Robert F. Kennedy
| Robert F. Kennedy | ||||
| Robert Francis Kennedy | ||||
| Geboren | 20 november 1925 Brookline (Massachusetts) |
|||
| Gestorven | 6 juni 1968 Los Angeles (Californië) |
|||
| Politieke partij | Democratische Partij | |||
| Partner | Ethel Kennedy (1950-1968) | |||
| Beroep | Politicus Advocaat Jurist Activist Auteur |
|||
| Religie | Rooms-katholiek | |||
| Handtekening | ||||
| Senator voor New York | ||||
| Aangetreden | 3 januari 1965 | |||
| Einde termijn | 6 juni 1968 | |||
| Voorganger | Kenneth Keating | |||
| Opvolger | Charles Goodell | |||
| 64e minister van Justitie | ||||
| Aangetreden | 20 januari 1961 | |||
| Einde termijn | 3 september 1964 | |||
| President | John F. Kennedy (1961-1963) Lyndon B. Johnson (1963-1964) |
|||
| Voorganger | William P. Rogers | |||
| Opvolger | Nicholas Katzenbach | |||
|
||||
Robert Francis (Bobby) Kennedy (Brookline (Massachusetts), 20 november 1925 – Los Angeles (Californië), 6 juni 1968) was een Amerikaans politicus van de Democratische Partij. Een jurist, advocaat, auteur en activist van beroep. Hij was het zevende van de negen kinderen van Rose Fitzgerald en Joseph P. Kennedy sr. en een broer van de Amerikaanse president John F. Kennedy. Deze benoemde hem in januari 1961 tot minister van Justitie in zijn kabinet, waar hij daadkrachtig optrad tegen de Amerikaanse maffia. Hij werkte nauw samen met zijn broer tijdens de invasie in de Varkensbaai en de Cubacrisis. Robert Kennedy bleek als naaste adviseur een krachtig en loyaal politicus in verscheidene campagnes van zijn broer.
Op 5 juni 1968, tijdens een campagnebijeenkomst in Hotel Ambassador in Los Angeles voor de presidentsverkiezing van 1968, werd Kennedy neergeschoten. Hij overleed de volgende dag, op 42-jarige leeftijd.
Inhoud |
Minister en senator[bewerken]
Begin jaren zestig onderhandelde Kennedy met minister Luns over de kwestie-Nieuw-Guinea, het laatste stuk Nederland in "de Oost". Luns rekende op bijstand van de VS, maar Kennedy gaf te kennen Nederland niet militair te willen steunen. Robert Kennedy bleef na de moord op zijn broer minister onder de nieuwe president Lyndon B. Johnson, ondanks hun wederzijdse antipathie. Toen zijn hoop op de kandidatuur voor het vicepresidentschap ijdel bleek, verliet hij de regering en stelde zich in 1964 kandidaat als senator voor New York. Hij won de verkiezing van zijn tegenkandidaat Kenneth Keating en was van 1965 tot 1968 senator. Al op het Democratische Partijcongres van 1964 was gebleken hoe populair hij was; hij kon zijn toespraak daar pas beginnen na een twintig minuten durende orkaan van gejuich, die hijzelf zag als een eerbetoon aan zijn in november 1963 vermoorde broer.
Presidentskandidaat[bewerken]
In 1968, na een korte aarzeling uit angst om uit te groeien tot splijtzwam van de Democraten, stelde hij zich kandidaat voor het presidentschap in de voorverkiezingen. President Johnson opteerde niet voor een volgende termijn en vicepresident Hubert Humphrey had nog geen voorverkiezing gewonnen. Zijn vooruitzichten om de Democratische kandidaat te worden leken zeer gunstig toen hij in een haastig geïmproviseerde campagne de overwinning behaalde in de belangrijke voorverkiezing van Californië, na eerdere overwinningen in Indiana, Nebraska en South Dakota.
Vermoord[bewerken]
Na zijn dankrede in de balzaal van Hotel Ambassador in Los Angeles werd Robert Kennedy op 5 juni 1968 kort na middernacht neergeschoten. Dit gebeurde toen hij met zijn bewakers het hotel door de achteringang verliet en het hotelpersoneel de handen schudde. Volgens de officiële lezing dook plotseling Sirhan Sirhan voor hem op en vuurde enkele schoten op hem af. Een bewaker trok hem snel achterwaarts, maar kon niet voorkomen dat hij werd geraakt; eenmaal in zijn achterhoofd en tweemaal in zijn oksel. Robert Kennedy overleed de volgende dag in het ziekenhuis. Zijn lichaam werd opgebaard in de Saint Patrick's Cathedral in New York City, waar op 8 juni een herdenkingsdienst werd gehouden. Zijn stoffelijk overschot werd direct na de kerkdienst van New York naar Washington overgebracht met een speciale trein, de RFK funeral train. Langs heel het traject vormden aanhangers erehagen.
Complottheorieën[bewerken]
Net als bij de moord op zijn broer John in 1963 heeft ook deze moord tal van vragen opgeroepen en onbeantwoord gelaten. Er circuleren verschillende complottheorieën, mede naar aanleiding van foto's waarop minstens drie CIA-agenten te zien zijn, die zeven jaar eerder hadden meegedaan aan de mislukte Amerikaanse invasie in de Cubaanse Varkensbaai.[1] De aanwezigheid van CIA-personeel bij een binnenlandse campagnebijeenkomst is des te opmerkelijker, omdat de CIA verantwoordelijk is voor Amerikaanse veiligheidsbelangen in het buitenland, maar niet in het binnenland. Verder wordt betwijfeld of Sirhan wel zo dicht bij de presidentskandidaat kwam, dat hij diens exacte schotwonden kon hebben toegebracht. Getuigen menen verder meer schoten te hebben gehoord dan hij maximaal kon hebben afgevuurd. Sirhan zelf beweerde later dat hij gehypnotiseerd was en zich daardoor van zijn daad niets meer wist te herinneren, al had hij ook als geboren Palestijn gerefereerd aan het Palestijns-Israëlisch conflict en de Zesdaagse Oorlog. Hij werd gearresteerd en ter dood veroordeeld. Zijn veroordeling werd later omgezet in een levenslange gevangenisstraf, die hij uitzit in de gevangenis van Corcoran in Californië.
In 2012 dook een ooggetuige op, Nina Rhodes-Hughes, die in een interview met CNN stellig beweerde een tweede schutter te hebben gezien.[2][3]
Wetenswaardigheden[bewerken]
In 1998 werd een bijzondere dollarmunt uitgegeven met de beeltenis van Robert Kennedy op de ene kant, en emblemen van het ministerie van Justitie en de Senaat op de andere.
Op 20 november 2001, zijn 76e verjaardag, herdoopten de Amerikaanse president George W. Bush en Minister van Justitie John Ashcroft in een feestelijke ceremonie het gebouw van het ministerie van Justitie in Washington in Robert F. Kennedy Department of Justice Building.
Robert Kennedy was een voorstander van het gebruik van Esperanto: "Het is heel waarschijnlijk dat een neutrale taal veel zou kunnen betekenen voor de communicatie tussen verschillende landen over de hele wereld. Esperanto is al lange tijd de voornaamste kandidaat."
Kinderen[bewerken]
Samen met Ethel Skakel, met wie hij in 1950 trouwde, kreeg hij elf kinderen:
- Kathleen Hartington (1951)
- Joseph Patrick II (1952)
- Robert Francis jr. (1954)
- David Anthony (1955-1984)
- Mary Courtney (1956)
- Michael LeMoyne (1958-1997)
- Mary Kerry (1959)
- Christopher George (1963)
- Matthew Maxwell Taylor (1965)
- Douglas Harriman (1967)
- Rory Elizabeth Katherine (1968)
Afbeeldingen[bewerken]
-
Robert Kennedy en Martin Luther King in 1963
-
Graf van Robert Kennedy op Arlington National Cemetery in Washington D.C.
Externe links[bewerken]
- (en) Gedenksite voor Robert Kennedy
- (en) Informatie over de speciale dollarmunt
- (en) The Robert F. Kennedy Assassination Archives Collection
- (en) California State Archives' Collection: Officieel archief met rapport van het onderzoek naar de moord op RFK
- (en) (de) Wie vermoordde RFK? Actuele informatie over de heropening van het proces tegen Sirhan B. Sirhan
| Zie de categorie Robert F. Kennedy van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
Bronnen, noten en/of referenties
|