Microkrediet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deze winkel in Zuid Soedan werd geopend met behulp van een lening van een microfinancieringsprogramma.

Microkrediet is een onderdeel van het groter omvattende begrip microfinanciering. Microkredieten zijn kleine leningen (tot maximaal enkele honderden euro's) die voornamelijk worden toegekend aan kleine (vrouwelijke) ondernemers in ontwikkelingslanden die daar, door een gebrek aan onderpand, een vast maandinkomen en een gebrek aan kredietgeschiedenis niet kunnen lenen bij traditionele banken. Een microkrediet verschaft deze ondernemers de mogelijkheid te investeren in bijvoorbeeld de aanschaf van een koe, naaimachine, of een winkel en daardoor in de toekomst hun financiële positie te verbeteren. Het gaat hierbij om het helpen zichzelf te ontwikkelen (ontwikkelen van financiering) en niet alleen om het geven van geld (financiering van ontwikkeling). Microkrediet wordt zowel voor winstgeneratie als ook als non-profit-initiatief aangeboden.

Geschiedenis[bewerken]

Er bestaan meerdere theorieën over het ontstaan van microfinanciering. Het oudste idee is afkomstig uit Ierland in het begin van de 18e eeuw eeuw, als gevolg van de heersende hongersnood. Eind 19e eeuw ontstond een soortgelijk systeem van "dorpsleningen" in Nederlands-Indië onder het Nederlandsch-Indische volkscredietwezen, een initiatief dat brede navolging vond. De moderne herontdekking van het idee is ontstaan in Bangladesh rond 1975; de globalisering maakte een wereldwijde verbreiding mogelijk.

Ierland[bewerken]

Het concept van het microkrediet - in vroegere versies ook volkskrediet genoemd - werd bedacht door de 18e-eeuwse Ierse dominee en schrijver Jonathan Swift.[1] Hij wilde de armoede na een hongersnood in zijn land bestrijden. Volgens zijn theorie zouden kleine leningen veel mensen in moeilijkheden kunnen helpen. In 1720 richtte hij het Irish Loan Fund op. Met 500 pond, een kapitaal in die tijd, betaalde hij de eerste leningen, die verschilden van vijf tot tien pond. Dit geld moest in termijnen terugbetaald worden; wekelijks twee tot vier shilling, zonder rente. Het fonds groeide vlug en al snel ontstonden er meer van deze fondsen. Binnen de kortste keren waren er meer dan 500.000 leningen afgesloten bij de verschillende fondsen. Na de hongersnood herstelde Ierland zich langzaam en daarmee daalde het aantal leningen bij de fondsen ook langzaam. Soms leefden de fondsen weer even op, maar halverwege de 20e eeuw waren alle fondsen verdwenen.

Nederlands-Indië[bewerken]

Nog voor het einde van de Irish Loan Funds ontstond in Nederlands-Indië de Priyayi Bank, gesticht door Raden Wiriamaadya. Hij wilde zijn vrienden uit de schulden helpen. Hij had namelijk tijdens een feest ontdekt dat de organisator ervan een enorme lening bij een Chinees had moeten afsluiten om het te kunnen organiseren. Hij was daar zeer bedroefd over en besloot om zelf geld bij te dragen aan zulke feesten en stelde een leenfonds voor. Zijn idee werd later in praktijk gebracht door een zekere Sieburgh. Een jaar later werd een collega, De Wolff van Westerrode, benoemd tot directeur van de bank, die inmiddels Poerwokertosche Spaar- en Landbouwcredietbank heette. Het concept bleek perfect en er ontstonden duizenden dorpsbankjes in Nederlands-Indie. In 1912 werd als onderdeel van de ethische politiek de Nederlandsch-Indische volkscredietwezen opgericht met een overkoepelende Centrale Kas. Deze moest alle lokale banken controleren en hieronder vielen de 75 volkskredietbanken, 1336 dorpsbanken en 12.424 lumbung padi banken. Ook buiten Nederlands-Indie had men interesse in dorpsbankjes die microkredieten verschaften, want in vele ontwikkelingslanden ontstonden dorpsbankjes, die soms niet meer waren dan een overdekte groep tafels met een groep mensen erachter.

Bangladesh[bewerken]

Microkredieten werden pas populair bij de oprichting van de Grameen Bank van de Bengalees Muhammad Yunus. Yunus wilde de positie van de armen in zijn land verbeteren. Met dat idee richtte hij de Grameen Bank op, de 'bank van de armen’. Het vernieuwende was dat arme mensen, die bij de gangbare banken geen onderpand konden overleggen en dus geen lening konden krijgen om zich uit hun armoede omhoog te werken, bij deze Bank wel een kleine lening konden krijgen. Met onderlinge hulp en de sociale controle binnen de vrouwengroepen werden deze leningen, tegen alle verwachtingen in, terugbetaald. Het werd een groot succes en vandaag de dag is de Grameen Bank een van de grootste microkredietinstellingen ter wereld. De Verenigde Naties riepen 2005 uit tot internationaal jaar van het microkrediet en de Zweedse Academie maakte op 13 oktober 2006 bekend dat de Nobelprijs voor de Vrede voor het jaar 2006 werd toegekend aan Yunus en de Grameen Bank.

Werkwijze[bewerken]

Microkredieten worden soms aan individuele mensen verstrekt en vaak aan leners die zich georganiseerd hebben in solidariteitsgroepen van 5-20 mensen. In deze groepen staan de groepsleden onderling voor elkaar garant. Dit heeft twee voordelen. De belangrijkste is dat dit een manier is om het aantal minuten werk per nieuwe klant voor het bankpersoneel beheersbaar te houden. Groepsleden zoeken elkaar uit omdat ze elkaar kennen. Voor kennissen die je kent als betrouwbaar, durf je wel garant te staan, voor andere zeker niet. Het inschatten van de kredietwaardigheid kost een bank-medewerker zo dus veel minder tijd, omdat de klanten al binnen komen lopen met mensen die ze betrouwbaar vinden. Een tweede factor is de sociale druk op elk individu om de lening af te lossen, omdat in geval van niet terugbetalen de andere groepsleden hiervan nadeel zouden ondervinden. Deze sociale druk valt in de praktijk mee, omdat groepsleden van tevoren al bewust betrouwbare groepsgenoten geselecteerd hebben.

Vaak bestaat er vanuit de kredietverlenende organisatie een voorkeur voor het verschaffen van krediet aan vrouwen. Dit onderscheid op basis van sekse wordt gelegitimeerd door de statistieken dat vrouwen in ontwikkelingslanden betrouwbaarder terugbetalen.[bron?] Ook zou hierdoor de emancipatie van vrouwen bevorderd worden.

Westerse actoren[bewerken]

In Nederland bestaat ruwweg een tweedeling tussen enerzijds partijen die nog niet kostendekkende MicroFinancierings Instituten (MFI's) ondersteunen in hun professionaliseringsslag (met name ICCO, Cordaid, Oxfam Novib, Hivos, Rabobank Foundation) en anderzijds een aantal sociaal-ethische beleggingsfondsen die met de toevertrouwde gelden kredieten verlenen aan (bijna) kostendekkende MFI's in ontwikkelingslanden. Oikocredit is de oudste en grootste private verstrekker van microkredieten en biedt het Oikocredit Nederland Fonds (ONF) aan. De ASN Bank, de Triodos Bank en de SNS Bank (SNS Institutional Microfinancefonds) zijn enkele jaren geleden ook gestart. Zo kan iedereen vanuit maatschappelijk oogpunt investeren in microkrediet voor arme, maar ondernemende mensen.

Er worden, in het kader van de millenniumdoelen, in diverse landen organisaties opgericht, die zich bezig houden met het verstrekken van microkredieten in ontwikkelingslanden.

Kosten[bewerken]

Microfinancieringsinstituten hebben in het algemeen als doelstelling geen verlies te maken, omdat ze duurzaamheid op de lange termijn nastreven. De rentepercentages op deze microleningen zijn een stuk hoger dan in het westen, ruwweg 15-50%. Dit wordt met name veroorzaakt door de kosten. Het verstrekken van een lening van 30-300 euro in Afrika kost veel meer tijd per euro, dan het verstrekken van een veel grotere lening in Europa. De periodieke afbetalingen (vaak wekelijks) worden efficiënt georganiseerd, maar kosten ook arbeidstijd. Toch vinden de lokale klanten de rentepercentages erg meevallen, omdat men het vergelijkt met het alternatief, de lokale woekeraars die vaak 10-50% per dag vragen.

Ongeveer 98% van de microkredieten wordt terugbetaald. Dit is beter dan bij traditionele banken in westerse en in ontwikkelingslanden. Er zijn verschillende theorieën waarom dit zo is. De persoonlijke trots van het bereiken van een resultaat, de ambitie om na deze lening een grotere lening te kunnen afsluiten, de structuur van de solidariteitsgroepen.

Investeren in microfinancieringsinstituten lijkt aantrekkelijk omdat het zowel financieel aantrekkelijk als humanitair nuttig is, de zogenoemde "double bottom line". Dit is al door zo veel mensen verzonnen dat er een overschot van aandelenkapitaal dreigt te ontstaan.

In uitzonderlijke humanitaire situaties hoeft microfinanciering niet kostendekkend te zijn, bijvoorbeeld wanneer men ex-kind-soldaten begeleidt naar geweldloze economische activiteiten.

Microkrediet in Nederland[bewerken]

Microkrediet is sinds 2008 in Nederland (en sommige andere westerse landen) een kredietinstrument voor kleine ondernemingen. Het doel van microkrediet is hier het stimuleren van de kredietverlening aan het kleinbedrijf. Microkrediet in Nederland is gebaseerd op dezelfde principes als in ontwikkelingslanden, echter aangepast aan de westerse situatie. De combinatie van begeleiding en financiering is cruciaal, net als de focus op een doelgroep die geen of moeilijk toegang heeft tot reguliere financiering van banken.

Microkrediet (microfinanciering) is beschikbaar voor (startende) ondernemers die niet over voldoende middelen beschikken of te weinig zekerheden kunnen bieden voor een krediet bij een reguliere bank. Qredits is de grootste landelijk werkende aanbieder en verstrekt leningen tot € 50.000. Afhankelijk van een toegekende kredietrating wordt ook aanvullende coaching aangeboden.

H.K.H. koningin Máxima: "Microkrediet staat hier ook op de kaart".[2] Jarenlang zette Máxima zich namens de Verenigde Naties in voor microfinanciering in ontwikkelingslanden, maar sinds 2007 maakt Máxima deel uit van de Raad voor de Microfinanciering, die initiatieven ondersteunt om ook in Nederland beginnende ondernemers het nodige duwtje in de rug te geven.

Sinds de start met microfinanciering in Nederland blijkt dat er veel behoefte is aan coaching en microkrediet. Dit blijkt uit een rapport van McKinsey.[3] “De behoefte aan microfinanciering in Nederland is groot. Ook in Europa wordt met belangstelling gekeken naar hoe in Nederland startende ondernemers op weg geholpen worden. Het rapport geeft inzicht in de toekomst van microfinanciering. Cruciaal daarbij is de combinatie van coaching en krediet”, aldus staatssecretaris Heemskerk.

De ambitie is om in 2015 jaarlijks 10.000 extra startende ondernemers te hebben, die allen gecoacht worden en waarvan de helft een krediet krijgt tot maximaal 35.000 euro. Dit is 25 procent startende ondernemers meer dan in 2008. De coördinatie hiervan komt bij het landelijke netwerk Microfinanciering NL. Microfinanciering NL is een samenwerkingsverband tussen de lokale MF-ondernemerspunten, microkredietverstrekkers (Qredits), en coaches.[4]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties