Aboe Simbel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nubische monumenten van Aboe Simbel tot Philae
Werelderfgoed cultuur
Abu Simbel, Ramesses Temple, front, Egypt, Oct 2004.jpg
Land Vlag van Egypte Egypte
UNESCO-regio Arabische Staten
Criteria I, III, VI
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 88
Inschrijving 1979 (3e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst
Hathor en Nefertari Tempel
Egypte met locatie Aboe Simbel

Aboe Simbel is een archeologisch complex bestaande uit twee enorme stenen Egyptische tempels in het zuiden van Egypte op de westelijke oever van het Nassermeer.

De vallei, die bekendstaat als de Nubische Monumenten, loopt van Aboe Simbel tot Philae en staat op de lijst van Werelderfgoed van de UNESCO.

De stad Aboe Simbel met ca. 2500 inwoners is in de buurt.

Geschiedenis[bewerken]

De twee tempels werden uit een berg gehakt door Ramses II in de 13e eeuw v.Chr. om zijn Nubische buren onder de indruk te brengen en om zichzelf en zijn koningin Nefertari te eren. In de bergtempel bevonden zich in de grote zuilenhal acht zuilen in de gedaante van Ramses II, elk bijna 10 meter hoog. De afstand van de indrukwekkende voorhof tot aan het allerheiligste bedroeg 55 meter. Behalve de beelden in het inwendige van de tempel, liet Ramses voor de façade vier kolossale beelden van zichzelf maken. Tussen de benen van deze aan weerszijden van de hoofdingang geplaatste beelden staat een aantal kleinere beelden die de moeder van Ramses, zijn echtgenote koningin Nefertari en verscheidene van de 100 kinderen van de farao voorstellen. De tempel was zo gebouwd dat het zonlicht op twee dagen van het jaar via de ingang precies op drie van de vier in het heiligdom staande beelden viel; Twee van de beelden stellen Ramses en de Egyptische oppergod Amon voor. Op deze dagen - respectievelijk in februari en oktober - werden wellicht de militaire overwinningen van Ramses II gevierd.

In maart 1813 werden de tempels ontdekt door de Zwitser Johann Ludwig Burckhardt. In 1815 lukte het de Engelsman William John Bankes en de Italiaan Giovanni Finati de tempel van Hathor en Nefertari binnen te komen maar door de enorme hoeveelheid zand was het onmogelijk de grotere tempel van Ramses II uit te graven. Uiteindelijk was het Giovanni Battista Belzoni die op 1 augustus 1817, na meer dan een maand bezig te zijn geweest het zand te verwijderen, de tempel na eeuwen als eerste kon betreden.

Verhuizing[bewerken]

In 1960 werd begonnen met de bouw van de Aswandam, waardoor het Nassermeer zou ontstaan en de indrukwekkende tempels onder water zouden verdwijnen. Om de tempels te redden, werden ze tussen 1964 en 1968 in grote blokken gezaagd en opnieuw opgebouwd, door UNESCO en National Geographic, op een locatie die 65 meter hoger en 200 meter verder van de rivier lag. Hiertoe werden op deze plek twee grote betonnen koepels gebouwd, aan de buitenkant bekleed met natuurlijke steen, waar de tempels in feite in werden geschoven. Ze zien er nu dus nog steeds uit alsof ze uit de rotsen zijn gehouwen. De tempels behoren nog steeds tot de oudste monumenten in Egypte.

Galerij[bewerken]