Boudewijn de Groot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Boudewijn de Groot
Foto: Filip Naudts
Boudewijn de Groot
Achtergrondinformatie
Geboren 20 mei 1944
Geboorteland Nederlands-Indië
Muziekportaal
De Groots handafdrukken in de Walk of Fame te Rotterdam

Frank Boudewijn de Groot (Batavia, 20 mei 1944) is een Nederlandse zanger.

Inhoud

[bewerken] Biografie

[bewerken] Vroege jeugd

Boudewijn de Groot werd op 20 mei 1944 geboren in een Japans interneringskamp in Batavia, voormalig Nederlands-Indië. Zijn moeder overleed in juni 1945 in het jappenkamp Tjideng. Na de oorlog, in 1946, keerde het gezin terug naar Nederland, waar de kinderen, Boudewijn, zijn broer en zijn zus, in verschillende gezinnen werden ondergebracht, zodat zijn vader kon terugkeren naar Indië. Zo kwam Boudewijn terecht in het gezin van een tante in Haarlem.

In 1951 keerde De Groots vader voorgoed terug uit Indië, waarna hij in Nederland hertrouwde. Het gezin werd herenigd in 1952 en vestigde zich in de César Franklaan te Heemstede. Hier maakte hij voor het eerst kennis met Lennaert Nijgh, die in deze zelfde straat kwam te wonen en vriendschap sloot met Boudewijns jongere stiefbroer Dirk. Beiden zaten ook op de Crayenesterschool, maar veel contact hadden de twee niet, daar Boudewijn een klas hoger zat dan Lennaert.

Na de basisschool ging Boudewijn naar de HBS op het Coornhert Lyceum in Haarlem. Hij had ondertussen gitaar leren spelen en maakte op school indruk met liedjes van Jaap Fischer en Jacques Brel. In de vriendengroep, die hij opbouwde op het lyceum, dook ook Lennaert Nijgh weer op, die weliswaar op een andere school zat, maar voornamelijk optrok met leerlingen van het Coornhert Lyceum.

Boudewijn en Lennaert waren beiden geïnteresseerd in film en samen maakten zij in hun examenjaar, 1962, met enkele andere vrienden, een 8 mm-filmpje getiteld Feestje bouwen, waarin Boudewijn onder andere een tweetal liedjes ten gehore bracht. Hierna schreven ze zich in op de filmacademie, waar zij beiden werden toegelaten.

[bewerken] De eerste opnames

Tijdens een van de huisvertoningen van Boudewijn en Lennaerts filmpje, zag nieuwslezer Ed Lautenslager de opname. Hij was met name onder de indruk van de liedjes van Boudewijn en spoorde deze aan meer liedjes te schrijven, die hij dan aan een relatie bij Phonogram Records zou aanbieden. Boudewijn nam Lennaert in de arm als tekstschrijver, waarop het duo enkele nummers schreef.

Op 14 mei 1964 toog De Groot, met zijn akoestische gitaar, naar de Phonogram Studio's in Hilversum om een aantal nummers op te nemen. De nummers Strand en Sexuele voorlichting en Élégie Prenatale en Referein voor... werden op single uitgebracht, maar bereikten de hitlijsten niet. De platen werden uitgebracht onder het Decca label en leverden Boudewijn zijn eerste televisieoptreden in Kaberet Kroniek van Wim Ibo.

Hierop schreef Boudewijn zich in voor het talentenprogramma Nieuwe oogst. Hier kreeg hij een hoge waardering van de vakjury, die het nummer Élégie Prenatale roemde om zijn gedurfdheid, iets wat het publiek minder bleek te kunnen waarderen. Uiteindelijk ging André van Duin er met de hoofdprijs vandoor, voor zijn bandparodieact. Zijn eerste twee singles werden, samen met De morgen en Delerium opnieuw uitgegeven op een EP, die de titel Boudewijn de Groot meekreeg. Ook deze plaat bereikte de hitlijsten niet.

Op 9 september 1964 trouwde Boudewijn met Anneke Versteeg en op 27 december werd Boudewijns eerste zoon, Marcel de Groot, geboren. Om bij te verdienen nam Boudewijn een baantje bij de Bijenkorf in Amsterdam en presenteerde hij, onder het pseudoniem Marcel Oversteege, een jazzprogramma bij Radio Veronica.

Om een doorbraak te forceren stelde producer Tony Vos voor enkele covers op te nemen. Eerst werd besloten de folk tradional Noordzee op te nemen met een strijkersarrangement. Dit leverde echter niet het verwachte succes op. Hierna kwam Vos op de proppen met A young girl of sixteen van Noel Harrison, wat op zijn beurt weer een beatbewerking was van Une enfant de 16 ans, een chanson door Charles Aznavour geschreven voor Edith Piaf. Het nummer bereikte begin 1966 nummer 23 van de Top 40. Op de b-kant prijkte De eeuwige soldaat, een vertaling van het protestlied Universal Soldier, van Buffy St. Marie, dat bekend was geworden in de versie van Donovan.

Bij het aanslaan van Een meisje van 16, werd besloten in allerijl een album uit te brengen. Op het album Boudewijn de Groot, dat reeds eind 1965 verscheen, prijkten maar vijf nummers van de hand van Nijgh/De Groot. De overige zeven nummers waren covers van andere singer-songwriters, die flirten met beatmuziek, als The Kinks, Simon and Garfunkel, Bob Dylan en Donovan, waarvan hij twee nummers opnam.

In 1966 werd ervoor gekozen het nummer Welterusten Meneer de President op single uit te brengen. Het nummer, dat een aanklacht aan het adres van Lyndon B. Johnson was tegen de Vietnamoorlog, bereikte dat jaar de 9e positie in de Top 40, waarmee Boudewijns naam definitief vestigde.

[bewerken] Eerste succesperiode

In 1966 werden alle registers opengetrokken voor de vervolgplaat op Boudewijn de Groot, die Voor de overlevenden ging heten en in 1966 verscheen als elpee en fotoboek. Naast De Groot, Nijgh en Vos werd ook arrangeur Bert Paige toegevoegd aan het succesteam. Op de plaat schreef Lennaert Nijgh zijn jeugdjaren van zich af, met nummers als Voor de overlevenden, Testament en Verdronken vlinder en schreef hij een cyclus liefdesliedjes voor een zekere Joke. De elpee kreeg een gouden en een platina plaat toegewezen en werd bekroond met een Edison.

Als eerste single werd gekozen voor Ken je dat land, dat in de lijn lag van de eerdere protestsingles. De single wist de hitlijsten echter niet te bereiken. Als tweede single werd gekozen voor het carnavaleske Het Land van Maas en Waal, dat in 1967 Boudewijns eerste, en tot nog toe enige, nummer 1 hit werd. Het nummer werd onder de naam Baldwin uitgebracht in Engeland, waar er slechts een paar honderd van verkocht werden. Hierna bracht Decca ook nog een single uit van het nummer Onder ons, dat niet op het album terecht gekomen was.

Onder invloed van The Beatles' Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band besloten Nijgh en De Groot ook een ultieme hippieplaat te willen maken. Het resultaat werd Picknick, waarop volop geëxperimenteerd werd met psychedelische teksten en muziek. De plaat werd enthousiast ontvangen en wederom bekroond met een Edison, een gouden en een platina plaat.

Als eerste single werd gekozen voor het titelnummer Picknick, als tweede single werd gekozen voor het duet Meester Prikkebeen, met de gewijzigde titel Prikkebeen, dat Boudewijn de Groot opnam met Elly Nieman. Dit nummer bereikte begin 1968 de negende plaats van de Top 40. Hierna volgde de single Waterdrager, een nieuw nummer dat niet op het album stond, aangevuld met b-kant Als de rook om je hoofd is verdwenen.

Boudewijn en Lennaert begonnen ondertussen steeds vaker voor andere artiesten, waaronder Adèle Bloemendaal en Liesbeth List, te schrijven.

[bewerken] Een andere koers

Met Picknick had Boudewijn de grenzen van de Nederpop al een eind opgerekt. Zijn nieuwe project moest het nogmaals naar een grotere hoogte brengen. Boudewijn schoof Lennaert Nijgh aan de kant en besloot met Lucien Duzee, een vriend van de filmacademie, een filmisch verhaal op te plaat te zetten. Op de plaat werd volop geëxperimenteerd met synthesizers, geluidseffecten en exotische instrumenten. Op de plaat werkte Boudewijn samen met gitarist Eelco Gelling van Cuby + Blizzards. Het verhaal, dat de titel Heksensabbath meekreeg, ging over een heksenbijeenkomst en greep terug naar vele oude mythologische namen en begrippen.

Het album, dat de titel Nacht en ontij meekreeg, bevatte slechts twee tracks: Babylon en Heksensabbath, dat verdeeld werd over het merendeel van beide kanten. Bij het album hoorde een fotoboek, dat bij de elpee was gevoegd. Bij de eerste persing werd ook nog een bonussingle van de rocknummers Wie kan mij nog vertellen en Aeneas nu meegeleverd, die in dezelfde sessies zijn opgenomen.

Ondertussen toerde Boudewijn met zijn gitaar door heel het land, maar leek steeds meer in conflict te komen met het publiek, dat het geluid van de plaat verwachtte, in plaats van de akoestische versies van Boudewijn zelf. Ontevreden met het leven dat hij leidde, trok Boudewijn zich terug in een oude boerderij in Dwingeloo,.

Hierop besloot Boudewijn dat het tijd was voor een nieuwe stap in zijn carrière. Hij plande een serie afscheidsconcerten, met de beatband Names and Faces als begeleidingsband, besloot een band op te richten onder de naam The Tower en zich hiermee te richten op Engelstalig materiaal. De band bestond naast Boudewijn de Groot uit Eelco Gelling van Cuby + Blizzards op gitaar, Jan Hollestelle op basgitaar, Jay Baar van Q65 op drums en Herman Deinum op toetsen, die allen als sessiemuzikanten al te horen waren op Nacht en Ontij . Hun eerste single In your life bereikte begin 1969 de 20e plaats in de Top 40.

Samen met Simon Vinkenoog schreef Boudewijn nog een Engelstalige single, genaamd Captain Decker. Deze werd wederom uitgebracht onder de naam The Tower, dit keer bestond de band naast Boudewijn en Eelco Gelling echter uit John Schuursma en Willem Schoone uit The Rob Hoeke Rhythm & Blues Group op gitaar en basgitaar, Hans Jansen op hammondorgel en piano en Kees Kraanenburg van The Jumping Jewels op drums. Deze tweede single bereikte de hitlijsten niet, waarop Boudewijn en Eelco Gelling besloten de samenwerking stop te zetten.

Boudewijn zou echter bezig blijven in het Engelstalige genre. Samen met Rick van der Linden van Ekseption startte Boudewijn een nieuw project dat de naam Session meekreeg. De single die het duo uitbracht, heette Moonstruck en had op de b-kant het nummer Ballad of a minstrel. Het nummer kwam niet in de hitparade terecht, waarna het project weer werd ontbonden en Boudewijn het, samen met Lennaert Nijgh, weer eens in het Nederlands probeerde met de single Nachtwacht.

Ondertussen had Decca het 'afscheid van Boudewijn de Groot' aangegrepen om Boudewijns debuutplaat opnieuw uit te brengen onder de titel Apocalyps en een verzamelalbum uitbrengen met Boudewijns grootste hits onder de titel Vijf jaar hits, alsmede een aantal oude nummers uit te geven op single. Zo kwam het nummer Als de rook om je hoofd is verdwenen, in 1972, na vijf jaar, alsnog op eigen kracht in de Top 40 terecht. Na Vijf jaar hits brengt de platenmaatschappij ook Dubbel twee uit, waarmee het oeuvre van Boudewijn gecomplementeerd kon worden.

Boudewijn zelf was ondertussen steeds vaker achter de knoppen van de studio te vinden, waar Phonogram hem, in afwachting van nieuw materiaal, producer hadden gemaakt van onder andere Leon de Graaff, Kraaijeveld, Oscar Benton, Breakaway, Diana Vredenberg, Mini & Maxi en Don Rosenbaum.

[bewerken] Terugkeer

Na een korte periode achter de productietafel, nam Boudewijn weer contact op met Lennaert Nijgh en er werden al snel plannen gemaakt voor een nieuwe plaat. Bert Paige en Tony Vos werden ook weer opgetrommeld en Ruud Engelander werd als extra tekstschrijver toegevoegd aan het team. Het resultaat luisterde naar de titel Hoe sterk is de eenzame fietser. De eerste single Jimmy, genoemd naar zijn jongste zoon, bereikte de zesde plaats van de Top 40, zijn opvolger Tante Julia kwam echter niet verder dan de tipparade. De plaat werd bekroond met een Edison, een gouden en een platina plaat. Ondertussen speelde Boudewijn ook gitaar in de Amsterdamse rockband Tigers On Vaseline, waarmee hij twee singles uitbrengt. Phonogram bracht na het succes van de plaat een nieuw verzamelalbum uit: Boudewijn de Groot - Grootste hits.

Na de succesvolle comeback werd Boudewijn de Groot gevraagd ook de carrière van Rob de Nijs uit een dal te trekken. Samen met Lennaert ontpopte hij zich als drijvende kracht achter de comeback van Rob de Nijs. Lennaert schreef de teksten, die door Boudewijn op muziek werden gezet en werden gearrangeerd door Bert Paige. Boudewijn was vervolgens als producer weer verantwoordelijk voor het eindresultaat. Zo maakten zij in deze periode de plaat In de uren van de middag, met daarop de hits Jan Klaassen de trompetter en Dag zuster Ursula, maar bijvoorbeeld ook een oude versie van Boudewijns latere succesnummer Avond. Later volgenden hits als Malle Babbe, Mireille en Hé, speelman.

In 1974 produceerde Boudewijn de eerste single van Henny Vrienten, die werd uitgebracht onder de naam Ruby Carmichael en deed hij producties voor Conny Vink en CCC Inc.. Ook neemt hij een carnavalsversie op van Tante Julia samen met Nico Haak en de single Ik ben ik met een tekst van Ruud Engelander.

In 1975 besloot Boudewijn het weer over een andere boeg te gooien, door de productie van zijn nieuwe plaat in eigen hand te houden. In plaats van met Lennaert, ging hij zijn teksten schrijven met René Daalder. Het resultaat was een zeer persoonlijke plaat met kleine arrangementen, onder de titel Waar ik woon en wie ik ben, waarop Boudewijn onder andere zingt over zijn moeder in Nederlands-Indië en de tol van de roem. De plaat werd afgemixt in de Verenigde Staten en bevat bijdragen van Ernst Jansz en Hans Hollestelle.

Na het verschijnen van de plaat reisde Boudewijn opnieuw naar Amerika, om hier enkele weken in Hollywood door te brengen en te werken aan nieuw, Engelstalig, materiaal. Na productieproblemen kwam hij echter met twee onklare nummers terug. Na zijn terugkomst ging hij op tour door Nederland en België, met onder andere Henny Vrienten en Ernst Jansz in zijn begeleidingsband, die later verantwoordelijk zouden worden voor de successen van Doe Maar.

Hierna stortte hij zich weer op zijn producerscarrière. Eerst kwam de elpee Kijken hoe het morgen wordt van Rob de Nijs, waarop Boudewijn verantwoorlijk was voor bijna alle nummers en de teksten verzorgd werden door onder andere Lennaert Nijgh en Ruud Engelander. Hierna richtte hij zich op de elpee Accent op Thérèse van Thérèse Steinmetz en Iemand die van je houdt van Willeke Alberti. Ook maakt hij voor het project Zing je moerstaal van de Boekenweek 1976 het nummer De kinderballade op een tekst van Gerrit Komrij.

Hierna ging hij weer terug naar Amerika om een cursus arrangeren te volgen en bleef ditmaal ongeveer een jaar weg. In zijn afwezigheid bracht de platenmaatschappij wederom een verzamelalbum uit onder de naam Het beste van Boudewijn de Groot.

[bewerken] De Amerikaanse periode

Toen hij in 1979 terugkeerde naar Nederland ondernam hij een uitgebreide tour door Nederland en België en nam vervolgens het album Van een afstand op. Op het album, dat begin 1980 verschijnt, staan weer enkele klassieke Boudewijn de Groot/Lennaert Nijgh-nummers, zoals Tip van de sluier, dat op single wordt uitgebracht en gebruikt werd in de gelijknamige film van studiegenoot Frans Bromet, maar ook teksten van Ruud Engelander, René Daalder, Herman Pieter de Boer en Ernst Jansz. Op het laatste nummer laat hij zich bijstaan door zoons Marcel en Jim en op de voorkant van de plaat is dochter Caya te zien.

Boudewijn de Groot (1982)

In de zomer van 1980 keerde hij wederom terug naar Hollywood, om de cursus arrangeren af te ronden en zich verder te bekwamen in het schrijven van filmmuziek. In 1981 kwam hij even terug om een intensieve tournee te doen door Nederland en België. Opnames van deze tournee werder op elpee uitgebracht onder de titel Concert. In 1982 keerde Boudewijn voorgoed terug uit Amerika.

Een nieuwe uitdaging lokte toen hij door Phonogram Duitsland gevraagd werd een Duitstalige elpee op te nemen. Enkele oude nummers werden, vertaald, opnieuw gearrangeerd en in het Duits opgenomen, onder de titel Bo de Groot. De verwachtingen waren hoog gespannen, maar na slechte promotie van Phonogram in Duitsland stierf het project, na het verschijnen van het album, een stille dood. Ondertussen scoorde Hans de Booij een grote hit met Annabel, een nummer dat was blijven liggen bij de opnames van Van een afstand.

Boudewijn had ondertussen, in Amerika, gewerkt aan teksten voor zijn nieuwe project, waarvoor hij zich liet inspireren door de futuristische wereld van Blade Runner. In 1984 verscheen de plaat Maalstroom, die een heel ander, killer, geluid liet horen dan men van Boudewijn de Groot verwachtte. Alle nummers waren van zijn hand, op Vlucht in de werkelijkheid na, waarvan de tekst van de hand van Lennaert was en Code waarvan de muziek van Henny Vrienten kwam. Boudewijn had de plaat zelf geproduceerd en gearrangeerd. De plaat maakte weinig indruk en bleef halverwege de hitlijsten hangen.

Na het mislukken van het Maalstroom-project besloot Boudewijn de popmuziek achter zich te laten. Hij ging literaire thrillers en detectives vertalen, onder andere een aantal boeken van Stephen King en Scott Turow en stelde voor de IKON een televisieserie samen over verschillende stromingen in de Nederlandse popmuziek. Ook ging hij samenwerken met Pim de la Parra, met wie hij op de filmacademie gezeten had, waarvoor hij enkele filmsoundtracks produceerde en de hoofdrol speelde in diens film Let the music dance. Daarnaast schreef hij de muziek van twee films van Paul Ruven en produceerde hij platen van The Shooting Party, Bram Vermeulen, Stef Bos en Rowwen Hèze.

In 1991 ging hij pas weer een nieuwe muzikale uitdaging aan, toen hij gevraagd werd om de rol van Anton Tsjechov op zich te nemen in de musical Tsjechov van Robert Long en Dimitri Frenkel Frank. In 1992 verschijnt een opname van de musical op cd. Tot 1993 stond Boudewijn de Groot in de theaters met Tsjechov. In 1993 heeft Boudewijn in het huis van Lennaert een ontmoeting met diens ex-vrouw Anja Bak, de twee kregen een relatie en trouwden in 1995. Dat zelfde jaar werd hij gevraagd voor de rol van Otto Frank in een toneelbewerking van het Dagboek van Anne Frank.

[bewerken] Hernieuwde belangstelling

Begin jaren 90 herstellen Lennaert en Boudewijn hun vriendschap. Ondertussen werd het oude materiaal van Boudewijn herontdekt door een jongere generatie. Deejay Jan Douwe Kroeske nam hierop het initiatief om in 1995 een tribute album uit te geven, waarop diverse artiesten nummers van Boudewijn speelden. Het animo voor de plaat was overweldigend en artiesten als The Scene, Arno Hintjens, Tröckener Kecks, Betty Serveert, Daryll-Ann, Rowwen Hèze, dEUS, Hallo Venray, De Dijk en The Nits namen allen een nummer op van Boudewijn. Het meest bijzondere nummer was echter de verborgen track aan het einde van het album, dat van de hand van Boudewijn zelf was: Een wonderkind van 50. Het nummer was een hernieuwde samenwerking tussen Boudewijn en Lennaert en bleek een voorproefje te zijn voor een nieuw album. In 1995 produceerde Boudewijn de cd Manen kweken van zijn zoon Marcel de Groot.

In 1996 verscheen Boudewijns nieuwe plaat onder de titel Een nieuwe herfst. De teksten waren voornamelijk van Lennaert Nijgh, maar er waren ook teksten van Ruud Engelander, Herman Pieter de Boer en Harm Schepers. Wat opmerkelijk was aan deze plaat, was dat Boudewijn naast een serie nieuwe nummers ook een greep had gedaan in de nummers die hij voor anderen geschreven had, dit mede doordat de tekstschrijvers niet aan de vraag voor nieuwe teksten konden voldoen. Zo staan op dit album Kijken hoe het morgen wordt en Avond, die eerder werden opgenomen door Rob de Nijs en Annabel en Vrolijke violen, die eerder werden opgenomen door Hans de Booy. Ook maakte Boudewijn gebruik van oude teksten van Lennaert aangezien deze slechts met moeite aan nieuwe teksten toekwam.

De plaat werd opgenomen met onder andere Ernst Jansz, Jan Hendriks en Jan de Hont en werd gearrangeerd en geproduceerd door Jacob Klaasse. Het orkestrale geluid van de plaat deed weer denken aan het oude werk van Boudewijn en de plaat werd bekroond met een gouden plaat. Hetzelfde jaar deed Boudewijn een serie optredens met het Metropole Orkest onder leiding van Dick Bakker. Hij speelde hier een aantal van zijn hits en liet zich daarbij bijstaan door collega's als Jan Rot, Fay Lovski en dochter Caya.

Hetzelfde jaar was Boudewijn de eregast tijdens NEKKA Nacht van de Flanders Expo in Gent, waarbij diverse artiesten een hommage aan hem brachten. Ook verscheen er een oeuvrebox onder de titel Wonderkind aan het Strand, waarvan een dubbel-cd-versie, met een verzameling succesnummers, en een 4 cd-boxversie, met daarop divers bonusmateriaal als de Engelstalige singles en een bijgevoegd boek, uitkwamen. Ook besteedde de NCRV in het programma Classic albums aandacht aan het album Voor de overlevenden, waarop de plaat in geremixte versie werd uitgegeven, later zou Picknick volgen.

Hierop ging Boudewijn op tour met de band waarmee hij het album had opgenomen. De tour duurde al met al zo'n twee jaar en voerde Boudewijn langs de meeste grote concertzalen in Nederland en België. Aan het eind van de tour werd er een live dubbelalbum uitgebracht onder de titel Een hele tour waarop zowel het concert met het Metropole Orkest in de Amsterdamse Paradiso, als een bandconcert in de Gentse Vooruit stond.

In 1998 werd Boudewijn beloond met een Edison voor zijn totale oeuvre en in 1999 werd hij, samen met Lennaert, benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 2000 kreeg hij, als eerste artiest, de Radio 2 Zendtijdprijs toegekend. Tijdens het eraan verbonden Gala van het Nederlandse Lied bracht een keur van artiesten, waaronder Acda en de Munnik, Gé Reinders en Rob de Nijs, een ode aan Boudewijns oeuvre in Schouwburg Orpheus. Tevens verscheen er een dvd met opnames van Hele tour onder de titel Tour. Hierna ging Boudewijn terug de theaters in, waar hij zijn rol van Tsjechov herhaalde. In 2001 speelde hij de rol van verteller in de musical Rocky over the Rainbow, die mede is geschreven door Boudewijns zoon Jim.

[bewerken] Na het overlijden van Lennaert

In 2002 ging Boudewijn opnieuw met eigen werk op tournee. De band bestond voor het grootste gedeelte uit dezelfde muzikanten als die op Nieuwe herfst. De tour kreeg de naam Andere tijden mee. Voor het eerst in zes jaar werd er nieuw materiaal uitgeprobeerd, waaronder een aantal nummers die Boudewijn eerder schreef voor Rob de Nijs en enkele teksten van Freek de Jonge. Een voorproefje werd gegeven met de mini-cd Andere tour, waarop de eerste resultaten te horen zijn. Ondertussen werkte Boudewijn aan een album, dat enkel teksten van Lennaert zou bevatten. Lennaert bleek echter grote moeite te hebben, met nieuwe teksten op de proppen te komen. Eind dat jaar, op 28 november 2002, overleed Lennaert Nijgh op 57-jarige leeftijd na een kort ziekbed. In 2003 hield Boudewijn een korte tour met het Limburgs Symfonie Orkest.

In 2004 verscheen dan uiteindelijk toch het nieuwe album. Boudewijn mocht voor het album gebruik maken van de archieven van Lennaert en had, kort voor zijn dood, ook een aantal nieuwe teksten van hem gekregen. Andere teksten waren van de hand van Freek de Jonge, Jan Rot en Marcel Verreck. Dat jaar vierde Boudewijn zijn tiende studioalbum, zijn 40-jarig artiestenjubileum en zijn 60e verjaardag, dit vierde hij met een concertreeks onder de titel Eeuwige jeugd. Jacob Klaasse, die op de plaat verantwoordelijk was voor de arrangementen werd als bandleider vervangen door Åke Danielson. Op 11 juli 2004 werd Boudewijn gelauwerd tijdens het slotconcert van de Vlaamse feestdag in Brussel, waarbij diverse Vlaamse artiesten een nummer van Boudewijn ten gehore brachten. Eind van het jaar trad hij wederom op met het Metropole Orkest (in theater Carré), dat concert werd live uitgezonden op Radio 2. Ook kreeg hij een rol in de VRT-serie Flikken, waarin hij een Nederlandse rechercheur speelt.

Op 27 november 2005 bracht Boudewijn in De Philharmonie in Haarlem een zes uur durende hommage aan Lennaert, door alle 76 liedjes die ze samen gemaakt hadden in chronologische volgorde te spelen. Datzelfde jaar werd de dvd van de Eeuwige Jeugd jubileumtour uitgebracht en een cd/dvd van een optreden uit 2003 in de Ancienne Belgique in Brussel onder de titel Een avond in Brussel live. In december bereikte het nummer Avond van Nieuwe herfst de eerste plaats van de Top 2000, waarmee het, als eerste nummer, Bohemian Rhapsody van Queen van de troon stootte. In 2006 ondernam Boudewijn opnieuw een tour met het Limburgs Symfonie Orkest en was hij een van de zangers op de Soundtrack van de Nacht van Henny Vrienten, waarvoor hij het nummer Het jagen voorbij inbracht.

In 2006 werd het idee geboren om weer een kleine plaat te maken, met de band, zonder verdere orkestratie. Deze plaat werd opgenomen in Nederland en afgemixt in Nashville. De teksten op de plaat zijn afkomstig van Boudewijn zelf, Lennaert Nijgh, Jack Poels, Freek de Jonge en Willem Wilmink. Op 19 januari 2007 werd de cd uitgebracht onder de titel Lage Landen. De plaat kwam op 3 februari 1 binnen in de albumlijsten, iets wat niet meer gebeurd was sinds Hoe sterk is de eenzame fietser. Na de plaat volgde een concertreeks waarvan de TROS op 27 oktober een registratie uitzond en de dvd Lage Landen: Tour 2007 verscheen.

Op 3 oktober maakte Boudewijn bekend dat hij een sabbatical zou nemen in 2008, om tot rust te komen van het vele touren.

[bewerken] Huidige liveband

  • Boudewijn de Groot - zang en akoestische gitaar
  • Ernst Jansz - zang en piano
  • Åke Danielson - toetsen
  • Jan Hendriks - gitaar
  • Jan de Hont - gitaar
  • Lené te Voortwis - contrabas en basgitaar
  • Mark Stoop - drums
  • Monique Lansdorp - viool

[bewerken] Discografie

[bewerken] Albums

Albums met hitnoteringen in de Nederlandse Album Top 20/50/75/100
Titel Datum van
release
Datum van
binnenkomst
 Hoogste 
positie
 Aantal 
weken
 Opmerkingen 
Boudewijn de Groot 1965
Voor de overlevenden 1966
Picknick 1967
Nacht en ontij 1968
Vijf jaar hits 11-9-1971 13 18
Dubbel twee 23-6-1973 7 18
Hoe sterk is de eenzame fietser 29-9-1973 1 19
Waar ik woon en wie ik ben 13-9-1975 16 8
Het beste van (I) 23-4-1977 8 20
Van een afstand 19-4-1980 7 16
In concert 13-2-1982 20 12
Bo de Groot 1983 - - Duitstalig album, met vertalingen van oud materiaal
Maalstroom 28-4-1984 22 8
Voor vrienden van vroeger 12-9-1987 52 5
Het beste van (II) 29-9-1990 28 24
Een nieuwe herfst 8-6-1996 16 39 Goud
Wonderkind aan het strand (30 jaar) 14-12-1996 21 40
Een hele tour (live) 8-11-1997 14 23
Het eiland in de verte 28-2-2004 2 49 Platina
Lage Landen 19-1-2007 3-2-2007 1 14 Goud

[bewerken] Singles

Singles met hitnoteringen in de Nederlandse Top 40
Titel Datum van
release
Datum van
binnenkomst
 Hoogste 
positie
 Aantal 
weken
 Opmerkingen 
Een meisje van 16 1965 30-10-1965 23 13
Welterusten Meneer de President 9-4-1966 9 12
Het Land van Maas en Waal 14-1-1967 1(3wk) 18
Onder ons 15-4-1967 11 10
Picknick 23-9-1967 25 4
Meester Prikkebeen 9-3-1968 9 10 met Elly Zuiderveld-Nieman
Waterdrager 24-8-1968 36 2
Verdronken vlinder 19-9-1970 tip
De nachtwacht 16-1-1971 tip
Als de rook om je hoofd is verdwenen 1968 17-6-1972 24 4
Jimmy 20-10-1973 6 11 Alarmschijf
Tante Julia 2-2-1974 tip met Nico Haak
Ik ben ik 1974 26-10-1974 21 4
Kinderballade 30-4-1977 tip
Tip van de sluier 1980
Avond 15-3-1997 tip #56 Mega Top 100
Naast Jou 10-1997 met Jan Rot
Avond 1997 30-12-2005 tip 4
Een wonderkind van 50 1998
Lage Landen 19-1-2007 30-1-2007 #98 in de Single Top 100

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken