Aboe Simbel
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
|
|
| Werelderfgoed cultuur | |
| Land | |
| UNESCO-regio | Arabische Staten |
| Criteria | i, iii, vi |
|
|
|
| UNESCO-volgnr. | 88 |
| Inschrijving | 1979 (3e sessie ) |
|
|
|
Het archeologische complex Aboe Simbel bestaat uit twee enorme stenen Egyptische tempels in het zuiden van Egypte op de westelijke oever van het Nassermeer.
De vallei, die bekend staat als de Nubische Monumenten, loopt van Aboe Simbel tot Philae en staat op de lijst van Werelderfgoed van de UNESCO.
[bewerken] Geschiedenis
De twee tempels werden uit de bergwand gehakt door Ramses II in de 13e eeuw v.Chr. om zijn Nubische buren onder de indruk te brengen en om zichzelf en zijn koningin Nefertari te eren. In de rotstempel bevonden zich in de grote zuilenhal acht zuilen in de gedaante van Ramses II, elk bijna 10 meter hoog. De afstand van de indrukwekkende voorhof tot aan het allerheiligste bedroeg 55 meter. Behalve de beelden in het inwendige van de tempel, liet Ramses voor de façade vier kolossale beelden van zichzelf maken. Tussen de benen van deze aan weerszijden van de hoofdingang geplaatste beelden staat een aantal kleinere beelden die de moeder van Ramses, diens echtgenote - koningin Nefertari - en verscheidene van de 100 kinderen van de farao voorstellen. De tempel was zo gebouwd dat het zonlicht op twee dagen van het jaar via de ingang precies op drie van de vier in het heiligdom staande beelden viel; Twee van de beelden stellen Ramses en de Egyptische oppergod Amon voor. Op deze dagen - respectievelijk in februari en oktober - werden wellicht de militaire overwinningen van Ramses II gevierd.
In maart 1813 werden de tempels ontdekt door de Zwitser Johann Ludwig Burckhardt. In 1815 lukte het de Engelsman William John Bankes en de Italiaan Giovanni Finati de tempel van Hathor en Nefertari binnen te komen maar door de enorme hoeveelheid zand was het onmogelijk de grotere tempel van Ramses II uit te graven. Uiteindelijk was het Giovanni Battista Belzoni die op 1 augustus 1817, na meer dan een maand bezig te zijn geweest het zand te verwijderen, de tempel na eeuwen als eerste kon betreden.
[bewerken] Verhuizing
Tussen 1964 en 1968 werden beide tempels in grote blokken gezaagd en opnieuw opgebouwd op een locatie die 65 meter hoger lag, en 200 meter verder van de rivier. Hiertoe werd op deze plek een tweetal grote betonnen koepels gebouwd, aan de buitenkant bekleed met natuurlijke steen, waar de tempels in feite in werden geschoven. Ze zien er nu dus nog steeds uit alsof ze uit de rotsen zijn gehouwen. De tempels werden verhuisd om ze te redden van het rijzende water van het Nassermeer, het grote stuwmeer dat ontstond na de voltooiing van de Aswandam.
[bewerken] Galerij
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Abu Simbel van Wikimedia Commons. |
| Zonnetempels |
|---|
|
Aton (Karnak) · Achnaton (Tel-el-Amarna) · Nioeserre (Aboe Gorab) · Oeserkaf (Aboe Gorab) · Ramses II (Aboe Simbel) |

