Langebaanschaatsen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Langebaanschaatsen
Eric Heiden tijdens een wedstrijd in maart 1980.
Eric Heiden tijdens een wedstrijd in maart 1980.
Algemene gegevens
Organisatie Vlag van België België: KBSF
Vlag van Nederland Nederland: KNSB
Mondiaal: ISU
Type Ind. sport / Teamsport
Locatie Schaatsbaan
Olympische sport 1924
Competities / Kampioenschappen
Kampioenschappen BK / NK / EK / WB / WK / OS
Verwante sporten
Disciplines 100m
300m
500m
1000m
3000m
10.000m
100m
Massastart
Ploegenachtervolging
Teamsprint
Kleine vierkamp
Grote vierkamp
Verwante sporten IJshockey
Shorttrack
Kunstschaatsen
Marathonschaatsen
Kortebaanschaatsen
Schoonrijden
Inline-skaten
Portaal  Portaalicoon   Sport
Schaatsen

Het langebaanschaatsen is een discipline in het hardrijden op de schaats, een tak van de schaatssport. Langebaanschaatsen wordt beoefend op een ijsbaan van 400 meter.

Binnen het langebaanschaatsen zijn verschillende disciplines met ieder hun eigen afstanden. Op de supersprint worden de 100 en 300 meter gereden, de sprint bestaat uit de 500 en 1000. De middellange afstanden zijn de 1500 en de 3000 meter en de 5000 en 10 000 meter behoren tot de lange afstanden. Ten slotte is er de ploegenachtervolging.

Simon Kuipers tijdens de wereldbeker in Heerenveen in 2007

Inhoud

[bewerken] Afstanden

Op de sprintoernooien worden beide afstanden 2 keer gereden. Een schaatser kan zo geen voordeel of nadeel ondervinden door te moeten starten in de binnen- of buitenbaan. Op allroundtoernooien worden voor mannen de 500, 1500, 5000 en 10.000 meter gereden (grote vierkamp) of de 500, 1500, 3000 en 5000 meter (kleine vierkamp). Voor de vrouwen zijn dit de 500, 1500, 3000 en 5000 meter (grote vierkamp) of de 500, 1000, 1500 en 3000 meter (kleine vierkamp). Aan de hand van alle verreden afstanden wordt een klassement opgesteld waarbij alle afstanden even zwaar meetellen.

Verder zijn er ook wedstrijden per afstand, waarvan het Schaatsen op de Olympische Winterspelen de belangrijkste is. Jaarlijks terugkerende wedstrijden per afstand zijn de wereldkampioenschappen schaatsen afstanden en de wereldbeker schaatsen (World Cup). Bij deze wedstrijden maken de specialisten op een bepaalde afstand meer kans.

Een relatief nieuw discipline in het langebaanschaatsen is de ploegenachtervolging, deze houdt het midden tussen langebaanschaatsen en marathonschaatsen. Bij de ploegenachtervolging rijden twee ploegen van 3 of 4 mensen een aantal ronden tegen elkaar. De finishtijd van de derde rijder is bepalend en de snelste tijd wint. Vanaf 2011 worden ook steeds meer wedstrijden georganiseerd als massastart ook wel 'mini-marathon' genoemd.

[bewerken] IJsbanen

Afmetingen 400 meter ijsbaan
Baanvorm van de ijsbaan van Leeuwarden tijdens een van de eerste internationale schaatswedstrijden in 1885. De totale lengte is 1609 m en er is slechts 1 bocht aanwezig.

Het langebaanschaatsen wordt beoefend op een ijsbaan van 400 meter, meestal op kunstijs. In Nederland is een grote hoeveelheid aan ijsbanen. Op de ijsbaan Thialf in Heerenveen worden de snelste tijden gereden. In Enschede is een nieuwe ijsbaan gebouwd, de tweede volledig overdekte ijsbaan in Nederland. Deze ijsbaan is in het seizoen 2008-2009 geopend.

Afmeting wedstrijdbaan volgens Artikel 203 van het ISU reglement:

  • Standaardbaan
    1. Een standaardbaan voor hardrijden is een open, overdekte of gesloten ijsbaan, met dubbele wedstrijdrijbanen, maximaal 400 meter en minimaal 333 1/3 meter lang, met twee gebogen einden van elk 180 graden, waarbij de straal van de binnenbocht niet minder dan 25 meter en niet meer dan 26 meter mag bedragen.
    2. De kruising dient gelijk te zijn aan de gehele lengte van het rechte eind, vanaf het einde van de bocht.
    3. De breedte van de binnenste wedstrijdbaan moet 4 m zijn. De breedte van de buitenwedstrijdbaan moet minstens 4 m zijn. De straal van de binnenbocht moet 25, 25,5 of 26 m zijn.

[bewerken] Techniek

Het langebaanschaatsen vereist een aparte techniek waarbij met een zijwaartse afzet een voorwaartse snelheid wordt verkregen. Bij de correcte schaatstechniek zijn er verschillende zaken van belang. Men dient een kniehoek van 90 graden te maken, dit doet men door de knieën naar voren te duwen en het zwaartepunt van de billen achter de hielen te krijgen. Ook moet men goed proberen diep te blijven zitten, in niet schaatstaal betekent dat je zo ver mogelijk moet inzakken. De bovenbenen ten opzichte van je onderlichaam moeten een hoek van 45 graden hebben. Om een goede zijwaartse afzet te krijgen moeten de voeten tijdens het afzetten naar voren gericht zijn. Bij een optimale schaatstechniek wordt zo veel mogelijk energie omgezet in voorwaartse energie.

[bewerken] Schaatstraining buiten de schaatsbaan

Buiten het schaatsseizoen traint men vaak de schaatsspieren door middel van skeeleren en wielrennen. Deze sporten zijn met name geschikt omdat men grotendeels dezelfde spiergroepen gebruikt als bij het schaatsen. Ook doet men vaak aan aan "droogtrainen". Tijdens deze training doet men schaatsoefeningen om zo de coördinatie en spierkracht te behouden die nodig zijn bij het schaatsen.

[bewerken] Uitrusting

Ten eerste gebruikt men natuurlijk schaatsen. Veel (betere) langebaanschaatsers maken gebruik van klapschaatsen, die bij het afzetten uitklappen, waardoor je langer druk kan houden, harder af kan zetten en dus meer snelheid houden. Sommige schaatsen zijn gemaakt van hard materiaal, voor meer stabiliteit, terwijl anderen vanbinnen leer zijn en dus zachter. Veel mensen vinden dat lekker zitten, maar het biedt minder steun. Tijdens het langebaanschaatsen draagt men een schaatspak, dat strak om het lichaam heen zit voor minder weerstand. Duurdere versies bestaan uit verschillende materialen, ook ter bevordering van de aerodynamica. Aan een schaatspak zitten ook duimen zonder top zodat de mouwen niet omhoog gaan. Een wedstrijdpak heeft ook een capuchon. Ook wordt er tijdens training gebruikgemaakt van handschoenen voor bescherming en warmte. Bij een wedstrijd wordt dit minder vaak gedaan. Veel wedstrijdschaats(t)ers dragen ook een bril ter vermindering van het uitdrogen van de ogen. Sommige schaatsers dragen in plaats van een capuchon een muts. Dat is warmer, maar wel minder aerodynamisch. Het wordt nog gedaan, maar steeds meer schaatsers kiezen ervoor om zonder sokken te rijden. Bij bijvoorbeeld leren schoenen zit dat lekker, en het zorgt voor meer 'contact' met het ijs. Bij het inrijden voor een wedstrijd, worden er ook bijvoorbeeld jacks, (rits)broeken, salopeds e.d. gebruikt om de spieren warm te houden.

[bewerken] De ontwikkelingen in het langebaanschaatsen

Het langebaanschaatsen kent een dynamische ontwikkeling. Zo deed recentelijk de snellere klapschaats zijn intrede en ook de thermoplastische schoen is vrij nieuw. Dit is een schoen, die in een gespecialiseerde oven wordt gezet om hem vervormbaar te maken, waarna men de schoen als het ware om je voeten heen kunt boetseren. Dat zorgt ervoor dat de schoen nauw aansluit op je huid en als het toch niet lekker zit kan hij altijd terug in de oven. Verder kennen ook de schaatspakken die tijdens wedstrijden worden gedragen een snelle ontwikkeling, waarbij de aerodynamica wordt verbeterd.

[bewerken] Zie ook