Amniota

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Amniota
Schildpad
Schildpad
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (dieren)
Stam: Chordata (chordadieren)
Infrastam: Tetrapoda (viervoeters)
Microstam
Amniota
Haeckel, 1866
Afbeeldingen Amniota op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Amniota op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De Amniota zijn een taxonomische groep dieren die voortkwam uit de amfibieën. Amniota hebben een vlies, het amnionvlies, om hun eieren. Met deze eieren waren ze in staat om volledig op het land te gaan leven. Zij hebben, in tegenstelling tot amfibieën, geen water meer nodig voor de voortplanting. De eerste Amniota verschenen in het Carboon.

De naam Amniota werd door Ernst Haeckel in 1866 voorgesteld. Tegenwoordig wordt de naam gegeven aan een microstam onder de infrastam Tetrapoda.

De groep omvat de volgende claden:

Die worden meestal tot de recente klassen zoogdieren, vogels en reptielen gerekend.

Ontwikkeling[bewerken]

De eerste Amniota ontwikkelden zich in het Laat-Mississippien uit de Reptiliomorpha. De Amniota hebben een aantal eigenschappen waardoor ze niet meer van water afhankelijk waren en in staat waren echt op het land te gaan leven. Er is sprake van inwendige bevruchting. De eieren hebben een harde schaal met binnenin het amnionvlies en de volledige embryonale en foetale ontwikkeling vindt plaats in het ei, waardoor er geen larvaal stadium meer is (bij de niet-eierleggende zoogdieren is dit proces nog verder geavanceerd). Door de ontwikkeling van een hoornlaag op de huid is deze ondoorlaatbaar voor water. Bovendien hebben de Amniota een ademhalingscapaciteit op basis van het longvolume in plaats van de keelpomp die bij amfibieën lucht de longen instuwt. De grens tussen de Reptiliomorpha en de Amniota is moeilijk vast te stellen, met name doordat de belangrijke kenmerken, de huid en de bouw van de eieren, zeer zelden fossileren.

Verschillende dieren zijn in het verleden aangeduid als stamamnioot, maar worden tegenwoordig gezien als reptiliomorf. Voorbeelden zijn de 30 cm lange Westlothiana en de 15 cm lange Casineria uit het Vroeg-Carboon (350-340 mjg), waarvan in Schotland fossielen zijn gevonden. Het skelet van Westlothiana vertoont een mengeling van reptiele en primitieve tetrapode eigenschappen.

Al vroeg in de ontwikkeling van de Amniota vond een splitsing plaats in twee groepen: de Synapsida en de Sauropsida. De Synapsida zouden zich uiteindelijk ontwikkelen tot de zoogdieren, terwijl de Sauropsida de reptielen (Anapsida en Diapsida) en de vogels omvatten. De oudst bekende zekere Amniota zijn bekend uit de 310 miljoen jaar oude Cumberland Group bij Joggins in de Canadese provincie Nova Scotia: de sauropside Hylonomus en de synapside Protoclepsydrops. Iets jonger zijn de sauropside Paleothyris en de synapside Archaeothyris uit de 300 miljoen jaar oude Morien Group bij Florence in Nova Scotia. Het oudst bekende diapside reptiel, Petrolacosaurus, leefde ongeveer 290 miljoen jaar geleden. Fossielen van dit 40 cm lange dier zijn gevonden in Kansas. Archaeothyris behoort tot de familie Ophiacodontidae binnen de Eupelycosauria. Het was een 50 cm lange carnivoor met scherpe, puntige tanden en waarschijnlijk behoorden de primitieve reptielen tot zijn potentiële prooien. De overige genoemde dieren waren 20 tot 40 cm lange hagedisachtige insectivoren.