Eigen vermogen
Het eigen vermogen van een onderneming wordt berekend door de schulden van de activa af te trekken:
- eigen vermogen = activa - schulden.
Het eigen vermogen wordt in geval van een vennootschap (besloten vennootschap (bv), naamloze vennootschap (nv), coöperatieve vennootschap (cv in België) en commanditaire vennootschap (cv in Nederland, comm.v(a) in België) opgebouwd door de inleg van aandeelhouders (het bedrag dat bij uitgifte voor een aandeel betaald wordt) en door het inhouden van bedrijfswinsten plus de reserves. Het eigen vermogen wordt aan de rechterkant van de balans onder de passiva genoteerd en is als het ware de schuld van het bedrijf aan zijn eigenaren.
Eigen vermogen neemt af wanneer een onderneming verlies lijdt, door het uitbetalen van dividenden, en door een kapitaalterugstorting/privéonttrekking. Het neemt toe wanneer de onderneming winst maakt en door een kapitaalstorting/privétoevoeging.
Het eigen vermogen geeft niet de marktwaarde van een onderneming weer. Een hoog eigen vermogen maakt een bedrijf wel meer waard, maar in de martktwaarde van een onderneming spelen ook heel andere factoren een rol, zoals de omzet- en winstverwachtingen.
Voor financiële instellingen wordt het eigen vermogen meer bepaald gedefinieerd als "middelen die volledig en onvoorwaardelijk ter beschikking staan van de instelling om haar risico's of verliezen in te dekken". Maar banken houden niet graag een zo groot mogelijk eigen vermogen aan. Immers, hoe groter het eigen vermogen hoe lager het ROE (return on equity, het rendement op het eigen vermogen). Daarom zijn er externe reguleringen inzake minimale eigenvermogenvereisten. Het eigen vermogen is een buffer voor het opvangen van oninbare kredieten. Zo kan een bankfaillissement vermeden worden.
Eigen vermogen plus achtergesteld vreemd vermogen (achtergestelde leningen) vormt samen het garantievermogen van een onderneming.