Deeg
| Dit artikel behoort tot de reeks over kookkunst |
|
Bereidingstechnieken en benodigdheden |
| Ingrediënten en soorten voedsel |
|
Kruiden en specerijen |
| Regionale keukens |
|
Westers - Latijns-Amerika |
| Culinaire geschiedenis |
| Zie ook |
|
Portaal |
Deeg is het ongebakken basisproduct voor diverse broden en gebak. Het basisingrediënt van deeg is bloem, dit wordt aangevuld met rijsmiddelen (gist, bakpoeder, ei enz.), eventueel vloeistoffen (melk, water enz.) en smaakstoffen zoals suiker en zout. Deeg is meestal kneedbaar, maar altijd dik van consistentie, vloeibare degen heten beslag. Deeg moet gekneed of geroerd worden om de ingrediënten te mengen en een luchtige structuur van het gebak te verzekeren.
Deegsoorten [bewerken]
Grofweg zijn er acht soorten deeg die als basis voor gebak kunnen dienen:
- zanddeeg
- deeg uit bloem, koude boter en suiker, eventueel eieren
- cakebeslag
- bestaat uit boter, meel, eieren en suiker en diverse smaakstoffen zoals vanille.
- biscuitbeslag
- een beslag dat bestaat uit eieren die au bain-marie luchtig worden geklopt met suiker, waarna het gemengd wordt met bloem. Het vormt de basis voor de meeste gangbare taarten.
- Moscovisch beslag
- een beslag dat maar volgens één verhouding gemaakt kan worden. De eiwitten en eidooiers worden apart stijf geklopt, elk met de helft van de suiker. De koude boter wordt fijngehakt met de bloem, maïzena en zout. Het botermengsel gaat eerst bij de eiwitten en dan meteen het eigeel erop. Snel maar luchtig door elkaar spatelen en bakken. De enige juiste verhouding is op 1 ei, 20 gram kristalsuiker, 6 1/4 gram maïzena, 18 3/4 gram bloem, 1/4 gram zout en 20 gram harde boter.
- soezenbeslag
- beslag op basis van in water en gesmolten boter gekookt meel met eieren. Eenmaal gebakken bevat het grote gaten, zodat de soes eenvoudig gevuld kan worden.
- korstdeeg/bladerdeeg
- een deeg dat bestaat uit afwisselende laagjes boter en meel-water,uitstekend geschikt voor bewaring in de diepvries.
- brooddeeg
- heeft als vaste basis een vorm van meel met een rijsmiddel, wat zout en een vloeibaar deel (water, melk, karnemelk), soms aangevuld met vet of olie (boter, margarine, zonnebloemolie), eventueel aangevuld met ei, suiker en (andere) smaakmakers als zaden.
- filodeeg
- een Grieks deeg dat gerold is tot zeer dunne vellen. Het staat aan de basis van de Oost-Europese pita en de (verwante) Griekse spanakopita.
- zoutdeeg
- een deeg dat niet geschikt is voor consumptie. Bestaat uit meel, zout en water. Het wordt gebruikt om sierstukken te maken.
Ongebakken deeg [bewerken]
Er worden nog een aantal andere bereidingswijzen deeg genoemd hoewel deze niet gebakken worden:
- pastadeeg
- de basis voor pasta, bestaat uit meel, water en eieren en wordt gekookt.
- schuimdeeg
- gemaakt van geklopte eiwitten, het wordt in een lauwe oven gedurende langere tijd gedroogd tot een merengue of een schuimpje ontstaat.
Uitdrukkingen [bewerken]
- Een koekje van eigen deeg krijgen: je wordt behandeld zoals je anderen behandelt.
- Ze zijn allemaal van één deeg: ze zijn allemaal hetzelfde.
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Dough op Wikimedia Commons. |