Lucianus van Samosata

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret van Lucianus, ets van de Engelse kunstenaar William Faithorne (1616-1691)

Lucianus of Loukianos (Oudgrieks: Λουκιανός) van Samosata (ca. 125 – ca. 180) was een Griekstalige schrijver in het Romeinse rijk. Hij schreef ruim zestig werken van uiteenlopende omvang, die voor het grootste deel tot de retorica en tot het satirische genre gerekend mogen worden. Lucianus was de belangrijkste prozasatiricus uit de Oudheid.

Leven[bewerken]

Lucianus werd rond 125 n.Chr. geboren in Samosata, een stad aan de bovenloop van de Eufraat, die toen deel uitmaakte van de Romeinse provincie Syria. Zijn moedertaal was het Syrisch, op school leerde hij Grieks (de voertaal in de oostelijke helft van het Romeinse rijk). De naam Lucianus, die Romeins is, heeft hij ongetwijfeld later aangenomen. Waarschijnlijk is hij vernoemd naar een beschermheer die Lucius heette. Voor biografische gegevens zijn we volledig aangewezen op de schaarse gegevens in Lucianus’ eigen werk. Over zijn jonge jaren vertelt hij enkele details in zijn De droom (dat daarom ook wel de ondertitel ‘Het leven van Lucianus’ heeft gekregen). Hij werd door zijn vader voorbestemd – zo vertelt hij daar – na zijn schooljaren beeldhouwer te worden. Toen zijn opleiding bij een oom van moederskant de eerste dag al mislukte, koos hij voor een leven als literator. Na een uitstekende opleiding in de Griekse taal en literatuur, begon hij een carrière als rondreizend redenaar. Kennelijk was er voldoende belangstelling voor zijn Griekstalige redevoeringen. Zijn professie bracht hem naar Griekenland, Italië en Gallië, waar hij een tijdlang woonde in Marseille. We weten verder dat hij in Antiochië is geweest en vier keer in Olympia; de laatste keer was hij getuige van de theatrale zelfverbranding van Peregrinus Proteus (in 165 of 167), waarover hij Over de dood van Peregrinus schreef. Lucianus vond ook van zichzelf dat hij verschilde van de ander schrijvers van zijn tijd, omdat hij niet wilde dat de mensen zijn boeken per se geloofden. De Ἀληθης Ἱστορια (Waargebeurde geschiedenis) is ook een parodie op wat vroegere schrijvers vertelden, en de titel is ironisch bedoeld, want het verhaal gaat over de Maanlingen (mensen die op de maan woonden).

Rond zijn veertigste levensjaar had hij genoeg van de retorica. In De tweevoudige aanklacht vertelt hij dat hij zich ging toeleggen op een nieuwe literaire vorm, de satirische dialoog. Met zijn vader vestigde hij zich in Athene. Of hij zich daar aan de Academie of het Lyceum verdiepte in de filosofie - zoals wel wordt gedacht - is onduidelijk. Hij maakte in ieder geval kennis met de cynische filosoof Demonax. Na zijn vijftigste jaar nam hij ca. 171 de functie van secretaris van de Romeinse stadhouder in Egypte aan, een stap die hij rechtvaardigt in zijn Apologie. Deze baan gaf hij ca. 177 weer op, waarna hij terugkeerde naar Athene. Het laatste historische gegeven dat we in Lucianus’ werk tegenkomen is de dood van keizer Marcus Aurelius in het jaar 180. Hoe lang daarna Lucianus is gestorven weten we niet.

Werk[bewerken]

Eerste pagina van een zestiende-eeuwse Griekse editie van Lucianus’ De droom

Lucianus schreef niet in het Grieks van zijn eigen tijd (de zogenaamde 'koinè'), maar richtte zich in zijn taalgebruik naar de 5e en 4e eeuw v.Chr. Hiermee sloot hij zich aan bij een literaire stroming die bekendstaat als de Tweede sofistiek, waarvan hij de voornaamste vertegenwoordiger was.

Lucianus was een productief schrijver. Wij bezitten een 70-tal geschriften die op zijn naam staan, maar mogelijk zijn ze niet allemáál van zijn hand. Zijn belangrijkste werken zijn de volgende.

  • In zijn Θεῶν διάλογοι (Godengesprekken) steekt hij de draak met de traditionele Griekse mythologie met haar al te menselijke ruzies in het godengezin op de Olympus.
  • De Νεκρικοὶ διάλογοι (Dodengesprekken) zijn 30 korte satirische gesprekken in de onderwereld tussen figuren uit geschiedenis en mythologie (zie ook: dodengesprek).
  • De Φιλοψευδής (Leugenminnaar) bevat onder meer een verzameling verhalen omtrent spoken en geesten, waaronder het verhaal van de tot leven gewekte bezemsteel, bekend als "de Tovenaarsleerling" uit de moderne literatuur (Goethe) en muziek (Dukas).
  • De Ἀλέξανδρος ἢ Ψευδóμαντις (Alexander of Leugenprofeet) ridiculiseert de wonderdoener en kwakzalver Alexander van Abonouteichos (in Klein-Azië).
  • De slechte filosofen moeten het onder meer ontgelden in Βίων πρᾶσις (Veiling van levens), waarin de god Hermes als afslager in opdracht van Zeus filosofen veilt voor spotprijzen.
  • Thematisch verwant aan de Avonturen van Baron von Münchhausen is zijn Ἀληθης Ἱστορία (Waargebeurde geschiedenis) en zijn dialoog Ἰκαρομένιππος (De Luchtreis, genoemd naar Icarus (Ἴκαρος en Oud-Grieks)), de eerste sciencefiction verhalen - uit 165 na Chr.
  • Λούκιος ἢ ῎Oνος (Lucius of Ezel) behandelt hetzelfde thema als De gouden ezel van Apuleius. Deze tekst is echter een ingekorte versie van een verloren gegaan origineel. Zoals de tekst nu is overgeleverd, is deze dus niet van de hand van Lucianus geweest (pseudo-Lucianus). Omdat de stijl toch voldoende als die van Lucianus wordt geacht, neemt men vooralsnog aan dat Lucianus waarschijnlijk de auteur van het verloren origineel is geweest.
  • In zijn Μακρόβιοι (Macrobioi, lang-levenden) behandelt hij het thema van levensverwachting. hij geeft een paar extreme voorbeelden zoals dat van Nestor die 3 eeuwen zou geleefd hebben, maar het merendeel van de levens die hij bespreekt zijn normaal (80-100 jaar). Hij geeft goede raad in verband met voeding en gematigdheid.

Behalve een voortreffelijk stilist was Lucianus een geestig spotter, die zich er vooral op toelegde in zijn geschriften op ongenadige wijze het bijgeloof, de pretentieuze filosofische theorieën en de religieuze hocus-pocus van zijn tijd aan de kaak te stellen.

Inzake taalgebruik streefde hij naar de Attische zuiverheid van de 5e/4e eeuw v.Chr., zodat men gerust kan stellen dat deze niet-Griek het zuiverste Grieks van zijn tijd schreef.

Lucianus en het christendom[bewerken]

Met het christendom had Lucianus weinig op. In een van zijn geschriften, ‘de dood van Peregrinus’ drijft hij de spot met de naastenliefde van de christenen en hun minachting voor de dood:

“deze mensen zijn in alle gevallen waarbij de hele gemeenschap betrokken is, buitengewoon actief en sparen daarbij kosten noch moeite … Want deze arme mensen hebben het in hun hoofd gehaald te geloven dat zij lichamelijk en geestelijk onsterfelijk zijn en in alle eeuwigheid zullen leven. Dit is ook de reden waarom zij de dood verachten en velen van hen zelfs hem vrijwillig aanvaarden. Bovendien heeft hun eerste wetgever (Paulus) hen geleerd dat ze allemaal broeders van elkaar zullen worden, zodra zij de beslissing hebben genomen de Griekse goden te verloochenen, hun knieën voor die gekruisigde sofist (Jezus) te buigen en volgens zijn wetten te leven”

Externe links[bewerken]

Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Lucianus van Samosata op de Nederlandstalige Wikisource.