Kejawen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kejawen (ook wel kebatinan genoemd) is een Javaanse vorm van spiritualiteit. Het is geen exclusieve godsdienst in de zin van de wereldgodsdiensten zoals islam of christendom want kejawen kan door de aanhangers van iedere godsdienst worden beoefend. De aanhangers van kejawen zoeken naar evenwicht en het "ik" maar gemoedsrust staat bij de aanhangers van kejawen centraal. Kejawen gaat uit van ethische en spirituele principes die tot de Javaanse traditie behoren. De kejawen kent geen heilig boek en er is geen eschatologische leer over voortbestaan van de ziel en evenmin over bestraffing of beloning voor goede en slechte daden.

Een Javaan mediteert onder een Banyan boom.

In de zoektocht naar innerlijke harmonie wordt een metafysisch evenwicht in zichzelf nagestreefd. Ook harmonie in de relatie met het universum en een veronderstelde almachtige god zijn onderdeel van de kejawen. De traditionele Javaanse spiritualiteit is een mengeling van occultisme, goenoeng goenoeng of tovenarij, metafysische en mystieke overtuigingen en andere esoterische gedachten en leren. Ook het Javaanse volksgeloof, de abangan, heeft sporen in de kejawen nagelaten. In die zin is kejawen syncretisch. De sterke nadruk die vanouds op Java op synthese van overtuigingen en geloven wordt gelegd betekent in de praktijk dat men twee tegenstrijdige overtuigingen tegelijk kan aanhangen. De Javaanse wijsbegeerte combineert idealen van menselijke wijsheid (wicaksana), de psyche (waskita) en perfectie (sempurna). De aanhanger van kejawen leert zijn passies en driften te controleren. De kejawen legt ook de nadruk op ascese en het verwerpen van rijkdom en comfort. Het doel is verlichte harmonie en eenheid met de geest van het universum.

Kejawen bestaat uit veel stromingen rond een gezaghebbende of charismatische leraar. De honderden mystieke stromingen, worden ook wel aliran kebatinan (aliran = stroming, kebatinan = mystiek), of kepercayaan (= geloof) genoemd. De meeste van deze Javaanse mystieke sekten verdwijnen bij de dood van hun stichter. Sommige sekten overleven het en behouden zelfs de oorspronkelijke naam. Maar gewoonlijk splitst het lidmaatschap zich op in kleinere groepen die geen contact met elkaar onderhouden."[1]. De graven van de leraren worden wel in ere gehouden en ze worden vaak bezocht.

De Javaanse bevolking kan worden opgedeeld in een drietal groeperingen: de "abangan", de "santri" en de "priyayi"[2].

  • De abangan zijn nominaal Moslim, maar laten zich leiden door het oude volksgeloof of kejawen. Daarin wordt alles in de natuur bezield gezien. "Flora en fauna hebben evenals de mens een ziel, die echter meer dan bij de mens in het materiele bestaan verzonken is. Daardoor kunnen bepaalde dieren en planten schadelijk zijn...". De Godheid staat daarboven in serene rust en biedt geen hulp. Er resten de abangan twee mogelijkheden. "Eerst die van het offer en spreuk, in latere tijd de mogelijkheid van overgave - rela en aanbidding - bekti. Deze primitieve grondideeën keren in de 20e-eeuwse mystieke groepen terug, zijn wellicht nooit afwezig geweest."[3].
  • De Priyayi zijn de afstammelingen van de erfelijke aristocratie van de Javaanse vorstenhuizen van Djogja- en Surakarta. Op hun beurt erfgenamen van veel oudere hindoeïstische vorstenhuizen. De Nederlanders wisten een deel van de Javaanse aristocraten bij het begin van hun koloniale overheersing voor zich te winnen. De Priyayikregen een eigen machtspositie en begonnen zich minder afhankelijk van hun vorsten, de Soesoehoenan van Soerakarta en de Sultan van Djokjakarta op te stellen. De Nederlanders lieten veel van het bestuurlijke apparaat aan deze aristocraten over. Door die collaborerende houding wekten zij de achterdocht op van de orthodoxe Moslims, de zogeheten Santri. In dit verband kan het kortlevende koninkrijk Gadjah-Mada op de vlakte van Singhasari, bij Palang, een leen, Mada geheten, dat door Vorst Rajasanagara werd gegeven aan de Hindoeïstische krijgsman Gadjah Mada worden genoemd. Het werd rond 1636 door Sultan Agoeng veroverd. Deze kraton zou de mataramse hoven hebben voorzien van de zogenaamde Gadjah-mati's, een ambtenarenstand[4].

De belangrijke goeroe's dragen vaak een Javaanse adellijke titel. De moeder van de stichter van Subud was nazaat van prins Purbokusumo, een afstammeling van Soenan Kalidjogovan Kadilangu van Demak. Zijn vader was een kleinzoon van Kiai[5] Muhammad Abubakar, die oorspronkelijk prins Sajid Muhammad Abubakar van Djokjakarta was. Ook de mystieke beweging die als "Pangestu"bekend is geworden werd door aristocraten gesticht.

De Javaanse intelligentsia wordt geïdentificeerd met deze priyayi klasse, die vanouds veel bestuursambtenaren kent. Aan hen wordt een edel en zuiver karakter toegeschreven. Zij vertegenwoordigen immers de oorspronkelijke Hindu-Javaanse hoftradities uit vroeger eeuwen die zich kenmerkte door de zeer verfijnde etikette, de dans- drama-, muziek- en poëtische kunsten - maar bovenal de mystiek die geleerd werd van vereerde hofgoeroe's.

Het populaire geestelijke wajang spel had eens geestelijke achtergronden. De lamp in het schaduwspel symboliseert bijvoorbeeld de allesomgevende kracht van God. De wajang verhalen zijn gebaseerd op het Indiase epos Mahabharata en de populaire Ramayana.

Vanwege die nog steeds aanwezige Hindoeïstische achtergrond staan orthodoxe Moslims minder welwillend tegenover de Kejawen. Dertig procent van de Javanen hangt een sterk syncretistische en gejavaniseerde versie van de Islam aan. De rest noemt zich weliswaar Islamiet maar staat het dicht bij de oud-Javaanse Hindoeïstische traditie.

De geschiedenis van kejawen[bewerken]

De Nederlandse koloniale autoriteiten bemoeiden zich niet al te veel met de inheemse godsdiensten. Ze hadden daarop ook weinig greep. Alleen wanneer een hadji of oelama politieke onrust veroorzaakte werd ingegrepen. In Nederlands-Indië zijn wel tal van studies naar kejawen gedaan waarvan de resultaten in het Nederlands verschenen. Javanen die hun cultuur en geschiedenis bestuderen moeten nog steeds naar Nederlandstalige bronnen teruggrijpen. Onder de Engelse verhandelingen is een vertaald boek verschenen van Prof. Antoon Geels, van de Lund Universiteit: "Subud and the Javanese mystical tradition".

Er ontstonden op Java in de 16e eeuw mystieke broederschappen - de Tarekats - van onder anderen de Naqshabandiyya, Qadiriyya en Shattariyya, allen soefi-richtingen. De soefi-orden hebben door hun mystiek aansluiting bij de belevingswereld van de Javanen kunnen vinden. De functie van de Arabische sheikh werd de op Java de Javaanse kiai of seh. In pesantrèn scholen werd voordracht uit de Koran onderwezen, maar ook de pencak-silat, een vechtsport en de dikir. De dikir begint met zingen en herhalen van uitroepen als Allah Akbar. Er kunnen ook concentratie- en ademhalingsoefeningen gedaan worden. Daarbij wordt een totaal Godsbewustzijn nagestreefd. Deze dikir en de oefeningen zijn Javaanse aanpassingen van de disciplines der soefi die wervelend dansen om in een staat van extase te geraken. Een dergelijke dans komt in de Tarekats niet voor. Omstreeks het midden van de vorige eeuw kwam onder andere door veelvuldiger contact met het Midden-oosten een hervormings-beweging op gang. Dit leidde tot een kloof tussen orthodoxe en nominale Moslims. Het vermengen van Islam met gebruiken uit het oude geloof werd en wordt veroordeeld. Verworpen wordt het geloof in de eenheid van mens en God, in rasa(gevoel) boven akal (rede) en begrip voor waarheden buiten de Islam.

Omstreeks het midden van de 20e eeuw kwam door veelvuldiger contact met het Midden-oosten een religieuze en politieke hervormings-beweging op gang. Dit leidde tot een kloof tussen orthodoxe en nominale Moslims. Het vermengen van Islam met gebruiken uit het oude geloof werd en wordt door strenge moslims veroordeeld. Zij verwerpen ook het geloof in de eenheid van mens en God, het waarderen van rasa wat voor intuïtie en gevoel staat boven de akal of rede die de basis van de bevindelijke kejawn is. De fundamentalisten geloven niet in waarheden buiten de koran en zij hebben geen waardering voor een moslim die waarheden buiten de islam zoekt of aanvaardt.

In het onafhankelijke Indonesië is het Javaanse mysticisme meer en meer in de belangstelling van antropologen komen te staan. Java is interessant voor deze tak van wetenschap omdat haar cultuur de sporen draagt van vele godsdienstige stromingen.

In het verleden heeft de in 1970 opgerichte SKK (Sekretariat Kerjasama Kepercayaan) getracht om officiële erkenning van de overheid te verkrijgen. Sommige bewegingen zoals Subud en Pangestu maakten bezwaar tegen bepaalde magische handelingen bij sommige van de aangesloten kepercayaan. Van de erkenning is niets gekomen. De SKK werd opgevolgd door de HPK.

De regering van Indonesië houdt ondanks een nominale scheiding van kerk en staat streng toezicht op religieuze acctiviteiten. In een land met veel naast elkaar levende volkeren en godsdiensten is religie een potentiële bron van politieke en maatschappelijke onrust. Religieuze richtingen staan geregistreerd bij het semi-officiële HPK (Himpunan Penghayat Kepercayaandat op haar beurt weer onder toezicht staat van het PAKEM (Pengawas Aliran Kepercayaan Masyarakat), onderdeel van het Ministerie van Cultuur en Onderwijs in Djakarta. Aan alle stromingen wordt de eis opgelegt dat zij voldoen aan de Indonesische staatsideologie, de Panca Sila. Daarin wordt geloof in God, nationaal bewustzijn, humanisme, sociale rechtvaardigheid en democratie beschreven als het geestelijk fundament van de Indonesische natie.

De HPK is een voortzetting van de in 1970 opgerichte SKK (Sekretariat Kerjasama Kepercayaan). De hierbij aangesloten groepen trachtten officiële erkenning van de overheid te verkrijgen. Sommige bewegingen zoals Subud en Pangestu maakten echter bezwaar tegen bepaalde (magische) handelingen bij sommige aangesloten kepercayaan.

Het was een publiek geheim dat zowel Soekarno als Soeharto aanhangers waren van kejawen[6]. Soeharto is later, om politieke redenen, een meer islamitische koers gaan varen. In de jaren 70 is in Indonesië nog een poging gedaan om kejawen te laten registreren als een officiële religie.

De laatste jaren is kejawen weer in opkomst als tegenbeweging op de groeiende invloed van de orthodoxe islam. Eveneens wordt kejawen beschouwd als de religie van het pre-islamitische Majapahit koninkrijk dat voor veel nationalistische Indonesiërs en Javanen als voorbeeld van een grote Indonesische natie geldt.

De praktijk van de kejawen[bewerken]

Het dagelijks leven van de Javaan is doortrokken van de "ilmu kejawen", het oude volksgeloof. Men verwacht door beoefening van mystiek genezing, zwangerschap, bovennatuurlijke gaven, materiële welvaart en wahyu, goddelijke uitstraling te krijgen. "Jongens doen semèdi (meditatie soms vergezeld van vasten en waken, voor hun school-examens om met hoge cijfers te slagen. Meisjes vasten en mediteren om een man te vinden en van sommige politici wordt gezegd dat zij mediteren voor een hogere functie.[7]".

De belangrijkste bijeenkomst van de aanhangers van de kejawen is de selamatan. Deze rituele maaltijd is volgens anthropologen typisch animistisch. De selamatan heeft een animistische achtergrond die deel uitmaakt van de Javaanse cosmologie: de mens wordt omringd door geesten en goden, verschijningen en mysterieuze bovennatuurlijke krachten die hem, tenzij hij de juiste voorzorgen neemt, ongeluk kunnen brengen[8]. Terwijl de vrouwen in de keuken werken of op de achtergrond blijven nuttigen de mannen deze maaltijd bij bijzondere gebeurtenissen of feestdagen. De genuttigde spijzen zijn eigenlijk bedoeld als een offergave aan de geesten

Na een overlijden worden spijzen aan de ziel van de dode geofferd op de derde, zevende, veertigste en honderdste dag na het overlijden. Men offert ook en op de eerste en tweede verjaardagen van de overledene na diens dood spijzen. De laatste maal gebeurt dat op de duizendste dag na het overlijden. Dit hangt samen met het geloof dat de ziel na die datum desintegreert of reïncarneert. Dit geloof van de kejawen staat in duidelijke tegenstelling tot de Islamitische leer dat de ziel de hemel of de hel wacht.

Het vereren en "voeden" van de familieschatten of pusaka, met name de als bezield ervaren kris speelt ook een rol in de rituelen van de kejawen.

De Islam die Java via Indiase kooplieden vanuit Malakka en Sumatra in de 15de eeuw bereikte droeg al de sporen van hindoe en ishmaili shi'ah invloeden. Om aanpassing te vinden aan het reeds bestaande geloof werd het op Java alsnog omgevormd en geadapteerd. Oorspronkelijk Javaanse animistische elementen werden opgenomen in de Islam. De soefi mystiek speelde bij de acceptatie een grote rol. Zij werd het beste begrepen en geapprecieerd. De Islamistische mystiek vond ingang bij de hindoeïstische Javaanse vorstenhoven en won daardoor in prestige.

Een de typisch Javaanse gebruiken is die van de naamsverandering. Wie de biografieën van Javaanse vorsten leest ziet dat zij hun naam steeds veranderden wanneer hun omstandigheden veranderden. Men gelooft dat de naam direct verband houdt met de lotsbestemming. Als iemand voelt voortdurend door het noodlot getroffen te worden dan verandert hij zijn naam. Men gelooft dat er een innerlijk conflict ontstaat als iemand geen juiste naam draagt. De Javaanse vorsten veranderden daarom van naam en titel wanneer zij ouder werden en ook dan wanneer hun prestige steeg.

De nieuwe geestelijke stromingen worden in verband gebracht met de oude Javaanse mystiek. Socioloog Prof. J.M. van der Kroef schrijft dat Suboed een voortzetting, of uitbreiding is van "traditionele en mystieke patronen die voortkomen uit de Javaanse hoven. Zij worden voornamelijk, uitzonderingen daargelaten, door de aristocratie verbreid."[9]

Soeboed[bewerken]

De geestelijke oefeningen van de stromingen van de kejawen variëren. In de Subud beweging staat een geestelijke oefening, de latihan centraal. Deze is bedoeld als een soort reiniging van lichaam en geest. Door deze reiniging regelmatig te beoefenen wordt de mens zich bewust van al de verschillende krachten die inwerken op de verbeelding, het bewustzijn en het denken. Door niet aflatende oefening zullen, zo meent men in deze school, de krachten zich scheiden en hun juiste plaats weer terugvinden. De mens zal dan in staat zijn datgene te doen wat in harmonie is met zijn ziel. Welk werk de mens dan ook doet, het zal doordrongen zijn van de levenskracht. Dit is ook het kenmerk van de ware cultuur. Zijn leven en werk zal een pad worden om God te aanbidden. Bij zijn dood keren alle levenskrachten terug naar hun respectievelijke werelden. De Javaanse mystiek is transcendent en wordt verkondigd in een taal die ver af staat van Westerse tradities. In de kejawen wordt aan het intellect slechts een dienende functie wordt toegekend. De aanhangers zijn dan ook niet in logica geïnteresseerd.

Soemarah[bewerken]

Een beweging die veel gemeen heeft met soeboed is soemarah (overgave).

De stichter van de school die we soemarah noemen is Soekinohartono. Hij in 1932 door een Soeboed tot een soeboedschool zijn toegetreden, daar onderging hij een openbaring die tussen 1935 en 1937 gevolgd werd door andere bovenzinnelijke ervaringen. Na een intense latihan begreep hij dat hij leiding zou ontvangen door hakiki en de aartsengel Gabriël. Hij werd volgens eigen zeggen door negen geestelijke sferen geleid en had ontmoetingen met Jezus Christus en de profeet Mohammed. De negen dimensies die hij doorging komen overeen met de sferen die in de klassieke mystieke literatuur behandeld worden en de beschrijvingen die in de wajang en soefisme worden verkondigd [10][11].

In 1949 onderging Soekinohartono nogmaals een openbaring. Buren vertelden dat zij 's nachts een hemels licht, op Sukino's huis hadden zien neerdalen."[10]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Pangarisan Paul Sitompul in zijn proefschrift voor de Claremont Graduate School
  2. Clifford Geertz; "The Religion of Java"
  3. Citaat uit "Varen naar de Overkant. Een vergelijking van oosterse en westerse mystiek" door Dr.S.de Jong: Kampen 1987)
  4. Oudheidkundige aantekeningen door Dr. W. F. Stutterheim. XLVI.
  5. (Een Mohammedaanse leraar)
  6. Michael Rogge
  7. Geertz
  8. J.M.van der Kroeff: Javanese Messianic Expectations
  9. J.M.v.d.Kroef:"New religious sects in Java", artikel in de Far Eastern Survey, februari 1961
  10. a b Stange:
  11. Over deze beweging bestaan twee dissertaties uit 1980: één van Paul Stange, de andere is van D.G. Howe.