Cubaanse Revolutie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cubaanse Revolutie
Onderdeel van de Koude Oorlog
Fidel Castro in 1959
Fidel Castro in 1959
Datum 26 juli 1953 - 1 januari 1959
Locatie Cuba
Resultaat Overwinning voor de Beweging van de 26ste juli
  • Omverwerping van het regime van Batista
  • Begin van de heerschappij van Castro
Strijdende partijen
M-26-7.svg Beweging van de 26ste juli Flag of Cuba.svg Regime van Batista
Commandanten
M-26-7.svg Fidel Castro
M-26-7.svg Che Guevara
M-26-7.svg Raúl Castro
M-26-7.svg Camilo Cienfuegos
M-26-7.svg Juan Almeida Bosque
M-26-7.svg Raul Martinez Araras
M-26-7.svg Ramos Latour
M-26-7.svg Rene Latour
M-26-7.svg Rolando Cubela
M-26-7.svg Roberto Rodriguez
Flag of Cuba.svg Fulgencio Batista
Flag of Cuba.svg Eulogio Cantillo
Flag of Cuba.svg Jose Quevedo
Flag of Cuba.svg Alberto del Rio Chaviano
Flag of Cuba.svg Joaquin Casillas
Flag of Cuba.svg Cornelio Rojas
Flag of Cuba.svg Fernandez Suero
Flag of Cuba.svg Candido Hernandez
Flag of Cuba.svg Alfredo Abon Lee
Verliezen
5.000 doden (1958-1959)

De Cubaanse Revolutie was een revolutie in de eilandstaat Cuba. De revolutie werd geleid door Fidel Castro en diens Beweging van de 26ste Juli en culmineerde op 1 januari 1959 in de val van de dictator Fulgencio Batista en de vestiging van een communistisch regime.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Op 20 mei 1902 werd Cuba op papier een onafhankelijke republiek, maar de invloed van de Verenigde Staten bleef overal tegenwoordig. Op basis van het Platt Amendement greep de VS zelfs militair in op het Cubaanse vasteland in 1902,1912 en 1917.

Na twintig jaar “onafhankelijkheid” was de Cubaanse industrie en de landbouwgrond grotendeels in handen van Amerikaanse bedrijven. Toerisme dat teerde op gokken en prostitutie tierde welig. De Grote Depressie stortte Cuba in crisis en chaos. Een aantal zwakke en veelal corrupte presidenten hadden elkaar opgevolgd. Gerardo Machado voerde van 1925 tot 1933 een waar schrikbewind. Op 4 september 1933, na een algemene staking, moest Machado de macht uit handen geven en trad een legersergeant, Fulgencio Batista een eerste keer op het voorplan. Hij was ook in maart 1952 kandidaat voor de verkiezingen, maar toen bleek dat hij geen kans maakte, bracht een tweede staatsgreep hem op 10 maart opnieuw aan de macht. Eddy Chibas, leider van de Orthodoxe Partij, die de verkiezingen had kunnen winnen, pleegde tijdens een toespraak op de radio zelfmoord. Op zijn begrafenis sprak een jonge advocaat een rede uit, Fidel Castro Ruz.

Na Batista’s tweede coup, vormde zich in Havana een revolutionaire groep rond Abel Santamaría, zijn zuster Haydée, Fidel Castro en diens broer Raul Castro.

De revolutie[bewerken]

Op 26 juli 1953 leidde Castro 119 rebellen bij een aanval op de Moncada kazerne in Santiago de Cuba. De aanval mislukte toen de colonne aanvallers opgemerkt werd door een legerpatrouille. Het effect van de verrassing was verloren en de aanval werd in de kiem gesmoord. 55 aanvallers, onder wie Abel Santamaría, werden gevat, gefolterd en vermoord door Batista’s troepen. Castro en een paar anderen ontsnapten naar de nabijgelegen bergen en werden slechts dankzij veel geluk terug gevat.

Castro’s gevangenneming werd spoedig overal bekend, zodat een proces onvermijdelijk was. Fidel, zelf advocaat, voerde zijn eigen verdediging en die van zijn kompanen in het historisch pleidooi, “Historia me absolvera”, “de Geschiedenis zal me vrijspreken”. De groep werd uiteindelijk veroordeeld tot 15 jaar opsluiting op het Isla de Pinos, nu de Isla de la Juventud. Daar werden ze opgesloten in de Presidio Modelo, nabij Nueva Gerona.

In februari 1955 won Batista frauduleuze verkiezingen en ten teken van verzoening bevrijdde hij een aantal politieke gevangenen, onder wie de groep Castristen. Castro vluchtte vrijwel onmiddellijk naar Mexico. Frank Pais bleef achter in Santiago de Cuba om de M-26-7 (Revolutionaire Beweging van de 26e juli), ondergronds te organiseren.

In Mexico werd een revolutionaire garde getraind en uitgerust en op 2 december 1956 landde Castro met 81 kompanen met het jacht Granma op de kust van de Oriente, in Playa Las Coloradas nabij Niquero. Een paar dagen later werden ze opgemerkt door de troepen van Batista en begon de jacht. Castro en slechts 11 anderen, onder wie Che Guevara, Raul Castro en de toekomstige comandantes Camilo Cienfuegos en Juan Almeida wisten te ontsnappen in de Sierra Maestra, een bergketen ten westen van Santiago de Cuba, waar ze werden opgevangen door Celia Sanchez, leidster van de M-26-7 in Manzanillo. Zij zou later de vriendin van Castro worden.

Kaart van de revolutie

Op 17 januari 1957 scoorden de guerrilla voor de eerste keer, na een overwinning op een kleine legerpost aan de zuidkust van Cuba. Op 13 maart 1957 pleegde een groep studenten een mislukte aanslag op Batista in het presidentiële paleis, nu het Museo de la Revolución in Havana. 32 van de 35 aanvallers werden ter plekke afgemaakt. Een aantal studenten die op Radio Reloj de val van Batista hadden aangekondigd werden eveneens vermoord. Iedereen die van ver of dichtbij met het incident te maken had, inbegrepen studentenleider Echevarria werd omgebracht. De M-26-7 beweging won alleen meer aanhangers.

Op 28 mei 1957 veroverden de revolutionairen een legerpost in El Uvero en bemachtigden zo belangrijke voorraden. Op 30 juni werd Frank Pais vermoord in Santiago de Cuba. Maar de opgang van de M-26-7 was niet meer te stoppen en tegen het einde van 1957 had Castro een vaste commandopost geïnstalleerd in La Plata, hoog in de Sierra Maestra, vandaag nog steeds te bezoeken. Van daaruit begon in februari 1958 Radio Rebelde uit te zenden en Raul Castro zette een tweede commandopost op in de Sierra de Cristal aan de noordoostkust van de Oriente.

In mei 1958 stuurde Batista een troepenmacht van 10.000 soldaten de bergen in om de Castristen uit te schakelen. Het tegendeel gebeurde. Tegen de zomer was de legermacht verslagen en werd het grootste deel van hun uitrusting buit gemaakt. Dit betekende een definitieve omslag in de campagne.

Na verschrikkelijke voettochten wisten Che Guevara en Camilo Cienfuegos met hun colonnes twee nieuwe fronten te openen in de provincie van Las Villas. Belangrijke slagen werden gewonnen in Guisa en in de Sierra del Escambray. Op 28 december 1958 overmeesterden Che Guevara’s troepen een gepantserde trein in Santa Clara, en op 30 december won Camilo Cienfuegos een beslissend gevecht in Yaguajai. Op 30 december waren de gevechten voorbij. In de nieuwjaarsnacht van 1 januari 1959 ontvluchtte Batista Havana. In de loop van de dag tekende het leger van Batista de capitulatie in Santa Clara. Guevara en Cienfuegos trokken op 2 januari Havana binnen, op 8 januari vervoegd door Castro. De Cubaanse Revolutie was voorbij.

Zie ook[bewerken]