Weersatelliet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nederland vanuit de Aqua satelliet, NASA AQUA/MODIS

Een weersatelliet is een type satelliet die hoofdzakelijk wordt gebruikt om het weer en/of het klimaat van de Aarde te controleren.

Toch zien deze meteorologische satellieten meer dan wolken en wolkensystemen, bijvoorbeeld de lichten van de stad, vuren, verontreiniging (lucht, water), aurora's (noordelijke of zuidelijke lichten), stof (zand), sneeuw, ijs, oceaanstromen, energieafval, enz.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste weersatelliet was Vanguard 2, die op 17 februari 1959 werd gelanceerd. Hij werd ontworpen om wolkendekking te meten, maar een slechte omwentelingsas verhinderde het verzamelen van veel nuttige gegevens.

De eerste succesvolle weersatelliet was Tiros 1, gelanceerd door NASA op 1 april 1960. Tiros werkte 78 dagen, maar bleek succesvoller te zijn dan Vanguard 2. Tussen 1960 en 1965 werden 10 TIROS-satellieten gelanceerd. In 1965 waren reeds 10.000 wolkenbeelden doorgestuurd naar de aarde. In 1966 werd het ontvangstnetwerk op aarde tot 400 ontvangststations uitgebreid die aan 45 landen beelden konden leveren. In datzelfde jaar werden de ESSA-satellieten geïntroduceerd. In 1970 werd een infraroodsensor toegevoegd om ook 's nachts wolkenopnamen te kunnen maken. De eerste satelliet die daarmee uitgerust werd was van de NOAA (National Oceanic and Atmospheric Administration) toen nog bekend onder de naam TIROS-M en ITOS-1. Vanaf 1978 werd een nieuwe generatie (TIROS-N of NOAA 6 en-7) met geavanceerde mogelijkheden ontwikkeld, die in 1983 vervangen werd door Advanced TIROS-N of NOAA-8. Later in de jaren tachtig en negentig werden achtereenvolgens de NOAA 9 t/m NOAA 19 gelanceerd. Op dit moment doen van deze serie alleen de NOAA 15, 18 en 19 nog dienst.

Types[bewerken]

Er zijn twee hoofdtypen meteorologische satellieten: geostationaire en polair cirkelende satellieten.

Geostationaire of beter gezegd: geosynchrone weersatellieten cirkelen om de Aarde boven de evenaar op hoogten van 35.880 kilometer. Dat doen ze net zo snel als de eronder roterende aarde. Door deze beweging blijven zij stationair met betrekking tot de roterende Aarde en kunnen zo beelden van de volledige hemisfeer met hun visuele en infrarode sensoren onophoudelijk registreren of overbrengen. De nieuwsmedia gebruiken de geostationaire foto's in hun dagelijkse weerpresentatie als enige beelden.

Er zijn verscheidene geostationaire meteorologisch ruimtevaartuigen in gebruik. De Verenigde Staten hebben er drie in werking: GOES-9, GOES-10 en GOES-12. De Europeanen hebben Meteosat-6, Meteosat-7 en Meteosat-8 boven de Atlantische Oceaan en Meteosat-5 boven de Indische Oceaan. Ook Rusland en India hebben geostationaire meteorologisch.

Polair cirkelende weersatellieten zoals de genoemde NOAA satellieten omcirkelen de Aarde op hoogten van 720 tot 800 km in een ononderbroken vlucht van noord naar zuid grofweg van pool tot pool. De Verenigde Staten, China, India en Rusland hebben polair cirkelende meteorologische satellieten.

De visuele beelden van weersatellieten zijn gemakkelijk door een leek te interpreteren; de wolken, wolkensystemen zoals fronten en tropische onweren, meren, bossen, bergen, sneeuw, ijs, vuren en verontreiniging zoals rook, smog, olievlekken, stof en nevel zijn gemakkelijk te herkennen. Zelfs kan de windrichting worden bepaald door wolkenpatronen op opeenvolgende foto's te analyseren.

De thermische of infrarode beelden die door de sensoren van de weersatelliet gemaakt worden laten een opgeleide analist toe om wolkhoogten en wolkentypes te bepalen, land en oppervlaktewatertemperaturen te berekenen en van oceaanoppervlakteeigenschappen de plaats te bepalen. Infrarode beelden onthullen zeeverontreiniging, oceaanwervelingen of draaikolken. Vissers en landbouwers hebben gegevens van land- en watertemperaturen nodig om hun gewassen te beschermen tegen vorst of hun visvangst te verhogen. Zelfs kunnen fenomenen als El Niño worden waargenomen.

Zie ook[bewerken]