De stille kracht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De stille kracht (1900) is een roman van de Nederlandse schrijver Louis Couperus. Het behoort met Noodlot en Eline Vere tot zijn bekendste werken.

Het centrale thema in het boek is de tegenstelling tussen Oost en West in Nederlands-Indië. De Nederlanders op Java zijn weliswaar militair superieur, maar komen in contact met de mysterieuze Javaanse cultuur en zaken waar ze niets van begrijpen. De "stille kracht" die de Nederlanders tegenwerkt, is een symbool voor de mysterieuze Javaanse cultuur en het onafwendbare Javaanse verzet tegen de Nederlandse overheersing, dat minder dan 50 jaar na het verschijnen van het boek zou leiden tot de onafhankelijkheid van Indonesië.

Couperus' (nog redelijk verhulde) beschrijving van de naakte Leonie die zich uitkleedde en in bad ging, werd indertijd in 1900 door veel lezers als pornografisch beschouwd, al zou men een eeuw later van dit soort beschrijvingen niet meer opkijken.

[bewerken] Het verhaal

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details van de plot en/of de afloop van het verhaal.

Otto van Oudijck is resident in Laboewangi op Java. Als Nederlands bestuurder staat hij in deze hoedanigheid min of meer boven de lokale adel die haar oude machtspositie behoudt. Zijn werk is alles voor hem. Hij beseft dan ook niet dat zijn tweede vrouw Leonie hem achter zijn rug om bedriegt met Theo, zijn zoon uit zijn eerste huwelijk. Zijn dochter Doddy heeft stiekem een vriendje, Addy DeLuce, waarmee ze vaak 's avonds gaat wandelen. Wat Doddy en Otto echter niet weten, is dat Leonie ondertussen ook nog een relatie onderhoudt met Addy.

Otto heeft een aantal conflicten met het lokale bestuur. Bovendien negeert hij een aantal lokale gebruiken. Een pasar malam wordt op de verkeerde datum gehouden en voor een nieuwe put wordt verzuimd een offermaal te geven. Waarschuwingen uit de "geestenwereld" worden door Otto als bijgeloof afgedaan.

Een mysterieuze "stille kracht" doet zich gelden. Wanneer Leonie in bad gaat, wordt ze vanaf het dak op mysterieuze wijze bespogen met sirih. Ze raakt in paniek en haar inheemse dienstmeid Oerip moet haar kalmeren. En hier blijft het niet bij. Een spiegel wordt door een grote steen vernield, Otto’s bed wordt bevuild, glazen breken spontaan in kleine stukjes, de whisky is bedorven en er klinkt hamergeluid. Otto probeert een verklaring te ontdekken, maar vindt niets. Inmiddels horen andere Nederlanders kindergehuil.

Heel Laboewangi spreekt over de vreemde gebeurtenissen. Otto, wiens reputatie op het spel staat, zet nu soldaten in om het huis uit te kammen en laat de badkamer afbreken. Het hele huis wordt schoongemaakt en na een gesprek met de regent houden ook de mysterieuze verschijnselen op. Otto heeft het gevoel de zaken weer in de hand te hebben en voelt zich oppermachtig.

Maar de intriges gaan verder en verzieken Otto's familieleven. Hij wordt uiteindelijk ziek en begint te geloven dat er daadwerkelijk een "stille kracht" bestaat die heel wat sterker is dan hij. Leonie en beide kinderen vertrekken uiteindelijk naar Europa. Otto neemt ontslag en gaat een teruggetrokken leven leiden met een Indonesische vrouw. In een laatste gesprek met zijn kennis Eva Eldersma erkent Otto de stille kracht, die hem uiteindelijk heeft verslagen.

[bewerken] Trivia

[bewerken] Externe link

Bronnen, noten en/of referenties
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen