Salvador Dalí

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Salvador Dalí, 29 november 1939 (fotograaf: Carl Van Vechten)
Het Dalí-museum in Figueres
Standbeeld van Dalí in Cadaqués
'Gala'
Arno Breker, Salvadore Dalí, brons 1975
Space Elephant
Tentoonstelling van schilderijen van Salvador Dalí in het museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam, december 1970

Salvador Domingo Felipe Jacinto Dalí i Domènech, markies de Dalí de Pubol (Figueres (Catalonië), 11 mei 1904 – aldaar, 23 januari 1989) was een Spaans kunstschilder en veelzijdig kunstenaar, hij was onder meer actief als sieraadontwerper.

Biografie[bewerken]

Vraagteken Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van het volgende gedeelte

Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Informatie klopt niet met info op es.wikipedia en andere bronnen

Dalí werd geboren in Figueres, een klein stadje aan de voet van de Pyreneeën, zo’n 25 kilometer van de Franse grens, in Catalonië, Spanje. Zijn oudere broer, die ook Salvador heette, werd op 12 oktober 1901 geboren, maar overleed op 1 augustus 1903, negen maanden voor de geboorte van Salvador.[1] Zijn eerste tekenonderwijs kreeg Dalí op tienjarige leeftijd van een vriend van zijn vader, de impressionistische kunstschilder Ramón Pichet (1872-1925). Zijn eerste tentoonstelling vond in 1918 plaats in het stadstheater van Figueres.

In zijn jonge jaren was Dalí geïnteresseerd in kunstschilders als El Greco, Francisco Goya, Michelangelo en Diego Velázquez. Hij richtte zijn aandacht in die tijd op het impressionisme en het kubisme.

Salvador Dalí studeerde in Madrid van 1921 tot 1924. Al in die tijd was hij, waarschijnlijk om de aandacht op zich te richten, een excentriek figuur. In 1926 ging hij naar Parijs. Daar leerde hij Pablo Picasso en André Breton kennen. In 1929 werd hij verwelkomd door Breton en sloot hij zich aan bij het surrealisme. Hij werkte er samen met onder anderen de cineast Luis Buñuel.

In augustus 1929 bezochten Gala, haar echtgenoot Paul Éluard en enkele vrienden Dalí in Portlligat, vlakbij Cadaqués. Het was liefde op het eerste gezicht voor Dalí en Gala. Gala scheidde daarna van Éluard en huwde in 1934 voor de wet met Dalí. De Spaanse Republiek stond echtscheiding voor het eerst toe, en kende voor het eerst ook een burgerlijk huwelijk. Pas in 1958 werd hun kerkelijk huwelijk te Montrejic ingezegend, na de dood van Paul Éluard. Het gerucht ging dat Dalí een fobie voor vrouwelijke genitaliën bezat. Dalí was dan ook zeer waarschijnlijk nog maagd toen hij Gala in 1929 ontmoette. Nog voordat Dalí en Gala elkaar ontmoetten had hij een zeer innige vriendschap met de homoseksuele poëet Federico García Lorca, die tweemaal vergeefs seksueel contact zocht met Dalí.[2] Hun vriendschapsband eindigde echter nadat de film Un chien andalou van Luis Buñuel en Dalí uitkwam. García Lorca beschouwde deze film als een persoonlijke aanval op hem. In 1936 was het commentaar van Dalí op de dood van García Lorca in een nationalistische gevangenis, „Lorca is gestorven op een manier die bij hem past.”[3]

In de zomer 1940 vestigde hij zich in de Verenigde Staten na een vlucht uit Frankrijk dat door het Duitse Rijk werd bezet, waar hij 15 jaar zou wonen. In 1955 keerde hij terug naar Spanje. Deze periode staat bekend als zijn "klassieke" periode. Hierin uitte hij zijn gedachten over de wetenschappen en zijn diepe katholieke geloof. In deze tijd maakte Dalí een serie van 18 grote schilderijen. Ook maakte hij enkele kunstjuwelen. Dalí ondersteunde de opstand van Francisco Franco en andere officieren die leidde tot de Spaanse Burgeroorlog, hoewel Dalí Spanje lange tijd niet zou bezoeken, en feliciteerde met andere kunstenaars de generalissimo bij de overwinning van de Spaanse nationalisten in 1939.[3] In New York bad hij in de Sint-Patrickkathedraal in de jaren 40 herhaaldelijk publiekelijk voor de Caudillo en diens Spaanse staat.[3] In de VS werkte Dalí jarenlang als adviseur en tekenaar voor de beroemde Walt Disney.[3]

Dalí werd later als aanhanger van de alfonsistische monarchisten – zelf noemde hij zich anarcho-monarchist[3] – door de Spaanse koning Juan Carlos in de adelstand verheven. Hij en Gala werden markies en markiezin de Dalí de Pubol. Eerder werd hij al opgenomen in de Orde van Isabella de Katholieke. De adellijke titel verdween met Dalí in het graf aangezien hij geen kinderen had. In 1981 werd hij met de Medalla d'Or de la Generalitat de Catalunya, de hoogste Catalaanse onderscheiding, gedecoreerd.

In 1982 overleed zijn vrouw en levenslange muze Elena Djakonova, 89 jaar oud.

Op 23 januari 1989 overleed Dalí aan een hartstilstand in de Galatea-toren van zijn museum in Figueres, waar hij de laatste jaren van zijn leven woonde. Hij werd daar ook begraven.

Op 29 december 2005 overleed de secretaris van Dalí, de Ier John Moore op 86-jarige leeftijd in Spanje. Hij werkte samen met Dalí aan projecten in Hollywood en na het overlijden van Dalí in 1989 werd Moore ervan verdacht vervalste werken van Dalí te hebben verkocht.

Schilderstijl[bewerken]

Salvador Dalí behoort tot de surrealisten.

Vroege periode (1917-1927)[bewerken]

In zijn vroege periode maakte Dalí hoofdzakelijk werken met als onderwerp het landschap in de omgeving van Figueres en het vissersplaatsje Cadaqués. Hij werd geïmponeerd door het grillige, bijna buitenaardse landschap van Cap de Creus, het meest oostelijke puntje van het Iberisch Schiereiland waar hij graag kwam. Zijn vroegste werken tonen al zijn verwantschap met het impressionisme en kubisme.

Overgangsperiode (1927-1928)[bewerken]

Deze periode wordt gekarakteriseerd door heftig experimenteren. De doeken hebben vaak verschillende texturen, gemaakt met verscheidene verfkunstharsen en een collage van grof zand en grind van dichtbij gelegen stranden. Dalí nam hierin ook stenen, kurk en andere materialen op, en werkte later met verschillende soorten hars, wat later de benaming 'plastic' heeft gekregen.

Surrealistische periode (1929-1940)[bewerken]

De surrealisten geloofden dat logica alleen niet voldeed, dus wendden zij zich tot het onderbewuste en dromen in een poging de grenzen van de rede te overschrijden. De surrealisten werden beïnvloed door de ideeën van Sigmund Freud en Dalí begon zijn eigen angsten en fantasieën te verkennen en legde deze door symbolische beelden op doek vast in een ultrarealistische, fotografische stijl. Hij verwees naar deze schilderijen als ‘handgeschilderde droomfoto’s’. Zie: Surrealisme.

Klassieke periode (1941-1989)[bewerken]

In 1941 gaf Dalí zijn surrealistische stijl op voor een meer universele artistieke verklaring. Zijn interesse ging van persoonlijke obsessie over op universele thema’s en hij raakte gefascineerd door religie en moderne wetenschap. Dalí keek terug om inspiratie te halen uit de klassieke en renaissancistische kunst. Deze inspiratie deelde hij met Arno Breker, de Duitse beeldhouwer die hij al vanaf zijn Parijse tijd kende en bewonderde. Ook keek hij vooruit naar de wetenschappelijke ontdekkingen van zijn eigen tijd.

Dalí en Freud[bewerken]

Dalí heeft een blijvende indruk nagelaten op Freud, die hierover schrijft aan Stefan Zweig (Freud and the Humanities, ed. By Poregrine Horden, Duckworth 1985, p 115, voetnoten 7 en 8). Door Dalí zou Freuds mening over het surrealisme in positieve zin veranderd zijn.

Dalí en film[bewerken]

In 1929 maakte Salvador Dalí samen met Luis Buñuel de surrealistische film Un chien andalou. In 1945 verscheen Alfred Hitchcocks Spellbound, waarvoor hij de "droomscène" ontwierp. In 1946 werkte Dalí met Walt Disney samen aan een korte animatiefilm die Destino zou heten. Het project werd destijds niet afgewerkt, maar in 2003 werkte de studio het alsnog af. Het is terug te vinden als bonusfilmpje op de dvd van Disney's Fantasia.

Werken[bewerken]

Dalí's bekendste schilderijen ontstonden begin jaren dertig:

Hij beschreef zijn schilderijen als geschilderde droomfoto's, omdat de zeer realistisch geschilderde objecten vaak in geen enkel verband met elkaar lijken te staan. Ook was hij een meester in de techniek van het trompe-l'oeil (gezichtsbedrog) en het spel met perspectief.

Bekende schilderijen[bewerken]

Musea[bewerken]

Dalí's werken zijn onder andere ondergebracht in de Dalí Foundation, dat bestaat uit drie Spaanse Dalí musea in Figueres, Púbol en Portlligat in Spanje. Op 23 september 1974 werd in Dalí's geboorteplaats Figueres het Teatro Museo Dalí geopend. Zowel eigen werken als werken van kunstenaars die Dalí bewonderde, zijn hier te zien.

Veel van Dalí's werk bevindt zich in de Verenigde Staten. Zijn werk is te zien in diverse musea. De grootste collectie werken bevindt zich in het Salvador Dalí Museum in Florida. Daarnaast zijn er werken te zien in het Guggenheim Museum, Metropolitan Museum of Art, het Museum of Modern Art in New York City en het Minneapolis Institute of Arts in Minnesota. Ook in de National Galleries of Scotland in Edinburgh en in het museum Tate Modern in Londen zijn enkele werken terug te vinden.

In Frankrijk (Parijs/Montmartre) is een aan Dali gewijd museum. In Spanje in het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía en het Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid. In Nederland heeft het Museum Boijmans Van Beuningen[4] in Rotterdam werk van Dalí in de collectie. In Italië bevinden zich werken in het Peggy Guggenheim Collection in Venetië. In België is er een permanente tentoonstelling rond Salvador Dalí in de Museum-Gallery Xpo: Salvador Dalí in Brugge. In Duitsland, meer bepaald het Ludwig Museum te Keulen, bevinden zich ook verschillende werken van Dali, waaronder het bekende schilderij "Het station van Perpignan".

In 2009 waren er plannen om ook het geboortehuis van Dalí tot museum om te vormen.[5]

Citaten[bewerken]

  • "Wie wil niet liever door geluk dommer worden dan wijzer door schade?"
  • "Ik ben de clown niet, dat is deze op monsterlijke manier cynische en onbewust naïeve maatschappij die het spel van de ernst speelt om haar idiotie beter te verhullen."
  • "Ik geloof dat ik in wat ik schep een echt middelmatig schilder ben, wat ik als echt geniaal beschouw, is mijn visioen, niet datgene wat ik precies realiseer."
  • "Het enige verschil tussen mijzelf en een krankzinnige is dat ik niet krankzinnig ben."
  • "Toen ik zes jaar oud was, wilde ik kokkin worden. Toen ik zeven jaar oud was, wilde ik een Napoleon worden. Sindsdien is mijn ambitie in hetzelfde tempo blijven groeien."
  • "Iedere morgen wanneer ik wakker word, is mijn grootste vreugde: dat ik Salvador Dalí ben."

Dalí publiceerde in 1967 het boek Mijn leven als genie.

Externe links[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft meer mediabestanden op de pagina Salvador Dalí.
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Salvador Dalí.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Het is dus onjuist dat Salvador een (doodgeboren) tweelingbroer met dezelfde naam had. Wel wordt gezegd dat Salvador zich als Pollux zag en zijn overleden broer als Castor; zie Rosa M. Maurell, Mythological References in the work of Salvador Dalí: the myth of Leda op salvador-dali.org.
  2. (en) Alain Bosquet, Conversations with Dalí, pagina 19-20.
  3. a b c d e Profiel Salvador Dalí: Anarcho-monarchist, De Groene, 10 januari 2004.
  4. Objecten in het Museum Boijmans van Beuningen
  5. Geboortehuis Dalí wordt museum, NU.nl, 15 april 2009.

Beluister

(info)