Romeins en Byzantijns Egypte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geschiedenis van Egypte
Egyptische piramiden
Dit artikel behoort tot een reeks over Egypte.
Prehistorisch Egypte pre–3100 v. Chr.
Pre-dynastieke periode
Oude Egypte
Vroeg-dynastieke Periode 3100–2686 v. Chr.
Oude Rijk 2686–2181 v. Chr.
Eerste tussenperiode 2181–2055 v. Chr.
Middenrijk 2055–1650 v. Chr.
Tweede Tussenperiode 1650–1550 v. Chr.
Nieuwe Rijk 1550–1069 v. Chr.
Derde Tussenperiode 1069–664 v. Chr.
Late periode 664–332 v. Chr.
Klassieke oudheid
Grieks Egypte 332–30 v. Chr.
Romeins Egypte 30 v. Chr.–641 CE
Sassanid Egypte 621–629
Vroeg-islamitisch Egypte
Vroegmoderne Tijd
Ottomaans Egypte 1517–1867
Franse bezetting 1798–1801
Egypte onder Muhammad Ali 1805–1882
Kedivaat Egypte 1867–1914
Moderne geschiedenis
Britse overheersing 1882–1953
Sultanaat Egypte 1914–1922
Koninkrijk Egypte 1922–1953
Republiek 1953–present
Vrije Officieren en Nasser
Egypte onder Sadat
Egypte onder Moebarak
Revolutie van 2011
Portaal  Portaalicoon  Egypte
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis
Aegyptus
Romeinse provincie
Ægyptus SPQR.PNG
Jaar inlijving 30 v.Chr.
Hoofdplaats Alexandrië
Huidig land Egypte
Portaal  Portaalicoon   Romeinse Rijk

Romeins en Byzantijns Egypte is de periode in de geschiedenis van Egypte die begint als de Romeinse alleenheerser Octavianus in 30 voor Chr. Egypte inlijft bij het Romeinse Rijk, waarmee een einde komt aan de periode van Macedonisch Egypte en het Ptolemeïsche rijk (332 – 30 v.Chr.).

Bestuur[bewerken]

Pompeius' pilaar, Romeinse triomfzuil in Alexandrië, ter herinnering aan de zege van keizer Diocletianus over de opstand in 295-298

De Romeinen hadden in Egypte negen cohortes gelegerd, waarvan drie in Alexandrië, drie in Syene (dicht bij de grens met Ethiopië) en drie in het binnenland[1]. De Romeinse machtsovername bracht voor de inheemse rurale Egyptische bevolking weinig verandering; zelfs de voertaal van het nieuwe bewind bleef Grieks. Net als onder de Ptolemeeën bleef Egypte één grote plantage tot nut van de heersers. Het Egyptische graan stroomde nu echter niet meer naar de Ptolemeïsche graanschuren maar naar Rome, waar het voorzag in eenderde van de voedselbehoefte. Dwangarbeid, vordering van landgoederen en drukkende belastingen maakten het leven van de plattelanders zwaar. Regelmatig kwamen boeren in opstand, bijvoorbeeld in 295-298, maar Rome wist hen meestal betrekkelijk eenvoudig weer te onderdrukken. Naast graan werden ook papyrus, graniet, albast en ander kostbaar gesteente naar Rome en later Constantinopel gebracht; Egyptische beelden en andere objecten werden versleept om pleinen en heiligdommen in Italië en het Romeinse Rijk op te sieren[2].

Religie en culturele uitwisseling[bewerken]

Alexandrië was nog steeds een kosmopolitische stad, groeiend naar misschien een miljoen inwoners, waar aanhangers van de oude Egyptische religie, van de Griekse of Romeinse godsdienst, en van Joodse ideeën naast elkaar leefden. Daarbuiten bleef de bevolking voorlopig trouw aan de oude Egyptische religie. Net als hun Griekse voorgangers hielden ook de Romeinen, althans aanvankelijk, de oude Egyptische godsdienst in ere[2]. Ook de Romeinse heersers lieten nog Egyptische tempels verbouwen of nieuw bouwen. Romeinse keizers probeerden zichzelf in religieuze zin te legitimeren als nieuwe zonen van Amon. De Egyptische verering van godin Isis verspreidde zich door het Middellandse Zeegebied, en keizers bouwden zelfs in Rome tempels voor haar. Een andere Egyptische culturele bijdrage aan de Romeinse, en daarmee zelfs aan onze hedendaagse wereld, was hun jaarkalender gebaseerd op twaalf maanden. Met kleine correcties introduceerde Julius Caesar die kalender in 45 voor Chr. als de Juliaanse kalender, die na verdere correcties (zie Gregoriaanse kalender) vandaag de dag nog steeds de meest gebruikte ter wereld is.

Christendom[bewerken]

De graftombe van Athanasius van Alexandrië in de Kathedraal van St. Marcus in Caïro

Elders in het grote Romeinse Rijk, rond Judea, ontstond de nieuwe religie christendom. Een van de eerste landen waarheen christendom zich verspreidde was Egypte; volgens de overlevering maakt Egypte al in 43 na Chr. kennis met deze religie[3]. Egyptische theologen, bijvoorbeeld Arius en Athanasius in de vierde eeuw, speelden een hoofdrol in de ontwikkeling van de christelijke theologie. (Zie ook School van Alexandrië voor andere invloedrijke Egyptische christenen.) Het christelijke kloosterwezen heeft zijn oorsprong in Egypte.

In 381 begon keizer Theodosius I de godsdiensten anders dan christendom en jodendom te verbieden[2][4]. Tussen 390 en 392 werden diverse Oud-Egyptische tempels in Alexandrië door de christelijke patriarch Theophilus onteigend of verwoest[5]. Eind vierde eeuw was de meerderheid der Egyptenaren reeds christen geworden. In 395 werd het Romeinse Rijk definitief gesplitst. Het oostelijke deel, waar Egypte onder viel, wordt vanaf dat moment soms ook wel het Byzantijnse Rijk genoemd, en had als hoofdstad Constantinopel (= Byzantium).

In 415 werd de neoplatonische Griekse filosofe Hypatia in Alexandrië door fanatieke christelijke monniken vermoord. Daarmee kwam een einde aan de niet christelijke of joodse Alexandrijnse filosofenscholen. In de vijfde eeuw was de oude Egyptische religie grotendeels verdwenen, echter in Zuid-Egypte hield de bevolking er nog aan vast[2].

Vervolgingen wegens ketterij[bewerken]

Keizer Justinianus (midden) met bisschop Maximianus (rechts), en hofhouding en gardetroepen. (Basiliek van San Vitale, Ravenna.)

In de 4e en 5e eeuw ontstond discussie binnen het christendom over de vraag naar de natuur van Christus: was hij goddelijk, of menselijk, of beide? In Egypte overheerste het monofysitisme: Christus is goddelijk, en zijn goddelijke natuur heeft zijn menselijke natuur geheel vervangen. De algemene kerkvergadering in Chalcedon in 451 besloot echter dat monofysitisme verboden is, en dat het juiste, orthodoxe, Chalcedonische standpunt luidt: Christus is zowel God als mens, en deze twee naturen zijn onafscheidelijk. De Egyptenaren legden zich daar niet bij neer en hielden vast aan hun monofysitisme. Hun kerk zou voortaan de Koptisch-orthodoxe Kerk genoemd worden – Koptisch is een verbastering van het Griekse woord Aiguptioi (= ‘Egyptisch’).

Dit bracht de Romeinse keizers, zetelend in Constantinopel, in een lastig parket. Keizer Zeno (474-491) probeerde zowel de monofysieten als de Chalcedoniërs te vriend te houden, maar kreeg het daardoor juist met beide groepen aan de stok. Anastasius I (491-518) was zelf monofysiet, tot vreugde van de Egyptenaren. Justinus I (518-527) vervolgde echter de monofysieten. Justinianus I (527-565) nam in deze kwestie weer een veranderlijk standpunt in. Vanaf 565 werden de Egyptische monofysieten echter vanuit Constantinopel continu vervolgd, en ze keken uit naar een buitenlandse macht die hen hiervan zou verlossen.

Invasies[bewerken]

In 619 bezetten de Perzische Sassaniden Egypte. Rond 628 weten de Romeinen hen weer te verdrijven. In 640 verovert de Arabische krijgsheer Amr ibn al-As Egypte. Daarmee begint de heerschappij van het Arabisch-islamitische rijk over Egypte.

De hierop volgende periode in de geschiedenis van Egypte is die van Egypte onder de Arabieren, Fatimiden, Ajjoebiden en Mamlukken (640 – 1517)

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Literatuur
  • Perry, Glenn E. – The History of Egypt. Greenwood Press, Westport, Connecticut (U.S.A.) en Londen (U.K.), 2004. (Perry was in 2004 professor Politieke Wetenschappen aan Indiana State University, waar hij toen sinds 1970 doceerde.) (Dit boek wijdt drie pagina's aan Romeins/Byzantijns Egypte)
  • Goldschmidt Jr., Arthur– Modern Egypt : the Formation of a Nation-State. Second edition, 2004. Westview Press; Boulder, Colorado (U.S.A.) / Oxford (U.K.). (Goldschmidt Jr. (geboren 1938) is emeritus hoogleraar in de Geschiedenis van het Midden-Oosten aan de Pennsylvania State University, waar hij van 1965 tot 2000 doceerde.) (Dit boek wijdt één volle pagina aan Romeins/Byzantijns Egypte)
  • Egypte : Het land van de farao’s. Samenstelling Regine Schulz en Matthias Seidel. Uitg. Könemann, Keulen, 1998.

Voetnoten

  1. Strabo, Geographika (grc) /(en) Perseus Digital Library.
  2. a b c d Prof. Dr. Dieter Kessler (professor in de egyptologie, universiteit München) – De politieke geschiedenis van de Ptolemaeën en de Romeinse keizertijd in Egypte, in: Egypte : Het land van de farao’s. Pagina’s 294-295.
  3. Koptische Kerk Eindhoven
  4. Codex Theodosianus 16.10.7 (een wet van 21 december 381): "Als iemand met verboden offers, overdag of ’s nachts, als ware hij waanzinnig en goddeloos, zich als raadvrager betreffende de onzekere dingen begeeft in een tempel of heiligdom, menende dat hij een dergelijke misdaad moet begaan of dat hij naar die plaats moet gaan, zal hij ondervinden dat hij aan verbeurdverklaring en vogelvrijverklaring onderworpen wordt, (…)"; 16.10.10 (24 februari 391): "Niemand zal zich met offerdieren bezoedelen, niemand zal een onschuldig offerdier doden, of naar een heiligdom gaan, of een tempel bezoeken en daar door mensen gemaakte beelden vereren, opdat hij niet aangeklaagd worde volgens goddelijke en menselijke strafbepalingen (…)"; enzovoort.
  5. Catholic Encyclopedia (1912), Theophilus of Alexandria