Ding (rechtspraak)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Germaans ding, naar een afbeelding op de Zuil van Marcus Aurelius in Rome

In de geschiedenis van de rechtswetenschappen is een ding in de Germaanse tijd een volksvergadering die recht kon spreken (en dus als rechtbank fungeerde).[1]

In het Oudnoords heet deze vergadering þing, in het Oudfrankisch, Oudfries en Oudnederduits thing (thingia = een geding houden), en in het Oudengels ðing.

De uitdrukking in het geding brengen herinnert daar nog aan. Het ding lijkt vooral geassocieerd te zijn geweest met de Germaanse god *Tiwaz (zie ook Týr), wellicht de god van het recht. In Noord-Engeland zijn twee gedenkstenen gevonden met de naam Mars Thincsus, waarschijnlijk een geromaniseerde vorm van *Tīwaz en specifiek naar zijn betekenis voor het ding. Het huidige parlement van Denemarken heet het Folketing, dat van IJsland het Alþing en dat van Noorwegen het Storting. Het parlementsgebouw van Groenland heet Landsting en dat van de Ålandseilanden en de Faeröer respectievelijk Lagting en Løgting,

Het Nederlandse dinsdag zou afgeleid kunnen zijn van ding, als dag waarop het ding gehouden werd, of van de bovengenoemde god Thingsus.

Het gotische Dinghuis in Maastricht (thans huisvesting voor de plaatselijke VVV), ontleent ook zijn naam aan een rechtbank die aldaar in vroeger tijden gevestigd was. De naam van de Gelderse plaats Dinxperlo zou eveneens teruggaan op een gerechtsplaats of rechtsgebied.

In dit verband moet ook de uitdrukking "alle goede dingen bestaan in drieën" genoemd worden. Zij betekent oorspronkelijk dat men vond dat rechtszaken zorgvuldig (drie maal) afgehandeld moesten worden alvorens men tot een oordeel kwam.

Etymologisch[2] is ook de huidige juridische term kort geding hier verwant aan. Ook de term "geding" zelf wordt nog wel gebruikt, als synoniem voor "proces".

Zie ook[bewerken]

Wapen van Markelo met dingplaats (Dingspelerberg)
Bronnen, noten en/of referenties

Referenties:

  1. J.P.H. De Monté ver Loren / J.E. Spruit (1982), Hoofdlijnen uit de ontwikkeling der rechterlijke organisatie in de noordelijke Nederlanden tot de Bataafse omwenteling, hoofdstuk II, Kluwer, ISBN 9026813198
  2. J. de Vries e.a. (1997), Nederlands Etymologisch Woordenboek, blz. 117, 118 en 187, Brill, ISBN 9004083928 [1]