Anatolische talen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

De Anatolische talen vormen samen een van de tien sub-groepen van de Indo-Europese taalfamilie. De oudste Anatolische woorden worden rond 1900-1800 v.Chr. aangetroffen op kleitabletten uit de Assyrische handelskolonies in midden-Turkije. Hiermee is het Anatolisch de oudst overgeleverde tak van het Indo-Europees. De belangrijkste vertegenwoordigers van de Anatolische taalgroep zijn het Hettitisch en het Luwisch.

In het tweede millennium v.Chr. worden de volgende talen in Klein-Azië (midden-Turkije) aangetroffen:

Na de val van het Hettitische rijk rond 1200 v.Chr. verdwijnt het Hettitisch als geschreven taal (het Palaisch is al rond 1600 v.Chr. uitgestorven). Het Luwisch daarentegen blijft tot aan de 7e eeuw v.Chr. bestaan. Daarnaast wordt een aantal Klein-Aziatische talen (6e – 1e eeuw v.Chr.) tot de Anatolische talen gerekend:


Indo-Europese talen > Kentum-talen > Anatolische talen
 
Persoonlijke instellingen