Mesozoïcum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eon Era Periode Subperiode Tijd geleden
(Ma)
Phanerozoïcum Cenozoïcum Paleogeen Paleoceen jonger
Mesozoïcum Krijt Laat 66,0 – 100,5
Vroeg 100,5 – 145,0
Jura Laat 145,0 – 163,5
Midden 163,5 – 174,1
Vroeg 174,1 – 201,3
Trias Laat 201,3 – ~237
Midden ~237 – 247,2
Vroeg 247,2 – 252,17
Paleozoïcum Perm Lopingien ouder
Indeling van het Mesozoïcum volgens de ICS.[1]

Het Mesozoïcum is een geologisch tijdvak (era) dat zich situeert tussen ongeveer 252 en 66 miljoen jaar geleden. Het wordt ook wel het tijdperk van de reptielen genoemd, naar een idee van Gideon Mantell, een 19de-eeuwse naturalist. Mesozoïcum betekent letterlijk ’middenleven’, afgeleid van de Griekse woorden mesos (μέσος) en zoē (ζωή).

Situering in de tijd[bewerken]

Het Mesozoïcum maakt, samen met het Cenozoïcum en het Paleozoïcum, deel uit van het overkoepelende geologische tijdvak (eon) Phanerozoïcum. Het Paleozoïcum gaat vooraf aan het Mesozoïcum, het Cenozoïcum volgt op het Mesozoïcum. Het Mesozoïcum duurde ruim 186 miljoen jaar, van 252,17 tot 66 miljoen jaar geleden.

Geologie[bewerken]

Het Mesozoïcum zelf wordt onderverdeeld in drie geologische perioden:

  • het Trias (252,17 tot 201,3 miljoen jaar geleden)
  • de Jura (201,3 tot 145,0 miljoen jaar geleden)
  • het Krijt (145,0 tot 66,0 miljoen jaar geleden)

De indeling in deze geologische perioden wordt bepaald door de overheersende gesteentelagen en voorkomende fossielen in elke periode. De drie perioden bestaan zelf uit enkele subperioden (zie grafische voorstelling hierboven).

De benedengrens van het tijdvak Mesozoïcum (begin van het Trias) wordt vastgelegd door de Perm-Trias overgang, de grootste massa-extinctie uit de geschiedenis van de Aarde, de Perm-Trias-massa-extinctie. Tijdens deze extinctie stierf 90% van de soorten uit. Onder de zeedieren stierf 96% van de soorten uit en bijna 60% van de geslachten, waaronder een aantal belangrijke, succesvolle groepen: de trilobieten (die de zeeën regeerden gedurende ruim 100 miljoen jaar), de calcietkoralen van de Tethysoceaan, en vele brachiopoden.

Er bestaan verschillende theorieën over de oorzaak van de massaextinctie: een ijstijd (de zogenaamde ‘Pangaean glaciation’), een regressie en/of ontzilting van de zeeën, een massale vergiftiging van de atmosfeer (voornamelijk door vanadium). Veelal gaat men uit van een combinatie van deze factoren.[2]

De bovengrens van het Mesozoïcum (einde van het Krijt) wordt bepaald door de K-T gebeurtenis, de Krijt-Tertiair extinctie. Tegenwoordig wordt de correctere naam Krijt-Paleogeengrens (K-Pg-grens) gebruikt, hoewel ook de afkorting K-T werd behouden. Tijdens deze extinctie verdween 70% van alle soorten. Dit werd veroorzaakt door de inslag van een meteoriet. De inslagkrater Chicxulub op het schiereiland Yucatán is hiervan de blijvende getuige. Deze heeft een diameter van 200 kilometer en een diepte van ruim 50 kilometer.[3]

Paleogeografie[bewerken]

Aan het begin van het Mesozoïcum werd reeds de splitsing ingezet van het supercontinent Pangea in een noordelijk continent (Laurazië, dat het huidige Noord-Amerika en Eurazië omvatte) en een zuidelijk continent (Gondwanaland, dat het huidige Zuid-Amerika, Afrika, Antarctica, Oceanië en het Indische subcontinent omvatte). Het was de Duitse meteoroloog Alfred Wegener die de term continentenverschuiving (‘continental drift’) bedacht. Reeds vanaf 1850 werden theorieën geopperd over dit fenomeen, maar het was Wegener die het theoretisch onderbouwde in zijn boek ‘Our Wandering Continents’ uit 1915. Desondanks bleef de theorie, die tegenwoordig bekend staat als de theorie van de plaattektoniek controversieel tot in de jaren 1930.[4][5]

De breuk tussen Laurazië en Gondwanaland was volledig ongeveer 170 miljoen jaar geleden, de opsplitsing van Gondwanaland begon ongeveer 150 miljoen jaar geleden.

Klimaat[bewerken]

Het Trias was een zeer hete en droge periode. In de Laat-Jura heerste in de helft van de wereld een moessonklimaat, en in de andere helft een droog klimaat. Het begin van het Krijt, ongeveer 140 miljoen jaar geleden, kende een naar geologische normen korte ijstijd.

Leven[bewerken]

Flora[bewerken]

Het landschap in het Mesozoïcum bestond grotendeels uit coniferen en varens. De heersende flora waren allen naaktzadigen (Gymnospermae). De bloemdragende bedektzadigen (Angiospermae) evolueerden aan het einde van het Krijt. Tijdens het Perm, aan het einde van het Paleozoïcum, kende de overgang in plantensoorten een geleidelijke aanpassing en was niet zo abrupt als bij de fauna. Hij valt dus niet volledig samen met die van het Paleozoïcum naar het Mesozoïcum, vandaar dat paleobotanici al eens een andere indeling gebruiken, die van Paleofyticum en Mesofyticum.

Fauna[bewerken]

De dierenwereld werd tijdens een groot deel van het Mesozoïcum gedomineerd door de archosauriërs. Zij namen de plaats in van de tijdens de Perm-Trias overgang uitgestorven pelycosauriërs en gorgonopsiden, en bereikten hun hoogtepunt tijdens de Jura. Op het vasteland leefden de grote dinosauriërs, in de lucht de pterosauriërs, en in de zeeën de ichtyosauriërs, plesiosauriërs en mosasauriërs. Zoogdierachtige reptielen, zoals de cynodonten en de later uitgestorven dicynodonten, radieerden tijdens het Trias uit de therapsiden. De eerste vogelsoorten evolueerden eveneens tijdens de Vroeg-Jura. Deze dieren namen na de K-T extinctie de niche achtergelaten door de dinosauriërs over, en werden geleidelijk aan succesvoller.[6]

Verwante onderwerpen[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen
  • (en) Gradstein, F.M.; Ogg, J.G.; Schmitz, M.D. & Ogg, G.M.; 2012: A Geologic Time Scale 2012, Elsevier, ISBN 0444594256.
Verwijzingen
  1. Gradstein et al. (2012)
  2. Fortey, R. (1997), Life: An unauthorised biography. A natural history of the first 4,000,000,000 years of life on earth, p. 234-237. HarperCollins, London.
  3. Ibid., p. 292-295.
  4. Ibid., p. 217-220.
  5. Dawkins, R. (2007), Het verhaal van onze voorouders. Een pelgrimstocht naar de oorsprong van het leven, p. 334-335, p. 340-341. Nieuw Amsterdam.
  6. Ibid., p. 299-300.