Rochus van Montpellier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Heilige Rochus in de kerk van Sint-Kwintens-Lennik
De Heilige Rochus in de kerk van Scilla (Italië)

Rochus van Montpellier (Montpellier, 1295 - 1327) is een Franse heilige. Men rekent hem tot de zes pestheiligen.

Hagiografie[bewerken]

Rochus werd geboren te Montpellier. Hij was de zoon van ene Joannes en Libera, van wie hij de enige zoon was. Toen hij 20 was verloor hij zijn ouders. Zodra hij kon, gaf hij zijn vermogen aan de armen en vertrok in 1317 te voet naar Rome, verpleegde onderweg zieken, bij voorkeur pestlijders, en verwierf spoedig naam, omdat hij sommigen genas door het kruisteken over hen te maken. Op de terugreis werd hij te Piacenza zelf door de pest aangetast (in de iconografie wordt hij daarom vaak met een open been afgebeeld), waarop hij zich terugtrok in een bos en door een engel op wonderbaarlijke wijze werd genezen. Bij zijn terugkeer in Montpellier werd hij als spion gevangengenomen op bevel van zijn oom, en verbleef hij vijf jaar, tot aan zijn dood, in de gevangenis. Toen hij stierf verscheen er een engel in glanzend licht die verkondigde dat allen die Rochus aanriepen tegen de pest, genezen zouden worden. Dit verhaal ging onmiddellijk rond in Montpellier. Zijn oom liet zijn lichaam met veel eerbied wegnemen en liet vele lijkdiensten opdragen als schuldbekentenis.

Ofschoon nooit officieel heilig verklaard, vond in de 14e eeuw reeds zijn naam de weg naar het missaal en wordt zijn feest op verschillende dagen gevierd (16, 17, 18 of 26 augustus). Hij is de patroon tegen pest en besmettelijke ziekten, hij wordt gerekend tot de 14 noodhelpers.

Sint-Rochus is de patroonheilige van de stad Aarschot alsook de gemeente Huldenberg. In deze laatste gemeente wordt hij nog steeds driejaarlijks vereerd tijdens een Ommeganck te zijner ere. In Aarschot viert men de Sint-Rochusverlichting, ontstaan uit een belofte van de Aarschotse bevolking om op de vooravond van het naamfeest van Sint-Rochus, patroonheilige van de stad, kaarsjes te ontsteken als de inwoners gespaard zouden blijven van de pest. In het verleden zou Sint-Rochus de Aarschottenaars immers meermaals van de Zwarte Dood hebben bevrijd. Uit dankbaarheid werd aanvankelijk het stadhuis jaarlijks met kaarsjes verlicht op 15 augustus. Rond 1850 raakte deze traditie steeds meer verspreid doorheen de hele stad.