Hugo Verriest

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Buste Hugo Verriest aan de Hugo Verrieststraat (Post) in Roeselare
Beeld van Hugo Verriest aan de Hugo Verrieststraat in Roeselare
Tekst op de voet van het beeld van Hugo Verriest in Roeselare
Buste Hugo Verriest aan de Sint-Columbakerk te Deerlijk

Hugo Nestor Verriest (Deerlijk, 25 november 1840 - Ingooigem, 27 oktober 1922) was een Vlaams priester, dichter, schrijver en redenaar. Hij was een van de belangrijkste exponenten van het cultuurflamingantisme alsook bevorderaar van de politieke Vlaamse Beweging.

Levensloop[bewerken]

Omstreeks 1850 kreeg Verriest zijn eerste onderricht van Pieter Jan Renier.[1] Als leerling van het Kleinseminarie te Roeselare kreeg hij in 1857 gedurende een negental maanden les van Guido Gezelle, in 1864 werd hij tot priester gewijd.

Tussen 1864 en 1867 was hij leraar te Brugge en van 1867 tot 1877 gaf hij zelf les aan het Kleinseminarie te Roeselare. Hier had hij Albrecht Rodenbach en Constant Lievens als leerlingen. In 1877 werd hij rector van een nonnenklooster te Heule, in 1878 principaal van het college van Ieper, in 1888 pastoor te Wakken en in 1895 pastoor van Ingooigem.

Hugo Verriest is de geestelijke vader van de Blauwvoeterij. Hij deed in West-Vlaanderen de slogan: Dat volk moet herleven! ingang vinden. Door zijn uitstraling had hij een grote invloed op zijn leerlingen die hij in de geest van priester-dichter Guido Gezelle onderwees.

Verriest had een meer uitgesproken politiek temperament en een groter politiek talent dan de introverte Gezelle. Hij propageerde de vernederlandsing van het middelbaar en van het hoger onderwijs in geheel Vlaanderen. Van 1877 tot 1881 was hij redacteur bij De Vlaamsche Vlagge. Hij was samen met Emiel Lauwers en Alfons Depla stichter van De Nieuwe Tijd en werkte mee aan 't Manneke uit de Mane.[2] Kenmerkend voor zijn brede visie is dat hij ook meewerkte aan de tweede reeks van Van Nu en Straks.

In 1906 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, hij ontving ook de doctorstitel honoris causa van de Katholieke Universiteit Leuven.

Verriest was een innemend spreker en had als priester en literator een grote rol in de ontwikkeling van de Vlaamse Beweging.

Hij schreef biografieën over onder meer Guido Gezelle, Stijn Streuvels en Albrecht Rodenbach (Twintig Vlaamsche Koppen), verhalen en schetsen (Regenboog uit andere kleuren en Op wandel) en talloze artikels en verhandelingen over kunst en cultuur in verscheidene tijdschriften. Ook schreef hij romantisch-impressionistische gedichten, die overigens nooit gebundeld werden.

Pastoor Verriest stierf in 1922 te Ingooigem. Dorpsgenoot Stijn Streuvels was een goede vriend van hem. Zij liggen naast elkander begraven aan de Sint-Antoniuskerk in voornoemde gemeente.

Familie[bewerken]

Hugo Verriest werd geboren in een familie die verscheidene merkwaardige figuren heeft voortgebracht.

Zijn vader Petrus-Johannes Verriest (1796-1871) was koopman, parochiaal koster en armenmeester te Deerlijk en geboren in de huidige Verrieststraat in de wijk De Trompe in Sint-Lodewijk (Deerlijk). Hij was gehuwd met Carolina Vanackere (1801-1886).

De kinderen:

Publicaties[bewerken]

  • Regenboog uit andere kleuren, 1900
  • Twintig Vlaamsche koppen, 1901
  • Op wandel, 1903
  • Voordrachten, 1904
  • Drie geestelijke voordrachten (omvattend: Licht, Vroomheid, Sterkte), 1905.

Literatuur[bewerken]

  • A. DE RIDDER, Pastoor Hugo Verriest, een biografische studie, 1908
  • F. DE PILLECYN, Hugo Verriest, essay, 1926
  • André DEMEDTS, Hugo Verriest, de levenswekker, 1945
  • Frank BAUR, Hugo Verriest, 1951
  • Stijn STREUVELS, Hugo Verriest, 1964
  • André DEMEDTS, Hugo Verriest, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, Deel I, Brussel, 1964
  • G. DEPAMELAERE, Hugo Verriest, man van zijn tijd, Davidsfonds, Deerlijk, 1972
  • J.-M. BAILLEUL, Hugo Verriest in Ieper - Een blauwvoet in de branding, Jef Lesage-Kring, Ieper, 1978
  • Sandra MAES, Hugo Verriest, in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, 1998
  • Romain VAN LANDSCHOOT, Verdraagzaamheid en pragmatische samenwerking in de Vlaamse beweging. Hugo Verriest en August Vermeylen, 1895-1914, in: Wetenschappelijke tijdingen, 2013.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]


  1. Verriest zou later Pieter Jan Renier prijzen om het doen ontluiken van zijn "Vlaamsbewustzijn" en schreef over hem: U groete ik eerst (…), ontroerd in mijn diepste gemoed, u schoolmeester van den ouden tijd, die in armoede ons Vlaamsche volk hebt wakker gehouden, licht en vreugd en deugd in het oud vlaamsche wezen hebt gevoed, die het oudste lampke vier tegen alle vreemde macht hebt geschut. Ik groete u, vader Renier, die den eersten glans van mijn schoone moedertaal hebt in mijn hoofd gelegd, het eerste genot van zijn rythmen in de roering van mijn zoete lippen hebt doen wagen en weigen.
  2. De Vlaamsche Vlagge (Vlaams-radicaal jongerentijdschrift), De Nieuwe Tijd (christelijk-democratisch weekblad voor intellectuelen), 't Manneke uit de Mane (volksalmanak) en enkele satirische studentenbladen kwamen tot stand onder de bezieling van De Swighende Eede, een geheim genootschap van West-Vlaamse flaminganten, met Hugo Verriest als centrale en gedreven figuur. De Swighende Eede ontstond als reactie op de onderdrukking van de Blauwvoeterij en spiegelde zich ietwat aan de regels van de vrijmetselarij. Zo had het genootschap een eigen lied en de leden noemden zich Ridders. Alles baadde in een sfeer van romantische geheimzinnigheid. In 1889 bestond De Swighende Eede uit Hugo Verriest, Aloïs Bruwier, Alfons Depla, Alfons Van Hee, Emiel Lauwers, Renaat Adriaens, Hendrik Persyn en Karel Blancke.