Zonsondergang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zonsondergang bij Porto Covo aan de westkust van Portugal

Zonsondergang is het moment waarop de zon onder de horizon verdwijnt. De plaats van zonsondergang is afhankelijk van de tijd van het jaar. Die varieert van bijna noordwest, ten tijde van de zomerwende -meestal 21 juni-, tot zuidwest, ten tijde van de winterwende -meestal 21 december-. Op slechts twee dagen per jaar gaat de zon pal in het westen onder. Dat gebeurt op een equinox. In de lente is dat meestal op 20 maart. In de herfst op 23 september. De zon is pas ondergegaan op het moment dat de hele zonnecirkel niet meer te zien is, waardoor de dag iets langer is dan de nacht (de nacht begint pas als de zon helemaal onder is en eindigt al op het moment dat het eerste stukje zon te zien is). Door reflectie in de atmosfeer blijft het nog wel enige tijd licht waardoor zonsondergang niet gelijk staat aan het moment wanneer het donker wordt. De tijd tussen het moment waarop de zon onder is, maar het nog niet helemaal donker is, heet schemering: schemering is een overgang en zonsondergang is een moment. Het duurt 3 tot 4 minuten vanaf het moment dat het eerste randje van de zon achter de horizon verdwijnt tot aan de ondergang, ten gevolge van de diameter van de zon (0,53°). Deze duur is afhankelijk van seizoen en breedtegraad van de waarneming; vanaf de evenaar duurt het iets meer dan 2 minuten. Het einde van de dag wordt vaak gezien als het moment waarop de zon onder gaat. Zo zijn weggebruikers bijvoorbeeld verplicht licht te voeren na zonsondergang.

Merkwaardigheden[bewerken]

We zien de zon langer dan ze boven de horizon staat; terwijl ze zich er eigenlijk al achter bevindt. Dit komt doordat de atmosfeer een verticale dichtheids-gradiënt vertoont: Boven is de atmosfeer ijler dan boven het aardoppervlak (De druk daalt met 1 % elke 100 meter). Samen met het kleiner effect van de temperatuursgradiënt zorgt dit voor een lichtbreking die de zonnestralen rond de aarde ombuigt. Door dit effect zowel 's morgens als 's avonds, wordt de tijd dat het licht is met in totaal zo'n 5 minuten verlengd. Een tweede bijkomend gevolg van het dichtheidsgradiënt is dat we de zon afgeplat waarnemen.

De lucht is bij een laag staande of ondergaande zon vaak rood of oranje gekleurd (avondrood) door de Rayleighverstrooiing. Deeltjes in de atmosfeer verstrooien blauw licht waardoor wij de hemel meestal blauw zien. De overige golflengtes blijven in de stralen van de zon zodat de zon een iets gelere kleur krijgt. Echter bij een laag staande zon worden ook de andere kleuren, behalve rood (langste golflengte, dus moeilijk te verstrooien) verstrooid, wat de hemel rond en lager dan de zon rood kleurt. Overigens is het effect ook bij zonsopgang te zien, maar minder sterk omdat de lucht aan het begin van de dag minder stof bevat waardoor de verstrooiing minder is.

Onder gunstige atmosferische omstandigheden kan een groene flits gedurende enkele seconden waargenomen worden. Doordat in het avondrood voornamelijk lange golflengtes (rood) zitten, en kleurschifting vooral bij korte golflengtes (blauw) optreedt, is het resultaat iets ertussenin: De laatste stralen van de zon voor die helemaal verdwijnt, zijn groen.

Foto's[bewerken]

Spreuk[bewerken]

Een oud gezegde luidt: Avondrood teder, morgen mooi weder. Een rode zonsondergang zou mooi weer aankondigen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft meer mediabestanden op de pagina Sunset.