Kizzuwatna

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het uitgebreid Hettitische Rijk (rood) verving Hatti en grensde ca. 1290 v.Chr. aan het Egyptische rijk (groen)
Ceyhan rivier van haar bron tot de Middellandse Zee.

Kizzuwatna (ook Kizzuwadna, Akkadisch Kizwatna, Oudegyptisch Qiduwadana of Kode), was een Oud-Anatolisch koninkrijk in het 2e millennium v.Chr.. Het was gelegen in het heuvelachtige gebied van zuidoost Anatolië, aan de Golf van İskenderun in hedendaags Turkije. Kizzuwatna omringde het Taurusgebergte en de Ceyhanrivier[1]. Centraal in het koninkrijk lag de stad Kummanni. In de 14e eeuw v.Chr. werd Kizzuwatna door het Nieuwe Hettitische Rijk ingelijfd. In een later era stond deze regio als Cilicië bekend.

Het land[bewerken]

De berghellingen in dit gebied zijn nog steeds deels door wouden bedekt. Het land was rijk aan obsidiaan- en zilvermijnen. Obsidiaan werd reeds in het neolithicum ontgonnen en uitgevoerd. Het diende toen onder andere voor het maken van spiegels en van gereedschap. Jaarlijkse winterregens maakten al heel vroeg landbouw mogelijk, en het gebied maakt dan ook deel uit van de Vruchtbare halve maan en de Neolithische revolutie die daar plaatsvond. Op de vlakten rond de benedenloop van de Ceyhanrivier lagen eveneens rijke oogstvelden. Een eind westwaarts was één van de oudste steden, Çatal Hüyük, gelegen die rond 7000 v.Chr. een onderkomen aan wel tienduizend mensen bood.

De mensen[bewerken]

In het koninkrijk Kizzuwatna leefden tegen het 2e millennium v.Chr. verschillende etnische groepen tezamen. De Hurrieten waren dit gebied sedert het begin van dit millennium komen bewonen, hadden er zich met de autochtone bevolking gemengd, en veel van de plaatselijke cultuur en religie overgenomen. De Hettitische expansie van het vroege Oude Hettitische Rijk (onder Hattusili I en Mursili I) zou ook de Hettieten en de Luwiërs naar zuidoost Anatolië voeren. Het Luwisch vormde een onderdeel van de Indo-Europese taalgroep, met sterke banden met het Hettitisch. Na de verzwakking van het Oude Hettitische Koninkrijk zouden de plaatselijke Hettieten en de Luwiërs bijdragen tot de vorming van een onafhankelijk Kizzuwatna. Het toponiem Kizzuwatna is mogelijk een Luwische aanpassing van het Hettitische *kez-udne 'land aan deze zijde (van de bergen)', terwijl de naam van de koning, Isputahsu, helemaal Hettitisch is en niet Luwisch[2]. De Hurritische cultuur werd prominent in Kizzuwatna zodra het onder de invloedssfeer van het Hurritisch koninkrijk van Mitanni kwam.

De meeste (van de weinige) overgeleverde persoonsnamen zijn Hurritisch. Daarnaast komen ook Luwische en Amoritische namen voor (zoals de priester Ammi-Ḫatna). De naam van koning Palliaš is Hurritisch. Zo ook de naam van het land zelf en van de hoofdstad (aldus Goetze). De namen van de koningen Paddatišu, Pariyawatri en Šunaššura zijn Indo-Arisch[3].

Religie[bewerken]

Zittende moedergodin van Çatal Hüyük toont gelijkenis met de latere voorstellingen van Cybele en Demeter.

De oorspronkelijke agrarische bevolking kende een vruchtbaarheidscultus. Dit soort cultussen is doorgaans gecentreerd rond een aardgodin. De Hattische godin Wurushemu was de aardgodin van de autochtonen en werd door de geïmmigreerde Hurriërs overgenomen onder de naam Hepat. De Hettieten, die na hen aankwamen in het gebied, noemden haar Hannahanna, wat gewoon "moedersmoeder" betekent. Later werd zij ook Innana en vervolgens Ishtar genoemd. Tot de periode 1400-1380 v.Chr. werd in Kizzuwatna een beeld van de zwarte Šawuška vereerd [4]. Dit beeld is onder Tudhalijaš III naar Šamuḫa aan de boven-Eufraat in Ḫatti overgebracht om het voor vijandige aanvallen te beschermen.

De immigrerende stammen brachten ook hun eigen goden met zich mee, waardoor tegelijk een heel andere cultus zijn intrede deed. Volgens archeoloog O.R. Gurney (1952 The Hittits) was het oorspronkelijk land van herkomst van de Hurrieten Noord-Iran, wan waar hun nakomelingen zich vanaf 2300 v.Chr. geleidelijk naar het zuiden en het westen verbreidden. Deze en andere auteurs gaan ervan uit dat de Hurrieten zelf geen Indo-Europeanen waren, maar wel door een Arische koningskaste werden geleid. De koningen van Mitanni droegen Indo-Europese namen en vereerden de oude Indiase goden Mithra, Varuna en Indra. Waarschijnlijk was de legende van Indra bekend, aangezien hij in de Hurritische tabletten wordt vernoemd.[5]. Ook de Hettieten brachten op hun beurt hun eigen goden mee, waaronder de weergod die de Hurrieten Teshub noemden, maar die waarschijnlijk een lichtelijk andere naam had.

Er zijn mettertijd pogingen ondernomen gelijkaardige goden van de verschillende volken onder een gemeenschappelijke naam onder te brengen. Dit was het geval onder invloed van grootvorstin en opperpriesteres Puduhepa van het Nieuwe Hettitische Rijk. Zij was aan het begin van de 13e eeuw v.Chr. in de stad Lawazantiya in Kizzuwatna geboren, toen de Hettitische invloed in Anatolië reeds sterk was doorgedrongen. Haar vader Bentepsharri was hogepriester in dienst van de beschermgodin van de stad, Iştar van Lawazantiya, en Puduhepa groeide op als priesteres voor dezelfde godin. Het Hurritisch pantheon, dat eerder al veel van het oorspronkelijk Hattische in zich had opgenomen, werd onder haar toedoen thans in het Hettitisch pantheon geïntegreerd. Met name de godin Hepat van Kizzuwatna won tegen het eind van de 13e eeuw v.Chr. aan belang in de Hettitische religie, toen dit gebied onder toedoen van haar gemaal Musili III in het Nieuwe Rijk was ingelijfd. Een corpus van religieuze teksten, de Kizzuwatna rituelen, werd in Hattusa ontdekt.

Geschiedenis van Kizzuwatna[bewerken]

Verdrag op kleitablet over voortvluchtige slaven tussen Idrimi van Alalakh (Tell Atchana) en Pillia van Kizzuwatna, lengte:12 cm op 6.4 cm breedte, spijkerschrift uit ca. 1480 v.C. (British Museum, Londen, zaal 54)
Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van Kizzuwatna voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Koning Sargon van Akkad zou naar eigen zeggen in de 23e eeuw v.Chr. het Taurusgebergte hebben bereikt. Archeologische sporen van Akkadische invloed in de regio zijn echter nog niet gevonden. Wel liepen in het vroege 2e millennium v.Chr. de handelsroutes van Assyrië naar de karum (Kültepe) in het Anatolische hoogland over Kizzuwatna.

De koningshuizen van Kizzuwatna hadden in die tijd frequent contact met de Hettieten in het noorden. De vroegste Hettitische optekeningen lijken naar Kizzuwatna en Arzawa (West-Anatolië) samen te verwijzen als Luvië.

In de machtsstrijd die ontstond tussen de Hettieten en het Hurritisch koninkrijk van Mitanni werd Kizzuwatna een gewilde partner vanwege de strategische ligging. De overheersing over Kizzuwatna wisselde dan ook in de tijd tussen Hanigalbat[6] en de Hettieten. Deels kon het in ruime mate onafhankelijk optreden als bufferstaat tussen Ḫatti en Ḫalpa, dat wil zeggen tussen beide grootmachten Ḫatti en Ḫanilgabat, en op die manier verwierf het de controle over Atanjia en delen van het hoger gelegen Ḫaburgebied.

Koningen van Kizzuwatna[bewerken]

De chronologie van de opeenvolgende koningen van Kizzuwatna is nog niet volledig uitgeklaard. Men baseert zich vaak op synchroniciteit met al even weinig gedocumenteerde Hettitische koningen uit het Middenrijk. Volgende lijst volgt grotendeels Freu (1999):

  • Parijawatri (vermoedelijk geen zelfstandig heerser)
  • Grootkoning Isputasu/Išputaššu†, zoon van Parijawatri – tijdgenoot van Telipinu van Hatti, 1560–1535
  • Paddatišu, 1535–1515
  • Eheja, tijdgenoot van de Hettitische koning Taḫurwaili, die niet in de koningslijsten opduikt (vermoedelijk tussen Hantili II en Zidanza te plaatsen), 1515–1500
  • Pillija/Palliaš – tijdgenoot van Idrimi van Alalach, Barattarna, Toetmosis III. Vermoedelijk opvolger van Eheja, sluit een verdrag met Zidanta II, de erfgenaam van Hantili II. Hij noemt zich LUGAL.GAL, maakt de Hurritische koning vazal. Vermoedelijk 1500–1475
  • Sunassura/Šunaššura I, tijdgenoot van Šuppiluliuma I. en Saušhtatar, 1475–1450
  • Talzuš, zoon van Šunaššura, ca. 1425
  • Sunaschsura/Šunaššura II – tijdgenoot van Tudhalija II van Hatti (ca. 1400 v.C.)
  • Kantuzilli (SANGA)
  • Telepinu (ca. 1340)

Verovering door Arnuwanda I van Hatti (ca. 1380 v.C.)

š stelt een "s" klank (als in "samen") voor in de Hittitische en Luwische transliteratie, ondanks het feit dat de š meestal een "sj" (als in sjabloon) voorstelt in andere talen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Stephanus van Byzantium (s. v.) zegt dat deze rivier vroeger de Leucosyrus werd genoemd.
  2. Yakubovich (2010): pp. 273–4
  3. Aram Kosyan, An Aryan in Išuwa. Iran and the Caucasus 10/1, 2006, 2. Leiden, Brill
  4. godin die in Sargons tijd als Sauska ook in Ninive bekendstond en daar "de zwarte Ishtar" werd genoemd
  5. Stone M., (1979): p. 98 (Gurney en Saggs)
  6. Ook als het Mitannirijk aangeduid
  • Beckman, Garry M., (1996): Hittite Diplomatic Texts, Scholars Press, Atlanta
  • Götze, Albrecht, (1940): Kizzuwatna and the problem of Hittite geography, Yale university press, New Haven
  • Gurney, O.R., (1952): The Hittites, Penguin
  • Haas, Volkert, (1974): Hurritische und luwische Riten aus Kizzuwatna, Butzon & Bercker, Kevelaer
  • Macqueen, J. G., (1986): The Hittites, and Their Contemporaries in Asia Minor, revised and enlarged, Ancient Peoples and Places series (ed. G. Daniel), Thames and Hudson, ISBN 0-500-02108-2
  • Stone M., (1979): Eens was God als Vrouw belichaamd. De onderdrukking van de riten van de vrouw, Katwijk, ISBN 9060775821
  • Yakubovich, Ilya, (2010): Sociolinguistics of the Luvian Language, Brill, Leiden