Verzekeringsmaatschappij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een verzekeringsmaatschappij of verzekeraar is een bedrijf dat verzekeringen aanbiedt. Doorgaans wordt een verzekeraar gedefinieerd als een financiële onderneming die zich tegen het genot van een zeker bedrag (premie) jegens een andere partij (de verzekeringnemer) verbindt tot het doen van één of meer uitkeringen indien een bepaalde onzekerheid zich voordoet.

Nederland[bewerken]

Een verzekeringsmaatschappij is in Nederland altijd een naamloze vennootschap of onderlinge waarborgmaatschappij. Een natuurlijke persoon of een andere rechtsvorm, zoals een besloten vennootschap of een stichting, mogen niet optreden als verzekeringsmaatschappij.

Volgens de Wet op het financieel toezicht (Wft) is een verzekeringsmaatschappij een schadeverzekeraar, een natura-uitvaartverzekeraar of een levensverzekeraar. Een levensverzekeraar mag niet tegelijkertijd in één entiteit het schadeverzekeringsbedrijf uitoefenen.

Schadeverzekeraar[bewerken]

Een schadeverzekeraar is degene die zijn bedrijf maakt van het sluiten van schadeverzekeringen. Opgemerkt dient te worden dat de Wft een andere definitie van schadeverzekering kent dan het Burgerlijk Wetboek. Het Burgerlijk Wetboek maakt onderscheid tussen schade- en sommenverzekeringen. De Wft onderscheidt schade-, levens- en natura-uitvaartverzekeringen.

De definitie van een schadeverzekering is volgens het Burgerlijk Wetboek een "verzekering strekkende tot vergoeding van vermogensschade die de verzekerde zou kunnen leiden" [1]. De Wft volgt de definitie van het BW met enkele aanvullingen en beperkingen:

Levensverzekeraar[bewerken]

Een levensverzekeraar is volgens de Wft degene die zijn bedrijf maakt van het sluiten van levensverzekeringen voor eigen rekening en het afwikkelen van die levensverzekeringen;degene die van zijn bedrijf maakt het sluiten van levensverzekeringen, waarbij onder een levensverzekering wordt verstaan een levensverzekering als bedoeld in artikel 975 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (de in verband met het leven of de dood gesloten sommenverzekering met dien verstande dat ongevallenverzekering niet als levensverzekering wordt beschouwd), met dien verstande dat de prestatie van de levensverzekeraar uitsluitend in geld geschiedt, of een natura-uitvaartverzekering: een verzekering in verband met de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon waarbij de verzekeraar zich verbindt tot het leveren van een prestatie die niet tevens inhoudt het doen van een geldelijke uitkering. [2].

Wtf artikel 2:28 bepaalt dat aan degene die een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar heeft, geen vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van schadeverzekeraar wordt verleend, en omgekeerd. Een levensverzekeraar is wel vaak een dochtermaatschappij van een verzekeringsgroep.

Natura-uitvaartverzekeraar[bewerken]

Een natura-uitvaartverzekering is degene die geen levensverzekeraar is en zijn bedrijf heeft gemaakt van het sluiten van natura-uitvaartverzekeringen. Het Burgerlijk Wetboek kent geen definitie voor natura-uitvaartverzekering. Volgens de Wft is een natura-uitvaartverzekering "een verzekering in verband met de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon waarbij de verzekeraar zich verbindt tot het leveren van een prestatie die niet tevens inhoudt het doen van een geldelijke uitkering".

Uit de definitie volgt dat een levensverzekeraar wel natura-uitvaartverzekeringen aan mag bieden maar een natura-uitvaartverzekering geen levensverzekeringen. Voor natura-uitvaartverzekeringen gelden lagere (solvabiliteits-)eisen dan voor levensverzekeraars, wat een voordeel oplevert.

Naamloze vennootschap[bewerken]

De meeste grote en bekende verzekeraars zijn een naamloze vennootschap. Deze verzekeringsmaatschappijen hebben het behalen van winst als doel.

Onderlinge Waarborgmaatschappij[bewerken]

Een Onderlinge Waarborgmaatschappij (afgekort OWM) is een coöperatieve verzekeraar. Verzekerden zijn doorgaans eveneens lid van de vereniging. Een ledenraad controleert het bestuur. Er zijn geen aandeelhouders. Behaalde winst komt dan ook ten goede aan de verzekerden. Dit kan direct worden uitgekeerd of worden verrekend in de premie. De meeste verzekeraars Onderlinge Waarborgmaatschappijen zijn uitsluitend lokaal actief en genieten daardoor weinig naamsbekendheid. Enkele bekende Onderlinge Waarborgmaatschappijen: Univé, CZ, Agis Zorgverzekeringen en Menzis.

Toezicht[bewerken]

Verzekeringsmaatschappijen staan onder toezicht van de Nederlandsche Bank (DNB). Alle verzekeringsmaatschappijen dienen over een vergunning van DNB te beschikken. Deze vergunningen zijn opgenomen in de diverse vergunningenregisters die DNB, evenals de Autoriteit Financiële Markten (AFM), bijhouden. Iedereen kan deze vergunningenregisters raadplegen op de website van DNB en de AFM [1] en website.

De vergunningsplicht geldt voor levens- en schadeverzekeraars met een zetel in Nederland en op bijkantoren in Nederland van levens- en schadeverzekeraars met zetel in een niet-EU lidstaat (met lidstaat wordt gelijkgesteld de landen van de Europese Economische Ruimte en Zwitserland (Zwitserland alleen voor het schadeverzekeringensbedrijf)).

Daarnaast zijn de verzekeringsmaatschappijen verplicht aangesloten bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid). Bij het Kifid kan men met een klacht over de handelwijze van een verzekeringsmaatschappij terecht. Het Kifid beoordeeld of de handelwijze van de verzekeraar correct is geweest. Doorgaans heeft de verzekeraar zich gebonden aan het advies van het Kifid. Voor consumenten staat altijd nog de gang naar de rechter open.

Nederlandse verzekeraars[bewerken]

De grootste Nederlandse verzekeringsgroepen zijn, naar premieomvang [3]:

  1. Achmea, 25,5%
  2. Uvit, 12,3%
  3. ING, 9,5%
  4. Fortis, 8,2%
  5. Delta Lloyd, 7,9%
  6. CZ Groep, 6,6%
  7. Menzis, 5,3%
  8. Aegon, 5,3%
  9. SNS Reaal, 5,1%
  10. Allianz, 2,0%

De meeste verzekeringsmaatschappijen zijn verenigd in het Verbond van Verzekeraars (het Verbond). Het Verbond is de belangenbehartiger van circa 95% van de in Nederland werkzame verzekeraars. Het Verbond heeft zichzelf vier hoofdtaken opgelegd:

  • Vertegenwoordigen van de leden naar de buitenwereld;
  • Bevorderen imago verzekeringsbedrijfstak;
  • Bieden van een platform;
  • Verlenen van diensten.

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is de belangenbehartiger van de zorgverzekeraars. Medio 2007 hebben het Verbond en ZN aangekondigd de mogelijkheden voor een fusie te onderzoeken.

Werkwijze[bewerken]

Een verzekeringsmaatschappij kan de producten via diverse kanalen aanbieden. De kleine en lokale Onderlinge Waarborgmaatschappijen zullen doorgaans met een beperkt aantal eigen kantoren werken. De grotere verzekeringsmaatschappijen werken veelal samen met tussenpersonen. Deze verzekeringsmaatschappijen worden intermediairverzekeraars genoemd. Een beperkt aantal verzekeraars heeft ervoor gekozen rechtstreeks (via post, telefoon en/of internet) verzekeringen aan te bieden. Dit zijn de direct writers.

CIS[bewerken]

De Stichting Centraal Informatie Systeem voor in Nederland werkzame verzekeringsmaatschappijen (CIS) bewaart verzekeringsgegevens voor verzekeringsmaatschappijen en gevolmachtigd agenten. Wanneer iemand een verzekering aanvraagt of een schadeclaim indient bij zijn verzekeraar kan een controle op de databank worden gedaan. Als over hem verzekeringsgerelateerde gegevens in de CIS databank staan, bijvoorbeeld omdat hij de afgelopen jaren schade(s) geclaimd heeft, kan de verzekeringsmaatschappij of de gevolmachtigd agent daar consequenties aan verbinden.

Het CIS is gevestigd in het gebouw van het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Boshuizen, G.R. (2007) "Markttoegang voor een verzekeraar". De Beursbengel, jrg. 70, nr. 763, pp. 20-25
  • Haverkorn van Rijsewijk, R.A. (2006) Assurantietermen & Wetsartikelen. Rotterdam:Media Business Press. ISBN 90-74864-97-X
  1. Art. 7:944 BW
  2. Art. 7:975 BW
  3. Assurantiemagazine (2007) "Eureko bezit meer dan een kwart van de Nederlandse verzekeringsmarkt", Assurantiemagazine, jrg. 29, nr. 13, pp. 1 en 8.
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek