Rozenkruisers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het graf van Christian Rosenkreuz, afgebeeld als de "Filosofenberg" (de datum 1604 betreft de gebeurtenis, niet de publicatie).

De Rozenkruisers waren een 17e-eeuws geheim genootschap.

Geschiedenis[bewerken]

Het genootschap werd in 1604 opgericht, volgens de legende zes maal twintig jaar na de dood van de fictieve stichter Christian Rosenkreuz in 1484.

De legende van Christian Rosenkreuz[bewerken]

In 1407 zou de Duitser Christian Rosenkreuz die in het Midden-Oosten gestudeerd had onder verscheidene occulte meesters, de oorspronkelijke orde van de Rozenkruisers opgericht hebben. Gedurende zijn leven zou deze orde uit niet meer dan acht leden hebben bestaan. Het genootschap zou in het bezit zijn van een enorme schat aan geheime kennis. Het gezelschap zou ook het menselijk welvaren trachten zeker te stellen door de opbouw van een door hen gestuurd regime in Europa, vooraleer de wereld uiteindelijk zou vergaan. Toen Rosenkreuz in 1484 overleed, stierf ook deze orde uit.

Over de persoon Rosenkreutz en zijn 15e-eeuwse volgelingen bestaan geen historische bronnen. De overlevering wordt in verschillende mate door moderne Rozenkruisers geloofd: sommigen accepteren het als de letterlijke waarheid, anderen zien het als een parabel en weer anderen menen dat Rosenkreuz een pseudoniem is voor een of andere moderne historische persoon; in dit kader wordt vaak de naam genoemd van Francis Bacon (1561-1626, Engels filosoof, essayist en staatsman).

Johann Valentin Andreae en de opbloei van de beweging[bewerken]

In 1604 openden, volgens de legende, enkele volgelingen een geheime deur in de geheime graftombe van Rosenkreuz. Hier vonden zij zijn volmaakt bewaarde lichaam en een boek met zijn leer. Vanaf omstreeks 1605 zou er in Duitsland voor het eerst daadwerkelijk sprake zijn van een geheim genootschap van "Rozenkruisers", hoewel het eerste onomstreden document dateert uit 1614.

De beweging krijgt bekendheid door twee anonieme pamfletten, de Fama Fraternitatis (1614) en de confessio fraternitatis (1615) en de alchemische roman Chymische Hochzeit Christiani Rosenkreuz anno 1459 (1616), waarvan de Lutherse pastor Johann Valentin Andreae in zijn autobiografie het auteurschap claimde. Het zijn de eerste historische documenten die van het bestaan van een geheim genootschap getuigen. Beide pamfletten zijn waarschijnlijk het werk van meerdere auteurs, waartoe gewoonlijk naast Andreae ook diens 'mentor' Tobias Hess en zijn goede vrienden Christoph Besold en Abraham Holzl worden gerekend. Deze groep wordt in de literatuur gebruikelijk aangeduid als de 'Tübinger Kreis'.

Fama Fraternitatis[bewerken]

Eerste pagina van de Fama fraternitatis, 1614

Dit boek is een korte levensschets van ene C. Rosencreutz die probeert zijn kennis, die hij in het Nabije Oosten en in Afrika heeft opgedaan, in Europa aan de man te brengen. Hij faalt echter door de onverschilligheid van de Europese geleerden. Hij sticht daarop een geheim genootschap.

Het eerste deel, de Reformatie, is een satirische fabel, die de Algemene Hervorming-gedachte van de kring rond Andreae tot onderwerp heeft. Dit geschrift is voor een groot deel geïnspireerd (sommigen zeggen: overgenomen) van het in 1612 verschenen "Ragguagli di Parnaso" van Traiano Boccalini.

Confessio Fraternitatis[bewerken]

  • Latijnse titel: Confessio Fraternitatis R.C. Ad Eruditos Europae
  • Duitse titel: Confession oder Bekandnuß der Societet und Brüderschaft R. C. An die Gelehrten Europae

In dit geschrift dat eerst in het Latijn en kort daarop ook in het Duits verschenen is, wordt de eerste oproep aan de Europese geleerden om met de schrijver contact te leggen herhaald. Aan de ene kant heeft de Confessio een sterk protestantse inslag. De paus wordt aangevallen en het bijbellezen wordt als voorwaarde voor de toegang tot het genootschap gesteld. Voor het eerst vernemen we ook de geboorte- en overlijdensdatum van de stichter, nl 1378 - 1484. Aan de andere kant is het satirische karakter moeilijk te ontkennen. Driekwart van het geschrift staat bol van de verwijzingen naar de geheime kennis van het genootschap, maar tegen het einde wordt er gewaarschuwd voor de meeste boeken van valse alchemisten, die het als een grap en een tijdverdrijf houden om [...] met wonderlijke figuren en duistere en cryptische taal mensen te bedriegen en de simpele ziel van zijn geld te beroven. Kort daarop wordt gesteld: Mijd en ontvlucht dit soort boeken en wend u tot ons, die niet op uw geld uit zijn, maar onze grote schatten uit een goed hart aanbieden.

Chymische bruiloft[bewerken]

  • Duitse titel: Chymische Hochzeit Christiani Rosencreutz anno 1459

De schrijver van de Chymische Bruiloft is naar alle waarschijnlijkheid de protestantse theoloog Johann Valentin Andreae (1586-1654). Van de andere twee werken is de auteur niet bekend, maar zij stammen waarschijnlijk ook uit de kring rond Andreae. In deze kring werd de gedachte aan een wereldwijde Algehele Hervorming ontwikkeld, die een vernieuwing van de inmiddels –na een eeuw– verstarde Reformatie nastreefde; als zodanig was ze een voorloper van het Piëtisme.

De drie geschriften geven geen duidelijke rozenkruisersfilosofie te kennen. De Fama Fraternitatis lijkt met name een historische verdichting te zijn. Voor zover daarin sprake is van een aanduiding van een filosofie is dat in de vorm van een blijk van waardering voor het werk van Paracelsus en een deel van de alchemie. De Confessio Fraternitatis geeft net als de Fama Fraternitatis een protestants-christelijke invalshoek te zien, al ontbreekt het ook in dit geschrift aan een uitgewerkte leer. De Alchemistische Bruiloft is een duidelijk symbolische vertelling, waarbij de uitleg achterwege blijft.

De rozenkruismanifesten hadden een grote impact in het begin van de zeventiende eeuw; tussen 1614 en 1620 verschenen meer dan 900 gedrukte reacties voor en tegen de rozenkruisers. De schrijvers wilden ofwel met het genootschap in contact komen, ofwel kritiek of bewondering uiten ofwel vaststellen dat in hun mening het genootschap helemaal niet bestond.

In de zeventiende eeuw werd de beweging gezien als een bedreiging voor de gevestigde orde. Geprobeerd werd leden te ontmaskeren en te vervolgen. Een Nederlands voorbeeld hiervan is de rechtszaak tegen de schilder Johannes Symonszoon van der Beeck (Torrentius) in 1627.

Symbolisme van de getallen in de manifesten[bewerken]

De legende zoals gepresenteerd in de manifesten werd zoals alle hermetische en alchemische teksten uit die tijd symbolisch geïnterpreteerd. Ze vermelden niet direct de jaren waarin Christian Rosenkreuz geboren werd en stierf, maar in twee regels van het Confessio Fraternitatis wordt het jaar 1378[1] voorgelegd als het geboortejaar van "onze Christelijke Vader" en wordt gesteld dat hij 106 jaar oud werd, hetgeen zou betekenen dat hij overleed in 1484.[2] De oprichting van de Orde zou volgens dergelijke berekeningen plaats gevonden hebben in het jaar 1407. Deze getallen en jaartallen worden echter door veel studenten van het occultisme niet letterlijk genomen. Zij beschouwen deze als allegorische en symbolische uitspraken voor ingewijden: enerzijds namen de Rozenkruisers middels de manifesten de Pythagorische traditie van het zich voorstellen van objecten en ideeën in termen van numerieke aspecten aan, en anderzijds stellen zij: "Wij spreken tot u in parabelen maar zouden u graag brengen tot een juiste, simpele en onschuldige uiteenzetting, verstandhouding, verklaring en wetenschap van alle geheimen".[3]

De metaforische aard van deze legenden maakt de oorsprong van de Rozenkruisers nogal vaag. Het openen van de tombe van Rosenkreuz wordt verondersteld betrekking te hebben op de cycli van de natuur en kosmische gebeurtenissen en eveneens op nieuwe mogelijkheden voor de mensheid die in lijn liggen met de voortgang die gemaakt is tijdens de 16e en 17e eeuw. Zo ook lijkt Rosenkreuz' pelgrimage te refereren aan de stadia van transmutatie die verband houden met het Grote Werk.

Volgelingen[bewerken]

Robert Fludd, titelpagina van Summum Bonum, 1629

Verschillende geleerden probeerden middels openbare brieven in contact te komen met de broederschap, voor zover bekend zonder succes. Zo ook de Franse geleerde Descartes, die uiteindelijk concludeerde dat de Orde niet bestond. Met het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog verdwijnt het verschijnsel in Duitsland naar de achtergrond. Aan het einde van de 17e eeuw verklaarde Leibnitz zijn vermoeden dat het geheel fictie was.[4]

In Engeland was Robert Fludd de bekendste verdediger van de Rozenkruisers. Hij noemde zichzelf een adept, maar gaf ook aan dat een Orde in de strikte zin van het woord niet bestond.

In de 18e eeuw kwam het weer tot een opleving. Met name binnen de vrijmetselarij nam het een belangrijke plaats in. In deze variant kwam de alchemie veel centraler te staan, een ontwikkeling waar met name het in 1710 te Breslau verschenen werk Wahrhaffte und Volkommene Bereitung des Philosopischen Steins van 'Sincerus renatus' (Samuel Richter) aan heeft bijgedragen.

Het Rozenkruis, gedragen door leden van de Golden Dawn bij magische handelingen

Tijdens de 19de en 20e eeuw ontstonden meer dan 100 verschillende Rozenkruisersbewegingen. Ook bij de oprichting van de Theosofische Beweging speelde het Rozenkruiserdom een belangrijke rol. Rudolf Steiner en Max Heindel[5] verklaarden dat Rosenkreuz later opnieuw verscheen als de graaf van Saint-Germain, een hoveling, avonturier en alchemist die naar verluidt stierf op 27 februari 1784. Steiner bestempelde Rembrandts schilderij "'Man in Harnas'" als een portret van Christian Rosenkreuz.

Actuele Rozenkruisersbewegingen[bewerken]

Het gebrek aan een concrete filosofie in de oorspronkelijke geschriften heeft het ontstaan van een grote verscheidenheid aan Rozenkruisersgroeperingen in de hand gewerkt. Ieder van deze groepen heeft een eigen, hoewel soms verwante, filosofie. Terugkerende elementen zijn gnosticisme, esoterie en magie. Voor al deze elementen zijn argumenten te vinden in de oorspronkelijke geschriften zonder dat ze daar tot een uniforme filosofie aanleiding geven. De moderne Rozenkruisersbewegingen onderscheiden zich op filosofisch vlak met name van elkaar in de nadruk die ze op de onderlinge verhouding van de drie invalshoeken geven.

De voornaamste bewegingen zijn:

In Nederland en België zijn zowel de Rosicrucian Fellowship, het Lectorium Rosicrucianum, de AMORC als de Orde van het Klassieke Rozenkruis Fama Fraternitatis en de Orde van het Gouden Rozenkruis actief. Over Christian Rosenkreutz en de rozenkruisers bericht de grondlegger van de antroposofie, de filosoof en ziener Rudolf Steiner, uitgebreid.

Externe links

Bronnen

Noten

  1. "vanaf het jaar des Heren 1378 (in welk jaar onze Christelijke Vader geboren werd)", in Confessio Fraternitatis
  2. "in deze een honderd en zestig jaar van zijn leven", Idem
  3. Confessio Fraternitatis, het tweede manifest van de Rozenkruisers
  4. Norman MacKenzie, Secret Societies, London 1967, ISBN 0490000924
  5. Max Heindel, Christian Rosenkreuz and the Order of Rosicrucians, 1909