Zaïre
| République du Zaïre Repubuliki ya Zaïre Jamhuri ya Zaïre |
|||||
|
|||||
|
|||||
| Kaart | |||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Kinshasa | ||||
| Oppervlakte | 2.345.410 km² | ||||
| Bevolking | 46,4 miljoen (in 1996) | ||||
| Talen | Frans (Lingala, Kikongo, Swahili, Tshiluba waren nationale talen) | ||||
| Religie(s) | Christelijk 80% | ||||
| Volkslied | La Zaïroise | ||||
| Munteenheid | Zaïre (ZRZ) | ||||
| Regering | |||||
| Regeringsvorm | Republiek | ||||
Zaïre was een land in Afrika van 27 oktober 1971 tot 17 mei 1997 op het grondgebied van het tegenwoordige Congo-Kinshasa. De president van Zaïre was Mobutu Sese Seko.
De naam Zaïre was afgeleid van de naam die de rivier Kongo droeg in een van de lokale talen. De betekenis van het woord is "Grote Rivier".
[bewerken] Geschiedenis
Na vijf jaar van onstabiliteit en wanorde zette Mobutu, nu luitenant-generaal, Joseph Kasavubu af in 1965. Hij installeerde een één-partijstaat en riep zichzelf uit tot staatshoofd. Af en toe waren er verkiezingen waarbij hij de enige kandidaat was. Er ontstond een periode van relatieve vrede en stabiliteit, maar het regime werd regelmatig beschuldigd van mensenrechtenschendingen, onderdrukking en ongebreidelde corruptie. Het persoonlijke bezit van Mobutu werd in 1984 geschat op 4 miljard dollar, ongeveer even groot als de nationale schuld van Congo.
In een poging om de Afrikaanse bewustwording uit te dragen, hernoemde Mobutu het land en de rivier naar Zaïre, en zichzelf Mobutu Sese Seko. Hij nationaliseerde in 1973 in één klap alle buitenlandse bedrijven (de Zaïrisering), en kleine bedrijven in handen van buitenlanders werden verplicht een Zaïrees aan het hoofd te zetten. Drie jaar later was hij verplicht dit besluit terug te draaien.
Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie bekoelden de relaties tussen Mobutu en de Verenigde Staten. Hij was niet langer nodig als een bondgenoot in de Koude Oorlog en de oppositie in Zaïre begon zich te roeren.
Sinds 1994 werd Congo getroffen door etnische onlusten en burgeroorlog, mede door de instroom van vluchtelingen uit Rwanda en Burundi.
Op 18 mei 1997 trokken de soldaten van de Alliantie van Democratische Krachten onder leiding van Laurent-Désiré Kabila de Zaïrese hoofdstad Kinshasa binnen, waar zij als bevrijders werden binnengehaald. Meer dan 3000 kilometer hadden zij gelopen sinds zij eind oktober 1996 aan hun overwinningstocht begonnen. Twee dagen later riep Kabila zichzelf uit tot president van Congo-Kinshasa. Daarmee kwam een eind aan het jarenlange bewind van dictator Mobutu Sese Seko, maar niet aan de strubbelingen.