Schaatsen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schaatsen
Kiira Korpi op het EK Kunstschaatsen 2009
Kiira Korpi op het EK Kunstschaatsen 2009
Algemene gegevens
Organisatie Vlag van België België: KBSF / KBKF
Vlag van Nederland Nederland: KNSB
Mondiaal: ISU
Type Ind. sport / Teamsport
Locatie Schaatsbaan / IJs
Olympische sport 1924
Verwante sporten
Disciplines Langebaanschaatsen
IJshockey
Shorttrack
Kunstschaatsen
Marathonschaatsen
Kortebaanschaatsen
Schoonrijden
Portaal  Portaalicoon   Sport
Schaatsen

Schaatsen is het zich voortbewegen op dunne, rechte ijzers (schaatsen) over ijs. Schaatsen kan zowel op natuur- als op kunstijs beoefend worden.

Geschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Schaats

Prehistorie[bewerken]

Een tekening van een glis

Uit vondsten blijkt dat de mens in de prehistorie al probeerde om ijsvlakten sneller over te steken. Hiervoor gebruikte men schaatsen gemaakt van dierlijke botten. Deze werden geslepen totdat het oppervlak glad genoeg was. Schaatsen was toen nog vooral een kwestie van glijden. De allereerste schaatsen worden daarom glissers genoemd; glis, is een rib of een middenvoetsbeen van een rund, paard of hert. De glissers werden voorzien van gaten en met pezen of palingvellen aan de voet bevestigd. Archeologen hebben op de bodem van een Zwitsers meer resten van dergelijke schaatsen gevonden, welke gedateerd zijn op ongeveer 3000 jaar v.Chr. Daarnaast werden er gelijksoortige vondsten gedaan in onder meer Rusland, Scandinavië, Groot-Brittannië, Nederland, en Duitsland.

Middeleeuwen[bewerken]

Lidwina's val in Johannes Brugmans heiligenleven over Lidwina

In 1194 schreef een klerk (William Fitzstephen) een biografie over Thomas Becket, waarin een beschrijving voorkwam van enkele populaire sporten in Londen, waaronder schaatsen.

Het schilderij IJsvermaak van Hendrick Avercamp.

Voordat men in Nederland en België het woord schaats gebruikt, werd het voorwerp al eeuwen gebruikt. De bakermat van het schaatsen in de lage landen ligt in Holland en Vlaanderen. In deze contreien ontwikkelde de schaats zich van een eenvoudig bot tot een constructie met een ijzeren mes waarop men zich snel kan voortbewegen. De oudste vondsten van schaatsen dateren van rond 1225 uit Dordrecht en Amsterdam. Uit Vlaanderen zijn zelfs nog oudere afbeeldingen te vinden. In andere gedeelten van Nederland zoals Friesland bleef men nog eeuwen op botjes schaatsen. Over de naam die men destijds aan de schaats gaf is nog geen duidelijkheid. Mogelijk noemde men schaatsen "ijzers" of een variant daarop. In de Tweede Martijn van Jacob van Maerlant sprak hij over een "iserne schoen", oftewel een ijzeren schoen. In dit gedicht schreef hij "Al draag ik ijzeren schoenen ik zou niet aan je kunnen ontkomen"[1]. Een duidelijke verwijzing naar het schaatsen, dat in de middeleeuwen de snelste manier van voortbewegen was. De tekening Lidwina's val van Johannes Brugman toont de heilige Lidwina met schaatsen aan haar voeten. De houding van de schaatser op de achtergrond doet vermoeden dat er al schaatsen met een ijzeren onderkant werden gebruikt, maar veel meer informatie over het schoeisel is niet bekend.

19e eeuw[bewerken]

In de 19e eeuw waren er drie typen schaatsen: de Hollandse krulschaats, de Zuid-Hollandse baanschaats en de Friese schaats. De eerste twee werden gebruikt om te zwieren, de laatste was puur voor het hardrijden. Doordat de Friese schaats een scherpe punt had ontstonden er gevaarlijke situaties, waarna als gevolg van diverse verboden een krul aan de voorkant van het ijzer werd toegevoegd. Hierdoor werden de ijzers steeds langer, wat meer stabiliteit en dus een langere slag opleverde. Dit droeg bij aan de populariteit van dit schaatstype dat men Friese doorloper ging noemen.

Rond 1800 werden er al, met name in Friesland en Groningen kortebaanwedstrijden verreden. Hier was goed geld mee te verdienen. Op 17 september 1882 werd de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond (KNSB) opgericht als overkoepelende organisatie voor het schaatsen. Tegenwoordig zijn het lange- en kortebaanschaatsen, shorttrack, kunstrijden, marathonschaatsen, schoonrijden, skaten en toerschaatsen vertegenwoordigd in de KNSB.

20e eeuw[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Internationale Schaatsunie

In juli 1892 werd in Scheveningen besloten tot de oprichting van de Internationale Schaatsunie (ISU). Deze organisatie voldeed aan de behoefte aan internationale regels. Tijdens het eerste officiële wereldkampioenschap in 1893 werd Jaap Eden de eerste wereldkampioen hardrijden op de schaats.[1] Drie jaar later volgen er ook wereldkampioenschappen kunstschaatsen. Pas in 1981 volgde shorttrack als derde discipline met een eigen WK.

1rightarrow blue.svg Zie ook: Ontwikkeling van de schaatssport

Op technologisch gebied maakte de schaatssport ook grote ontwikkelingen door. Men ging steeds op zoek naar manieren om lucht- en ijsweerstand te verminderen. Hierin zijn 3 belangrijke uitvindingen te herkennen:

  • (Overdekte) kunstijsbanen
  • Aerodynamische pakken: in de jaren zeventig reden schaatsers nog met losse wollen kleding, maar in de jaren daarna volgen gladde, aerodynamische pakken van onder meer nylon en kunststof.
  • Klapschaats: op de Vrije Universiteit Amsterdam werd onder leiding van Gerrit Jan van Ingen Schenau een schaats uitgevonden waarvan het ijzer kon scharnieren, zodat het langer contact met het ijs hield. Dit leverde een aanzienlijke snelheidswinst op.

Schaatsen in België[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Vlaamse sportgeschiedenis#Schaatsen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Principe en techniek[bewerken]

Schaatsen is mogelijk doordat het ijzer onder de schoen met weinig wrijving over het ijs kan glijden. Een schaatser kan sturen door de schaats te kantelen, waardoor de rand van het ijzer in het ijs 'graaft'. Hierdoor verandert de wrijving en is het mogelijk om van richting te veranderen.

Een goed uitgevoerde schaatsslag is een vloeiende beweging waarbij de onderstaande stappen in elkaar overgaan:

  1. Afzet met linkerbeen / valbeweging naar rechts
  2. Neerzetten rechterbeen / achterlangs bijhalen linkerbeen
  3. Afzet met rechterbeen / valbeweging naar links
  4. Neerzetten linkerbeen / achterlangs bijhalen rechterbeen

Bovenstaande beweging wordt alleen gebruikt om rechtuit te schaatsen. Bij het nemen van een bocht maken schaatsers een zogenaamde overstap, ook wel pootje over genoemd. Hierbij wordt afgezet met rechterbeen, dat vervolgens voorlangs over het linkerbeen wordt geplaatst. Na het strekken van het linkerbeen wordt dit been naast het rechterbeen neergezet, waarna de cyclus weer opnieuw begint.

Recreatief schaatsen[bewerken]

Wanneer men het in het Nederlands over schaatsen heeft, bedoelt men daarmee niet altijd "het hardrijden op de schaats", maar ook een prettige vrijetijdsbesteding op winterse dagen. Het is een van de oudste Nederlandse volkssporten en wordt van jongs af aangeleerd. Wanneer het een paar dagen vriest dat het kraakt en het ijs stevig is, geven Nederlandse scholen wel eens "ijsvrij". Een groot aantal schilders uit de lage landen hebben vanaf de middeleeuwen de winterse ijspret vastgelegd met kwast en verf. Hoewel ook in andere landen van het noordelijk halfrond schaatsen in trek is, is het als volksvermaak toch een typisch Nederlands verschijnsel.

Toertochten[bewerken]

Toertochtmedailles

Veel Nederlandse ijsclubs organiseren tijdens schaatswinters toertochten over plassen, meren, sloten en kanalen. Recreanten worden daarbij in de gelegenheid gesteld een tocht af te leggen langs een op ijsdikte en veiligheid gecontroleerde route. De afstanden variëren van circa 10 tot circa 200 km. De tochten voeren soms door gebieden die anders niet of nauwelijks toegankelijk zijn.

Veelal krijgen betalende deelnemers, die onderweg op elk controlepunt een stempelkaart hebben laten afstempelen, na afloop een medaille overhandigd of toegestuurd.

IJsclubs kunnen dergelijke tochten aanmelden bij de KNSB, die er dan ruchtbaarheid aan geeft. De KNSB stelt daarbij minimumeisen aan de ijskwaliteit.

Bekende tochten zijn onder meer de Hollands-Venetiëtocht (in en om Giethoorn), de Noorder Rondrit (in de provincie Groningen), de Rottemerentocht (Zevenhuizen) en de Elfstedentocht (Friesland). Een bijzondere tocht, die slechts zelden gereden kan worden, is die van Enkhuizen naar Stavoren en weer terug, dwars over het dichtgevroren IJsselmeer. In 1996 deden zo'n 35 à 40.000 schaatsers een poging.[2]

Wedstrijdschaatsen[bewerken]

Kunstijs[bewerken]

Sinds de opening van de eerste kunstijsbaan in 1960 en de eerste overdekte baan in 1985 wordt een groot deel van de schaatswedstrijden verreden op kunstijs. Enkele banen, die op grote hoogte of in koude gebieden liggen, bieden nog buitenijs aan, maar dit wordt ook kunstmatig bijgehouden. De schaatsbanen van Calgary en Salt Lake City zijn zogenoemde hooglandbanen. Deze liggen op meer dan 1000 meter boven de zeespiegel, waardoor de luchtdruk er lager is dan op andere (laagland)banen en er sneller gereden kan worden. De meeste wereldrecords zijn op een van beide banen gereden.

Op kunstijs onderscheidt men de onderstaande vormen van wedstrijdschaatsen. IJshockey is een aparte sport.

Langebaanschaatsen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Langebaanschaatsen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De schaatsers rijden in paren op een baan van 400 meter. Er wordt per ronde gewisseld op het rechte stuk van baan. Tijden worden (meestal) elektronisch opgenomen. Bij allroundwedstrijden wordt op basis van de tijden op verschillende afstanden een klassement opgemaakt. Afstanden waarover langebaanwedstrijden verreden worden zijn 500, 1000, 1500, 3000, 5000 en 10000 meter. Een relatief nieuwe discipline in het langebaanschaatsen is de ploegenachtervolging, waarbij twee teams van drie of vier rijders tegen elkaar rijden, waarbij de tijd van de laatste rijder telt. Ook is er sinds kort de Massastart, een soort minimarathon.

Samen met Noorwegen, Duitsland, Rusland, Verenigde Staten, Japan, Canada, China, Zuid-Korea en in mindere mate Italië, Finland, Oostenrijk, Polen, België en Frankrijk mag Nederland zich tot de grote schaatsnaties rekenen. In de jaren 90 van de vorige eeuw deden enkele Nederlanders namens andere landen mee. De bekendste was Bart Veldkamp die voor België uitkwam en voor dat land de eerste bronzen medaille op een olympische winterspelen zorgde.

Grote toernooien, voor zowel vrouwen als mannen, zijn:

Bij toernooien wordt een klassement opgemaakt aan de hand van de op het toernooi verreden afstanden. De langere afstanden worden hiervoor omgerekend naar tijd per 500 meter (in duizendsten) en daarna opgeteld. De 1500 meter wordt dus gedeeld door 3, de 5000 meter door 10 en de 10 kilometer door 20. Dit geldt ook voor sprintkampioenschappen. Op afstandskampioenschappen worden direct de gereden tijden met elkaar vergeleken.

Marathonschaatsen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Marathonschaatsen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Marathonschaatsen

Sinds de 17e eeuw werden er al diverse tochten verreden op natuurijs. Aan het eind van de 20e eeuw ontstond er door het gebrek aan goed ijs de behoefte aan alternatieve wedstrijdmogelijkheden. In 1973 kwam de KNSB met een commissie die het marathonschaatsen verder moest uitwerken. Dit leidde tot de huidige vorm: een wedstrijd van minimaal 25 en maximaal 250 ronden. Tegenwoordig wordt de KNSB Cup verreden, een cyclus van wedstrijden waarin rijders punten verzamelen voor het eindklassement.

Kortebaanschaatsen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Kortebaanschaatsen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bij kortebaanschaatsen, niet te verwarren met shorttrack, worden wedstrijden verreden over 140 (vrouwen) en 160 (mannen) meter . Doordat kunstijsbanen sinds enige jaren geen plek meer hebben voor deze discipline was men volledig afhankelijk van natuurijs (vroeger hadden Haarlem en Heerenveen een z.g. "Kortebaanpoot"). De KNSB riep daarom de Supersprint in het leven, wedstrijden over 100 en 300 meter op een standaard ijsbaan van 400 meter lengte. Sinds kort is daar in Nederland verandering ingekomen met de opening van FlevOnice in Biddinghuizen. Hier kan men wel 160 meter rechtuit sprinten.

Shorttrack[bewerken]

Apolo Anton Ohno, Thibaut Fauconnet, Mark McNee en Sergei Prankevitch in 2004 tijdens de World Cup Short Track in Saguenay.
1rightarrow blue.svg Zie Shorttrack (schaatsen) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vier tot zes rijders starten naast elkaar op een ijshockeybaan van 111,12 meter lengte. De tijd is niet van belang, de twee rijders die als eerste de finish passeren gaan door naar de volgende ronde van een wedstrijd. Naast techniek en conditie hebben shorttrackers ook behendigheid, tactiek en acceleratievermogen nodig. De afstanden die verreden worden zijn de 500 (4 ½ ronde), 1000 (9 ronden) en 1500 meter (13 ½ ronde). Shorttrack staat bekend om spectaculaire inhaalacties, waarbij onder meer binnendoor en buitenom ingehaald wordt, vaak met de hand aan het ijs in de bochten.

Op internationaal niveau heersen op dit moment met name Aziatische (China, Korea) en Noord-Amerikaanse (Verenigde Staten, Canada) landen. De KNSB is in Nederland gestart met de uitvoering van een plan dat moest leiden tot podiumplaatsen tijdens de Winterspelen in Vancouver. Dit is niet gelukt, maar bij de Winterspelen in Sotsji haalde Sjinkie Knegt een bronzen medaille op de 1000 m.

Belangrijke wedstrijden zijn onder meer:

Kunstschaatsen[bewerken]

Schaatsende vrouwen, geschilderd door Jean Béraud (1849–1935).
1rightarrow blue.svg Zie Kunstschaatsen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Kunstschaatsers voeren tijdens een wedstrijd op muziek rotaties, sprongen en andere bewegingen uit op het ijs, individueel of in paren. Een jury beoordeelt de geleverde prestatie op de techniek, uitvoering en de moeilijkheidsgraad.

Schoonrijden[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Schoonrijden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Schoonrijden ontstond rond 1875 en is één van de oudste vormen van het schaatsenrijden in Nederland. Bij schoonrijden gaat het erom om paarsgewijs een zo fraai mogelijk schaatsslag te laten zien.

Nationale en internationale schaatsrecords[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van schaatsrecords (langebaan) voor een volledige lijst van schaatsrecords in het langebaanschaatsen.
1rightarrow blue.svg Zie Lijst van shorttrackrecords voor een volledige lijst van schaatsrecords in het shorttrack.
1rightarrow blue.svg Zie Werelduurrecord (schaatsen) voor de ontwikkeling van het werelduurrecord op de schaats.

Natuurijs[bewerken]

De belangrijkste wedstrijden op natuurijs in Nederland zijn de Elfstedentocht, het Nederlands kampioenschap marathonschaatsen op natuurijs en de natuurijsklassiekers. Deze wedstrijden worden vanwege de afhankelijkheid van strenge winters zeer onregelmatig, soms met tussenpozen van vele jaren, gereden.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Historie WK Allround mannen. SchaatsStatistieken.nl Geraadpleegd op 10 september 2012
  2. Enkhuizen-Stavoren vv. 1996, Telegraaf