of sprinters. Er bestaan daarnaast enige variaties in soorten turbo's.

Limited Speeders[bewerken]

Bij Limited Speeders is de stop loss gelijk aan het financieringsniveau en in tegenstelling tot een turbo/speeder/sprinter kent een limited speeder een van tevoren vastgestelde looptijd. De prijsbepaling van een Limited Speeder verschilt met gewone Speeders of Turbo's. Bij Limited Speeders blijft de uitoefenprijs gedurende de looptijd op hetzelfde niveau. Dit is mogelijk omdat waarde van een Limited Speeder gebaseerd is op de forwardprijs (prijs op vervaldatum) van de onderliggende waarde. Het berekeningsprincipe is vergelijkbaar met die van een future contract, waarbij variabelen zoals het dividend, de rentestand, het verschil tussen de future en de prijs van de onderliggende waarde een rol spelen. Bij Limited Speeders moet ook rekening gehouden worden met de Gap Risk Waarde; dit is een waarde voor het risico dat de koers van de onderliggende waarde scherpt door het stop loss-niveau breekt, vooral buiten de Amsterdamse beurstijden. Omdat bij de Limited Speeders het stop loss-niveau gelijk staat aan de uitoefenprijs, berekent de uitgever een gap risicopremie die een deel van het gemiddelde risico dekt. De prijs van een Limited Speeder is iets hoger dan van een turbo/speeder/sprinter maar er worden geen financieringskosten berekend door de uitgever. Doordat de stop loss en het financieringsniveau op hetzelfde niveau liggen kan met eenzelfde investering meer rendement uit een Limited Speeder dan een gewone turbo/speeder/sprinter worden gehaald. De restwaarde van een Limited Speeder is per definitie nul.

Quanto speeders[bewerken]

Bij Quanto speeders worden aanwezige valutarisico's gedragen door de bank. Zo kan men bijvoorbeeld speculeren op een stijging van de Dow Jones Index zonder het risico te lopen van een dalende dollar/euro wisselkoers.

Verschil met opties[bewerken]

In turbo's handelen is feitelijk beleggen met geleend geld met een beschermingsconstructie. Door de hefboomwerking vertonen turbo's enige gelijkenissen met opties. Er zijn enkele duidelijke verschillen:

  • Tijdswaarde. Een optie heeft een beperkte looptijd en verliest waarde gedurende de tijd. (NB een Limited Speeder heeft net als de optie een beperkte looptijd)
  • Stoploss. Een optie komt niet te vervallen als er een korte, ongewenste koersbeweging plaatsvindt.
  • Volatiliteit. Bij opties is de verwachte volatiliteit (tevens) een belangrijke factor, een verandering hierin zal de koers doen dalen/stijgen. Bij turbo's is dit niet het geval.
  • Uitgevende instelling. Een turbo is geïntroduceerd door een bank die vaak de markt maakt, en opbrengsten heeft uit spread en rente. Bij opties met voldoende liquiditeit doet men rechtstreeks zaken met een andere belegger. Bij opties met weinig liquiditeit handelt men tegen een marketmaker, die aan de spread verdient.
  • Spread. De handel in turbo's kenmerkte zich enkele jaren geleden door een grote spread. Tegenwoordig is de spread marginaal hoger dan die van aandelen, zodat het verschil tussen bied- en laatprijs bij opties tegenwoordig in de regel groter is.
  • Transactiekosten. Deze zijn voor opties aanzienlijk hoger dan voor turbo's, waarvoor het aandelentarief gehanteerd wordt.
  • Short posities. Hoewel een turbo kan inspelen op een neerwaartse beweging kan men niet short gaan, in de zin dan men een turbo verkoopt die men niet in bezit heeft, en daarvoor geld ontvangt. Met opties kan wel short gehandeld worden.

Kritiek[bewerken]

Elke turbo/sprinter heeft een indirecte tijdsbeperking. Het financieringsniveau is flexibel, hierdoor wordt de stoploss koers steeds verder omhoog geschoven bij een long positie (vergoeding voor de rente, Daggeldrente + 2%) en verder naar beneden verschoven bij een short positie (renteverrekening Daggeldrente - 2%). Naast de rente speelt ook het dividend een rol bij dit financieringsniveau. Bij een long positie gaat de stoploss verder omhoog en bij een short naar beneden.

Kortom, op een gegeven moment is de onderliggende koers overeenkomend met de stoplosskoers en wordt de sprinter opgeheven.

In principe is er de mogelijkheid dat bij een shortpositie er een verhoging van de stoplosskoers bij een short positie zou kunnen plaatsvinden. 'De betaalde of ontvangen rente wordt dagelijks met u verrekend door het financieringsniveau te verhogen.', maar aangezien er een verrekening is ingebouwd, zal de turbo/sprinter short stoploss koers worden verlaagd. De 'rente vergoeding' komt overeen met Daggeldrente + 2% ingeval het een turbo long betreft, en Daggeldrente - 2% ingeval het een turbo short betreft. Kortom de effectieve rente vergoeding voor de shortpositie is al jaren negatief. Aangezien dit een hefboomproduct betreft is de financiering door de bank (uw lening bij een long positie) enorm. Deze rente speelt daarom een grote rol bij de stoploss koers. Het is daarom raadzaam deze producten zeer kort in portefeuille te nemen. Vergeleken met opties is de hefboomwerking in de meeste gevallen lager. Bovendien is het al een aantal keren voorgekomen dat op een enkele dag de stoploss koers even werd aangetikt middels een zogenaamde 'spike'. Dit maakte dat de turbo's onverwachts werden uitgestopt. [2] [3]

Met financiële derivaten zoals turbo's, futures en opties speculeren op commodities zoals aardolie en rijst is in de media regelmatig onderwerp van kritiek. Het zou volgens politici de prijzen doen stijgen. Economen wijzen er op dat de koersvorming van grondstoffen bepaald wordt door fundamentele marktfactoren zoals de eindvraag van de echte eindgebruikers en de omvang van het aanbod[4]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. [1]
  2. [2] ING geeft uitleg
  3. [3] Grafiek Daggeld rente
  4. (en) Don't blame the oil 'speculators', money.cnn.com, 27 juni 2008