Settela Steinbach

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Settela Steinbach (foto afkomstig uit film van Rudolf Breslauer)
Settela Steinbach (foto afkomstig uit film van Rudolf Breslauer)

Anna Maria (Settela) Steinbach (Buchten, 23 december 1934Auschwitz, tussen 31 juli en 3 augustus 1944) was een Nederlands meisje dat in Auschwitz werd vergast. Ze was lange tijd een icoon voor de Nederlandse Jodenvervolging, tot in 1994 werd ontdekt dat ze niet joods was, zoals werd aangenomen, maar tot de Sinti-stam van de Roma (ook wel zigeuners genoemd) behoorde.

Steinbach werd geboren in Buchten bij Born (Zuid-Limburg) als dochter van de handelaar en violist Heinrich (Moeselman) Steinbach en Emilia (Toetela) Steinbach. Op 16 mei 1944 werd door geheel Nederland een razzia tegen Roma gehouden. Settela werd in Eindhoven opgepakt. Diezelfde dag arriveerde ze met nog 577 anderen in Kamp Westerbork, van wie er 279 weer mochten vertrekken omdat ze weliswaar woonwagenbewoner waren, maar geen Roma. In Westerbork werd Settela preventief kaalgeschoren tegen hoofdluis. Omdat ze zich schaamde voor haar kale hoofd scheurde haar moeder een stuk van een laken af dat ze om haar hoofd kon doen.

Op 19 mei werd ze met 244 andere zigeuners naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd met een trein die ook wagons met joodse gevangenen bevatte. Toen de deuren van de goederenwagon waarin ze zou worden vervoerd werden gesloten, keek ze nog even naar buiten, naar een hond die daar liep. Dit beeld werd vastgelegd door Rudolf Breslauer, een joodse gevangene in Westerbork, die in opdracht van de Duitsers een film over het kamp maakte. Haar moeder zei "Settela ga bij die deur weg, straks komt je kop er nog tussen." Zo hoorde Crasa Wagner, die zich achter haar in de wagon bevond, dat ze Settela heette.

Op 21 mei arriveerden de Nederlandse zigeuners, onder wie Settela, in Auschwitz-Birkenau. Ze werden geregistreerd en werden naar de afdeling voor zigeuners gebracht. Toen in de zomer van 1944 een half miljoen joden uit Hongarije naar Auschwitz-Birkenau werd gedeporteerd, ontstond in het kamp ruimtegebrek. Onder de zigeuners brak een opstand uit, die echter was verraden en door de Duitsers snel de kop werd ingedrukt. Zigeuners die nog geschikt werden geacht om te werken, werden naar munitiefabrieken in Duitsland overgebracht. In de periode van eind juli tot 3 augustus werden de resterende drieduizend vergast. Settela en haar moeder, twee broertjes, twee zusjes, haar tante, twee neefjes en een nichtje behoorden ook tot deze groep, zodat de datum van haar overlijden niet met zekerheid is vast te stellen. Van de familie overleefde alleen de vader van Settela de Tweede Wereldoorlog. Hij overleed in 1946 en werd begraven te Maastricht.

Na de oorlog werd het fragment uit de film van Rudolf Breslauer veel gebruikt in documentaires. Een beeldje uit de film werd zelfs een icoon voor de jodenvervolging. Omdat de naam van het meisje niet bekend was, stond ze bekend als 'het meisje met de hoofddoek'. Dat ze joods was, werd zonder meer aangenomen; aandacht voor de massamoord op de Roma, waarvan de Duitsers en hun medeplichtigen naar schatting door geheel Europa 400.000 vermoordden in de Porajmos, was er destijds nauwelijks.

In december 1992 begon de journalist Aad Wagenaar een onderzoek naar haar identiteit. Hij ontdekte dat er in de trein in Westerbork één wagon was die Nederlandse zigeuners vervoerde. Op 7 februari 1994 hoorde Wagenaar op een woonwagenkamp in Spijkenisse van Crasa Wagner de naam van het meisje. Later werd duidelijk dat ze met haar moeder en vijf broertjes en zusjes in Auschwitz was vergast.

Over de zoektocht van Wagenaar maakte Cherry Duyns de documentaire Settela, gezicht van het verleden (1994). Wagenaar publiceerde over zijn onderzoek het boek Settela; het meisje heeft haar naam terug (ISBN 90-295-5612-9).

 
Persoonlijke instellingen
in andere talen