Gijs van Hall

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gijs van Hall
Hall, G. van - SFA008007096.jpg
Algemene informatie
Naam Gijsbert van Hall
Geboren 21 april 1904
Overleden 22 mei 1977
Partij PvdA
Titulatuur Mr.
Politieke functies
1956-1971 lid Eerste Kamer der Staten-Generaal
1957-1967 Burgemeester van Amsterdam
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Gijsbert (Gijs) van Hall (Amsterdam, 21 april 1904 – aldaar, 22 mei 1977) was een Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog, PvdA-politicus, burgemeester van Amsterdam en senator. Hij was getrouwd met de Amsterdamse uitgeversdochter Emma Nijhoff.

Gijs van Hall was afkomstig uit een Amsterdamse bankiersfamilie. Hij speelde in de oorlog met zijn broer Walraven een belangrijke rol bij de financiering van het verzet. Hierna werd hij burgemeester van Amsterdam en woordvoerder financiën van zijn fractie in de Eerste Kamer.

Burgemeester van Amsterdam[bewerken]

v.l.n.r. G. Ritmeester, burgemeester van Hall, Jean Oudinot en jhr. LO.V. der Stichelen Rogier, tijdens een ontvangst in Amsterdam van de Nationale Raad van het voormalig verzet in Nederland. 6 juni 1958.

In 1957 volgde Van Hall d'Ailly op als burgemeester van de gemeente Amsterdam. Hij wist in de roerige jaren zestig niet goed om te gaan met de gezagsproblemen die ontstonden door het optreden van Provo. Bekend uit die tijd is de leuze: "Van Hall Ten Val", die op veel plaatsen in de stad op de muren was gekalkt.

Na de rellen rond het huwelijk van prinses Beatrix en het bouwvakkersoproer in 1966 werd de hoofdcommissaris H.J. van der Molen ontslagen en per 1 juli 1967 werd ook Van Hall ontslagen.[1]

Van Hall gold als een regent-oude-stijl met hart voor de stad, die tamelijk afstandelijk optrad. Bijvoorbeeld Harry Mulisch had een uitgesproken mening over van Hall: Van Hall was als ‘de telg uit een oeroud regentengeslacht’ misschien geen slechte man, maar toch een koloniaal soort regent. Hij luisterde niet naar de demonstranten, in de plaats daarvan liet hij de demonstraties uit elkaar slaan.[2]

"Het is omdat ik toevallig Van Hall heet dat ze zeggen: regentenmentaliteit. Als ik Pieterse had geheten zouden ze daar eenvoudig niet over gedacht hebben", zo zei Van Hall zelf later.[3] Van Hall had het ongeluk de verpersoonlijking van de regent te worden. Toen hij vertrok, heette hij ‘de laatste der regenten’.[4]

Externe link[bewerken]

Voorganger:
Arnold Jan d'Ailly
Burgemeester van Amsterdam
1957-1967
Opvolger:
Ivo Samkalden
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Bij Koninklijk Besluit van 13 mei 1967 werd Van Hall per 1 juli eervol ontslag verleend.
  2. Harry Mulisch, Bericht aan de rattenkoning
  3. Igor Cornelissen, ‘Mr. G. van Hall: “Ik heb nooit de illusie gehad dat ik Amsterdam regeerde’, Vrij Nederland 1 december 1968, 4; ‘De vorigen’, Algemeen Handelsblad 28 december 1968
  4. De Nieuwe Limburger, 10 mei 1967