Amniota
| Amniota | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Schildpad |
|||||||
| Taxonomische indeling | |||||||
|
|||||||
| Microstam | |||||||
| Amniota Ernst Häckel, 1866 |
|||||||
|
|||||||
De Amniota zijn een taxonomische groep verschenen in het Carboon die door hun verbeterde eieren in staat waren echt op het land te gaan leven. Amniota hebben een vlies, het amnionvlies, om hun eieren. Zij hebben, in tegenstelling tot amfibieën, geen water meer nodig voor de voortplanting.
Amniota werden door Ernst Häckel in 1866 voorgesteld als microstam onder de infrastam Tetrapoda.
De groep omvat de volgende kladen:
- Synapsida (onder andere zoogdieren)
- Sauropsida (grotendeels reptielen)
- Anapsida (onder andere schildpadden)
- Diapsida (onder andere dinosauriërs, slangen en vogels)
Die worden meestal tot de recente klassen zoogdieren, vogels en reptielen gerekend.
[bewerken] Ontwikkeling
De eerste amnioten ontwikkelden zich in het Laat-Mississippien uit de Reptiliomorpha. De amnioten hebben een aantal eigenschappen waardoor ze niet meer van water afhankelijk waren en in staat waren echt op het land te gaan leven. Er is sprake van inwendige bevruchting. De eieren hebben een harde schaal met binnenin het amnionvlies en de volledige embryonale en foetale ontwikkeling vindt plaats in het ei, waardoor er geen larvaal stadium meer is (bij de niet-eierleggende zoogdieren heeft dit proces zich verder geavanceerd). Door de ontwikkeling van een hoornlaag is de huid ondoorlaatbaar voor water. Bovendien hebben de amnioten een ademhalingscapaciteit op basis van het longvolume in plaats van de keelpomp die bij amfibieën lucht de longen instuwt. De grens tussen de reptiliomorfen de amnioten is moeizaam, aangezien het aspect van de huid en de bouw van de eieren (zeer zelden) fossileren.
Verschillende dieren zijn in het verleden aangeduid als stamamnioot, maar worden tegenwoordig gezien als reptiliomorf. Voorbeelden zijn de 30 cm lange Westlothiana en de 15 cm lange Casineria uit Vroeg-Carboon (350-340 mjg), waarvan in Schotland fossielen zijn gevonden. Het skelet van Westlothiana is een mengeling van reptiele en primitieve tetrapode eigenschappen.
Al vroeg in de ontwikkeling van de Amniota vond een splitsing plaats in twee groepen: de Synapsida en de Sauropsida. De Synapsida zouden zich uiteindelijk ontwikkelen tot de zoogdieren, terwijl de Sauropsida de reptielen (Anapsida en Diapsida) en de vogels omvatten. De oudst bekende zekere amnioten zijn bekend uit de 310 miljoen jaar oude Cumberland Group bij Joggins in de Canadese provincie Nova Scotia: de sauropside Hylonomus en de synapside Protoclepsydrops. Iets jonger zijn de sauropside Paleothyris en de synapside Archaeothyris uit de 300 miljoen jaar oude Morien Group bij Florence in Nova Scotia. Het oudst bekende diapside reptiel, Petrolacosaurus, leefde ongeveer 290 miljoen jaar geleden. Fossielen van dit 40 cm lange dier zijn gevonden in Kansas. Archaeothyris behoort tot de familie Ophiacodontidae binnen de Eupelycosauria. Het was een 50 cm lange carnivoor met scherpe, puntige tanden en waarschijnlijk behoorden ook de primitieve reptielen tot zijn potentiële prooi. De overige genoemde dieren waren 20 tot 40 cm lange hagedisachtige insectivoren.
| Zie de categorie Tetrapoda van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |