Tlemcen (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tlemcen
تلمسان
Plaats in Algerije Vlag van Algerije
Tlemcen (stad)
Tlemcen (stad)
Coördinaten 34°52'N  01°19'W
Algemeen
Inwoners (2006) 846.942
Portaal  Portaalicoon   Afrika

Tlemcen is een stad in het noordwesten van Algerije, en de hoofdstad van de gelijknamige provincie. De streek is bekend vanwege zijn olijfplantages en wijngaarden. De stad heeft een leer-, tapijt- en textielindustrie.

De stad is in het uiterste noordwesten van het land gelegen, vlak bij de kust en aan de grens met Marokko.

Inhoud

Etymologie [bewerken]

Het woord Tlemcen komt van het Berberse tilmas (meervoud: tilmisan of tilmasin), wat "de bron(nen)" betekent. De naam wordt soms gespeld als Tlemsen, Tlemsan, of Tilimsen.

Geschiedenis [bewerken]

De stad heeft een geschiedenis die teruggaat naar de Romeinen, die er een militaire voorpost stichtten genaamd Pomaria. Tijdens de Romeinse aanwezigheid ontwikkelde het zich tot een belangrijke centrum van het Noord-Afrikaanse Christendom en de stad was het centrum van een bisdom. De stad kwam in de 4e eeuw n.Chr. in handen komen van de Vandalen. Lang na de komst van de Arabische legers in 708 zou de stad voor een belangrijk deel christelijk blijven. Van 790 tot 1068 was de stad het middelpunt van het koninkrijk van de Banu Ifran, een Berberse Zenata stam die in de nasleep van de Grote Berberopstand haar onafhankelijkheid wist veilig te stellen. Zij begonnen ook met het ontwikkelen van verschillende oases in de Sahara, waarna deze met karavaanroutes werden gelinkt aan het eindpunt Tlemcen, een proces dat voor eeuwen de stad een belangrijke rol zou geven als economische centrum van de Midden-Maghreb. Tijdens het bewind van de Banu Ifran, stond de stad bekend als Agadir.

De moderne stad werd in 1082 gesticht door de Almoraviden leider Yusuf ibn Tashfin van Marrakesh die de regio eerder had veroverd. Net buiten Agadir stichtte hij Tagrart (legerkamp in het Berbers), wat langzaam zou samensmelten met Agadir en de naam Tala Imsen zou krijgen. Halverwege de 12e eeuw kwam de stad in handen van de Almohaden. Aan het begin van de 13e eeuw kwam de stad in handen van de Banu Ghaniya, een aan de Almoraviden verwante Berberfamilie die in naam van de Almoraviden over de Balearen heersten en vanuit Majorca het Almoravidische gezag over de Maghreb probeerden te herstellen. In 1209 kwam een gehavende Tlemcen weer in handen van de Almohaden, die de stad het administratieve centrum van de regio maakte en haar rol als economisch centrum herstelden. Met de val van de Almohaden in 1230, werd Tlemcen de hoofdstad van de Zianiden. Ruim 300 jaar lang was de stad het centrum van een welvarende handelsrijk, wiens gebieden overeenkwam met het huidige Algerije. de stad bereikte onder de Zianiden haar hoogtepunt, wat betreft macht, rijkdom en faam.

In 1554 kwam de stad in handen van de Ottomaanse Turken, die de Zianiden af hadden gezet. Vanuit Tlemcen en haar omgeving voerden de Turken een grootse strijd tegen de Spanjaarden, die eerder het nabij gelegen Oran hadden veroverd. In 1972 werden de Spanjaarden uit Oran weggejaagd, om 30 jaar later vervangen te worden door de Fransen. In 1830 bombardeerden de Fransen Algiers, waarna de Ottomaanse dey van die stad zich overgaf. Een grote coalitie van Algerijnen bleven zich vanuit Tlemcen verzetten. De beroemde Berberse leider Abd al-Kader vocht een vaardige en moedige strijd, maar zijn nederlaag in 1844 eindigde de droom van een onafhankelijk Algerije.

Het gematigde klimaat van de stad, maakte dat het een populaire vakantiebestemming was voor Franse kolonisten in Algerije. De Fransen hebben veel in de stad geïnvesteerd en gave het een meer kosmopolitische sfeer. Anders dan Algiers, was de stad weinig betrokken bij de onafhankelijkheidsstrijd halverwege de jaren 1950.

Cultuur [bewerken]

De textiel en handwerken, de mix van Islamitische, Berberse en Franse cultuur, en het koele klimaat in de bergen hebben van Tlemcen een belangrijk centrum voor muziek, kunst en toerisme gemaakt. De stad huisvest twee tombes, die van Sidi Boumédienne, en van Houari Boumédienne, de tweede president van Algerije. Van de 13e tot de 16e eeuw was het de hoofdstad van het Zianiden koninkrijk.

In Tlemcen wordt een unieke dialect van het Maghrebijns Arabisch gesproken, distinct van het dialect van het nabij gelegen Oran en Oujda. Anders dan de dialecten in die steden, wordt in Tlemcen een stedelijke (niet-bedoeïene) dialect gesproken. Net ten zuiden van de stad wordt nog het Berber van Beni Snous gesproken, sterk verwant aan dat van het Marokkaanse Rifgebergte.

Stedenbanden [bewerken]

Tlemcen heeft met de volgende steden een stedenband:

Geboren in Tiemcen [bewerken]

Externe links [bewerken]