Hoornvlies

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hoornvlies
Cornea
Doorsnede van het oog met links het hoornvlies (cornea)
Doorsnede van het oog met links het hoornvlies (cornea)
Verticale doorsnede van het hoornvlies. (Waldeyer.) 1. Epitheel. 2. Membraan van Bowman. 3. Stroma. 4. Membraan van Descemet. 5. Endotheel van de voorste oogkamer. De membraan van Dua ontbreekt in deze afbeelding. Het bevindt zich tussen het stroma en de membraan van Descemet.
Verticale doorsnede van het hoornvlies. (Waldeyer.)
1. Epitheel.
2. Membraan van Bowman.
3. Stroma.
4. Membraan van Descemet.
5. Endotheel van de voorste oogkamer.
De membraan van Dua ontbreekt in deze afbeelding. Het bevindt zich tussen het stroma en de membraan van Descemet.
Synoniemen
Latijn Tunica cornea[1]

Tunica cornicularis[1]
Tunica corniformis[1]
Cornea oculi[2][3]
Ceras[2][3]
Ceratodes[2]
Ceratodes membrana[2]
Ceratodes tunica[2]
Ceratomeninx[2][3]
Keratodes[4][5]
Keratodes membrana[4]
Tunica keratodes[4]
Keratoides[5]
Keratoderma[4][5]
Keratomeninx[4][5]
Membrana dura[1]

Oudgrieks κερατοειδής[1]
Nederlands Hoornachtig vlies des oogs[1]
Naslagwerken
Gray's Anatomy 225,1008
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Het hoornvlies[6] of de cornea[7] is het doorzichtige deel van de buitenkant van het oog waar het licht door naar binnen valt. Het is opgebouwd uit stromacellen, aan de binnenkant bekleed met endotheelcellen en aan de buitenkant met plaveisel epitheelcellen. Deze drie basale lagen worden van elkaar gescheiden door drie hulplagen, de membraan van Bowman, de membraan van Descemet en de pas in 2013 ontdekte membraan van Dua.[8] Al deze structuren zijn doorzichtig. Het epitheel bestaat uit slechts ongeveer vijf cellagen. De laag van Bowman is elastisch en bevat veel vezels. De collageenlaag is de dikste laag. Deze laag beschermt het oog tegen infecties. Ook de membraan van Descemet is zeer elastisch. Het endotheel ten slotte is slechts een cel dik. Het houdt het hoornvlies doorzichtig en zorgt voor het watertransport van het oog naar het hoornvlies. Deze laag is zeer kwetsbaar. Bij beschadiging van het endotheel kunnen cellen niet vervangen worden. Dat kan ernstige ziektes veroorzaken.

In het hoornvlies bevinden zich normaal gesproken geen bloedvaten. De zuurstofvoorziening van dit weefsel vindt plaats door gaswisseling met de atmosfeer. Bij het dragen van verkeerde contactlenzen, of door het te lang dragen van goede contactlenzen kan de zuurstofvoorziening in gevaar komen.

Bij een onregelmatige vorm van de cornea ontstaat onscherp zien, wat soms door een sferische of cilindrische lens al dan niet gedeeltelijk op te heffen is.

Bij slijpen of bikken raakt de cornea gemakkelijk verwond door wegspringende deeltjes ijzer of steen, die zich soms vasthechten en door een arts moeten worden verwijderd. Om deze reden moet altijd een beschermbril worden gedragen bij dergelijk werk: het is niet alleen pijnlijk om zo'n stukje materiaal in het oog te krijgen, het resulteert zelfs bij een niet-penetrerende verwonding altijd in een waarneembaar littekentje in de cornea waardoor de gezichtsscherpte nadelig kan worden beïnvloed.

Bij vervorming of verlies aan helderheid van het hoornvlies kan zo nodig een hoornvliestransplantatie worden verricht. In de Westerse wereld zijn de meest voorkomende indicaties hiervoor keratoconus, littekens na een infectie van het hoornvlies en Fuchs endotheeldystrofie. Voorheen werd doorgaans een volledige hoornvliestransplantatie verricht (perforerende keratoplastiek) maar tegenwoordig transplanteert men alleen het zieke laagje (lamellaire keratoplastiek).

Zie ook[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. a b c d e f Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  2. a b c d e f Kraus, L.A. (1844). Kritisch-etymologisches medicinisches Lexikon (Dritte Auflage). Göttingen: Verlag der Deuerlich- und Dieterichschen Buchhandlung.
  3. a b c Siebenhaar, F.J. (1850). Terminologisches Wörterbuch der medicinischen Wissenschaften. (Zweite Auflage). Leipzig: Arnoldische Buchhandlung.
  4. a b c d e Probstmayr, W. (1863). Etymologisches Wörterbuch der Veterinär-Medicin und ihrer Hilfswissenschaften. München: Verlag Jul. Grubert.
  5. a b c d Foster, F.D. (1891-1893). An illustrated medical dictionary. Being a dictionary of the technical terms used by writers on medicine and the collateral sciences, in the Latin, English, French, and German languages. New York: D. Appleton and Company.
  6. Kloosterhuis, G. (1965). Praktisch verklarend zakwoordenboek der geneeskunde (9de druk). Den Haag: Van Goor Zonen.
  7. His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag Veit & Comp.
  8. Onderzoekers ontdekken nieuwe laag in het menselijke oog