Geschiedenis van Indonesië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geschiedenis van Indonesië

History of Indonesia.png
..Naar chronologie

Vroege vorstendommen

De opkomst van de moslimstaten

Koloniaal Indonesië

De opkomst van Indonesië

Onafhankelijk Indonesië


Portaal  Portaalicoon  Indonesië
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

Dit artikel beschrijft de geschiedenis van Indonesië van de prehistorie tot het heden.

Prehistorie[bewerken]

In 2007 bleek uit analyse van twee botten die in Sangiran waren gevonden dat deze 1.5 miljoen tot 1.6 miljoen jaar oud waren. Dit zijn de oudste bekendste menselijke resten die in Indonesië gevonden zijn. Opgravingen op Java laten zien dat er ongeveer 600.000 jaar geleden een verre voorouder van de tegenwoordige mens, de homo erectus (ook wel "Javamens" genoemd), op dit eiland rondliep. Doordat het noordelijk halfrond tijdens de ijstijden bedekt was met een dikke laag ijs, was de zeespiegel zodanig verlaagd dat migratie van volkeren over land eenvoudig mogelijk was. Ook later, toen het ijs verdwenen en de zeespiegel weer gestegen was, bleven volkeren vanuit Zuidoost-Azië de eilanden bevolken. Deze volkeren (Paleo-Melanesoïden met donkere huid en kroeshaar en de Mongoloïden met een lichtere huidskleur en sluik haar) vestigden zich over de verschillende eilanden. In de Brons- en IJzertijd vestigden de Maleiers zich in de kuststreken van Java, Sumatra en andere eilanden.

Tussen 3.500 en 2.500 v.Christus werd het tot dan toe gevoerde nomadenbestaan door een deel van de bewoners opgegeven en werden er permanente vestigingen gesticht waarbij de zo kenmerkende terrasvormige landbouwtechniek werd ontwikkeld. In die tijd werd er echter geen rijst, maar een soort knolgewas verbouwd genaamd (taro). In deze periode kwamen ook de voorouders van de Mentawi op Sumatra en de Marand-Anim op Irian en het Timorese Atoni vanuit het Aziatische vasteland.

De periode rond 800 voor Christus werd gekenmerkt door grote volksverhuizingen in Midden-Europa en de Balkan. Wellicht heeft dit ook geleid tot volksverhuizingen vanuit de streek Yunnan in China en het noordoostelijke deel van het tegenwoordige Vietnam en Laos naar de Indonesische archipel. Een van de nieuwe landbouwtechnieken die deze volkeren met zich mee brachten was de natte rijstbouw. Dit systeem van continu irrigeren van de landbouwgronden bracht met zich mee dat nog meer groepen mensen zich permanent gingen vestigen.

Boeddhisme en hindoeïsme[bewerken]

Immigranten uit Voor-Indië brachten nieuwe religies met zich mee, zoals het boeddhisme en hindoeïsme. Vanaf de tweede eeuw voor Christus tot de twaalfde eeuw erna werd de regio sterk beïnvloed door de verschillende Indiase dynastieën, zoals de Pallavadynastie en de Gupta's. Verschillende grote hindoeistische en boeddhistische koninkrijken maakten in deze periode een bloeitijd door, maar verdwenen uiteindelijk weer, met name door de opkomst van de islam. Een van die rijken is het Javaanse koninkrijk Taroemanagara dat van 358 tot 669 bestond. Van hun koning Purnavarman stammen uit de 5e eeuw de eerste bekende inscriptie gevonden in Indonesië. Hij maakte voetafdrukken van zichzelf en zijn olifant met de begeleidende tekst: "Dit zijn de voetstappen van koning Purnavarman, de dappere veroveraar van de hele wereld".

De politiek van de Indonesische archipel werd van de 7e tot de 11e eeuw gedomineerd door het boeddhistische Koninkrijk Srivijaya dat op Sumatra gevestigd was en Sailendra, een koninkrijk dat lag op Java. Zij bouwden ook de Borobudur, het grootste boeddhistische monument ter wereld.

Mataram[bewerken]

Mataram was een Indiase staat die van de 8e tot de 10e eeuw op Java lag. Het centrum van de hoofdstad werd door Mpu Sindok verplaatst van centraal-Java naar het oosten van het eiland, waarschijnlijk veroorzaakt door een uitbarsting van de Merapi. Aan het koninkrijk kwam een einde onder de regering van Dharmawanga, door de toenemende militaire druk van het Koninkrijk Srivijaya.

Koninkrijk Srivijaya[bewerken]

Het Koninkrijk Srivijaya was een Maleisisch koninkrijk dat vooral opbloeide door de internationale handel. De schepen van dit rijk voeren helemaal naar Afrika. De staat was vooral afhankelijk van zijn sterke vloot die de handelsschepen beschermde. Waarschijnlijk omvatte het rijk op zijn hoogtepunt de kusten van Sumatra, het Maleisisch schiereiland en wellicht westelijk Borneo. Het rijk bereikte dit hoogtepunt rond het jaar 1000. Chinese en Indiase bronnen melden geldelijke ondersteuning aan de bouw van tempels in deze landen door de heersers van Srivijaya

Het rijk werd kort daarna echter getroffen door een vernietigende aanval vanuit het machtige koninkrijk Chola in Zuid-India, in 1025. Een inscriptie op een muur van een Indiase tempel in Tanjore verhaalt van een Indiase armada die de zeestraat doorvoer en de ene na de andere Srivijayaanse haven onderwierp, waaronder ook de hoofdstad. De exacte reden voor de aanval is niet duidelijk maar aannemelijk is dat de Indiase handelaren genoeg hadden van de zware belastingen die hen bij binnenreizen van het gebied opgelegd werden door het Srivijaya-rijk.

In 1080 onderwierp een oude rivaal van Srivijaya, Melayu, het rijk en bracht het terug tot de status van vazal aan Melayu. In de 12e en 13e eeuw overheerste Melayu het rijk op politiek en economisch gebied. De ondergang van het rijk werd ingezet met een aanval op Melayu door het Oost-Javaanse koninkrijk Singhasari in 1278.

Koninkrijk Majahapit[bewerken]

Ondanks een gebrek aan historisch bewijs wordt aangenomen dat het Koninkrijk Majapahit de dominantste van de pre-islamitische staten was. Het koninkrijk vond zijn oorsprong op Oost-Java en breidde zich onder de leiding van Gajah Mada (of Gadjah Mada), een ambitieuze minister-president en regent die regeerde van 1331 tot 1364, uit naar het zuidelijke deel van het Maleisische schiereiland, Borneo, Sumatra en Bali. Een paar jaar na zijn dood nam de vloot van Majapahit Palembang in, hiermee een eind makend aan het Srivijaya-koninkrijk.

Hoewel de heersers van Majapahit hun macht uitbreidden over de naburige eilanden en de daar aanwezige koninkrijken vernietigden, leek hun interesse vooral uit te gaan naar het beheersen van een groter deel van de commerciële handel binnen de archipel. In de tijd dat het Majapahit-rijk werd gesticht, kwamen ook de eerste moslim-handelaren en -proselieten het gebied binnen.

Na het hoogtepunt in de 14e eeuw, begon de macht van het Majapahit langzaam af te nemen, mede door een oorlog over de troonopvolging in 1401, die vier jaar duurde. Het rijk bleek niet in staat de groeiende macht van het sultanaat van Malakka in te dammen. Data die het einde van het Majapahit-rijk aangeven, variëren van 1478 tot 1520.

De islamitische periode[bewerken]

Verspreiding van de islam[bewerken]

De verspreiding van de islam in de regio begon in de 13e eeuw op noord-Sumatra, hoewel moslimhandelaren de eilanden van de archipel in de eeuwen daarvoor al regelmatig bezochten. De verspreiding van het geloof verliep langzaam. De eersten die overstapten op het nieuwe geloof waren handelaren en leden van de koninklijke families van grotere koninkrijken. Toch zette de groei door en aan het einde van de 16e eeuw was de islam de grootste religie op Java en Sumatra. Met name op Java mengde de islam zich met het aanwezige volksgeloof. Bali bleef hindoeïstisch, terwijl op de zuidelijke eilanden in de 16e en 17e eeuw, zowel christelijke als islamitische zendelingen actief waren, waardoor beide geloven sterk groeide.

Sultanaat Mataram[bewerken]

Het Sultanaat Mataram was het derde sultanaat op Java, na het Sultanaat van Demak Bintoro en het Sultanaat van Pajang. Het ontstond rond 1570 onder leiding van Kyai Gedhe Pamanahan. Onder zijn kleinzoon Panembahan Seda ing Krapyak werd het eerste contact met de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie gelegd. De Nederlanders speelden aanvankelijk een kleine rol in de handel in verschillende kustgebieden. Samen met het Sultanaat Mataram vormden zij in 1613 een bondgenootschap tegen een koninkrijk op Surabaya. Na meerdere jaren oorlogsvoering werd deze stad veroverd.

De nieuwe koning Sultan Agung breidde het koninkrijk verder uit, zodat het heel Java en de omliggende eilanden besloeg. Diens zoon Susuhunan Amangkurat I wilde een monopolie op de handel van de Nederlanders en liet zijn belangrijkste concurrenten vermoorden. Rond 1670 kwam het uit onvrede over zijn beleid tot een opstand. Raden Trunajaya, een prins van Madura, wist met behulp van huurlingen Makasar het sultanaat in te nemen. Sultan Agung vluchtte samen met zijn zoon Susuhunan Amangkurat I naar het noorden. Kort daarop overleed hij. Met behulp van de Nederlanders wist diens zoon het rijk weer in te nemen. De Nederlanders waren gebaat bij rust in het gebied en een koning die bij hun in de schuld stond.

Kolonisatie[bewerken]

Portugal[bewerken]

Door verbeterde navigatiesystemen en bewapening waagden de Portugese schepen zich steeds verder van het thuisland. Zij waren de eerste Europeanen die in de regio arriveerden. In 1512 veroverde Portugal Malakka. Zij streefde een monopoliepositie na wat betreft de handel in de belangrijkste kruiden. Dat deden zij door militaire veroveringen en allianties te vormen met lokale heersers. Daarnaast wilde de Rooms-katholieke kerk de lokale bevolking winnen voor het christelijk geloof. Vooral in de tweede helft van de 16e eeuw waren er veel Portugese missionarissen actief in het gebied. De Portugese invloed beperkte zich uiteindelijk tot de eilanden Solor, Flores en Timor, doordat zij het moesten afleggen tegen de Nederlanders die kort na hen arriveerden. Op de betreffende eilanden is tot op de dag van vandaag een groot deel van de bevolking Rooms-katholiek en dragen veel van de eilandbewoners een Portugese naam

Verenigde Oost-Indische Compagnie[bewerken]

In 1602 krijgt de Verenigde Oost-Indische Compagnie van de Staten-Generaal het monopolie op de specerijenhandel in de regio. Dit monopolie is verworven op 20 maart 1602 door een octrooi, uitgevaardigd door de Staten-Generaal, geleid door raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt.In 1619 veroverd de VOC de stad Jayakarta (het huidige Jakarta op west-Java en doopt de stad om als Batavia. De Nederlanders raken nauw betrokken bij verschillende binnenlandse conflicten en vechten actief me in hun poging om een monopoliepositie te verkrijgen. Daar slagen zijn grotendeels in. Zij maken daarbij gebruik van de heersers van verschillende kleine koninkrijken die in de plaats kwamen van het verwoeste Majapahit. Tijdens de 17e eeuw brengen Nederlandse kolonisten delen van het huidige Indonesië onder één regering onder de naam Nederlands-Indië. Nadat de VOC de Portugezen heeft verdreven, wordt de VOC effectieve heerser van vele gebieden in Nederlands-Indië. Als de VOC in 1798 bankroet gaat, neemt de Nederlandse overheid de schulden en de eigendommen in Indonesië over.

Nederlands-Indië[bewerken]

Het centrale bestuur in Nederlands-Indië is in handen van de Heren Zeventien, een wisselend college, dat enkele malen per jaar door de bewindhebbers uit hun midden wordt verkozen en vervolgens enkele weken in vergadering bijeen zit.

Nederland voerde het cultuurstelsel in. Dit hield in dat de bevolking één vijfde van haar land moest verbouwen voor producten van de VOC, bijvoorbeeld koffie, suiker, tabak of thee. Dit stelsel heeft bijgedragen tot armoede en hongersnood in Indonesië. De koffie-, suiker- en tabaksplantages namen namelijk veel gebied, bestemd als rijstvelden, in waardoor er, met de grote bevolking, voedseltekorten ontstonden. Aan het eind van de 19e eeuw kwam de Ethische Politiek naar voren. De leuze van deze ontwikkelingspolitiek was: 'Irrigatie, emigratie, educatie'. Veel Javanen werden naar de buitengewesten geëmigreerd om de overbevolking tegen te gaan, de rijstvelden werden goed geïrrigeerd om de landbouw efficiënter te maken en zo trachtte men de voedseltekorten tegen te gaan. Ook werden er veel 'dessabanken' opgericht waar boeren goedkoop konden lenen. Over het geheel was de Ethische Politiek geen succes: slechts enkele tienduizenden Javanen konden elders een bestaan opbouwen en het geld dat de boeren leenden werd vooral gebruikt om te consumeren in plaats van te investeren. De bedoelde stimulering van economische groei en remming van de bevolkingsgroei bleven uit. Voedseltekorten waren er na 1905 niet meer.

Vroege nationalistische groepen[bewerken]

In 1908 wordt door de arts Soetomo en anderen de eerste nationalistische beweging gevormd, Budi Utomo. In 1912 volgt de eerste massale nationalistische beweging Sarekat Islam. De Nederlanders reageren na de Eerste Wereldoorlog met repressieve maatregelen. De nationalistische leiders komen uit een kleine groep jonge professionals en studenten, van wie sommigen hun opleiding in Nederland hebben genoten. Velen, inclusief de latere eerste Indonesische president, Soekarno (1901-1970), worden gevangengezet vanwege hun politieke activiteiten.

Tussen 1922 en 1930 richtte Ki Hadjar Dewantara, samen met anderen en ondanks tegenstand van de koloniale regering, veertig onafhankelijke scholen op, de Taman Siswa scholen, en op 28 oktober 1928 pleit een conferentie van Indonesische jongeren voor "één land, één taal, één volk" voor Indonesië.

Daarnaast richt de verbannen Nederlandse socialist Henk Sneevliet in 1914 een 'Indische Sociaal Democratische Associatie' op. Aanvankelijk een klein forum van Nederlandse socialisten, ontwikkelt deze zich later tot Partai Komunis Indonesia (PKI), de Indonesische Communistische Partij. Voor zijn ondergang in 1965 is het de op twee na grootste communistische partij ter wereld.

Sleutelfiguren in het voorbereiden van Indonesische onafhankelijkheid waren Agoes Salim, Dewantoro, Ratoelangie, Sartono, Soekiman, Sjahrir en Yamin[1].

Japanse bezetting[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Azië in de Tweede Wereldoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Duitse inval in Nederland in mei 1940 had Nederlands-Indië al afgesneden van het moederland. De Nederlandse kolonie riep in juli van dat jaar de staat van beleg uit en ging nauwer samenwerken met de Verenigde Staten en Groot-Brittannië in plaats van Japan. In de nacht van 10 op 11 januari 1942 landden Japanse troepen in de buurt van Menado op Celebes. Ongeveer op hetzelfde moment vielen zij Tarakan aan, een eiland in het noordoosten van Borneo waar enkele olievelden geëxploiteerd werden.

In februari begonnen de Britse en Amerikaanse geallieerde troepen zich terug te trekken uit Java. Op 27 februari ging schout-bij-nacht Karel Doorman met enkele Nederlandse kruisers ten onder in de Slag in de Javazee. In de nacht van 28 februari op 1 maart 1942 gingen de Japanse troepen op vier plaatsen langs de Javaanse noordkust vrijwel ongestoord aan land. In Magelang werden zij geestdriftig toegejuicht door de inheemse bevolking, en in Atjeh kwam de bevolking zelfs al vóór de komst van de Japanners in opstand tegen de koloniale autoriteiten. Op 8 maart gaven de Nederlandse strijdkrachten zich over. De Nederlanders die nog in het land verbleven werden geïnterneerd in 'jappenkampen'. Gedurende de bezetting ontwikkelde de nationalistische beweging zich verder. De Japanse bezetting maakte een einde aan de Nederlandse overheersing en was een belangrijke stimulans voor de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging. Soekarno, de leider van de nationalistische beweging, werkte met de Japanners samen in de hoop dat Indonesië haar onafhankelijkheid zou verkrijgen. Toch werd de Japanse bezetting ook door veel Indonesiërs als zwaar ervaren. Volgens een VN-rapport overleden er uiteindelijk vier miljoen mensen als gevolg van de Japanse bezetting.

Japan vormde in maart 1945 een Indonesisch comité met als doel dat het land haar onafhankelijkheid zou verkrijgen. Het comité (BPUPKI) stelde een grondwet op die later zou worden overgenomen door de nieuw gevormde staat. Uiteindelijk zou Indonesië pas na Japans nederlaag onafhankelijk worden. Twee dagen na de Japanse nederlaag riep Soekarno de onafhankelijkheid uit.

Onafhankelijkheid[bewerken]

De Rondetafelconferentie tussen Nederland en Indonesië, 1949

Het Centrale Indonesische Nationale Comité (KNIP) riep een dag na de onafhankelijkheid Soekarno uit tot president van de nieuwe staat en Mohammed Hatta tot vicepresident. Na de landing van Britse troepen eind september 1945 ontstond er een revolutionaire explosie van geweld die zich met name richtte tegen Nederlanders en Indische Nederlanders, de zogenaamde Bersiap-periode periode. Zij waren in de eerste periode na hun bevrijding alleen hun leven veilig wanneer zijn in de kampen bleven, onder bescherming van de Britse of zelfs Japanse troepen. Hordes jongeren gewapend met primitieve wapens maakten jacht op elke blanke die zich buiten het kamp begaven. Nederlandse troepen namen snel de oude hoofdstad Java weer in waardoor het KNIP zich terugtrok op Yogyakarta. Dit werd het centrum van de nationalistische beweging. Onderhandelingen tussen het het Nederlands gezag en de nationalisten leidde tot twee wapenstilstanden, maar meningsverschillen over de naleving daarvan en provocaties van beide zijden zorgde ervoor dat het geweld iedere keer weerde kop opstak. Tot tweemaal toe greep Nederland naar de wapens om impasses in het overleg te doorbreken, de zogeheten politionele acties, echter zonder resultaat. Na vier jaar had Nederland bijna geheel Indonesië weer veroverd, maar de guerrillaoorlogsvoering van de tegenstander zorgde ervoor dat het onrustig bleef.

De Veiligheidsraad kwam begin 1949 tussen beiden met een oproep tot hernieuwd overleg, maar Nederland kwam tot de slotsom dat geleidelijke dekolonisatie geen oplossing biedt en besloot tot een onmiddellijk vertrek. Sinds augustus 1949 vonden er tussen Nederland en de Republiek slotonderhandelingen plaats die uitmonden in de overdracht van de soevereiniteit op 27 december 1949. Naar schatting hadden 150.000 Indonesiërs en 6000 Nederlanders intussen het leven verloren. Een geplande unie tussen De Verenigde Staten van Indonesië en Nederland: de Nederlands-Indonesische Unie, kwam niet van de grond. Sukarno wordt de president van de nieuwe Republiek. De staatsvorm werd zodanig opgezet dat er veel macht kwam te liggen bij de 16 deelstaten. Dit had Nederland afgedwongen om suprematie van Java over de buitengewesten te voorkomen. President Soekarno ging hiermee met tegenzin akkoord. Op 17 augustus 1950 riep hij de eenheidsstaat Republiek Indonesië uit. Tegen de afspraken in voert hij het jaar daarop een centrale regering in, die alle beslissingen vanuit Jakarta neemt. De bevolkingsoverschotten van het hoofdeiland vonden een weg door migratie naar Sumatra, Celebes en de kleinere eilandgroepen.

Geleide democratie[bewerken]

Nadat de Japanse bezetting en de oorlog tegen de Nederlanders voorbij was begonnen interne problemen de kop op te steken. Die problemen draaiden om verschillen in regionale gebruiken, de invloed van het christendom en Marxisme en de vrees voor een Javaanse politieke dominantie. Door de gebeurtenissen in de jaren daarvoor had Indonesië te maken met met veel armoede, een laagopgeleide bevolking en een economie die maar moeilijk op gang kwam. Verder waren er verschillende interne conflicten, zoals opstanden op Sulawesi en Sumatra die tot 1961 duurden en de Republiek der Zuid-Molukken die door Ambonese KNIL-militairen werd uitgeroepen.

De grondwet van 1950 legde veel macht bij het parlement en besteedde veel aandacht aan de mensenrechten, daarbij sterk leunend op de Universele verklaring van de rechten van de mens die in 1948 door de Verenigde Naties was aangenomen. De Indonesische politiek was zeer instabiel. Tussen 1945 en 1958 wisselden 17 kabinetten elkaar af. De eerste parlementaire verkiezingen werden in 1955 gehouden. Deze verliepen goed voor de Indonesische Nationalistische Partij van Soekarno en voor de Communistische Partij van Indonesië (PKI), maar geen enkele partij wist meer dan een kwart van de zetels binnen te halen.

Rond 1956 begon Soekarno openlijk het systeem van parlementaire democratie te bekritiseren. Volgens hem ging het in tegen de natuurlijke geest van het Indonesische volk omdat die juist om harmonie gericht was. Hij stuurde in 1959 het parlement naad huis en voerde hef systeem van de zogeheten geleide democratie in. De oppositie wordt monddood gemaakt en vroegere medestanders als Soetan Sjahrir werden gearresteerd. Het parlement wordt een applausmachine voor de presidentiële regering. Soekarno vertegenwoordigde voortaan de wil van het volk. Daarin werd hij gesteund door het leger die de regionale opstanden en de opkomst van de communistische partij als grootste bedreiging zag.

In 1958 werden de Nederlandse bedrijven onder beheer gesteld, en in enkele maanden keren 35.000 Nederlanders terug naar Europa. In 1962 moest Nederland onder druk van De VN en de VS Nederlands-Nieuw-Guinea aan Indonesië overdragen. Ook dat eiland werd spoedig een vestigingsplaats voor Javanen.

De achteruithollende economie vroeg om een nieuwe externe vijand. Die werd 1963 gevonden toen de Maleisische federatie werd opgericht. Soekarno kondigde de vernietiging van de nieuwe staat aan en trad uit de Verenigde Naties.

Nieuwe Orde[bewerken]

In de nacht van 30 september 1965 vond er een coup plaats door de Communistische Partij. De coupplegers ontvoerden de legertop en brachten 6 generaals om het leven. De actie mislukte doordat een zekere generaal-majoor Soeharto ingreep. Het leger pakte de communisten vervolgens keihard aan. Binnen een half jaar verloren meer dan een half miljoen partijaanhangers het leven. Internationaal was er weinig kritiek. De Verenigde Staten waren blij dat er hard werd opgetreden tegen de communisten. Zij waren intussen actief in Vietnam en hadden niet de behoefte aan een tweede strijdtoneel. Op 11 maart 1966 omsingelden troepen het gebouw waar Soekarno op dat moment vergaderde met zijn kabinet en dwongen hem een verklaring te ondertekenen waarmee hij de macht overdroeg aan Soeharto.De staatsgreep ging de geschiedenisboeken in als de Kudeta (van het Franse "coup d'état").

Soeharto voerde een hard, autoritair beleid (Orde Baru of Orba = Nieuwe Orde), dat echter wel tot stabilisatie en herstel van de onder Soekarno verloederde economie leidt. De - reeds bestaande - corruptie na, echter sterk toe, waarbij ook Soeharto, diens vrouw en enkele van hun kinderen hoge functies toebedeeld krijgen. Ze groeiden daardoor uit tot de rijkste en machtigste familie van het land. De ontevredenheid over de corruptie, die al snel een beperking vormde voor verdere economische groei, leidde samen met de economische crisis in 1998 (Krisis Moneter of Krismon) tot grote demonstraties in 1998, waardoor Soeharto gedwongen moest aftreden. Deze omwenteling wordt de reformasi genoemd.

Oost-Timor[bewerken]

Na de Anjerrevolutie in Portugal wilde de nieuwe Portugese regering zo snel mogelijk van al haar koloniën af. Oost-Timor kreeg daarom in 1975 haar onafhankelijkheid. De eerste vrije verkiezingen werden gewonnen door Fretilin een linkse partij, en de UDT, een partij die voortkwam uit de lokale elite. Indonesië beschouwde Fretilin als communistisch en was bang dat een onafhankelijk Oost-Timor zou dienen als voorbeeld en inspiratie voor andere regionale bewegingen in de archipel die streefden naar zelfstandigheid. Negen dagen na de onafhankelijkheid viel Indonesië Oost-Timor binnen en annexeerde het land met z'n zeshonderdduizend bewoners. Hierbij kreeg Indonesië de steun van de V.S., Australië en het Verenigd Koninkrijk. Tijdens de annexatie werd Oost-Timor door het leger voor een deel omgevormd tot militair oefenterrein.

Na de val van Soeharto werd er op het Oost-Timor een referendum gehouden over de onafhankelijkheid van het land. 99 procent van de bevolking nam deel en meer dan driekwart stemde voor onafhankelijkheid. In reactie daarop begonnen elementen van het Indonesische leger en door het leger gesteunde milities met lukrake aanvallen op de Oost-Timorezen. In korte tijd verloren tweeduizend mensen het leven en sloeg twee derde van de bevolking op de vlucht. Onder grote internationale druk hief het Indonesische parlement in oktober 1999 het decreet op aangaande de annexatie van Oost-Timor. Een VN-vredesmissie (UNTAET) landde op het eiland, nam het bestuur over en bracht stabiliteit. In mei 2002 verklaarde Oost-Timor zich onafhankelijk.

Indonesië na de val van Soeharto[bewerken]

Soeharto werd opgevolgd door Habibie. Zijn belangrijkste taak was om het vertrouwen van de financiële markten in Indonesië te herstellen. Daarin slaagde hij deels. Verder liet hij verschillende politieke gevangenen vrij en versoepelde de regels rondom persvrijheid en vrijheid van vergadering. Na de verkiezingen van 1999 trad de blinde Abdurrahman Wahid aan als nieuwe president. Megawati Sukarnoputri, dochter van de eerste president van Indonesië, was zijn vicepresident. Zijn kabinet streefde – met vallen en opstaan – naar verdere democratisering en economische groei. In verschillende delen van de archipel, waaronder Atjeh en de Molukken speelden regionale conflicten op.

Onder de bevolking was nog steeds veel onvrede. In januari 2001 maakte Wahid vanwege straatprotesten en beschuldigingen van corruptie plaats voor Megawati Soekarnoputri. Zij verloor in 2004 de verkiezingen van Susilo Bambang Yudhoyono, die in 2009 voor een tweede termijn werd gekozen.

Indonesië werd eind 2004 hard getroffen door een tsunami die in de hele regio voor meer dan een kwart miljoen zorgden. Vooral op Sumatra was de schade groot. Ruim honderdduizend mensen verloren het leven en meer dan een half miljoen raakte dakloos.

De multireligieuze Indonesische samenleving werd in 2002 (202 doden) en 2005 (23 doden) opgeschrikt door twee grote bomaanslagen op Bali en meerdere bomaanslagen in Jakarta. De aanslagen werden opgeeist door Al-Qaeda. Hoewel de meeste daders opgepakt werden droegen de aanslagen bij aan de spanningen tussen de verschillende geloofsgroepen. Die spanning was op Atjeh ook merkbaar waar in 2005 na 30 jaar een einde kwam aan een gewapend conflict. Atjeh mocht als enige provincie in Indonesië de strenge islamitische Sharia-wetgeving invoeren.

Literatuur[bewerken]

  • Burgers, Herman, "De garoeda en de ooievaar", Indonesië van kolonie tot nationale staat, Verhandelingen van het Koninklijk Instituut voor Taal- Land en Volkenkunde, No. 266, AD 2010
  • H.W. van den Doel, 1996, Het Rijk van Insulinde. Opkomst en ondergang van een Nederlandse kolonie, Prometheus Amsterdam, ISBN 9053333746
  • H.W. van den Doel, 2000, Afscheid van Indië. De val van het Nederlandse imperium in Azië, Prometheus Amsterdam (2e en 3e herziene druk: 2001), ISBN 90-446-0044-3 geb, ISBN 90-446-0043-5 pbk
  • J.J.P. de Jong, 1998, De waaier van het fortuin. Van handelscompagnie tot koloniaal imperium. De Nederlanders in Azië en de *Indonesische Archipel 1595-1950. SDU Uitgevers, Den Haag, ISBN 9012086434
  • Jong, J.J.P. de, "Diplomatie of strijd. Het Nederlandse beleid tegenover de Indonesische revolutie 1945-1947". Amsterdam 1988, ISBN 90-6009-838-2
  • Jong, J.J.P. de, "Avondschot. Hoe Nederland zich terugtrok uit zijn Aziatisch imperium". Amsterdam 2011, ISBN 978-94-6105-270-4
  • (red.) Leo Dalhuisen, Mariette van Selm, Frans Steegh, 2006, Geschiedenis van Indonesië, Walburg Pers, ISBN 90-5730-443-0
  • (red.) Els Bogaerts, Remco Raben, 2007, Van Indië tot Indonesië, de herschikking van de Indonesische samenleving, NIOD, Uitgeverij Boom, ISBN 9085064260
  • Poeze, Harry A. (2007). Verguisd en vergeten; Tan Malaka, de linkse beweging en de Indonesische Revolutie, 1945-1949. 'KITLV, 3 delen, 2200 blz, ISBN 978-90-6718-258-4.
  • Schulte Nordholt, Henk, 2008, Indonesië na Soeharto; reformasi en restauratie, 1995-2007, Bert Bakker, ISBN 978-903-513-135-4

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Wet Souvereiniteitsoverdracht Indonesië op Wikisource