Achtergestelde lening

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een achtergestelde lening is een krediet waarbij de schuldeiser in het geval van faillissement van de schuldenaar wordt achtergesteld: de achtergestelde schuldeiser komt in een faillissement in de volgorde van schuldeisers dus achter de concurrente (dat wil zeggen gewone) schuldeisers, en heeft slechts voorrang ten opzichte van de aandeelhouders, vennoten of inbrengers. Achterstelling kan men bereiken door dit contractueel met elkaar af te spreken.

Door deze voorwaarden loopt de schuldeiser een hoger risico dat hij een deel van zijn verstrekte krediet niet terugbetaald krijgt. Om dit te compenseren wordt meestal een hoger rentepercentage vergoed. Soms is de rente zelfs winstafhankelijk. Over de ontvangen interest hoeft de verstrekker van de lening geen belasting te betalen aan de fiscus.

Achtergestelde leningen kunnen er vaak voor zorgen dat een onderneming extra aantrekkelijk wordt om in te investeren (lees: geld aan uit te lenen) voor banken en investeerders. Wanneer de onderneming failliet gaat zullen de achtergestelde schuldeisers de eerste klap opvangen. De lening werkt hierdoor als een soort "kussen". Daarbij is het een middel om vertrouwen te wekken bij bepaalde investeringstransacties. Een bank, investeringsmaatschappij of investment manager die de transactie heeft opgezet en er zelf via een achtergestelde lening instapt laat hiermee zien dat het hem ook "menens" is.

Achtergestelde leningen worden in de praktijk uitsluitend verstrekt door en aan ondernemingen. Door de aard van de lening kan deze soms bij het eigen vermogen gerekend worden. Verstrekkers van achtergestelde leningen zijn vaak het moederbedrijf van de onderneming of grote banken, die het risico beter kunnen inschatten. Ook overheden verstrekken vaak achtergestelde leningen als een vorm van subsidie.

In securitisatietransacties komt achterstelling zeer veel voor. Er worden dan door de uitgever verschillende aan elkaar achtergestelde obligaties uitgegeven. Deze obligaties zijn niet zozeer achtergesteld in geval van faillissement (securitisatievehikels zijn immers in de regel "bankruptcy remote" of "faillissementsproof"), maar de achterstelling geldt met name bij iedere rente- en aflossingsbetaling die wordt gedaan. Zo ontstaat een ranglijst, ook wel "waterfall" genoemd. Een voorbeeld van een "waterfall" zou kunnen zijn:

  • Betaling vindt eerst plaats aan alle dienstverleners (trustkantoren, accountants, advocatenhonoraria)
  • Daarna aan de transactiepartijen voor hun transactie-gerelateerde diensten
  • Daarna aan de A-obligatieshouders
  • Daarna aan de B-obligatiehouders
  • En alles wat overblijft, hoe veel of weinig dat ook is, aan de (meest achtergestelde) C-obligatiehouders.

Zie ook[bewerken]