Hammondorgel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hammondorgel
Hammond B3, met Lesliespeaker
Hammond B3, met Lesliespeaker
Classificatie
Gerelateerde instrumenten
elektronisch orgel, pijporgel
Meer artikelen
toonwiel, lesliespeaker
Portaal  Portaalicoon   Muziek
Hammond L100 met drawbars
Een medley gespeeld op een hammondorgel

Het hammondorgel is een elektromechanisch orgel, ontworpen en gebouwd door Laurens Hammond, dat in april 1934 gepatenteerd werd. Hoewel het hammondorgel oorspronkelijk verkocht werd aan kerken als goedkoop alternatief voor het pijporgel, werd het later ook gebruikt voor jazz en, in grotere mate, voor rock en gospel.

Achtergrond[bewerken]

Als imitatie van een pijporgel, dat rijen van pijpen van verschillende registers (klankkleuren) heeft, gebruikt het hammondorgel additieve synthese van golfvormen van harmonische series om het geluid te vormen. Net als in Thadeus Cahills eerdere telharmonium worden de golfvormen gemaakt door mechanische toonwielen.

Omdat de golfvormen worden gemaakt door mechanische toonwielen en niet door elektronische oscillatoren wordt het hammondorgel elektrisch en niet elektronisch genoemd. De klankopwekking in het door Hammond gepatenteerde toonwielorgel vindt plaats door een in het orgel geplaatste as die met een constante snelheid ronddraait. Op deze as bevinden zich een soort tandwielen (de toonwielen) met elk een ander aantal vertandingen. Bij de toonwielen worden opneemspoeltjes (pickups) geplaatst waarin door de vertandingen van de draaiende toonwielen een wisselspanning (=toon) wordt opgewekt. Hoe meer vertandingen er per tijdseenheid passeren hoe hoger de door het opneemspoeltje afgegeven frequentie van de wisselspanning, en dus de toon.

Een typische eigenschap van het hammondorgel is het gebruik van "drawbars" (schuifweerstanden) om de golfvormen in variërende mate te mengen. Een andere eigenschap is een elektromechanisch vibrato. Het herkenbare key click-geluid, een scherpe aanzet tot de toon, was oorspronkelijk een gebrek in het ontwerp, maar werd later een onderdeel van de hammondklank dat nu door moderne orgels wordt geïmiteerd. Een natuurgetrouwe elektronische imitatie van het hammondgeluid is moeilijk doordat de combinatie van de toonwielen vrijwel niet met elektronica na te maken is.

Na de introductie van digitale technieken (zoals sampling) kwamen er orgels met een goede imitatie van de beroemde klank. Ook Hammond (inmiddels een Japanse producent Suzuki Musical Instruments) maakt nu digitale orgels (zoals de X-B3 en de portable XK3/XK2/XK1).

Vaak worden lesliespeakers gebruikt bij hammondorgels, ondanks dat Leslie in het begin een concurrent van Hammond was. Bij hammondorgels wordt dit geluidssysteem toegepast in de vorm van een lesliebox. In deze separaat opgestelde geluidskast draait een trommel met een gleuf erin rond en deze verspreidt het geluid van de in de trommel geplaatste luidspreker. Dit veroorzaakt een ruimtelijk effect door het optredende dopplereffect. Bij hammondorgels worden meestal twee trommelsnelheden toegepast: tremolo (snel) en chorus (langzaam).

Het Hammond-model B3 was, en is nog steeds, het meest gebruikte model. De types A100 en C3 zijn technisch gelijk aan de B3. De meeste hammondorgels hebben niet een "volledig pedaal" (zoals een kerkorgel), oorspronkelijk wegens goedkopere productie en kleinere afmeting.

Bekende spelers[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]