Geschiedenis van het Midden-Oosten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hieronder volgt de geschiedenis van het Midden-Oosten.

Geschiedenis van de wereld

Theatrum Orbis Terrarum



Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

Vóór Christus[bewerken]

Rond 2400 v.Chr. waren in het gebied van Mesopotamië (ongeveer overeenkomend met het huidige Irak) al grote beschavingen te vinden. Onder meer de Sumeriërs, Assyriërs, Babyloniërs en andere volken vormden in het gebied opeenvolgend grote staten. Niet veel later ontstond in Egypte de Oud-Egyptische beschaving.

In de periode tussen 1500 en 1000 v.Chr. veroverden de Israëlieten grote delen van Kanaän. Hieruit ontstond in de 11e eeuw v.Chr. het Israëlitische koninkrijk.

Vanaf ongeveer 500 v.Chr. werd de regio gedomineerd door enkele grote rijken. Het eerste was het Perzische Rijk, dat zich uitstrekte over Perzië, Mesopotamië en Syrië. Het Perzische Rijk werd in de 4e eeuw v.Chr. verslagen door Alexander de Grote die het gebied inlijfde bij het Macedonisch-Griekse Rijk. Hierdoor kwam deze regio in aanraking met de Griekse taal en cultuur waaruit het Hellenisme ontstond. De volgende 200 jaar kwamen enkele Griekssprekende dynastieën op waaronder de Seleuciden in Syrië en de Ptolemaeën in Egypte.

Situatie in 60 n.Chr. Een vrij groot deel van wat nu het Midden-Oosten heet, maakte deel uit van het Romeinse Rijk.

In de 1e eeuw v.Chr. werd een deel van het gebied (de streek rondom de Middellandse Zee) veroverd door het Romeinse Rijk. Hierdoor werd dit gedeelte van het Midden-Oosten verenigd met Noord-Afrika en een groot deel van Europa.

Eerste eeuwen na Christus[bewerken]

In de eerste eeuwen na Christus verspreidde het christendom zich over de door de Romeinen bezette gebieden van het Midden-Oosten. In de 4e eeuw werd het Romeinse Rijk opgevolgd door het Byzantijnse Rijk met als hoofdstad Constantinopel (het huidige Istanboel). Ten oosten van het Byzantijnse Rijk, in Perzië, kwamen de Parthen en later de Sassaniden op. Mesopotamië lag als een buffer tussen het Byzantijnse Rijk en de Perzische rijken in.

Opkomst islam[bewerken]

Door de opkomst van de islam kreeg het Midden-Oosten in korte tijd een cultuur, religie en een identiteit ten opzichte van Europa en Afrika die het in de 21e eeuw in grote lijnen nog steeds heeft. Na de komst van de islam, in de 7e eeuw na Christus, wordt dit gebied goeddeels door deze wereldreligie getempeld, hoewel er ook nog andere culturen en religies (bijvoorbeeld de Kopten in Egypte), zijn. Vanaf 634 werd de islam door volgelingen van Mohammed verspreid vanaf Mekka. Mohammed en zijn volgelingen stichtten het Arabische Rijk. In 636 werd Palestina veroverd, in 637 Mesopotamië, in 640 Egypte en Syrië en in 642 Perzië. Weliswaar werd de islam als religie niet opgedrongen, maar de voordelen, zoals belasting en privileges, waren voor veel niet-moslims reden om zich te bekeren.

Het Arabisch, de taal van de Koran, werd de lingua franca van het Midden-Oosten. Het geloof in één leider of kalief, zowel religieus als wereldlijk, leidde tot de vorming van het kalifaat. In deze tijd verklaarden de Arabische moslims de oemma, één land voor alle moslims, als een (religieus) ideaal te zien.

Maar al snel kwamen er scheuren in het verenigde Midden-Oosten. Met de dood van Kalief Ali nabij de stad Koefa in 661 trad een definitieve scheuring op binnen de islam: het soennisme en het sjiisme ontstonden. In het oosten werd Perzië weer snel min of meer onafhankelijk.

De Arabische legers veroverden steeds meer gebieden in Noord-Afrika en Spanje. Ook voeren Arabische handelsschepen naar India, Indonesië en langs Oost-Afrika.

Het Midden-Oosten kende in deze periode een grote culturele bloei. Waar Europa na de val van het Romeinse Rijk in een diepe crisis kwam, met een dalende bevolking, invasies en opkomende armoede, kwamen steden als Alexandrië, Basra, Damascus en vooral Bagdad tot grote bloei. De bevolking van deze steden groeide en op gebieden als literatuur, architectuur, geneeskunde en wetenschap kwam de regio mijlenver voor te liggen op Europa.

Kruistochten[bewerken]

Toen in 1071 het christelijke Byzantijnse Rijk in de Slag bij Manzikert door de islamitische Seltsjoeken verslagen werd, stuurde de Byzantijnse keizer Alexius I van Byzantium een verzoek om hulp aan Paus Urbanus II. Deze organiseerde in 1095 de eerste kruistocht en dit leger van kruisvaarders veroverde Jeruzalem in 1099. De kruisvaarders richtten een bloedbad aan onder joden en moslims. Hierna stichtten zij het Latijnse Koninkrijk van Jeruzalem, evenals drie andere staatjes. De rijken van de Abbasiden, Seltsjoeken en Fatimiden reageerden enigszins onverschillig aangezien zij nauwelijks geïnteresseerd waren in het gebied.

In 1187 veroverde de Koerdische leider Saladin Jeruzalem op de kruisvaarders. In tegenstelling tot de kruisvaarders 88 jaar eerder, spaarde hij de levens van de inwoners. Hierna werden nog verschillende kruistochten georganiseerd, maar geen daarvan waren van grote invloed op het Midden-Oosten.

Mongolen[bewerken]

In 1219 vielen Mongoolse troepen onder leiding van Dzjengis Khan het Midden-Oosten binnen. In 1243 werden de Seltsjoeken vazallen en met de val van de hoofdstad Bagdad in 1258 werd het Abbassidenkalifaat vernietigd. In 1258-1260 werden de Mammelukken uit Syrië verdreven. De Mongolen bleven tot de dood van Timoer Lenk in 1405 de grootste macht in het Midden-Oosten.

Situatie in 1683. Het Ottomaanse Rijk was op haar hoogtepunt en grote delen van het Midden-Oosten maakten er deel van uit.

Ottomaanse Rijk[bewerken]

Rond 1300 kwam in Anatolië Osman I aan de macht en hij stichtte het Ottomaanse Rijk. Nadat het in de eerste eeuwen van zijn bestaan op de Balkan en in Oost-Europa veel gebied had veroverd, begon het rijk in 1516 met de verovering van Syrië, Palestina en Egypte op de Mammelukken. In 1517 erkende de Sjarif van Mekka de Sultan als Kalief. In 1534 werd Bagdad veroverd en in 1546 Basra. Ook Bahrein en delen van Oman en Jemen vielen onder Ottomaanse controle. Tot aan de Eerste Wereldoorlog hield het Ottomaanse Rijk zijn greep op het Midden-Oosten. In deze periode vond een omvangrijke slavenhandel plaats vanuit Oost-Afrika naar het Midden-Oosten.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Recente geschiedenis van het Midden-Oosten voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarin het Ottomaanse Rijk verslagen werd door de Entente, veranderde de politieke situatie ingrijpend. Van de meeste huidige staten werd tijdens deze oorlog het grondgebied bepaald. De Britten haalden Hoessein ibn Ali, de Sjarif van Mekka, over om de Arabische Opstand tegen de Ottomanen te beginnen. De Britten beloofden de Sjarif onafhankelijkheid voor de Arabieren. Zover kwam het echter niet, want na de oorlog besloot de Volkerenbond dat de nieuwe landen Irak, Transjordanië, en Palestina onder Brits mandaat en Syrië en Libanon onder Frans mandaat kwamen te vallen. De Britten gaven Irak en Transjordanië een zekere autonomiteit, de andere gebieden bleven onder strengere controle.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

De Tweede Wereldoorlog ging grotendeels aan het Midden-Oosten voorbij. Iran dat de zijde van Duitsland had gekozen, werd vervolgens door de geallieerden binnengevallen. Generaal Erwin Rommel bereikte vanuit Libië Egypte, maar de Britten wisten stand te houden.

Einde van de mandaten en de Koude Oorlog[bewerken]

Binnen enkele jaren na de oorlog werden de verschillende mandaten opgeheven en werden deze landen zelfstandig. Op 22 maart 1945 werd de Arabische Liga gevormd.

In 1917 was de Balfour-verklaring uitgegeven, die de Joden de vorming van een Joods Nationaal Tehuis in Palestina beloofde. Nadat het Britse mandaat voor Palestina afliep, werd de staat Israël uitgeroepen. De Arabieren, die al decennia tegen de instroom van Joden waren, verklaarden prompt de oorlog, wat leidde tot de Eerste Arabisch-Israëlische oorlog. De Joodse bevolking uit Arabische landen vluchtten nagenoeg geheel naar Israël nadat vele pogroms zich tegen hen richtten.

In 1956 wilden de Fransen en Britten het Suezkanaal, dat door de Egyptische president Nasser genationaliseerd was, opnieuw onder controle krijgen. Zij maakten een geheime afspraak met Israël, dat zelf de Sinaï wilde controleren om Egyptische aanvallen te kunnen weerstaan, waarna de Suezcrisis van 1956 een feit was. De Verenigde Staten steunden de aanval niet, waarmee de VS aan invloed wonnen. Ook de Sovjet-Unie mengde zich in de politiek van het gebied, op zoek naar invloed. De Sovjets steunden verschillende landen in hun arabisch-nationalistische aspiraties.

Na de Zesdaagse Oorlog van 1967 werden veel Palestijnen naar Jordanië verdreven, vanwaar uit zij terroristische aanslagen begonnen te organiseren. Gedurende de jaren zeventig en tachtig werden, wereldwijd, vele vliegtuigkapingen, gijzelingen en ontvoeringen uitgevoerd.

Nadat in 1979 de Iraanse Revolutie werd gehouden, waarbij de pro-westerse sjah werd afgezet ten gunste van de fundamentalistische ayatollah Khomeini, viel buurland Irak onder Saddam Hoessein Iran binnen. De bloedige Irak-Iranoorlog duurde zeven jaar en kostte waarschijnlijk aan meer dan één miljoen mensen het leven. Het christendom in het Midden-Oosten dat aan het begin van de 20e eeuw circa 10% van de bevolking uitmaakte kende een grote terugval. In Turkije, Irak en de Palestijnse gebieden is het christendom bijna verdwenen, terwijl het aantal christenen in Libanon en Jordanië is gehalveerd.

Einde van de 20e eeuw[bewerken]

In 1990 viel Irak buurland Koeweit binnen. Vrijwel de gehele Arabische wereld veroordeelde de inval en onder leiding van de Verenigde Staten werd in de Golfoorlog van 1990-1991 Koeweit bevrijd.

De Palestijnse leider Yasser Arafat had in het conflict tussen Irak en de coalitie officieel een bemiddelende rol, maar veel Arabische landen vonden dat Arafat te veel op de hand van Saddam Hoessein was. Als gevolg hiervan werd de geldkraan naar de PLO vanuit de Arabische wereld grotendeels dichtgedraaid. De PLO kwam hierdoor in grote problemen en moest haar koers herzien.

In Oslo werden 'geheime' vredesbesprekingen gehouden tussen de Palestijnen en Israël, waarna in 1993 de Oslo-akkoorden gesloten worden. De Palestijnen krijgen beperkte autonomie met uitzicht op een eigen staat in ruil voor de erkenning van Israël. Yasser Arafat, de Israëlische minister-president Yitzchak Rabin en de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres ontvingen hiervoor de Nobelprijs voor de Vrede.

21e eeuw[bewerken]

Ondanks de Oslo-akkoorden kwam er geen rust in de regio. Na een bezoek van de Israëlische oppositieleider Ariel Sharon aan de Tempelberg en de Klaagmuur eind september 2000 brak de Tweede Intifada uit. Anno 2005 is er nog steeds sprake van dagelijks geweld, waarbij aan beide kanten veel slachtoffers vallen. De Tweede Intifada wordt gekenmerkt door bloedige zelfmoordaanslagen door Palestijnse terroristen en liquidaties van Palestijnse leiders door het Israëlische leger. Aan beide kanten, maar vooral aan Palestijnse kant vallen hierdoor veel slachtoffers, vooral onder de burgerbevolking.

Op 11 september 2001 werd de wereld opgeschrikt toen drie, door fundamentalistische moslims van al Qaida, gekaapte vliegtuigen zich in het World Trade Center en het Pentagon boorden. Een vierde vliegtuig stortte neer in onbewoond gebied. De Verenigde Staten openden de strijd tegen terrorisme. Allereerst werd Afghanistan aangevallen, waar al-Qaida diverse bases had. Het Talibanregime in Afghanistan werd verdreven. Begin 2003 werd Irak in de Irakoorlog binnengevallen en Saddam Hoessein afgezet.

Het moslimterrorisme leidde ook in Egypte, Saoedi-Arabië en Jordanië tot aanslagen. Na 2011 wordt het opnieuw onrustiger in de regio, na het uitbreken van verschillende revoluties in de Arabische wereld. Veel landen in het Midden-Oosten scoren nog altijd niet hoog op het gebied van mensenrechten en democratie. Op de jaarlijkste ranglijst van Freedom House (een Amerikaans onderzoeksinstituut, waarbij landen worden geclassificeerd als 'free, partly free of not free') in 2013 wordt slechts één land in het Midden-Oosten als free. De meeste landen vallen in de categorie not free. omschreven.[1]

Bronnen, noten en/of referenties