Joodse begraafplaats

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
In Nederland liggen ongeveer 230 Joodse begraafplaatsen. Een van de grootste is die van Muiderberg.
De oude Joodse begraafplaats van Valkenburg behoort tot de kleinste in Nederland, maar is wel een van de oudste.
Uniek is de oude Joodse begraafplaats van Heerlen, die is gelegen onder de voormalige synagoge.

Een Joodse begraafplaats is een voor de joden heilige plaats, waar zij hun doden begraven. Het jodendom kent meerdere namen voor begraafplaats, waaronder:

  • Bet Chajiem (huis van het leven)
  • Bet Olam (huis van de wereld)
  • Bet Kevarot (huis der graven).

Kenmerken[bewerken]

De Joodse begraafplaatsen zijn vaak zeer oud. Er zijn zelfs graven van meer dan tweehonderd jaar oud. Dit komt doordat Joodse begraafplaatsen niet geruimd mogen worden volgens de wetten van het jodendom en dus 'eeuwig' zijn. Over het begraven wordt in de Hebreeuwse Bijbel gesproken in het boek Ezechiël, hoofdstuk 37. Alleen bij zéér dringende redenen kan ertoe besloten worden graven te verplaatsen. Als er al een begraafplaats moet verdwijnen, dan zal dat altijd moeten gebeuren met instemming van het rabbinaat en in bijzijn van een rabbijn. De stoffelijke resten worden dan in verschillende kisten in één graf herbegraven. In april 2008 is dit gebeurd in Maastricht, toen bij werkzaamheden een Joodse begraafplaats werd ontdekt.[1] De aangetroffen stoffelijke resten zijn herbegraven op de begraafplaats aan de Tongerseweg.

Het niet ruimen van graven kan leiden tot een probleem als een andere begraafplaats niet voorhanden is, als een begraafplaats overvol is en er niemand meer bij kan. Vaak begraaft men dan een tweede laag mensen boven de eerste laag. Hiervoor wordt eerst een extra laag aarde aangebracht. Dit procedé is te herhalen en zo vindt men in Praag een begraafplaats met wel twaalf lagen. Of er in Nederland ook in meerdere lagen is begraven is niet zeker, maar bij de Oude begraafplaats van Roermond zou het zeer waarschijnlijk zijn.

Het is typerend voor een Joodse begraafplaats dat deze vaak, in ieder geval van oorsprong, niet in de bebouwde kom ligt. Hoewel een begraafplaats gewijd is, is volgens de joodse religieuze wetten een lijk onrein. Binnen de grenzen van een dorp of stad is geen plaats voor iets dat onrein is.

Over het algemeen kan men de Joodse begraafplaatsen in Nederland indelen in twee groepen, namelijk Sefardische en Asjkenazische. Sefardische begraafplaatsen worden gekenmerkt door liggende grafstenen, terwijl op Asjkenazische begraafplaatsen de grafstenen rechtop staan.

De Hebreeuwse tekst op Joodse grafstenen begint en eindigt bijna altijd met dezelfde tekens: hij begint met פנ (PN), wat staat voor Po Niqbar (hier is begraven), of met פט (PT), wat staat voor Po Tamoen (hier is verborgen), en eindigt met תנצבה, (TNTBH) wat staat voor Tijeh Nisjmato Tseroera Bitsoer Hachajim (zijn/ haar ziel gebundeld in de bundel [der zielen] des levens). Deze teksten zijn vergelijkbaar met het Latijnse R.I.P. (requiescat in pace ofwel rust in vrede) op Christelijke grafstenen.

Mensen met de naam Cohen (of verwante namen als Caan/ Cahen/ Caenen) worden vaak aan de buitenkant van een rij graven begraven, langs het pad. Dit pad heet dan ook een Kohaniempad. Cohen (כוהן) is Hebreeuws voor priester, afgeleid van de priester Aäron. Het is een priester verboden een begraafplaats te betreden, omdat deze onrein is. De paden zijn echter niet onrein en zo kan een priester toch het graf van familie bezoeken. Het graf van mensen met de naam Cohen draagt vaak een afbeelding van twee zegenende handen. Er zijn meer van dit soort tekenen, zoals een waterkan, het teken dat wordt toegepast bij de Levieten, of een sjofarhoorn. Soms ziet men een davidster boven aan een grafsteen.

Begrafenis en rouw[bewerken]

Joden worden altijd heel snel na het overlijden begraven. Volgens de Joodse wetten zou dit bij voorkeur meteen moeten gebeuren, maar de Nederlandse Wet op de lijkbezorging bepaalt dat er tussen overlijden en begraven ten minste 36 uur moeten zitten. Vanzelfsprekend wordt er op de sabbat niet begraven maar wel op feestdagen.

Na de rituele reiniging en het uitspreken van een lijkrede in het metaheerhuis, wordt de dode onder het reciteren van bepaalde psalmen ten grave gedragen. Daar worden enige gebeden en citaten uit de Talmoed gezegd. Vervolgens wordt het graf door de aanwezigen gezamenlijk gedicht en wordt het kaddisjgebed uitgesproken door de meest directe nabestaande. Het is niet de gewoonte om bloemen of kransen te leggen.

In Nederland en België is het gebruikelijk (maar geen regel) dat Joden worden begraven met het hoofd naar het westen en de voeten naar het oosten. Zodoende is het gezicht gericht naar het Oosten, naar de stad Jeruzalem. Joden geloven dat de messias, wanneer hij komt (in de heilige stad Jeruzalem), hen zal opwekken uit de dood en zal meenemen naar de hemel.

Direct na de begrafenis neemt voor de naaste familie de zevendaagse periode van rouw, de sjivve, een aanvang, waarin men het huis van de overledene niet mag verlaten en niet mag werken. Na deze zeven dagen mag de rouwende zijn gewone leven hervatten. Voor een echtgenoot / echtgenote, ouder of kind duurt de rouwperiode een heel jaar. Pas na dit jaar wordt op het graf een grafsteen (matseiwa) geplaatst. In sommige landen mag de grafsteen echter al na paar weken geplaatst worden, wat te maken heeft met hoe hard de ondergrond is.

Bezoek[bewerken]

Op de sabbat en de Joodse feest- en gedenkdagen zijn de begraafplaatsen voor bezoek gesloten.[2] Een Joodse begraafplaats heeft dezelfde heiligheid als een synagoge. Heren wordt gevraagd hun hoofd te bedekken. Het wordt beschouwd als van een gebrek aan respect voor de overledenen om over een graf te lopen of erop te staan, ertegen te leunen, er te eten, drinken of roken. Als men een grafsteen nader wil bekijken, benadert men deze van de zijkant.

Vaak laten bezoekers van een Joods graf een steentje achter, ten teken dat men er is geweest en de doden heeft herdacht. In Bijbelse tijden werden geen grafstenen gebruikt; graven werden gemarkeerd met hopen stenen, dus door deze te plaatsen (of te vervangen), verzekerde men het voortbestaan van de begraafplaats.

Joodse begraafplaatsen in Nederland[bewerken]

De aanwezigheid van een Joodse minderheid in Nederland heeft een lange geschiedenis. Hoewel pas eind 18e eeuw als volwaardige burgers erkend, voelde men zich hier eeuwenlang thuis. Daaraan kwam een abrupt einde door de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel er nu niet zo heel veel Joden meer zijn in Nederland, zijn de sporen van hun vroegere aanwezigheid nog zichtbaar in de vorm van vele Joodse begraafplaatsen.

In Nederland zijn ongeveer 230 Joodse begraafplaatsen te vinden waarvan er 29 een beschermende monumentenstatus hebben.[3] Zie de Lijst van Joodse begraafplaatsen in Nederland voor een overzicht.

Joodse begraafplaatsen in België[bewerken]

De Belgische overheid geeft geen garantie voor een eeuwigdurend grafrecht. Omdat dit voor religieuze Joden zeer belangrijk is, kiezen veel Belgische Joden ervoor zich in Nederland te laten begraven. Voorbeelden van Joodse begraafplaatsen in Nederland waar veel Belgische Joden begraven liggen zijn Eijsden, Bergen op Zoom en Putte.

Toch zijn er wel Joodse begraafplaatsen in België, zoals bijvoorbeeld een apart veld op begraafplaats Schoonselhof bij Antwerpen, en de begraafplaatsen aan de Dieweg in Ukkel nabij Brussel en aan de Stationstraat te Dilbeek.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen

Referenties