Geschiedenis van Indonesië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geschiedenis van Indonesië

History of Indonesia.png
..Naar chronologie

Vroege vorstendommen

De opkomst van de moslimstaten

Koloniaal Indonesië

De opkomst van Indonesië

Onafhankelijk Indonesië


Portaal  Portaalicoon  Indonesië
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

Het gebied dat tegenwoordig als Indonesië bekendstaat is een archipel van 17.508 eilanden, waarvan er iets meer dan 6000 bewoond zijn. De geschiedenis van dit gebied wordt onder meer gekenmerkt door allerlei verschillende regeringen, kolonisaties, natuurrampen en burgeroorlogen.

Prehistorie[bewerken]

Opgravingen op Java laten zien dat er ongeveer 600.000 jaar geleden een verre voorouder van de tegenwoordige mens, de homo erectus (ook wel "Javamens" genoemd), op dit eiland rond heeft gelopen. Doordat het noordelijk halfrond tijdens de ijstijden bedekt was met een dikke laag ijs, was de zeespiegel zodanig verlaagd dat migratie van volkeren over land eenvoudig mogelijk was. Ook later, toen het ijs verdwenen en de zeespiegel weer gestegen was, bleven volkeren vanuit Zuidoost-Azië de eilanden bevolken. Deze volkeren (Paleo-Melanesoïden met donkere huid en kroeshaar en de Mongoloïden met een lichtere huidskleur en sluik haar) vestigden zich over de verschillende eilanden. In de Brons- en IJzertijd vestigden de Maleiers zich in de kuststreken van Java, Sumatra en andere eilanden.

Tussen 3.500 en 2.500 v.Chr.[bewerken]

In deze tijd wordt het tot dan toe gevoerde nomadenbestaan door een deel van de bewoners opgegeven en worden er permanente vestigingen gesticht waarbij de zo kenmerkende terrasvormige landbouwtechniek wordt ontwikkeld. In die tijd werd er echter geen rijst maar een soort knolgewas verbouwd (taro). In deze periode kwamen ook de voorouders van de Mentawi op Sumatra en de Marand-Anim op Irian en het Timorese Atoni vanuit het Aziatische vasteland.

Tussen 850 tot 700 v.Chr.[bewerken]

Deze tijd wordt gekenmerkt door grote volksverhuizingen in Midden-Europa en de Balkan. Wellicht heeft dit ook geleid tot volksverhuizingen vanuit de streek Yunnan in China en het noordoostelijke deel van het tegenwoordige Vietnam en Laos naar de Indonesische archipel. Een van de nieuwe landbouwtechnieken die deze volkeren met zich mee brachten was de natte rijstbouw. Dit systeem van continu irrigeren van de landbouwgronden bracht met zich mee dat nog meer groepen mensen zich permanent gingen vestigen.

Tussen 250 v.Chr. en 700 na Chr.[bewerken]

Immigranten uit Voor-Indië brachten nieuwe religies met zich mee zoals het boeddhisme en hindoeïsme. Op Java-eiland ontstond het hindoekoninkrijk Taroemanagara. Op Java, het grootste deel van Sumatra, de kustgebieden van Borneo, Zuid-Celebes en een aantal Kleine Soendaeilanden zullen deze godsdiensten later door de islam worden verdrongen. Alleen op Bali is het hindoeïsme nog altijd de belangrijkste godsdienst voor de bewoners in het grootste moslimland ter wereld.

7e tot 14e eeuw[bewerken]

Van de 7e tot de 14e eeuw ontstaan er op Sumatra en Java verschillende koninkrijken onder invloed van het hindoeïsme en boeddhisme (onder andere Soenda, Srivijana, Majapahit en Mataram). De Borubudur en Prambanan tempels getuigen van deze tijd. Door de komst van Arabische handelaren wordt omstreeks 1300 de islam geïntroduceerd, en dit wordt uiteindelijk de dominante religie. De bevolking bestaat vooral uit boeren en handelaren. Sommige handelaren werden zo rijk en machtig dat ze een vorst werden.

Kolonisatie[bewerken]

Een logo van de Amsterdamse Kamer van handel

Europeanen komen in het begin van de 16e eeuw naar wat heden Indonesië heet. Die vechten om het monopolie in de specerijenhandel. Uiteindelijk lukt het de Nederlanders (zie Nederlandse koloniën) in de 17e eeuw dit handelsmonopolie te verkrijgen boven de Britten en de Portugezen (behalve op Timor). Dit monopolie is verworven op 20 maart 1602 door een octrooi, uitgevaardigd door de Staten-Generaal, geleid door raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt.

Tijdens de 17e eeuw brengen Nederlandse kolonisten delen van het huidige Indonesië onder één regering onder de naam Nederlands-Indië.

Het centrale bestuur in Nederlands-Indië is in handen van de Heren Zeventien, een wisselend college, dat enkele malen per jaar door de bewindhebbers uit hun midden wordt verkozen en vervolgens enkele weken in vergadering bijeen zit.

Nadat de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) de Portugezen heeft verdreven, wordt de VOC effectieve heerser van vele gebieden in Nederlands-Indië. Als de VOC in 1798 bankroet gaat, neemt de Nederlandse overheid de schulden en de eigendommen in Indonesië over.

Nederland voerde het cultuurstelsel in. Dit hield in dat de bevolking één vijfde van zijn land moest verbouwen voor producten van de VOC, bijvoorbeeld koffie, suiker, tabak of thee. Dit stelsel heeft bijgedragen tot armoede en hongersnood in Indonesië. De koffie-, suiker- en tabaksplantages namen namelijk veel gebied, bestemd als rijstvelden, in waardoor er, met de grote bevolking, voedseltekorten ontstonden. Aan het eind van de 19e eeuw kwam de Ethische Politiek naar voren. De leuze van deze ontwikkelingspolitiek was: 'Irrigatie, emigratie, educatie'. Veel Javanen werden naar de buitengewesten geëmigreerd om de overbevolking tegen te gaan, de rijstvelden werden goed geïrrigeerd om de landbouw efficiënter te maken en zo trachtte men de voedseltekorten tegen te gaan. Ook werden er veel 'dessabanken' opgericht waar boeren goedkoop konden lenen. Over het geheel was de Ethische Politiek geen succes: slechts enkele tienduizenden Javanen konden elders een bestaan opbouwen en het geld dat de boeren leenden werd vooral gebruikt om te consumeren in plaats van te investeren. De bedoelde stimulering van economische groei en remming van de bevolkingsgroei bleven uit. Voedseltekorten waren er na 1905 niet meer.

Vroege nationalistische groepen[bewerken]

In 1908 wordt door de arts Soetomo en anderen de eerste nationalistische beweging gevormd, Budi Utomo. In 1912 volgt de eerste massale nationalistische beweging Sarekat Islam. De Nederlanders reageren na de Eerste Wereldoorlog met repressieve maatregelen. De nationalistische leiders komen uit een kleine groep jonge professionals en studenten, van wie sommigen hun opleiding in Nederland hebben genoten. Velen, inclusief de latere eerste Indonesische president, Soekarno (1901-1970), worden gevangengezet vanwege hun politieke activiteiten.

Tussen 1922 en 1930 richtte Ki Hadjar Dewantara, samen met anderen en ondanks tegenstand van de koloniale regering, veertig onafhankelijke scholen op, de Taman Siswa scholen, en op 28 oktober 1928 pleit een conferentie van Indonesische jongeren voor "één land, één taal, één volk" voor Indonesië.

Daarnaast richt de verbannen Nederlandse socialist Henk Sneevliet in 1914 een 'Indische Sociaal Democratische Associatie' op. Aanvankelijk een klein forum van Nederlandse socialisten, ontwikkelt deze zich later tot Partai Komunis Indonesia (PKI), de Indonesische Communistische Partij. Voor zijn ondergang in 1965 is het de op twee na grootste communistische partij ter wereld.

Sleutelfiguren in het voorbereiden van Indonesische onafhankelijkheid waren Agoes Salim, Dewantoro, Ratoelangie, Sartono, Soekiman, Sjahrir en Yamin[1].

Japanse bezetting[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Azië in de Tweede Wereldoorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de nacht van 10 op 11 januari 1942 landden Japanse troepen in de buurt van Menado op Celebes. Ongeveer op hetzelfde moment vielen zij Tarakan aan, een eiland in het noordoosten van Borneo waar enkele olievelden geëxploiteerd werden.

In februari begonnen de Britse en Amerikaanse geallieerde troepen zich terug te trekken uit Java. Op 27 februari ging schout-bij-nacht Karel Doorman met enkele Nederlandse kruisers ten onder in de Slag in de Javazee. In de nacht van 28 februari op 1 maart 1942 gingen de Japanse troepen op vier plaatsen langs de Javaanse noordkust vrijwel ongestoord aan land. In Magelang werden zij geestdriftig toegejuicht door de inheemse bevolking, en in Atjeh kwam de bevolking zelfs al vóór de komst van de Japanners in opstand tegen de koloniale autoriteiten. Op 8 maart gaven de Nederlandse strijdkrachten zich over. De Nederlanders die nog in het land verbleven werden geïnterneerd in 'jappenkampen'. Gedurende de bezetting ontwikkelde de nationalistische beweging zich verder.

Onafhankelijkheid[bewerken]

Na het einde van de Japanse bezetting in 1945, wordt onder leiding van Soekarno de Republiek Indonesië onafhankelijk verklaard op 17 augustus.Na de landing van Britse troepen eind september 1945 ontwikkelt zich een revolutionaire explosie van geweld die zich met name richt tegen Nederlanders en Indische Nederlanders, de zgn. Bersiap periode. Nederland beseft eind 1945 dat tegen een revolutie geen kruit is gewassen. Het luidt een periode in waarin Nederland en de Republiek Indonesië elkaar trachten te vinden op basis van een proces van geleidelijke dekolonisatie. Een radicale achterban is het hier niet mee eens en streeft onmiddellijke onafhankelijkheid na. Ook aan Nederlandse zijde bestaat krachtige oppositie. Tot tweemaal toe grijpt Nederland naar de wapens om impasses in het overleg te doorbreken, echter zonder resultaat. De Veiligheidsraad komt begin 1949 tussen beiden met een oproep tot hernieuwd overleg. Maar Nederland komt tot de slotsom dat geleidelijke dekolonisatie geen oplossing biedt en besluit tot onmiddellijk vertrek.

De Rondetafelconferentie tussen Nederland en Indonesië, 1949

Sinds augustus 1949 vinden er tussen Nederland en de Republiek slotonderhandelingen plaats die uitmonden in de overdracht van de soevereiniteit op 27 december 1949. Naar schatting hebben 150.000 Indonesiërs en 6000 Nederlanders intussen het leven verloren. Een geplande unie tussen De Verenigde Staten van Indonesië en Nederland: de Nederlands-Indonesische Unie, komt niet van de grond.

Soekarno (geboortenaam Koesno Sosrodihardjo; ook wel populair Bung Karno of Pak Karno) wordt de eerste president van het land.

De 16 deelstaten hebben een flinke macht. Dit heeft Nederland afgedwongen om suprematie van Java over de buitengewesten te voorkomen. President Soekarno ging hiermee met tegenzin akkoord. Op 17 augustus 1950 roept hij de eenheidsstaat Republiek Indonesië uit. Hij voert een centrale regering in, die alle beslissingen vanuit Jakarta neemt. De bevolkingsoverschotten van het hoofdeiland vinden een weg door migratie naar Sumatra, Celebes en de kleinere eilandgroepen.

Geleide democratie[bewerken]

In 1958 worden de Nederlandse bedrijven onder beheer gesteld, en in enkele maanden repatriëren 35.000 Nederlanders. In 1962 moet Nederland onder druk van VN en VS Nederlands-Nieuw-Guinea aan Indonesië overdragen. Ook dat eiland wordt spoedig een vestigingsplaats voor Javanen. In 1962 voert Soekarno de 'geleide democratie' in. De oppositie wordt monddood gemaakt en vroegere medestanders als Soetan Sharir worden gearresteerd. Het parlement wordt een applausmachine voor de presidentiële regering.

De achteruithollende economie vraagt om een nieuwe externe vijand. Die wordt in 1963 gevonden als de Maleisische federatie wordt opgericht. Soekarno kondigt de vernietiging van de nieuwe staat aan en treedt uit de Verenigde Naties.

Staatsgreep[bewerken]

Aan het autocratische regime van Soekarno komt in 1965 een einde door een buitengewoon bloedige staatsgreep, de Kudeta (van het Franse "coup d'état"). De macht komt in handen van legerleider Soeharto. Bij deze - door de legerleiding op zijn minst gedoogde, zo niet aangemoedigde - afrekening werden er ten minste 500.000 mensen gedood. In 1968 wordt Soeharto officieel president. Hij voert een hard, autoritair beleid (Orde Baru of Orba = Nieuwe Orde), dat echter wel tot stabilisatie en herstel van de onder Soekarno verloederde economie leidt. De - reeds bestaande - corruptie neemt echter sterk toe, waarbij ook Soeharto, diens vrouw en enkele van hun kinderen hoge functies toebedeeld krijgen. Ze worden hiermee de rijkste en machtigste familie van het land. De ontevredenheid over de corruptie, die al snel ook een hindernis gaat vormen voor verdere economische groei, leidt samen met de economische crisis (Krisis Moneter of Krismon) tot grote demonstraties in 1998, waardoor Soeharto gedwongen wordt af te treden. Deze omwenteling wordt de reformasi genoemd.

Indonesië na de val van Soeharto[bewerken]

Na Soeharto waren achtereenvolgens president Habibie (1998-1999), Abdurrahman Wahid (1999-2001), Megawati Soekarnoputri (2001-2004) en Susilo Bambang Yudhoyono (2004- heden).

Bezetting Oost-Timor[bewerken]

In 1975 wordt de toenmalige Portugese kolonie Oost-Timor bezet door Indonesië, met stilzwijgende instemming van de Amerikanen en de Australiërs, uit angst dat daar een marxistische regering gevormd zou worden. De Portugezen verlaten Oost-Timor in allerijl na de Anjerrevolutie en laten daarmee de Oost-Timorezen aan hun lot over. Oost-Timor wordt daarna in 1976 een provincie van Indonesië. Veel Oost-Timorezen verzetten zich hiertegen. In 1999 wordt onder toezicht van de VN een referendum gehouden en in 2002 wordt Oost-Timor onafhankelijk.

Andere interne problemen[bewerken]

Het land tobt ook met interne (vaak religieus getinte) problemen, waarbij verschillende regio's voor onafhankelijkheid en autonomie vechten (Atjeh, Papoea en de Molukken).

Literatuur[bewerken]

  • H.W. van den Doel, 1996, Het Rijk van Insulinde. Opkomst en ondergang van een Nederlandse kolonie, Prometheus Amsterdam, ISBN 9053333746
  • H.W. van den Doel, 2000, Afscheid van Indië. De val van het Nederlandse imperium in Azië, Prometheus Amsterdam (2e en 3e herziene druk: 2001), ISBN 90-446-0044-3 geb, ISBN 90-446-0043-5 pbk
  • J.J.P. de Jong, 1998, De waaier van het fortuin. Van handelscompagnie tot koloniaal imperium. De Nederlanders in Azië en de *Indonesische Archipel 1595-1950. SDU Uitgevers, Den Haag, ISBN 9012086434
  • Jong, J.J.P. de, "Diplomatie of strijd. Het Nederlandse beleid tegenover de Indonesische revolutie 1945-1947". Amsterdam 1988, ISBN 90-6009-838-2
  • Jong, J.J.P. de, "Avondschot. Hoe Nederland zich terugtrok uit zijn Aziatisch imperium". Amsterdam 2011, ISBN 978-94-6105-270-4
  • (red.) Leo Dalhuisen, Mariette van Selm, Frans Steegh, 2006, Geschiedenis van Indonesië, Walburg Pers, ISBN 90-5730-443-0
  • (red.) Els Bogaerts, Remco Raben, 2007, Van Indië tot Indonesië, de herschikking van de Indonesische samenleving, NIOD, Uitgeverij Boom, ISBN 9085064260
  • Poeze, Harry A. (2007). Verguisd en vergeten; Tan Malaka, de linkse beweging en de Indonesische Revolutie, 1945-1949. 'KITLV, 3 delen, 2200 blz, ISBN 978-90-6718-258-4.
  • Herman Burgers, "De garoeda en de ooievaar", Indonesië van kolonie tot nationale staat, Verhandelingen van het Koninklijk Instituut voor Taal- Land en Volkenkunde, No. 266, AD 2010

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Wet Souvereiniteitsoverdracht Indonesië op Wikisource