Hettitische mythologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Hettitische mythologie is de verzameling mythen van de Hettieten. Hun mythologie is deels gebaseerd op de autochtone Anatolische mythologie en beïnvloed door de Mesopotamische mythologie, en bevat tevens elementen van allochtone origine (de Hettieten waren een Indo-Europees volk). Het Hettitische Rijk strekte zich op zijn hoogtepunt uit van centraal Anatolië tot het noordwesten van Syrië en opper-Mesopotamië.

De oude rituelen van de Hattiërs en de namen van een aantal van hun goden zijn bewaard gebleven door de Hettieten. Die zetten het Hattisch om in spijkerschrift en vertaalden de teksten in hun eigen taal om ze beter te kunnen verstaan. Er is sprake van een ritueel van de "van de hemel gevallen maan". Maar er zijn te veel lacunes in de tekst en het religieuze vocabulaire blijft ontoegankelijk.

De Zonnegodin werd godin van de onderwereld, die overeenkwam met de Hattische godin Wurushemu. Haar gemaal, de Zonnegod, is Eshtan. De dondergod, die algemeen met het element water wordt vereenzelvigd en met vruchtbaarheid, heet in het Hattisch Taru (mogelijk verwant met het Hettitisch Tarhunta). Deze god heeft twee belangrijke tempelheiligdommen in Hatti: een in Nerik en een in Zippalanda. Uit de oorspronkelijke Hattische religie zijn ook Hettitische godinnennamen overgenomen als HannaHanna, Hepat, Kupapa en de grote Zonnegodin van Arinna. In diverse teksten werd de godin eenvoudig als "De Troon" aangeduid. Dit is een titel die overeenkomt met vroege verwijzingen naar Isis in het Oude Egypte. De Hettitische landbouwgod Telebinu, zoon van Wurushemu en Eshtan, is ongetwijfeld van oorsprong ook Hattisch.
De andere belangrijke goden zijn Wurunkatte, god van de oorlog, Inara, het 'genie van Hattussa', Halmasuit, de 'troongodin en Kunzanisu, maangodin.

De Hettieten namen ook een groot aantal goden over van buurvolkeren, zoals die uit Babylonië en die van de Hurrieten. Zij namen zelfs bewust veel goden van vijandelijke overwonnen volken over, omdat dit de interne cohesie binnen het rijk versterkte (cf. Imperium Romanum)

De autochtone Hattische mythologie heeft dus als basis gediend voor de Hettitische mythologie die rond 2000 v.Chr. opgeld doet in een belangrijk deel van Hattisch Anatolië, maar werd vervolgens bestreden door de Luvieten, die zich een tijdlang in westelijk Anatolië ophielden en vervolgens in het Hettitisch koninkrijk doordrongen tot in het machtscentrum.

Gedurende het Nieuw-Hettitisch koninkrijk (1430 - 1200 v.Chr.), toen de centralisatie van het rijk werd ingezet, werd er een algemeen Hettitisch pantheon gevormd waarvan de weer-/stormgod Teshub aan het hoofd kwam te staan.

Goden[bewerken]

De uitspraak van ettelijke Hettitische ideogrammen is onbekend, en daarmee is transcriptie naar een alfabetisch schrift praktisch onmogelijk. Veel goden worden daarom aangeduid met een Hurritische of Akkadische naam. De uitgang -s is optioneel, en duidt op de nominativus

  • Alalus - de Heer van de Hemel tot Anus hem versloeg.
  • Anus - de opvolger van Alalus, tot Kumarbis hem versloeg.
  • Aranzahas
  • Hannahannas - ook Nintu of Mah. De moeder van alle goden.
  • Hebat
  • Illuyankas - serpent of oerslang
  • Inaras
  • Kumarbis - de wijze vader van alle goden, met een staf als attribuut. Hij beet de penis van Anus af en werd zo zwanger van Teshub.
  • Tasmisus - zoon van Anus en Kumarbis; broer van Teshub en Aranzahas. Hij vernietigde Kumarbis, samen met Teshub en Anus, waarna hij de dienaar van Teshub werd.
  • Telepinus - de nobele god. Hij zorgt dat de gewassen groeien. Zijn symbool is een schapenvacht op een paal.
  • Teshub - ook Tarhun of Tarhunt: de Overwinnaar. De Stormgod. Zijn conflict met het serpent Illuyankas was een opvallend Indo-Europees kenmerk.
  • Ullikummis - de diorieten man, geboren uit het samenzijn van Teshub met De Rots.
  • Ubeluris - ook Upelluri.
  • Kamrusepa, godin van de magie en de medicijnkunst.

Referentie[bewerken]