Liduina van Schiedam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
SInt-Liduina
Lidwina's val in Johannes Brugman heiligenleven over Liduina
Lidwina's val in Johannes Brugman heiligenleven over Liduina
Geboren 18 maart 1380 te Schiedam
Gestorven 14 april 1433 te Schiedam
Verering Rooms-katholieke Kerk
Heiligverklaring 14 maart 1890 door Paus Leo XIII
Schrijn Basiliek van de H. Liduina en Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans in Schiedam
Naamdag 14 juni
Attributen Een rozenkrans om het hoofd, rozentak in de ene en een crucifix in de andere hand
Beschermheilige voor langdurig zieken, schaatsers, Schiedam
Lijst van christelijke heiligen
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Liduina van Schiedam, vaker Sint-Liduina, Lidwina of Liedewij genoemd, (Schiedam, 18 maart 1380 – aldaar, 14 april 1433) is een katholieke heilige, patrones van de chronisch zieken en de bekendste Nederlandse heilige.

Status als heilige[bewerken]

Vanaf Vaticanum II geldt als haar feestdag 14 juni, tot aan Vaticanum II was dit 14 april. Op 14 maart 1890 werd door paus Leo XIII een decreet uitgevaardigd waarin de "verering, welke sedert onheuglijke tijden gebracht wordt aan de Dienaresse Gods, Liduina, Maagd van Schiedam, zalig en heilig genoemd", werd bekrachtigd. Deze pauselijke bepaling impliceert dat Liduina in kerkrechterlijke zin slechts de titel en de voorrechten van een "gelukzalige" geniet, maar desalniettemin vereerd mag worden als ware zij een heilige. Dat concludeert het Meertens Instituut.

Hagiografie[bewerken]

Liduina werd geboren op Palmzondag en groeide op in een gezin met acht broers. Op 12-jarige leeftijd werd ze ten huwelijk gevraagd, maar ze wees dit aanbod resoluut af omdat ze haar leven aan God wilde wijden. Op 15-jarige leeftijd ging ze samen met vriendinnen schaatsen op de dichtgevroren Maas. Ze viel en brak daarbij een rib, waarna ze koudvuur opliep. Ze bleef hierdoor de rest van haar leven verlamd en aan bed gekluisterd. Toen ze een paar jaar later weer eens opstandig was over haar lijden, beval haar biechtvader, Jan Pot, haar aan de passie van Jezus te overwegen. Toen dat geen troost opleverde, zag ze ervan af. Nadat haar geestelijk leidsman haar aanmoedigde, probeerde ze het opnieuw, en deze keer kreeg ze daardoor zoveel voldoening, dat ze haar ziekte nog niet wilde ruilen voor een Wees-gegroet.
Door deze houding maakte ze grote indruk op de vele bezoekers die zij kreeg en vooral op chronisch zieken voor wie zij een grote troost was. Velen kwamen opgemonterd bij haar vandaan. Haar lijden uitte zich in stigmata en zij was een voorbeeld van heldhaftig lijden en de liefde van God tot de mensen.
Liduina beleefde visioenen, waarin zij samen met haar engelbewaarder Rome, het Heilig Land, hemel, hel en vagevuur bezocht. Tijdens één van haar reizen naar het paradijs zag zij een rozenstruik. Haar engelbewaarder gaf haar hiervan een tak en vertelde haar , dat ze niet zou sterven voordat alle rozen ontloken waren. Pas na achtendertig jaar lijden, kwam er een eind aan haar leven. Ze zag in haar visioenen een bloeiende rozenstruik en stierf.
Op 17 april 1433 werd Liduina op het kerkhof van de Sint-Janskerk in Schiedam begraven. De kist werd niet in de aarde gezet en ook niet met aarde bedekt. De kist stond op balken die dwars over de bodem van het graf lagen. Liduina had uitdrukkelijk verzocht haar stoffelijk overschot niet met aarde in contact te brengen, omdat zij zelf lange tijd geen voet op de grond had gezet. Op haar sterfplek werd een kapel gebouwd.[1]

Haar leven wordt beschreven in het Leven van Liedewij, volgens sommigen van Jan Gerlachsz, een familielid van Lidwina.[2] Thomas a Kempis (1380-1471) beschreef haar leven in zijn Vita Lidewigis.[3] Ook de vijftiende-eeuwse prediker Johannes Brugman ('Praten als Brugman') (1400-1473) schreef over haar een hagiografie.[4]

Haar relieken bevinden zich thans in de Basiliek van de H. Liduina en Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans in Schiedam. Sinds haar overlijden is haar graf een oord van pelgrimage. Op 18 juni 1990 werd de Liduinakerk tot basiliek verheven door paus Johannes Paulus II.

Vernoemingen[bewerken]

Haar naam leeft voort in vele Schiedamse instellingen en gebouwen, zoals de Basiliek van de H. Liduina en Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans. Stichting Intorno Ensemble maakt sinds 2002 om de twee jaar een muziektheater in een van de Schiedamse kerken over het leven van de Schiedamse 'stadsheilige'. In het Limburgse dorp Kelpen-Oler is de kerk eveneens naar haar genoemd. Ook de beschutte werkplaats in de Belgische gemeente Mol is genoemd naar Lidwina. De gemeente Bonheiden heeft een Sint-Ludwinakerk. Ook bestaan er verschillende scholen die naar haar vernoemd zijn.

Interpretaties[bewerken]

Volgens de Weertse neuroloog R. Medaer was Liduina van Schiedam één van de eerste personen waarbij de ziekte multiple sclerose geconstateerd kan worden.[5] De Delftse psychiater dr. P.J. Stolk stelt over 'het geval Lidwina' dat 'de maagd van Schiedam' geen andere weg meer had dan heiligheid of euthanasie. Stolk beschrijft haar als een duidelijk geval van hysterie. Ze weigert alle voedsel maar droomt van hemelse banketten, ze wilde niet trouwen maar voelt zich gekroond tot hemelse bruid van Christus, zij is eindeloos barmhartig maar ziet mensen uit haar omgeving branden in de hel.[6]

Afbeeldingen[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Ludo Jongen en Cees Schotel, m.m.v. Josephine Franken, Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam, De Middelnederlandse tekst naar de bewaarde bronnen uitgegeven, vertaald en van commentaar voorzien, Schiedam: Fonds Historische Publikaties, 1989
  • J.B.W.M. Möller, St. Lidwina van Schiedam in de Mystiek en in haar Tijd, 's-Gravenhage: Uitgeverij Pax, 1942
  • Hans van Oerle, "Eenre maget genoemt Lydewy Peterdochter. Proeve van een historisch verantwoorde levensbeschrijving van Liedwy van Schiedam", in: Ons Geestelijk Erf 58(1984), pp. 322-350

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Vgl. A. van der Poest Clement, Het graf van St. Liduina, 'die maghet van Scyedam', Schiedam, 1955
  2. H. van Oerle, "Tleven van Liedwy die maghet van Scyedam", in: Ons Geestelijk Erf 54(1980), pp. 241-266. Voor de tekst: Ludo Jongen, Cees Schotel, m.m.v. Josephine Franken, Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam. De middeleeuwse tekst naar de bewaarde bronnen uitgegeven, vertaald en van commentaar voorzien, Schiedam: Fonds Historische Publikaties Schiedam, 1989
  3. Thomas a Kempis, Het leven van de Heilige Lidwina van Schiedam, vert. door Joannes Mercator, Amersfoort: De Eembode, 2e druk 1924
  4. Johannes Brugman, Vita alme virginis Lüdwine, red. A. De Meijer, Groningen, 1963
  5. Medaer R (1979). Does the history of multiple sclerosis go back as far as the 14th century?. Acta Neurol. Scand. 60 (3): 189–92 . PMID:390966.
  6. P.J. Stolk, De maagd van Schiedam - een kritische hagiografie, Amsterdam: Wetenschappelijke bibliotheek, 1980