Nationale politie (Nederland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De organisatie van de Nederlandse politie is per 1 januari 2013 als Nationale politie ingericht. Het is een landelijk korps dat bestaat uit tien regionale eenheden, één landelijke eenheid en een landelijke concerndienst waarin de ondersteunende afdelingen zijn ondergebracht. Dit ene landelijke korps vervangt alle voormalige politiekorpsen en -diensten.

Dit is geregeld in de Wet van 12 juli 2012 tot vaststelling van een nieuwe Politiewet (Politiewet 2012). De Tweede Kamer nam in december 2011 het voorstel van de minister van Veiligheid en Justitie (Ivo Opstelten) unaniem aan. De Eerste Kamer volgde in juli 2012. [1][2] Vanuit de politiebonden is echter vooral veel kritiek te horen.

Gerard Bouman is de eerste korpschef van deze nieuwe organisatie. In mei 2011 was hij door minister Opstelten benoemd als kwartiermaker van de Nationale Politie. Tot aan de inwerkingtreding van de Politiewet 2012 werd de Nationale Politie geleid door een managementteam.

Lokale politiezorg[bewerken]

De zeggenschap over de lokale inzet van politie blijft berusten bij het bevoegd gezag, dus bij de burgemeester en de officier van justitie. Deze twee partijen maken in de lokale 'driehoek' afspraken met de politie over de inzet. Daar wordt bepaald welke inzet aan vastgelegde prioriteiten wordt gegeven, op basis van het integrale veiligheidsplan van de gemeente en de landelijke prioriteiten.

Regionale eenheden[bewerken]

De 10 regionale eenheden op de kaart.

De 11 regionale eenheden voeren alle operationele politietaken uit, behalve taken die een bijzondere expertise vereisen en taken die landelijk doeltreffender of goedkoper kunnen worden uitgevoerd. Die taken vallen onder de Landelijke Eenheid. Alle regionale eenheden zijn zo eenduidig mogelijk ingericht. Een politiechef leidt een regionale eenheid (RE).

De volgende 11 regio's zijn in de plaats van de voormalige 26 regiokorpsen gekomen:[3]

Regionale eenheid Voorheen Werkgebied
Noord-Nederland korpsen Groningen, Fryslân en Drenthe Provincies Groningen, Friesland en Drente
Oost-Nederland korpsen IJsselland, Twente en de de drie Gelderse korpsen Provincies Gelderland en Overijsel
Midden-Nederland korpsen Utrecht, Gooi en Vechtstreek en Flevoland Provincies Utrecht, Flevoland en Noord-Holland
Noord-Holland korpsen Noord-Holland-Noord, Zaanstreek-Waterland en Kennemerland Provincie Noord-Holland
Amsterdam korps Amsterdam-Amstelland Amsterdam en omstreken
Den Haag korpsen Haaglanden en Hollands Midden Den Haag en omstreken
Rotterdam korpsen Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid Rotterdam en omstreken
Zeeland - West-Brabant korpsen Midden- en West-Brabant en Zeeland Provincies Noord-Brabant en Zeeland
Oost-Brabant korpsen Brabant-Noord en Brabant Zuid-Oost Provincie Noord-Brabant
Limburg korpsen Limburg-Noord en Limburg-Zuid Provincie Limburg
Korps Politie Caribisch Nederland Korps Nederlandse Antillen Caribisch Nederland, met de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba

De gebieden van deze regio's komen overeen met de nieuwe indeling van de justitiële arrondissementen.[4]

Een regionale eenheid bestaat uit:

  • districten;
  • (ondersteunende) diensten;
  • staf.

Een district op zijn beurt bestaat uit:

  • basisteams;
  • districtsrecherche;
  • flexteam.

De taken van de basisteams zijn:

  • eerste aanspreekpunt;
  • afhandelen van noodhulp en niet-spoedeisende meldingen, onder centrale aansturing van de meldkamer;
  • opsporing gericht op veelvoorkomende criminaliteit;
  • handhaving: jeugd, huiselijk geweld, evenementen, horeca, geestelijke gezondheidszorg, verkeer, vreemdelingentoezicht, milieu- en executietaken.

Basisteams hebben opsporingscapaciteit voor de aanpak van veelvoorkomende criminaliteit. De districtsrecherche is echter verantwoordelijk voor de aanpak van delicten met een grote impact. Zij levert ondersteuning aan de basisteams.

Landelijke Eenheid[bewerken]

Naast de tien regionale eenheden is de Landelijke Eenheid (LE) gevormd. Het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) vormde daarvan de basis.

De landelijke eenheid bestaat uit een eenheidsstaf, een dienst Landelijk Operationeel Centrum (DLOC), een dienst Landelijke Recherche (DLR), een dienst Landelijke Informatieorganisatie (DLIO), een dienst Landelijke Operationele Samenwerking (DLOS), een dienst Infrastructuur, een dienst Bewaken en Beveiligen (DB&B), een dienst Speciale Interventies (DSI) en een dienst Bedrijfsvoering landelijke eenheid (DBV LE) in de vorm van Planning en Capaciteitsmanagement.

Politiedienstencentrum[bewerken]

Naast deze operationele eenheden heeft de Nationale Politie een landelijke concerndienst, het Politiedienstencentrum (PDC). In dit centrum wordt een belangrijk deel van de ondersteuning ondergebracht. Tot de bedrijfsvoering van de Nationale Politie behoren de aspecten personeelszaken, facilitair management, financiën, informatievoorziening en communicatie.

Het PDC wordt op 3 locaties in Nederland gevestigd, namelijk Rotterdam, Zwolle en Eindhoven.

Politieacademie[bewerken]

De Politieacademie (PA), het opleidingsinstituut van de politie, valt voorlopig althans formeel buiten de vorming van de Nationale Politie, en behoudt zijn zelfstandige status. De PA heeft echter zeker te maken met de gevolgen van de nieuwe structuur; onder meer worden er taken van het instituut overgedragen aan de politie, al blijft onduidelijk welke taken precies. In december 2012 ontaardden de gesprekken hierover in een openlijke vertrouwensbreuk tussen de ondernemingsraad en het bestuur van de Politieacademie.[5]

Reacties politiebonden[bewerken]

Bij de politiebonden is de invoering van de Nationale Politie vooral met kritiek ontvangen. Het overleg dat er tussen die bonden en onder meer minister Opstelten is geweest over de realisatieplannen, heeft de kritiek vanuit de werkvloer niet kunnen wegnemen. Zo vindt Politievakbond ACP dat er wordt geredeneerd vanuit het beschikbare budget in plaats van het werk op straat en achter het bureau.[6] Er is ook veel zorg over de cao's en de sociale gevolgen van de grootscheepse reorganisaties alsmede de communicatie hierover, wat bonden heeft doen weglopen bij overleg.[7]


Bronnen, noten en/of referenties