Tand
| Tanden in volwassen gebit | |
|---|---|
| Tanden in melkgebit | |
| Afbeelding | |
| Menselijk gebit | |
|
|
|
Een tand is een harde, witte structuur in de mond, een onderdeel van het gebit. Onder andere mensen, andere zoogdieren en reptielen hebben tanden. Diersoorten die geen tanden hebben zijn bijvoorbeeld de meeste vissen en vogels.
Inhoud |
[bewerken] Tandtypes en gebruik
Tanden hebben twee hoofdfuncties. Enerzijds zijn het, net als nagels (vooral klauwen), wapens. Dieren met veel en sterke tanden zijn vaak roofdieren. De andere hoofdfunctie is het afsnijden en fijnmalen van voedsel. Vleeseters knippen hun prooi ermee in kleinere stukken en planteneters kauwen (en herkauwen) er hun voedsel mee.
Alvorens het voedsel in de slokdarm en maag komt, kan het worden fijngekauwd door de kiezen. Hoektanden houden het voedsel op zijn plaats zodat indien het spartelt toch te eten valt. Snijtanden zijn bedoeld om groente, fruit, bladeren en/of ander plantaardig materiaal te eten. Melktanden zijn tijdelijk, en worden bij het volwassen worden vervangen door hardere 'echte' tanden; de doorgaans laatste wordt daarom verstandskies' of 'wijsheidskies genoemd.
Aan de vorm van tanden is te zien wat voor dieet het dier heeft, bijvoorbeeld herbivoor, carnivoor, insectivoor. Ook hun combinatie, de alleseter, is te herkennen aan zijn polyvalent gebit.
Een giftand heeft een ingebouwde 'injectienaald', waarmee diverse slangen en andere dieren een prooi of vijand een dosis dodelijk of verlammend vergif kunnen toedienen bij elke beet.
[bewerken] Samenstelling
De tand bestaat uit de volgende 6 componenten:
Er zijn 4 onderdelen als zodanig te benoemen:
[bewerken] Mensentanden
De mens is een typische alleseter; het gebit is zowel geschikt voor het eten van vlees als van plantaardig materiaal. Zelden gebruikt een mens zijn tanden als wapen. Als iemand zijn tanden laat zien is dit meestal niet als aanval gezien, maar juist 'ontwapenend' bedoeld.
Een volwassen mens heeft normaal 32 tanden, een kind met een melkgebit 20. Het gebit wisselt bij de mens maar één keer. Als nieuwe tandjes doorkomen is dit een vervelend gevoel. Veel kauwen kan het doorkomen versnellen.
De mens heeft als tandformule I|C|P|M = 2|1|2|3, te tellen vanaf de middenlijn, zowel boven als onder, links en rechts. Dit wil zeggen dat een volwassen gebit in ieder kwadrant 2 incisivi, 1 caninus, 2 premolaren en 3 molaren heeft. Zie ook internationale tandnummering.
Er zijn mensen die geen tanden hebben: deze noemt men edentaat. Dit is vooral het geval bij jonge kinderen en (hoog)bejaarden. Vaak is het niet hebben van tanden de oorzaak van een ingevallen bovenlip. In het extreemste geval rust de punt van de neus op de bovenlip.
Voor mensen die wél tanden hebben gelden een aantal richtlijnen om deze niet te verliezen. Hiervoor is een perfecte mondhygiëne onontbeerlijk. Men kan tandpasta op een tandenborstel smeren om vervolgens de tanden in te wrijven met tandpasta. Bacteriën worden op deze wijze verwijderd. Na het tandenpoetsen dient de tandpasta alleen uitgespuugd te worden. De achtergebleven fluoride versterkt het glazuur. Met tandzijde (flosdraad) (zijden draad die met was doordrongen is), tandenstokers of interdentale ragertjes (kleine borsteltjes) worden de interdentale ruimtes rein gehouden.
Als tanden niet tijdig gereinigd worden, gaan ze er geel uitzien. Het niet bijhouden van tanden komt de frisheid van de adem niet ten goede, men spreekt dan van halitose of foetor ex ore. Ook kan tandbederf (cariës) ontstaan met als gevolg kiespijn. Door regelmatig en correct te poetsen kan men gaatjes en andere problemen zoals tandsteen voorkomen. Ook meer dan 6 zoetmomenten op een dag verhoogt de kans op gaatjes. Een tandarts kan de problemen vaak oplossen, maar er zijn veel mensen die uit angst niet op bezoek durven te gaan. In Nederland en België wordt veelal de richtlijn gehanteerd van een halfjaarlijkse gebitscontrole om gebitsproblemen vroegtijdig op te sporen en te verhelpen.
[bewerken] Metonymie
Niet voor bijten bedoelde, maar op tanden gelijkende lichaamsdelen worden ook tand genoemd, met name de eitand waarmee de jongen van sommige (vogel- e.a.) diersoorten zich een weg door de eischaal breken ('kippen').
Bij de bladen van planten kan de bladrand 'getand' zijn.
Ook bij voorwerpen worden sommige uitsteeksels tand(en) genoemd, zoals op een tandwiel.
[bewerken] Zie ook
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Tooth op Wikimedia Commons. |
| Uitwendige delen van het menselijk lichaam |
|---|
|
Huid |
