Subsidie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Subsidie (van Latijn subsidium: ondersteuning, hulp, bijstand) is een tijdelijke bijdrage van de overheid of een non-commerciële organisatie ten behoeve van het starten, dan wel een permanente bijdrage voor het uitvoeren van een activiteit waarvan het economische belang niet direct voor de hand ligt. Als het economisch belang van een te starten activiteit wel voor de hand ligt, spreekt men meestal van investeringspremie.

De term subsidie is een verzamelnaam voor het instrumentarium dat de overheid heeft om beleidspunten te stimuleren. Vormen van subsidie zijn onder meer: achtergesteld krediet, garanties en investeringspremies.

Afhankelijkheid[bewerken]

Aan het verstrekken van subsidie kleeft het gevaar dat afhankelijkheid ontstaat. Veel alternatieve energieprojecten kunnen bijvoorbeeld zonder subsidie niet bestaan. Stoppen van de subsidie leidt dan tot een maatschappelijk conflict over nut en kosten. Voorstanders van subsidie voor duurzame energie stellen dat fossiele energie ook gesubsidieerd wordt. Op vliegtuigbrandstof wordt geen btw geheven en grootverbruikers van energie betalen minder energiebelasting.

Noodzaak[bewerken]

Verschillende activiteiten zijn zonder subsidie van de overheid niet mogelijk of worden onbetaalbaar voor gebruikers. Zo worden kunstuitingen zoals toneel, serieuze muziek en musea gesubsidieerd, maar bijvoorbeeld ook het onderwijs en het openbaar vervoer ontvangt subsidie. Ook belangrijke reïntegratieactiviteiten van werkzoekenden worden met behulp van Europese fondsen ondersteund.

Subsidiebronnen[bewerken]

Regionaal

Er zijn verschillende regionale stimuleringsregelingen voor bedrijven, organisaties, gemeenten en overheden. Een voorbeeld hiervan is het Brabants Ontwikkelings Plan. BOP

Provinciaal

De provincies geven veel subsidies weg. Zij krijgen van het kabinet echter ook veel subsidies.

Landelijk

Ook op landelijk gebied zijn er veel subsidies. Deze worden voornamelijk uitgegeven door Ministeries. Er bestaan in Nederland en Vlaanderen in het kader van sociale wetgeving speciale subsidies en toeslagen om het inkomen van individuen te verbeteren, zoals bijvoorbeeld een huurtoeslag (voorheen huursubsidie), of een persoonlijk assistentiebudget.

Europees

Europese subsidies worden op hoofdlijnen bepaald door Europees beleid. De individuele landen kunnen echter zelf een interpretatie geven van dit beleid. Europees geld wordt meestal door de landen zelf verspreid aan bedrijven en organisaties. Een klein deel wordt door Brussel bepaald. Een belangrijk onderdeel zijn de landbouwsubsidies.

Subsidies binnen de kunst en cultuur wereld[bewerken]

Er bestaan verschillende fondsen en subsidies voor kunstenaars (beeldend, musici, theatermakers, etc.). Om in aanmerking te komen voor subsidie zullen enkele zaken goed aangeduid moeten worden. Dit kan via een goed omschreven projectplan, omdat hier de benodigde informatie uit gehaald kan worden. Ook moet je als kunstenaar precies weten waar je welke subsidieaanvraag indient om een zo hoog mogelijk honoreringspercentage te verkrijgen.

Andere toepassingen[bewerken]

De rijksoverheid geeft in Nederland ook aan gemeenten subsidie, bijvoorbeeld voor geluidssanering. Verder gebruiken ministeries en provincies subsidies als sturingsinstrument in de markt, bijvoorbeeld om energie- of milieuvriendelijke alternatieven een snellere marktintroductie te geven of voor het stimuleren van technologische innovatie.

In Vlaanderen is sedert het schoolpact ook het vrij onderwijs gesubsidieerd.

Taalkundig[bewerken]

Het woord wordt ook wel onzijdig gebruikt: men spreekt of schrijft dan "het subsidie". Dit is overigens in overeenstemming met de herkomst: ook het Latijnse woord is onzijdig.

Juridische regeling in Nederland[bewerken]

De wettelijke regeling van de subsidie is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb.).

De subsidie houdt in dat men recht heeft op financiële middelen van een bestuursorgaan met het oog op financiering van bepaalde activiteiten (art. 4:21 lid 1 Awb.). De subsidie heeft altijd een wettelijke basis (art. 4:23 lid 1 Awb.). Per subsidietijdvak wordt er een ‘subsidieplafond’ (maximaal te ontvangen subsidie) vastgesteld (art. 4:22 Awb.). Het subsidieplafond wordt vóór het begin van elk subsidietijdvak vastgesteld (art. 4:27 lid 1 Awb.). Bij subsidies zijn er twee soorten beschikkingen mogelijk: Beschikking omtrent subsidieverlening (art. 4:29 en volgende Awb.). Deze kan worden ingetrokken (art. 4:48 Awb.). Beschikking omtrent subsidievaststelling (art. 4:42 en volgende Awb.): het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld en geeft aanspraak op betaling (art. 4:42 Awb.), binnen vier weken na de vaststelling van de subsidie (art. 4:52 lid 2 Awb.), waarbij betaling in gedeelten mogelijk is. Intrekking van zo'n beschikking is eveneens mogelijk (art. 4:49 Awb.). Door het subsidie verstrekkende bestuursorgaan kunnen verplichtingen worden opgelegd aan het ontvangende bestuursorgaan (art. 4:37 e.v. Awb.). Bij een subsidie aan een rechtspersoon (bijvoorbeeld een stichting) worden toezichthouders aangewezen door het bestuursorgaan (art. 4:59 Awb.). De aanvraag moet uiterlijk drie maanden vóór de aanvang van het boekjaar geschieden (art. 4:60 Awb.). Hierbij moet een activiteitenplan worden vastgesteld (art. 4:61 lid 1 sub a + 4:62 Awb.). Vervolgens wordt de subsidie verleend (art. 4:66 en volgende Awb.): de subsidie wordt slechts verleend aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid (art. 4:66 Awb.). Ze kan voor 1 boekjaar of meerdere boekjaren worden verleend (art. 4:67 lid 1 Awb.). Het boekjaar staat gelijk aan het kalenderjaar (art. 4:68 Awb.). De subsidieontvanger is verplicht de administratie bij te houden (art. 4:69 Awb.) en moet verschillen tussen werkelijke en begrote uitgaven meteen melden aan het subsidieverstrekkende bestuursorgaan (art. 4:70 Awb.). De subsidie wordt per boekjaar vastgesteld (art. 4:73 Awb.) en binnen zes maanden na afloop van het boekjaar moet een aanvraag worden gedaan tot subsidievaststelling (art. 4:74 Awb.). De aanvraag moet een financieel verslag (balans + exploitatierekening) en een activiteitenverslag bevatten. De subsidieontvanger moet het financiële verslag door een accountant laten onderzoeken.

Externe link[bewerken]