Ascaniërs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Albert I van Brandenburg.

De Ascaniërs zijn een Duitse dynastie van vorsten die vanaf 1036 bekend is.

Als eerste vertegenwoordiger van het geslacht der Ascaniërs verschijnt in 1036 graaf Esico die in 1039 in de Schwabengau in Zuid-Duitsland leefde. Het achterkleinkind van Esico en zoon van graaf Otto de Rijke, Albrecht de Beer of Albrecht I, (rond 11001170), heroverde op 11 juni 1157 de Brandenburg op de Slavische vorst Jaxa van Köpenick, noemde zich op 3 oktober 1157 voor de eerste keer „markgraaf in Brandenburg“ en trok immigranten aan. Onder de zonen van Albrecht de Beer begon de versplintering van de macht der Ascaniërs.

Bekende leden van de lijn Anhalt waren tsarin Catharina II van Rusland (geb. prinses Sophia Frederika van Anhalt-Zerbst), vorst Lodewijk van Anhalt-Köthen, stichter van het Vruchtbrengende Genootschap, de oude Dessauer (vorst Leopold I van Anhalt-Dessau) en Leopold Frederik Frans, stichter van de parken van Wörlitz.

De laatst regerende hertog Joachim Ernst van Anhalt, in 1918 als minderjarige enkele maanden op de troon, stierf in 1947 in Russische gevangenschap. De huidige chef van het huis der Askaniërs is zijn zoon Eduard (1941), die op het jachtslot in Ballenstedt woont. Hij is ook grootmeester van de Huisorde van Albrecht de Beer, de huisorde van de familie.

De Ascaniërs, anders dan andere vorstengeslachten, voerden pas in 1727 het principe van de primogenituur in, waardoor hun gebieden tot dan onder alle zonen dienden verdeeld te worden. Dit leidde tot politieke versplintering en verminderde de invloed van de Ascaniërs in het Duitse Rijk.