Perm (periode)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Era Periode Ouderdom Ma
Mesozoïcum Trias jonger
Paleozoïcum Perm 251,0 - 299,0
Carboon 299,0 - 359,2
Devoon 359,2 - 416,0
Siluur 416,0 - 443,7
Ordovicium 443,7 - 488,3
Cambrium 488,3 - 542,0
Neoproterozoïcum Ediacarium ouder
Indeling van het Paleozoïcum volgens de ICS.[1]
Systeem Serie Etage Ouderdom (Ma) Lithostratigrafie
Trias Onder Indien jonger Buntsandstein
Perm Lopingien Changhsingien 251–253,8
Zechstein
Wuchiapingien 253,8–260,4
Guadalupien Capitanien 260,4–265,8
Wordien 265,8–268
Roadien 268–270,6
Cisuralien Kungurien 270,6–275,6 Rotliegend
Artinskien 275,6–284,4
Sakmarien 284,4–294,6
Asselien 294,6–299
Carboon Pennsylvanien Gzhelien ouder
Indeling van het Perm volgens de ICS[2] samen met de Europese
lithostratigrafische indeling.

Het geologisch tijdperk Perm is in de geologische tijdschaal de laatste periode van het era Paleozoïcum. Het Perm duurde van 299,0 ± 0,8 tot 251,0 ± 0,4 miljoen jaar geleden (Ma).[3] Het Perm volgt op het Carboon, na het Perm volgt het Trias, de eerste periode van het Mesozoïcum. Het Perm werd afgesloten door de grootste massa-extinctie in de Aardse geschiedenis.

Omdat alle landmassa geconcentreerd was in het supercontinent Pangea werd het klimaat wereldwijd droger. Op veel plekken werden typisch continentale sedimenten afgezet zoals zandsteen en evaporiet.

In het Perm nam de evolutie van reptielen en andere landdieren een vlucht. In het er op volgende Mesozoïcum zouden hieruit de dinosauriërs en zoogdieren ontstaan.

Inhoud

[bewerken] Stratigrafie en voorkomen

Het Perm werd in 1849 voor het eerst beschreven door de Schotse geoloog Roderick Murchison (1792 - 1871), tijdens diens expeditie naar de Oeral. Het is genoemd naar de Russische stad Perm.

De ICS verdeelt het chronostratigrafische systeem Perm in drie series en negen etages. Hoewel de stratigrafische indeling van het Perm door het ICS is vastgelegd komen lokaal of in oudere literatuur vaak nog lokale namen voor etages voor.

In de ondergrond van noordwestelijk Europa zijn uit het Perm duidelijk twee verschillende gesteentepakketten aanwezig: het Rotliegend(es) en het Zechstein. Het onderste deel van het Europese Perm bestaat uit karakteristieke rode zandsteen (waarvan de naam Rotliegendes komt) en het bovenste deel uit voornamelijk evaporiet. Deze gesteentepakketeen dienen in de ondergrond van Noord-Europa als respectievelijk reservoirs en seals voor olie en gas. In Nederland komen de evaporieten uit het Zechstein voor in de Slochteren Formatie. In Slochteren zelf wordt uit deze formatie zout gewonnen.

De Paleo-Tethysoceaan aan het begin van het Perm (290 Ma). De oceaan vormde een grote inham in het supercontinent Pangea.

[bewerken] Paleogeografie en eustasie

In het Perm lagen vrijwel alle continenten samengevoegd in één supercontinent, Pangea. Slechts de kleine continenten Noord- en Zuid-China lagen enigszins los van Pangea. Het gevolg van zo'n configuratie is dat er relatief weinig nieuwe oceanische korst wordt aangemaakt. Aangezien oceanische korst zwaarder wordt naarmate het ouder wordt en afkoelt lagen de oceaanbodems tijdens het Perm diep en was het eustatische zeeniveau relatief laag. Ook heeft één groot continent een kleinere omtrek dan een aantal kleinere continenten. Het totale oppervlak aan ondiepe zeeën en kustwater was daarom relatief klein in het Perm. Dit kan een oorzaak zijn geweest voor de massa-extincties van mariene soorten aan het einde van het Perm.

Pangea lag van de Noordpool tot de Zuidpool, zodat oost-west gerichte stromingen in de oceaan uitgesloten waren. Omdat alle continenten samen lagen was er ook sprake van één grote oceaan, die Panthalassa (de "alzee") wordt genoemd. Ten oosten van Pangea lag de Paleo-Tethysoceaan, die zich tot de beide China's in het oosten uitstrekte. Pangea lag in een boog om de Paleo-Tethys heen, met Gondwana ten zuiden en Laurazië ten noorden van de oceaan. Tijdens het Perm zou het microcontinent Cimmeria zich van Gondwana losmaken en langzaam naar het noorden beginnen te bewegen, daarmee de oppervlakte van de Paleo-Tethys kleiner makend. De oceaan die tussen Cimmeria en Gondwana ontstond wordt Neo-Tethys genoemd.

[bewerken] Klimaat

Grote aan elkaar liggende landmassa's hebben klimaten met grote variaties in temperatuur (zogenaamde continentale klimaten) en seizoensgebonden neerslag. Woestijnen en aride omstandigheden waren in het Perm wijdverspreid. Door deze droge omstandigheden waren naaktzadigen, planten met hun zaden in beschermende omhulsels in het voordeel ten opzichte van sporenplanten. De eerste "moderne" bomen (coniferen, ginkgo's en palmvarens) verschenen in het Perm.

Aan het begin van het Perm bevond de Aarde zich nog in de Laat Paleozoïsche ijstijd, die ook gedurende het Carboon voor vergletsjering op Gondwana gezorgd had. Tegelijkertijd waren de tropen warm en bedekt met moerassen en bossen. Tegen het Midden-Perm werd het klimaat warmer en droger, tegelijkertijd trokken de gletsjers zich terug.

Op veel plaatsen over de gehele oppervlakte van Gondwana zijn tillieten gevonden. Een tilliet is een verhard glaciaal sediment. Het voorkomen van tillieten wijst waarschijnlijk op een bedekking met gletsjers. Op andere plaatsen zijn afwisselend tillieten en interglaciale afzettingen gevonden. Ook in het oosten van het hedendaagse Zuid-Amerika (destijds onderdeel van Gondwana) zijn sporen achtergelaten door gletsjers. Deze sporen lopen van oost naar west, wat er op zou wijzen dat er beweging van het ijs op Gondwana, destijds gelegen rond de polen, heeft plaatsgevonden.

Gesteentelagen uit het Perm komen over de hele wereld voor, maar vooral belangrijk zijn de ontsluitingen in de Oeral (waar Perm zelf ligt), in China en in het zuidwesten van Noord-Amerika.

Edaphosaurus pogonias - Vroeg-Perm
Anteosaurus, een vroege Therapsida van de onderorde Dinocephalia - Midden-Perm, Zuid-Afrika.

[bewerken] Leven

[bewerken] Mariene fauna

Permische mariene afzettingen bevatten veel fossiele mollusken, echinodermen en brachiopoden. Twee soorten schelpen van ongewervelden worden veel gebruikt om Permische gesteenten te correleren: fusuliniden, een groep amoebe-achtige protisten die deel uitmaakt van de foraminifera; en ammonieten, een groep inktvissen verwant aan de hedendaagse nautilus.

[bewerken] Continentale fauna

Op het land kwamen in het Perm diverse geleedpotigen en tetrapoden voor.

Onder de insecten waren in het Vroeg-Perm de dominante planten- en alleseters Blattodea, voorouders van de hedendaagse kakkerlakken. Vanwege de grote voordelen die deze hadden ten opzichte van andere soorten (zes snelle poten, twee goed ontwikkelde opvouwbare vleugels, goede ogen, goed ontwikkelde voelsprieten en een omnivoor spijsverteringssysteem) vormden ze ongeveer 90% van het totale aantal insecten.[4] De Libellen (Odonata) ontstonden in het Perm[5][6] en hebben zowel land als water nodig om te leven. Een aantal belangrijke nieuwe groepen insecten, waaronder de kevers en vliegen, ontstonden in het Perm.

Pristerognathus vanderbyli, een lid van de Therocephalia, een uitgestorven groep zoogdierachtige reptielen. De soort is gevonden in het Boven-Perm van Zuid-Afrika.

Grotere (tetrapode) landdieren uit het Perm waren of amfibieën of Amniota (reptielen en voorouders van de zoogdieren). Voorbeelden van amfibieën uit het Perm zijn Labyrinthodonta, Lepospondyli of Batrachosauria. Amniota uit het Perm zijn zowel Sauropsida als Synapsiden. Van de laatste groep (uit het Perm bijvoorbeeld Pelycosauria en Therapsida) wordt aangenomen dat ze de voorouders van de zoogdieren zijn. Tijdens het Perm ontwikkelde zich voor het eerst een fauna die volledig op het land kon leven. De landsoorten werden steeds groter, er ontstond een megafauna van zowel planten- als vleeseters.

In het Vroeg-Perm werd het land gedomineerd door Pelycosauria (bijvoorbeeld Dimetrodon of Edaphosaurus) en amfibieën (Eryops, Temnospondyli), in het Midden-Perm werden primitieve Therapsida (zoals Dinocephalia) steeds belangrijker. In het Laat-Perm verschenen meer ontwikkelde soorten van Therapsida zoals Gorgonopsia, Inostrancevia, Estemmenosuchus en Dicynodontia. Een andere groep Therapsida die in het Midden-Perm verscheen zijn de Therocephalia (waaronder Trochosaurus). Aan het einde van het Perm verschenen de eerste cynodonten, die zich verder zouden ontwikkelen tot zoogdieren. Tegelijkertijd ontwikkelden de reptielen zich ook verder. Een bekende soort uit het Midden-Perm is bijvoorbeeld Pareiasaurus. Aan het einde van het Perm verschenen de eerste archosauriërs (Thecodontia zoals Proterosuchidae); deze zouden tijdens het op het Perm volgende Trias verder evolueren tot de eerste dinosauriërs. Ook keerden bepaalde reptielen terug in het water, zoals Mesosaurus.

Tijdens het Perm waren er nog geen gewervelde soorten die konden vliegen.

[bewerken] Flora

Het Vroeg-Perm had dezelfde flora als het Carboon, die rond het midden van het Perm overging in meer aride soorten. De in moerassen groeiende lycophytae uit het Carboon, zoals de Lepidodendron en Sigillaria werden vervangen door coniferen, die beter tegen het drogere klimaat bestand waren. Veel belangrijke groepen coniferen, ginkgo's en palmvarens ontwikkelden en verspreidden zich gedurende het Perm. Een uitzondering vormde het afgelegen continent Zuid-China, waar een warm en nat klimaat heerste vanwege de ligging rond de evenaar. Hier bleven de lycophyta-moerasbossen langer bestaan.

[bewerken] Perm-Trias-massa-extinctie

1rightarrow.png Zie Perm-Trias-massa-extinctie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Perm werd afgesloten door de grootste massa-extinctie in de Aardse geschiedenis. Zo'n 90% tot 95% van alle mariene soorten stierven uit, net als zo'n 70% van alle soorten op het land. Onder de soorten die uitstierven bevonden zich de laatste trilobieten. De uitsterving vond plaats over 80.000 jaar, waarin drie belangrijke fasen van uitsterving kunnen worden herkend.

Er zijn een aantal hypothesen over de oorzaak van deze massa-extinctie:

De meeste geleerden denken dat de massa-extinctie werd veroorzaakt door een combinatie van al deze hypothesen.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Bronnen:

  1. (en) Gradstein, F.M.; Ogg, J.G. & Smith, A.G.; 2004: A Geologic Time Scale 2004, Cambridge University Press
  2. Gradstein et al. (2004)
  3. (en) Gradstein, F.M.; Ogg, J.G. & Smith, A.G.; 2004: A Geologic Time Scale 2004, Cambridge University Press.
  4. (en) Zimmerman, E.C.; 1948: Insects of Hawaii, Vol. II. Univ. Hawaii Press
  5. (en) Grzimek, H.C.B.; 1975: Grzimek's Animal Life Encyclopedia, Vol 22: Insects, Van Nostrand Reinhold Co., New York.
  6. (en) Riek, E.F. & Kukalova-Peck, J.; 1984: A new interpretation of dragonfly wing venation based on early Upper Carboniferous fossils from Argentina (Insecta: Odonatoida and basic character states in Pterygote wings.), Canadian Journal of Zoology 62, p. 1150-1160.
  7. (en) Kump, L.R.; Pavlov, A. & Arthur, M.A.; 2005: Massive release of hydrogen sulfide to the surface ocean and atmosphere during intervals of oceanic anoxia, Geology 33(5), p. 397-400.
  8. (en) Frese R.R. von; Potts, L; Wells, S.; Gaya-Piqué, L.; Golynsky, A.V.; Hernandez, O.; Kim, J.; Kim, J.; Kim, H. & Hwang, J.; 2006: Permian-Triassic mascon in Antarctica, Eos Transactions AGU, Joint Assembly Supplements 87(36) [1]
  9. (en) Becker, L., Poreda, R.J., Basu, A.R., Pope, K.O., Harrison, T.M., Nicholson, C. & Iasky, R.; 2004: Bedout: A possible end-Permian impact crater offshore of northwestern Australia, Science 304, p. 1469-1476.
  10. (en) Becker, L.; Shukolyukov, A.; Macassic, C.; Lugmair, G. & Poreda, R.; 2006: Extraterrestrial Chromium at the Graphite Peak P/Tr boundary and in the Bedout Impact Melt Breccia, Lunar and Planetary Science XXXVII

Externe link:

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen