Diapsida
| Diapsida | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Schema van diapside-schedel | |||||||
| Taxonomische indeling | |||||||
|
|||||||
| Onderklasse | |||||||
| Diapsida Osborn, 1903 |
|||||||
| Diapsida op |
|||||||
|
|||||||
Diapsida zijn Amniota met twee openingen aan beide zijden in het deel achter de oogkas van hun schedel (zie afbeeldingen). Ze omvatten onder andere de vogels, krokodillen, hagedissen en slangen. Bij de laatste twee groepen zijn een of beide gaten in de evolutie weer verloren gegaan, maar ze worden op grond van hun afstamming toch tot de diapsida gerekend.
- Schema schedelvormen
-
Schedel synapsida (onder andere zoogdieren)
-
Schedel anapsida (mogelijk de nog levende schildpadden)
-
Schedel diapsida (onder andere dinosauriërs, slangen en vogels)
Taxonomie [bewerken]
|
De oudst bekende diapside is Petrolacosaurus uit het Late Carboon van Noord-Amerika. In het Perm zijn de Diapsida nog niet zo belangrijk. Er zijn slechts enkele geslachten uit het Vroege Perm bekend. In het Late Perm ontstaan de groepen die in het Mesozoïcum zullen domineren. De voornaamste landdieren tijdens het Perm zijn de Synapsida en de Anapsida. Aan het einde van het Perm sterven de meeste dieren uit in de grootste uitstervingsgolf uit de evolutie. Alle drie groepen reptielen worden zwaar getroffen, maar de diapsiden weten zich beter te herstellen. Met de ontwikkeling van de archosauriërs en de Lepidosauriërs in het Mesozoïcum begint het tijdperk van de Reptielen.
Onder is een mogelijke stamboom van de Diapsida:
| Diapsida |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||