Joseph Luns

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Joseph Luns
Joseph Luns in 1979
Joseph Luns in 1979
Algemene informatie
Geboren 28 augustus 1911
Overleden 17 juli 2002
Partij NSB (1933-1936);
RKSP (1938-1945);
KVP (1945 tot 1974)
Titulatuur mr. dr.
Politieke functies
1952-1956 Minister zonder portefeuille (buitenlandse zaken)
1956, 1967, 1971 Tweede Kamer
1956-1971 Minister Buitenlandse Zaken
1971-1984 Secretaris-generaal van de NAVO
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Joseph Antoine Marie Hubert Luns (Rotterdam, 28 augustus 1911 - Brussel, 17 juli 2002) was een Nederlands diplomaat, politicus en secretaris-generaal van de NAVO. Zijn voorletters waren formeel "J.A.M.H.": op zijn 18e liet hij dit echter wijzigen in J.M.A.H. omdat dit een beter ritme had.[1]

Vooroorlogse tijd[bewerken]

Joseph Luns werd geboren in Rotterdam, als zoon van kunstenaar en schrijver Huib Luns in een rooms-katholiek gezin. Zijn vader had sympathieën voor het rechts-nationalistische Action Française. Hij ging in Amsterdam op het Ignatius College, in 's-Hertogenbosch aan de Rijks HBS en in Brussel op school. Op 20-jarige leeftijd diende hij een jaar als matroos bij de Koninklijke Marine, waarna hij rechten studeerde in Amsterdam en Leiden. In Amsterdam was hij lid van het Amsterdamsch Studenten Corps, waar hij ook een bestuursfunctie van de Koninklijke Studenten Schietvereeniging Amsterdam bekleedde. Van 1933 tot 1936 was de jonge Luns nominaal lid van de opkomende N.S.B., die toen nog niet openlijk antisemitisch was, maar wel reeds door het Nederlands episcopaat verboden verklaard was voor katholieke gelovigen. Luns was nooit actief partijlid en liet zich in 1936 uitschrijven. Onduidelijk is of de radicalisering van de N.S.B. hierin een rol speelde.

Luns studeerde Nederlands recht. Hij behaalde zijn kandidaatsexamen aan de Rijksuniversiteit Leiden in mei 1933 en zijn doctoraalexamen aan de Gemeentelijke Universiteit Amsterdam in november 1937. Vervolgens studeerde hij zowel aan de London School of Economics als aan de Universiteit van Berlijn (in toenmalig Hitler-Duitsland). In 1938 begon hij op het ministerie van Buitenlandse zaken als ambtenaar.

Op 10 januari 1939 trouwde hij met Elisabeth Cornelia baronesse van Heemstra (roepnaam: Lia). Uit het huwelijk werden een zoon (Huib) en een dochter (Corrie) geboren.

Tweede Wereldoorlog en daarna[bewerken]

Gedurende het verdere verloop van de Tweede Wereldoorlog werkte Luns voor de Nederlandse regering in ballingschap te Londen en voor de westelijke Geallieerde diplomatie in onder meer Zwitserland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. In maart 1940 was hij benoemd tot attaché bij de Nederlandse ambassade in Bern (Zwitserland) en in april 1941 tot attaché bij de Nederlandse ambassade in Lissabon (Portugal). Vanuit neutraal Portugal kon hij naar Londen reizen.

Relatie tot prins Bernhard

Tijdens de gehele oorlog onderhield hij vanuit en via de neutrale landen Zwitserland en Portugal voor prins Bernhard contact met diens familieleden in het Duitse Rijk, onder meer met prinses Armgard, moeder van de prins. In 1943 werd Luns gedetacheerd bij de consulaire afdeling van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse zaken in Londen. Zijn inlichtingen uit Portugal en Zwitserland waren veelal van groot belang voor de geallieerde zaak. Eind 1944 werd Luns benoemd tot ambassade-secretaris van de Nederlandse ambassade in Londen. Hij bleef na de oorlog tot 1949 in Engeland als ambassadeur bij de Court of St. James's.

Van 1949 tot 1952 vertegenwoordigde hij Nederland bij de Verenigde Naties in New York. Luns werd vier keer voor de Katholieke Volkspartij (KVP) in het Nederlandse parlement gekozen. Als minister zonder portefeuille trad hij in 1952 voor de KVP aan op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Tijdens de formatiegesprekken werd Willem Drees' vrees voor te veel katholieke "klerikale" invloed in Europa weggenomen door de katholiek Luns de Europese portefeuille te ontnemen. In het derde kabinet Drees werd hij zelf minister van Buitenlandse zaken en bleef dat tot 1971, waarmee hij de langstzittende minister was. In 1957 tekende hij namens Nederland het Verdrag van Rome. Luns toonde zich in onderhandelingen meestal meegaand en oplossingsgericht maar kon ook erg emotioneel en onredelijk reageren.

Na de jaren 1960 verslechterde Luns' relatie met prins Bernhard echter, vanwege Luns' ongewenste en ongeplande verschijnen op meerdere Bilderbergconferenties.

Kwestie Nieuw-Guinea

Aan het eind van de jaren 50 bleef hij vasthouden aan het Nederlandse bezit van Nieuw-Guinea, en beweerde dat de Verenigde Staten hadden toegezegd dat ze Nederland zouden steunen indien Indonesië het gebied zou binnenvallen. Op 26 september 1961 werd het Nederlandse voorstel in de Verenigde Naties in New York openbaar gemaakt en het kreeg de naam "het plan-Luns": Nederland zou Nieuw-Guinea blijven besturen onder toezicht van de VN. Als argument hiervoor werd het zelfbeschikkingsrecht van de Papuabevolking aangevoerd. De Amerikanen waren tegen dit voorstel. Voor Indonesië was het voorstel onaanvaardbaar. Leden van het Nederlandse bedrijfsleven hadden in het geheim contacten gelegd met hooggeplaatste Indonesiërs. Op 28 november 1961 haalde het plan in de VN geen meerderheid. Maar een bezoek van de Amerikaanse minister van justitie Robert Kennedy als vertegenwoordiger van zijn broer de president, hielp de Nederlandse regering uit de droom. Hij bezocht Den Haag en Jakarta in februari 1962. Op 15 augustus werd in New York het akkoord getekend. Op 1 oktober droeg Nederland het beheer van Nieuw-Guinea over aan de Verenigde Naties (zie de literatuurverwijzing).

In 1967 kreeg Luns voor zijn inzet voor de Europese eenwording en verzoening tussen Europese mogendheden de Internationale Karel de Grote-Prijs.

Ondanks Luns' overduidelijke anticommunisme werd hij ook in het Oostblok met respect bezien. Met de Franse president Charles de Gaulle kon Luns als voorstander van supranationale Europese instellingen en als pro-Amerikaans politicus maar moeilijk overweg. In de laatste vijf jaren van zijn ministerschap (1966-1971) kreeg Luns echter veel kritiek op zijn pro-Amerikaanse houding tijdens de Vietnamoorlog. Vele Nederlandse studenten aan de steeds progressievere universiteiten en de maatschappelijke revolutie die zich in de jaren 1960 voltrok, hebben Luns veel kritiek opgeleverd. In de toentertijd groeiende linkse bewegingen werd de afkeer van Luns' beleid niet onder stoelen of banken gestoken. Bovendien verschoof het algehele politieke spectrum in Nederland zich meer naar links in die dagen.

Kritiek en populariteit[bewerken]

Een van de weinige Nederlanders die Luns destijds bekritiseerden om zijn internationale opstelling was de journalist Willem Oltmans. Luns dwarsboomde vervolgens jarenlang de journalistieke carrière van Oltmans.[bron?] Later, in de tweede helft van de jaren 1960, kreeg Luns meer kritiek in eigen land, vooral uit progressieve kring, onder meer vanwege zijn steun aan de Amerikaanse interventie in Vietnam en zijn openlijke, hardnekkige sympathie voor de omstreden en autoritaire Portugese president António de Oliveira Salazar.[2]

Bij het grote publiek bleef Luns wel uiterst populair. Dat kan vooral worden verklaard door zijn humoristische televisieoptredens en zijn uitgesproken opvattingen, bijvoorbeeld over de kritiek van progressief-linkse actiegroepen en intellectuelen. Hij noemde ze met enig dedain linkse elementen. Als deze elementen zeiden "Wij zijn tegen de oorlog" dan reageerde hij enthousiast: "We zijn het eens!" In een enquête die in 1970 gehouden werd onder vele duizenden Nederlanders kreeg Luns nog altijd de meeste stemmen voor het presidentschap in het geval dat Nederland een republiek zou worden.

Bij de publicatie van een biografie van Luns van de hand van Albert Kersten in 2010 roemde oud-premier Piet de Jong hem als de "hardst werkende minister van allemaal".[3]

Secretaris-generaal van de NAVO (1971 - 1984)[bewerken]

Secretaris-generaal van de NAVO Luns en Amerikaans minister van defensie Caspar Weinberger tijdens een ontmoeting in 1983

Van 1971 tot 1984 was Luns secretaris-generaal van de NAVO, waarmee hij nog een duurrecord vestigde. In mei 1984 werd hij opgevolgd door Lord Carrington. De benoeming van Luns was omstreden, aangezien een aantal Afrikaanse landen bezwaar tegen hem had vanwege zijn steun aan Salazars Portugal in zijn koloniale politiek in Angola en Mozambique. De Verenigde Staten steunden hem echter vanwege zijn lange staat van dienst, zijn uitgesproken atlanticisme, anticommunisme en zijn loyaliteit aan de Verenigde Staten.

Bij zijn aantreden als NAVO-secretaris-generaal zegde Luns onmiddellijk zijn lidmaatschap van de KVP op, omdat deze partij hem weliswaar zijn kandidatuur had gesteund, maar dat dit te veel had geleken op een poging hem weg te promoveren. Luns voelde zich geschoffeerd. Bovendien vond hij dat de KVP zich te links opstelde en in vele internationale en morele opzichten niet katholiek gedroeg.

NSB-lidmaatschap[bewerken]

In 1979 werd door historicus Loe de Jong bekendgemaakt dat Luns als student van 1933 tot 1936 ingeschreven lid was geweest van de NSB. Luns was overigens nooit actief binnen NSB-organisaties, noch is het bekend dat hij aan partijcongressen deelnam. Omdat Luns bang was dat hij zou moeten aftreden als secretaris-generaal van de NAVO, liet hij zijn broer Huib verklaren dat die hem zonder zijn medeweten bij de NSB had aangemeld. Deze toedracht werd pas in 2000 door de weduwe van Huib Luns jr, Adèle Luns-Van der Made, onthuld. Joseph Luns zou in 1936 zijn lidmaatschap opgezegd hebben na getuige te zijn geweest van het radicale antisemitisme in Duitsland. Bovendien bleek het voor hem als katholiek en aankomend ambtenaar onmogelijk NSB-lid te blijven.

Luns heeft vooral na 1975 in het buitenland meer waardering en erkenning genoten dan in zijn eigen, cultureel-politiek sterk veranderde vaderland. Na zijn pensionering bleef hij wonen in Brussel en weigerde hij terug te keren naar Nederland. Luns overleed in 2002 op 90-jarige leeftijd.

Wetenswaardigheden[bewerken]

Joseph Luns in een karakteristieke pose. (1983)
  • Na zijn aftreden als secretaris-generaal van de NAVO in 1984 is Luns, ondanks zijn lange politieke loopbaan nooit benoemd tot Minister van Staat. Zelf dacht hij dat koningin Beatrix hier de hand in had hetgeen niet is uit te sluiten.[4]
  • Luns zou in oktober 1960 zijn voorkeur hebben uitgesproken om Lumumba, de democratisch gekozen regeringsleider van het net onafhankelijk gekozen Congo, te elimineren. Luns zou daarover een brief hebben geschreven naar de Nederlandse ambassadeur in Congo en daarover ook overleg hebben gevoerd met de Belgische regering. Het is uniek in de Nederlandse geschiedenis van de twintigste eeuw, dat de Nederlandse regering vond dat een gekozen regeringsleider vermoord moest worden. In 1960 was Luns minister onder premier De Quay, die in de zomer van 1940 een van de oprichters van de Nederlandsche Unie was.[5]
  • Luns ondersteunde begin jaren 70 te Utrecht de traditionalistische pater Winand Kotte A.A. en bezocht diens Missen volgens de Tridentijnse ritus in de St. Willibrordkerk.[6] Volgens kerkhistoricus Ton van Schaik zou Luns echter na de aanvangsperikelen van de groep rond pater Kotte, geen contact met de groep meer hebben onderhouden; mogelijk speelde hier Luns' toenmalig domicilie te Brussel en zijn internationale NAVO-carrière in mee.[7] Luns bracht echter meermaals zijn traditioneel rooms-katholieke overtuiging tot uitdrukking.[8] Verder moet aangemerkt worden dat Van Schaik uiterst negatief tegenover de interparochiële gemeenschap St. Willibrordkerk staat en hen in een verklaring tegenover KatholiekNederland spottend als "Kottelieken" beschrijft en de gemeenschap neerbuigend als "club" betitelt.[9] Het is dan ook onduidelijk hoe Van Schaik met zekerheid weet dat Luns geen contacten met de Utrechtse gemeenschap bleef onderhouden.
  • Naar aanleiding van de NSB-kwestie maakte cabaretier Fons Jansen een zogenaamd grafschrift voor Luns:
    "Van menig grafschrift
    Deugt geen moer
    Hier lig niet ik
    Hier ligt mijn broer
    "

Citaten[bewerken]

  • Voor zijn memoires (die hij nooit heeft geschreven) had hij de volgende titel bedacht: Grote mannen die mij hebben gekend.
  • Luns werd vaak geparodieerd en stond bekend om het stopwoord "bepááldelijk", dat hij in werkelijkheid echter nauwelijks gebruikte.
  • Als je de geaardheid van homoseksualiteit wilt goedkeuren, waarom de geaardheid van kleptomanie dan ook niet?[bron?]


Biografie[bewerken]

  • Albert Kersten, Luns. Een politieke biografie. Amsterdam, Boom, 2010 [herziene druk: 2011²].

Externe links[bewerken]

Literatuur m.b.t. de Nieuw-Guinea kwestie[bewerken]

  • Chris van Esterik: Nederlands laatste bastion in de oost, economie en politiek in de Nieuw-Guinea kwestie. Anthos (1982).
  • J.M. Pluvier: Confrontations - A Study in Indonesian Politics (1965).
  • Willem Oltmans: - De Verraders (1968) en Den Vaderland Getrouwe - Uit het dagboek van de journalist (1973).
  • A. Lijphart: The Trauma of Decolonisation - The Dutch and West Guinea (1966).
  • Kikkert, J.G., De wereld volgens Luns, Prisma, Utrecht, 1992, 279
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Joseph Luns.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Parlement en Politiek: Mr. J.M.A.H. (Joseph) Luns. (Zie opmerkingen over de naam en/of titel)
  2. Luns en de Vietnam-oorlog
  3. Toespraak Piet de Jong bij publicatie biografie Luns
  4. Zie: Albert Kersten, Luns. Een Politieke Biografie, p. 610.
  5. Bart Stol, Historisch Nieuwsblad, 1 juli 2009
  6. Pater Winand Kotte overleden; Profiel H.J.A.M. Luns "Toen pater Kotte in de Utrechtse Willibrorduskerk een mis opdroeg volgens de traditionele Latijnse rite, bevond zich onder de kerkgangers opeens de rijzige gestalte van Joseph Luns. Aan wie het maar wilde weten, vertelde hij na afloop dat hij achter de 'traditionele Kerk van Rome' stond."
  7. 'Joseph Luns toch geen "volgeling" van Pater Kotte' - Katholiek Nederland, Nederlandse Bisschoppenconferentie Persdienst
  8. Profiel H.J.A.M. Luns "(...) Aan wie het maar wilde weten, vertelde hij [Luns] na afloop dat hij achter de 'traditionele Kerk van Rome' stond."
  9. Katholiek Nederland, 2 april 2008
Voorganger:
-
Minister Zonder Portefeuille (Buitenlandse Zaken)
1952-1956
Opvolger:
-
Voorganger:
Jan Willem Beyen
Minister van Buitenlandse Zaken
1956-1971
Opvolger:
Norbert Schmelzer