Moabieten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het leefgebied van de Moabieten in olijfgroen

De Moabieten waren een Semitisch volk dat tussen de 13e eeuw v.Chr. en de 6e eeuw v.Chr. leefde in het gebied ten oosten van de Dode Zee in wat nu Jordanië is. Het land dat de Moabieten bewoonden werd Moab genoemd. Moab werd in het noorden begrensd door het koninkrijk van de Ammonieten, Ammon. Ten zuiden van Moab lag Edom. In het westen vormde de Dode Zee de scheidslijn tussen de Moabieten en de Israëlieten. De Moabitische taal behoorde tot de Kanaänitische taalgroep en vertoont zeer sterke overeenkomsten met andere Kanaänitische talen als het Ammonitisch, het Edomitisch en het Klassiek Hebreeuws, de taal van de Israëlieten. Hoewel de beide volkeren aan elkaar verwant waren, maakt de Bijbel melding van strijd tussen Moab en Israël. De Stele van Mesa, in de 9e eeuw v.Chr. opgericht door de Moabitische koning Mesa, verhaalt over de succesvolle opstand van Mesa tegen een opvolger van de Israëlitische koning Omri, mogelijk Achab of diens zoon Joram. Een soortgelijke versie van de gebeurtenissen is terug te vinden in de Bijbel.[1]

Bijbel[bewerken]

Volgens de Bijbel waren de Moabieten (ook wel de kinderen van Moab genoemd) het nageslacht van Moab, de zoon van Lot, de neef van Abraham. Toen Lot Sodom ontvluchtte, omdat dit op het punt stond verwoest te worden door God, ging hij zwerven met zijn twee dochters. Er was niemand anders om de twee dochters te beminnen, dus voerden ze hun vader dronken en 'gingen toen bij hem liggen'. En zo werden ze allebei zwanger van hun vader en de oudste dochter baarde een zoon die ze Moab noemde, de vader van de Moabieten, en de jongste baarde ook een zoon, die ze Ben-Ammi noemde, de vader der kinderen Ammonieten. Dit wordt beschreven in Genesis hoofdstuk 19.[2] Volgens de Bijbel was koning David voor een achtste deel Moabiet, omdat hij de achterkleinzoon was van Ruth.[3]

Bronnen, noten en/of referenties